Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Wie weet sta ik over een paar jaar wel op een geweldige locatie mijn eigen ‘homobruiloft’ te vieren. Van mij zou dat allemaal niet zo groots hoeven, het belangrijkste is dat er veel en lekker eten is, goede muziek en dat onze geliefden erbij zijn als ‘our big fat homohuwelijk’ voltrokken wordt.

Maar naast alle gebruikelijke stress die bij de planning van zo’n evenement komt kijken, moeten mijn vriendin en ik ons als ‘homokoppel’ straks extra zorgen maken, lees ik in dit artikel (geschreven door een vrouw met een mannelijke echtgenoot). Want hoe moet dat nou vooraf met de normaliter strikt gescheiden vrijgezellenfeestjes? Wie wacht er eigenlijk op wie bij het altaar? En wie gaat er in pak en wie in een jurk of – en dit is écht wild – bepalen we gewoon helemaal zelf wat we aantrekken? Help, wat een dilemma’s.

Tenenkrommend

Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat mensen als ik voor het eerst wettelijk mochten trouwen met de persoon van wie ze houden. Dat klinkt eigenlijk eerder verdrietig dan feestelijk. Vooral als je bedenkt dat gelijke behandeling en het discriminatieverbod op welke grond dan ook al in 1983 in de grondwet is vastgelegd.

Het was niet alleen in ons land, maar wereldwijd de eerste keer dat twee mannen en twee vrouwen elkaar voor de wet het ja-woord gaven. Sindsdien staan kranten en media stil bij elk jubileum van het eerste ‘homo-echtpaar’. ‘Tien jaar homohuwelijk in beeld’, kopte het Parool bijvoorbeeld in 2011. En: ‘Eerste homohuwelijk tien jaar geleden’ (RTL) of ‘Amsterdam viert tien jaar homohuwelijk’ (AD).

Dat veelgebruikte maar tenenkrommende woord ‘homohuwelijk’ stond in 1998 al als kop in de krant om de eerste ‘geregistreerde partnerschappen tussen mensen van gelijk geslacht’ (dat werd toen pas mogelijk) aan te kondigen. ‘Homohuwelijk’ werd de handige en vooral bondige manier om duidelijk te maken dat homo’s (en biseksuele/panseksuele/queer mensen, maar daar werd vast niet over nagedacht en dat was natuurlijk veel te lang) ook graag wilden trouwen.

Ironisch genoeg is de term ‘homohuwelijk’ juist uitsluitend, en ook nog eens onjuist

Ironisch genoeg is ‘homohuwelijk’ geen emancipatoir maar juist een uitsluitend woord, en ook nog eens pertinent onjuist. Wat er namelijk gebeurde op 1 april 2001, was dat het burgerhuwelijk werd opengesteld voor mensen van hetzelfde geslacht. Met andere woorden: eerst mochten nadrukkelijk alleen vrouwen met mannen trouwen, nu ook vrouwen met vrouwen en mannen met mannen.

Alle rechten en plichten die bij een huwelijk komen kijken – kortgezegd: je mag elkaars achternaam gebruiken, je bent niet verplicht te getuigen in een rechtszaak tegen je echtgenoot, je hebt elkaars toestemming nodig voor bepaalde beslissingen (zoals de verkoop van een huis dat je samen bezit), je bent verplicht elkaar te onderhouden, je bent automatisch elkaars wettige erfgenaam en je hebt recht op een nabestaandenpensioen als de ander overlijdt – gelden sinds twintig jaar dus niet meer uitsluitend voor man-vrouwkoppels, maar ook voor vrouwen en mannen die getrouwd zijn met iemand van hun eigen geslacht.

Er is dus feitelijk geen ‘huwelijk voor homo’s’; er is maar één burgerlijk huwelijk. Het ‘homohuwelijk’ als aparte categorie bestaat juridisch gezien helemaal niet (tot grote spijt van de SGP, die in haar partijprogramma pleitte voor afschaffing van dit sprookjesfenomeen). Door de term toch continu te blijven gebruiken, versterken we het hardnekkige en onjuiste idee dat een huwelijk tussen twee mannen of twee vrouwen een ‘afwijkend’ huwelijk is. Geen volwaardig huwelijk, maar een aparte subcategorie daarvan. Een aftreksel van het échte, officiële huwelijk.

Vrouwen die trouwen

De term doet dus het tegenovergestelde van de gelijkheid die de openstelling van het huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht ons gebracht heeft. (Al zijn er rechten, zoals automatisch juridische ouders worden van je kind, die nog uitblijven voor getrouwde stellen van gelijk geslacht.)

Dat is op z’n minst onlogisch. Er zijn andere landen waar alternatieven gebezigd worden die zich juist wel richten op die gelijkheid, zoals in de VS: ‘marriage equality’. Of in Duitsland, waar vier jaar geleden (!) eindelijk ‘Ehe für alle’ (huwelijk voor iedereen) werd ingevoerd. Frankrijk stelde in 2013 het huwelijk open voor niet-hetero’s met de wet ‘mariage pour tous’. De Nederlandse equivalenten ‘huwelijksgelijkheid’, ‘huwelijk voor iedereen’ of ‘trouwgelijkheid’ (voor die laatste pleitte Hilbrand Bonthuis al eens in de Gaykrant) leveren nauwelijks Google-hits op. Na twintig jaar huwelijksgelijkheid is het onderhand tijd om ook in ons taalgebruik méé te bewegen met de emancipatie in plaats van die af te remmen.

Noem het wat het is: gewoon, een huwelijk tussen mensen die hun liefde willen bezegelen

Dus, wanneer het echt nodig is om het geslacht van de echtgenoten (in spé) te benoemen: omschrijf dan wat je bedoelt. Dat hoeft helemaal niet geforceerd of moeilijk te zijn. ‘Twee vrouwen die trouwen’, bijvoorbeeld (rijmt ook nog), of: ‘Jan en Jaap stappen in het huwelijksbootje’. Of: ‘niet-hetero’s die elkaar het ja-woord geven’. In alle andere gevallen: noem het wat het is. Gewoon, een huwelijk. Tussen mensen die graag hun liefde willen bezegelen.

Young same sex couple adoringly smile at their baby boy

Waarom moeten seksuele rechten eigenlijk in de Grondwet?

Discriminatie op basis van seksualiteit was toch al bij wet verboden?

Desiree Maes 2

Roze Advocaat Desiree Maes: ‘Ik hoop dat ik overbodig word’

Lhbti'ers met een kind moeten soms wel anderhalf jaar wachten op hun ouderlijke rechten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Chef redactie

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief