Tien jaar democratie in Zuid-Afrika

20-04-2004 Bron: NiZA Informatie maart 2004, jaargang 8, nr 1

Beschreven Nederlandse media Zuid-Afrika de eerste jaren na 1994 vooral als schoolvoorbeeld van vreedzame omwenteling en als regenboognatie, inmiddels heeft de berichtgeving een meer zorgelijke toon: geweld, aids, werkeloosheid, armoede en Zimbabwe zijn de belangrijkste thema’s waarmee Zuid-Afrika het Nederlandse nieuws haalt. Minnie reageert: ‘Er zijn inderdaad gigantische problemen: dertig tot vijftig procent van de beroepsbevolking is werkeloos; vijf miljoen mensen dragen het HIV-virus en president Mbeki’s houding jegens het Zimbabwe van Mugabe is zeer controversieel.’
Luisteren naar oppositie Maar Minnie wijst ook op de andere kant van de medaille. Ze noemt de aankomende algemene verkiezingen waarbij het ANC afstevent op een absolute meerderheid. ‘Het ANC heeft te veel succes en wordt daarom te machtig. Ze hoeft zich niets aan te trekken van politieke en maatschappelijke tegenstanders. Maar dat kan hun grootste probleem worden.’ Ze maakt een vergelijking met Zimbabwe: ‘De regering van ZANU-PF zat de eerste tien jaar na de onafhankelijkheid zo stevig in het zadel, dat ze de oppositie gewoon kon negeren. De partij was compleet verrast dat ze in 1999 het referendum over grondwetswijzigingen verloor.’ Het ANC moet hiervoor oppassen, vindt Minnie. ‘De georganiseerde oppositie heeft enorme kritiek geleverd op het aidsbeleid van de regering, maar het ANC luisterde nauwelijks. In de townships groeit de onvrede over het strenge beleid om nutsvoorzieningen te privatiseren. Veel mensen zitten al weer zonder water of telefoon, omdat ze de prijsverhogingen niet kunnen betalen. Daar aan de basis zit de echte oppositie voor het ANC. Hoe de partij met hen omgaat, wordt cruciaal. De komende tien jaar vormen dus pas de echte test voor Zuid-Afrika.’

Levendige democratie
Maar er is in het laatste decennium ook veel vooruitgang geboekt, vindt Minnie. ‘Het dagelijks leven van veel mensen is werkelijk verbeterd: ze hebben voor het eerst een behoorlijk dak boven hun hoofd, er is schoon water en elektriciteit in de buurt. Binnen dertig minuten kan iedereen bij een telefoonpaal komen. Dit resultaat is ongekend in vergelijking met de buurlanden. Daar mag het ANC (de grootste regeringspartij van het land, red) terecht trots op zijn.’ Ook prijst Minnie de kracht van het democratische stelsel van Zuid-Afrika: ‘De tegenstanders van de apartheid vochten voor een democratisch Zuid-Afrika waarin democratie meer betekent dan je stem uitbrengen bij een verkiezing. Dat is gelukt. Het parlement staat open voor iedereen. Mensen kunnen in een vroeg stadium via openbare hoorzittingen met parlementsleden discussiëren over wetsvoorstellen. Het parlement is zeer actief en voert hevige debatten.’

Luisteren naar oppositie
Maar Minnie wijst ook op de andere kant van de medaille. Ze noemt de aankomende algemene verkiezingen waarbij het ANC afstevent op een absolute meerderheid. ‘Het ANC heeft te veel succes en wordt daarom te machtig. Ze hoeft zich niets aan te trekken van politieke en maatschappelijke tegenstanders. Maar dat kan hun grootste probleem worden.’ Ze maakt een vergelijking met Zimbabwe: ‘De regering van ZANU-PF zat de eerste tien jaar na de onafhankelijkheid zo stevig in het zadel, dat ze de oppositie gewoon kon negeren. De partij was compleet verrast dat ze in 1999 het referendum over grondwetswijzigingen verloor.’ Het ANC moet hiervoor oppassen, vindt Minnie. ‘De georganiseerde oppositie heeft enorme kritiek geleverd op het aidsbeleid van de regering, maar het ANC luisterde nauwelijks. In de townships groeit de onvrede over het strenge beleid om nutsvoorzieningen te privatiseren. Veel mensen zitten al weer zonder water of telefoon, omdat ze de prijsverhogingen niet kunnen betalen. Daar aan de basis zit de echte oppositie voor het ANC. Hoe de partij met hen omgaat, wordt cruciaal. De komende tien jaar vormen dus pas de echte test voor Zuid-Afrika.’

Nederlands instituut voor Zuidelijk Afrika

Reacties