Armoede bestrijden met aardappelteelt

07-04-2005
Door: Agriterra

Sander Giessen en Gerard Vossen zijn begin maart in de democratische republiek Congo-Kinshasa (vroeger Zaïre) geweest om hun collega's in dit Afrikaanse land te helpen bij de teelt en vermarkting van aardappelen. De twee Noord-Hollandse akkerbouwers werden uitgezonden namens Agriterra en landbouworganisatie LTO Noord. Drie jaar geleden zijn Nederlandse pootgoedrassen uitgeplant in het oostelijke deel van Congo-Kinshasa. Maar tegen alle verwachtingen in bleven de opbrengsten achter. "Om eerlijk te zijn, zagen die aardappelen er niet uit. En uiterlijk is een belangrijke eigenschap als je je product wilt vermarkten." De problemen waren onder meer een gevolg van de aanhoudende droogte.

Het project van Agriterra in Kongo-Kinshasa wil de boerenorganisatie SYDIP onder meer helpen bij de hele aardappelketen, dus van vermeerdering van het pootgoed tot aan de afzet. SYDIP is een LTO-achtige organisatie die via diverse vakgroepen de Kongolese boeren ondersteunt.
Allereerst hebben de Nederlandse akkerbouwers gekeken naar teelttechnische aspecten, zoals de perceelkeuze. "Wat voor ziektes zitten in de grond, wat voor bemesting heb je", legt Giessen uit. Ander aspect was de bewaring van de aardappelen na de oogst. Al gauw kwamen ze tot de conclusie dat de Congolese akkerbouwers moesten leren om vraaggericht te telen. Ook zaken als het tijdig regelen van transport naar de afnemer kwamen aan de orde. Het potentieel voor een grote landbouwkundige productie is in het land ruimschoots aanwezig. Doordat de infrastructuur slecht is, worden de producten nauwelijks uitgevoerd en het voedsel komt moeizaam van het platteland naar de steden.
Bij de vermarkting werd de aandacht gevestigd op de presentatie van de aardappelen. "Ze stopten de aardappelen in plastic zakken, met als gevolg dat ze in de warmte veel kwaliteit verloren." Giessen en Vossen hebben de Congolese akkerbouwers laten zien dat bewaring in houten kratten beter is. "De wind waait er door, dan blijft het product langer goed."

Belangrijk is voor hen dat ze niet als de alwetende westerling overkomen. "We zeiden steeds tegen hen: geloof ons niet op ons woord, maar probeer het zelf uit. Kijk met je eigen ogen wat je ziet."
Het bezoek aan zijn Congolese akkerbouwers was blikverruimend, vindt Giessen. "Ik mag graag relativeren. De Nederlandse akkerbouw heeft een slecht jaar achter de rug. Maar vergeleken met de situatie in Congo mogen wij niet klagen. Toch leeft men daar veel relaxter dan hier. Men leeft meer bij de dag."
Werken in Afrika was niet nieuw voor Giessen. "Ik ken Afrika een beetje. Ik heb namelijk in Mozambique gewerkt met lokale coöperaties." Bovendien trok dit project hem sterk aan vanwege het onderwerp: de aardappelteelt. "Boer helpt boer", zegt hij lachend. Bijkomend voordeel is nog dat hij vloeiend Frans spreekt, omdat zijn vrouw Française is.
"Dan komt alles samen."

Fenneke Wiepkema
Medewerker Nieuwsredactie Agriterra

Reacties