“Wil je alsjeblieft zorgen dat het niet te veel over mij gaat? Mensen zoals ik krijgen altijd alle aandacht. Maar iedereen kan een ngo beginnen; onze dokters en verplegers doen het échte werk terwijl ze de bommen moeten ontwijken. Daar moeten we het over hebben.”

In een rumoerig Amsterdams café vertelt Mohammad Kanfash (33), ogenschijnlijk zonder moeite, over de Syrische burgeroorlog die hij meemaakte en de humanitaire ramp die erop volgde. Hij vertelt, soms met een flinke dosis zwarte humor, over de vrienden die hij maakte terwijl ze schuilden voor de bommen; over de ondergrondse speeltuin waar kinderen konden spelen; over de periode dat hij medicijnen vanuit hoofdstad Damascus naar het oosten van het land moest smokkelen. “Alsof ik in een film over drugskartels speelde”, lacht hij.

Dagelijks zetten mensen zich in voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we binnen nu en tien jaar moeten halen. Denk aan géén armoede, gendergelijkheid, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Deze Goal Getters gaan daar nu al voor. Wie zijn zij?

Kanfash is directeur van Damaan, een Syrisch-Nederlandse stichting die humanitaire hulp verleent in de gebieden in Syrië die in handen zijn van rebellen. Sinds het voorjaar van 2018 is dat nog maar één provincie: Idlib, in het noorden van het land, waar ongeveer 3,5 miljoen mensen wonen. Zo’n 90 procent van hen leeft onder de armoedegrens. Damaan runt er een medische kliniek, waar een team van negen mensen vorig jaar zo’n tienduizend patiënten ontving. Het medisch personeel werkte zelfs vier maanden onbetaald, omdat Damaan geen donaties ontving. Ook Kanfash doet al zijn werk voor Damaan op vrijwillige basis.

In Syrië zijn 400.000 dodelijke slachtoffers gevallen en zeker 6,6 miljoen mensen ontheemd

Ook de rest van Syrië – waar Damaan niet kan werken omdat het regime hen niet erkent als hulporganisatie – lijdt onder een economische crisis van ongekende proporties. Door het inmiddels al negen jaar durende conflict, nieuwe Amerikaanse sancties en de coronacrisis, is de Syrische pond dramatisch in waarde gezakt. “In 2011 verdiende een vriend van mij omgerekend ongeveer 1100 Amerikaanse dollar per maand; nu nog 40 dollar. Zijn vader en zussen verloren hun baan, dus hij moet voor zichzelf, zijn zussen, ouders en vier kinderen zorgen. Het is ongelofelijk dat mensen weten te overleven.”

‘Je helpt zoveel als je kunt’

De ontwikkeling van Damaan is sterk verweven met wat zich de afgelopen negen jaar in Syrië heeft afgespeeld. Protesten tegen het regime van Assad in 2011 werden met geweld neergeslagen, wat uitmondde in een complex geopolitiek conflict waarbij telkens internationale wetten werden geschonden, zowel door het regime als door de verschillende rebellen. Volgens de laatste schattingen zijn er 400.000 dodelijke slachtoffers gevallen; zeker 6,6 miljoen mensen zijn binnen Syrië ontheemd, en nog eens 5,6 miljoen mensen ontvluchtten Syrië.

In 2011 werkte Kanfash nog voor het vluchtelingenorgaan van de VN. “In een oorlog help je zoveel als je kunt. Dokters gaven gratis medische hulp, leraren bleven lesgeven, en als humanitair werker probeer je een organisatie op te zetten.” Langzamerhand kreeg dat meer vorm, en in 2013 was er een team bij elkaar gevonden: Damaan.

Damaan vestigde zich in Oost-Ghouta, een van de destijds door rebellen bezette gebieden. Omdat het regime die gebieden volledig afsloot, moest het team medische spullen, geld en voedsel ondergronds via tunnels en langs corrupte agenten smokkelen vanuit Damascus. Kanfash, die in Damascus woonde, kwam hierdoor in het vizier van de autoriteiten. Hij vluchtte in 2015 naar Nederland en greep de kans om Damaan ook in Nederland te registreren als stichting, zodat hij hier donaties en fondsen kon werven.

Harde werkelijkheid

Het team waarmee Kanfash in Syrië samenwerkte, bestond grotendeels uit medisch personeel; hijzelf en een aantal collega’s in Turkije bogen zich over de financiën, administratie en het sturen van geld. Het team ontwikkelde elf medische klinieken, die in totaal zestigduizend patiënten zouden ontvangen; ze gaven financiële steun aan vier scholen en verschillende boeren; hadden drie grote keukens tot hun beschikking, elf waterputten en ze zetten projecten op voor kinderen. Kanfash: “We gaven wat geld aan de eigenaar van een dierentuin zodat deze tien dagen lang open kon. We kochten wat extra vogels, gaven ze zelfs namen – het was geweldig! Maar toen werd het gebombardeerd”, zegt hij, nog altijd lachend.

Hij moet wel blijven lachen, zegt Kanfash, want wat kan hij anders? In april 2018 werd Damaan zelf een gericht doelwit van het regime, tijdens een twee maanden durende aanval om Oost-Ghouta over te nemen. Kanfash: “Ze wilden het dagelijkse leven verwoesten. Dus op één dag bombardeerden ze alle bakkerijen, de dag erna alle ngo’s, daarna ziekenhuizen, keukens.”

In de ogen van militairen is dit dan nog de meest humane optie, zegt Kanfash: “Je kan iedereen doden en het gebied overnemen, of je kan hun eerste levensbehoeften afnemen zodat ze zich overgeven.” Volgens Human Rights Watch bestond de strategie voor een groot deel uit nietsontziende aanvallen en werden er zelfs chemische wapens gebruikt; er vielen zeker 1600 doden.

De wereld is stil

Wat het team van Damaan overkwam, bewijst maar weer dat Syrië de gevaarlijkste plek ter wereld is voor medische professionals. Of Kanfash het niet vreemd vindt dat hij ondertussen veilig in Nederland zit? “Natuurlijk, maar ik heb niets aan een schuldgevoel. Ik kan beter mijn collega’s helpen om anderen te helpen.” Daarom probeert hij mensen aan deze kant van de wereld in actie te krijgen voor Syrië. Zo bracht hij recent nog 140 Syrische ngo’s in Idlib in direct contact met Nederlandse humanitaire organisaties. Als het Westen wil helpen, moeten we namelijk durven samenwerken, zegt Kanfash.

De opkomst van IS en de vluchtelingencrisis deden ertoe; maar miljoenen mensen die hulp nodig hebben zijn niet interessant genoeg

In februari schreef Kanfash een opiniestuk voor NRC Handelsblad, toen Idlib op brute wijze werd aangevallen door het regime. Hij begreep niets van de stilte vanuit het Westen over die aanval: “In drie maanden tijd raakten anderhalf miljoen mensen ontheemd – je hoorde er niets over. In diezelfde tijd kreeg de Britse koninklijke familie een nieuwe baby, dát was breaking news.”

Kanfash is boos, dat zeker, maar niet zozeer op de gemiddelde Nederlander – hij vindt het vooral hartverwarmend dat zijn artikel leidde tot donaties en steunbetuigingen. Het probleem is volgens hem dat de media alleen verslag doen van onderwerpen waar westerse politici stemmen mee kunnen winnen. “De eerste protesten tegen Assad waren in hun belang; de opkomst van IS en de vluchtelingencrisis deden ertoe; maar miljoenen mensen die simpelweg hulp nodig hebben, dat is niet interessant genoeg.”

“Mensen zeggen vaak dat alle ellende de schuld is van het regime. Natuurlijk, zij zijn de oorlog begonnen, maar het Westen beloofde de demonstranten te helpen, dat gaf hun hoop. Toen het geweld uitbrak gaven ze de rebellen wapens om mee te vechten, maar niets waarmee ze een schijn van kans maakten tegen bommen en tanks. En nu willen ze de schade niet repareren, dus praten ze er gewoon niet over. Sterker nog: ze leggen nieuwe sancties op.”

Uitdagingen stapelen zich op

Damaan krijgt steeds weer nieuwe uitdagingen te verduren: recent werden de eerste coronapatiënten vastgesteld in Idlib. Afstand houden is bijna onmogelijk. “Onze dokters en verplegers moeten zich óók daarop voorbereiden, boven op hun dagelijkse werk”, verzucht Kanfash. Bovendien wordt een van de twee routes waarlangs humanitaire hulp van Turkije naar Idlib wordt vervoerd, binnenkort gesloten.

Daarnaast is het een reëel risico dat Damaan opnieuw wordt aangevallen. Of Kanfash daar bang voor is? “Natuurlijk, maar angst weerhoudt onze dokters en verplegers er niet van om door te gaan. Niemand kan de held spelen en dit conflict oplossen. Maar we kunnen wel zorgen dat er vandaag weer een kind naar de dokter kan.”

liam-seskis-572659-unsplash

Mensen zijn geen stromen

De echte crisis wordt niet door vluchtelingen veroorzaakt, maar door media en politici.

Afbeelding1

‘Een vluchteling heeft niets te zeggen over integratie’

'Mensen willen niet dat buitenstaanders het systeem ter discussie stellen.'

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief