Regeringen doen hun belofte van een wereldorde gebaseerd op mensenrechten geweld aan

25-05-2005

Uit het jaarboek blijkt dat voor veel regeringen 2004 in het teken heeft gestaan van terrorismebestrijding, vaak ten koste van naleving van mensenrechten. Het gebruik van buitensporig geweld tegen burgers in Oezbekistan is daarvan het meest recente voorbeeld. Daarbij besteedt het jaarboek nog nauwelijks aandacht aan allerlei maatregelen tegen terrorisme die in voorbereiding zijn, zoals in Nederland. 'Een van die beoogde maatregelen: de toekomstige strafbaarstelling van "het verheerlijken of vergoelijken van ernstige terroristische misdrijven" (apologie) zou een ernstige inbreuk op de vrijheid van meningsuiting kunnen betekenen', zo zegt Amnesty International.

Regeringen en gewapende groepen
De nieuwe internationale veiligheidsagenda leidt ertoe dat duizenden mensen in humanitaire crises en conflicten, vergeten worden. Regeringen falen bij het beschermen van hun mensenrechten. Gewapende groepen hebben nieuwe dieptepunten van gewelddadigheid bereikt.

In Darfur, was de Soedanese regering verantwoordelijk voor een mensenrechtencatastrofe en deed de internationale gemeenschap te weinig, te laat, met ernstige gevolgen voor honderdduizenden.

In Haïti veroverden verantwoordelijken voor ernstige mensenrechtenschendingen opnieuw machtsposities. In de Democratische Republiek Congo was er geen effectieve reactie op de systematische verkrachting van tienduizenden vrouwen, kinderen en zelfs baby's. Ondanks verkiezingen glijdt Afghanistan weg in een neerwaartse spiraal van wetteloosheid en instabiliteit. Hetzelfde geldt voor Irak.

Tsjetsjeense vrouwen werden gemarteld, verkracht en seksueel misbruikt door Russische soldaten. De regering van Zimbabwe manipuleert voedseltekorten om politieke redenen.

Gewapende groepen bereikten nieuwe dieptepunten van onmenselijkheid. Het onthoofden van gevangenen in Irak; de gijzeling van duizend mensen, waaronder honderden kinderen in Beslan; en de dood van bijna tweehonderd forenzen bij aanslagen in Madrid, schokten de wereld.

'Vier jaar na 9/11 is de belofte van regeringen om de wereld veiliger te maken hol gebleken', aldus Amnesty International.

In de Verenigde Staten bestaat er, ondanks het gebruik van woorden als "gerechtigheid" en "vrijheid", een groot gat tussen worden en daden. De beste illustratie hiervan is de onwil om een volledig en onafhankelijk onderzoek te starten naar de marteling en mishandeling van gevangenen door Amerikaanse soldaten in Abu Graib en met name naar de verantwoordelijkheid van hooggeplaatste militairen en politici.

Zeer schadelijk waren ook de pogingen van de Amerikaanse regering om het absolute verbod op marteling te relativeren, waarbij termen als "environmental manipulation", "stress positions" en "sensory manipulation" de harde werkelijkheid moesten verbloemen.

De Verenigde Staten zet als de economische, politieke en militaire supermacht, de toon voor het gedrag van regeringen wereldwijd. 'Als het machtigste land te wereld zijn neus ophaalt voor de rechtstaat en voor mensenrechten, lijkt dit een vrijbrief voor andere landen om mensenrechten te schenden zonder daarvoor bestraft te worden', zo zegt Amnesty International.

Nederland
Hoewel er in het Jaarboek 2005 geen aparte aandacht aan wordt besteed, gelden de zorgen van Amnesty ook Nederland. Amnesty wijst erop dat in Nederland vergaande antiterrorismemaatregelen in voorbereiding zijn. Zo kondigde de Nederlandse regering begin 2005 aan 'het verheerlijken of vergoelijken van ernstige terroristische misdrijven' (apologie) strafbaar te willen gaan stellen. Die aankondiging is in strijd met een mededeling van de regering aan de Raad van Europa in 2003: ' "vergoelijking van terrorisme"is momenteel geen specifiek misdrijf, noch wordt het creëren van zo'n misdrijf voorzien aangezien zulks een ernstige inbreuk op de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting zou opleveren'. De vrijheid van meningsuiting wordt internationaal onder meer gegarandeerd in artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake Burger-en Politieke Rechten (IVBPR) en in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De toezichthoudende organen bij genoemde verdragen, zoals het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, hebben altijd hoge eisen gesteld aan rechtmatige inperkingen van de vrijheid van meningsuiting. "Het is verre van uitgesloten dat Nederlandse strafbaarstelling van apologie, die met name gericht zal zijn op vergoelijken van reeds gepleegde misdrijven, bij internationale toezichthouders zal sneuvelen", aldus Amnesty International. "De regering zal moeilijk kunnen volhouden dat zulke strafbaarstelling noodzakelijk is voor handhaving van de openbare orde of ter voorkoming van misdrijven, als niet het oproepen tot toekomstig geweld maar juist het vergoelijken van reeds gepleegd geweld onder een apologieverbod gaat vallen. Het wezen van het recht op vrije meningsuiting is de bescherming van meningen die de overheid of de meerderheid van een bevolking niet welgevallig zijn. Een apologieverbod tast al gauw de kern van dit recht aan".

In september 2004 kondigde de Nederlandse regering aan voorlopige hechtenis van personen verdacht van terrorisme makkelijker te willen maken. De wetsvoorstellen zouden er onder ander toe kunnen leiden dat personen verdacht van terrorisme op veel lichtere gronden dan nu mogelijk is in voorlopige hechtenis kunnen worden gehouden, terwijl de lengte van de voorlopige hechtenis tot meer dan twee jaar zou kunnen oplopen. Als deze voorstellen wet worden zal de kans aanzienlijk toenemen dat onschuldigen langdurig en onterecht aan vrijheidsontneming worden onderworpen.

Cijfers wereldwijde schendingen
Het Jaarboek meldt mensenrechtenschendingen uit 2004. Wereldwijd 'verdwenen' mensen in ten minste 10 landen en zaten in 32 landen gewetensgevangenen vast. Marteling en mishandeling door veiligheidstroepen, politie en andere autoriteiten maakte in ten minste 95 landen slachtoffers.

De doodstraf werd in 51 landen uitgesproken en in 25 landen daadwerkelijk ten uitvoer gebracht. In minimaal 38 landen werden mensen gevangen gezet zonder aanklacht of proces, waarvan in ten minste 10 landen sprake is van detentie op een geheime locatie.

In ieder geval in 12 landen werden mensenrechten geschonden onder antiterrorisme wetgeving. In eveneens ten minste 12 landen waren verdachten het slachtoffer van marteling of mishandeling in de context van de "War on Terror".

Ook gewapende groeperingen begingen ernstige inbreuken op de rechten van de mens. In ten minste 25 landen was sprake van moord en ander geweld door gewapende groeperingen. In minimaal 9 landen was sprake van marteling en mishandeling van gevangenen en in 16 landen van gijzeling en kidnapping door zulke groeperingen.

Goed nieuws
Tal van gewetensgevangenen kwamen in 2004 vrij, mede door acties van Amnesty International. De Cubaanse journalist Jorge Oliveira Castilo werd in maart 2003 veroordeeld tot 18 jaargevangenisstraf voor zijn bijdrage aan een onafhankelijk tijdschrift. Hij werd begin december 2004 vrijgelaten.

De Iraanse Afsaneh Norouzi heeft 7 jaar in de dodencel gezeten wegens moord op een politieagent in 1997. Ze heeft altijd verklaard de man uit zelfverdediging te hebben gedood, omdat hij probeerde haar te verkrachten. In augustus 2004, na wereldwijde actie voor Norouzi, werd de executie uitgesteld. In januari 2005 werd duidelijk dat de executie van Norouzi definitief was afgewend.

Positief waren ook uitspraken van het Amerikaanse Hooggerechtshof dat de Guantanamo Bay-gevangenen recht hebben op rechterlijke toetsing van hun detentie en van de Britse Law Lords dat het voor onbepaalde tijd vasthouden zonder aanklacht of proces van personen verdacht van terrorisme onwettig is.

*) Het Amnesty International Jaarboek 2005 documenteert mensenrechtenschendingen in 2004.

Amnesty Jaarboek 2005

Reacties