Toegang tot geneesmiddelen weer hoog op TRIPS agenda

05-07-2002
Door: OneWorld
Bron: Wemos

In paragraaf 6 van de Ministeriële Verklaring TRIPS en Volksgezondheid, die in november 2001 in Doha werd aangenomen, stond de afspraak dat het TRIPS council voor eind 2002 een oplossing voor dit probleem moet vinden. Landen zonder farmaceutische productiecapaciteit kunnen nu geen gebruik maken van de mogelijkheid om middels dwanglicenties aan lokale firma’s de geneesmiddelenprijs te verlagen.

De vraag ligt op tafel welke juridische constructies mogelijk zijn om te kunnen toestaan dat bijvoorbeeld Zambia goedkope, merkloze geneesmiddelen uit India importeert, ook ná 2005, wanneer India’s patentwetgeving geheel aan het TRIPS-verdrag is aangepast.

Voorstellen voor een oplossing zijn ingebracht door respectievelijk de Europese Commissie, de VS, een groep ontwikkelingslanden met een eigen industrie (Brazilië, India, Thailand e.a.) en een groep Afrikaanse landen.

De standpunten van de Europese Commissie en de VS zijn volgens NGO’s die op 24 juni een persconferentie hielden volstrekt geen goede basis voor een oplossing. Integendeel, de voorstellen beperken in feite de waarde van de Verklaring van Doha.

Wemos, Novib en Artsen zonder Grenzen pleitten voorafgaand aan het TRIPS council in brief aan staatssecretaris Ybema voor een duidelijke Nederlandse stellingname. Daarin spraken ze hun verontrusting uit over het voorstel dat de EU in het TRIPS council wilde gaan inbrengen. Dat voorstel leek de ontwikkelingslanden onnodig te gaan belemmeren in hun recht om volledig gebruik te maken van de ruimte die het TRIPS-verdrag biedt om volksgezondheid te beschermen. Wemos, Novib en Artsen Zonder grenzen pleiten voor voor een specifieke oplossing die de ontwikkelingslanden zonder eigen productiecapaciteit het snelst toegang tot essentiële medicijnen geeft en waarbij de zeggenschap over de oplossing ligt in het land waar de geneesmiddelen nodig zijn. De oplossing concentreert zich rond artikel 30 van het TRIPS verdrag. (Zie ook de notitie van Artsen Zonder Grenzen over artikel 30 en 31 van het TRIPS verdrag, in het Engels)

"Het standpunt dat de Europese Commissie nu voorstelt in te nemen in de TRIPS-raad wijkt af van het standpunt dat Nederland oorspronkelijk aannam. Wij hebben namelijk begrepen dat Nederland in eerste instantie aan de Europese Commissie heeft aangegeven een voorkeur te hebben voor een oplossing die gebaseerd is op artikel 30 van het TRIPS verdrag. Het is ons onduidelijk waarom het Europese standpunt niet in lijn is met het Nederlandse, en we zouden er bij u op willen aandringen een oplossing gebaseerd op artikel 30 actief te blijven nastreven, zowel in EU als in WTO verband.”

De Nederlandse overheid bleek in de Europese Unie al bezig te zijn met het promoten van deze oplossing. Toch is in het uiteindelijke voorstel van de Europese Commissie geen wijziging aangebracht in de hoofdlijn van het standpunt:
het blijft gebaseerd op artikel 31, in tegenstelling tot het Nederlandse standpunt – en in tegenstelling tot het NGO-standpunt en het standpunt van bijvoorbeeld Brazilië.

Zorgelijk signaal

In het TRIPS council zijn alle voorstellen besproken. Er zijn geen conclusies getrokken wat betreft de keuze tussen de diverse oplossingen, want het TRIPS-council zet zijn werk deze zomer en in het najaar nog voort. Van collega-NGO’s heeft Wemos echter begrepen dat er in de vergadering veel gesproken is over voorwaarden en procedures waaraan landen zonder eigen farmaceutische industrie zouden moeten voldoen. Dit signaal is zorgelijk, want het zou goed kunnen betekenen dat de oplossing die men gaat kiezen totaal niet zal werken in de praktijk.

Interessante leestip voor degenen die zich in de technische achtergronden wil verdiepen: een nieuw rapport van de WHO over de wijze waarop de resultaten van Doha kunnen worden uitgewerkt: www.who.int/medicines

Wemos
Artsen Zonder Grenzen
Artsen Zonder Grenzen

Reacties