Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Een van de bekendste tekeningen uit de geschiedenis van het schedelmeten komt uit Nederland. De tekening, gemaakt aan het eind van de achttiende eeuw, laat stereotype gezichten zien, geordend naar kenmerken: van orang-oetan naar zwarte man naar Aziatische man naar Europese man naar de Apollo van Belvedère, een antiek Grieks beeld dat nu in het Vaticaan staat.

Petrus Camper wilde met zijn tekening aantonen dat zwarte mensen daadwerkelijk mensen zijn: hij liet zien dat de verschillen tussen de aap en de zwarte man veel groter waren dan die tussen de witte en de zwarte man. Maar, niet geheel verrassend, vond het publiek het verschil tussen witte en zwarte gezichten veel interessanter dan Campers beoogde: zijn tekeningen werden nog zeker een eeuw lang gereproduceerd om slavernij en racisme te rechtvaardigen.

Dit is oude, bekende geschiedenis. Maar helaas niet voor de man die de nalatenschap van Camper beheert, een verzameling mensenresten uit de hele wereld, die Camper via zijn koloniale netwerk heeft vergaard. Rolf ter Sluis, curator van het Groningse Universiteitsmuseum, meent dat Campers verzameling mensenrechten “geen koloniale connotatie” heeft. “Het heeft niets te maken met imperialisme,” vertelde hij aan Vrij Nederland.

Het is een mooi staaltje witte onschuld, om met Gloria Wekker te spreken – het niet-weten en geen-weet-willen-hebben van de geschiedenis van racisme en de relatie daarvan tot Nederland. Juist datgene wat Camper in de internationale geschiedenisboeken deed belanden, is uitgewist aan de universiteit waar de man les gaf. Dat is best knap.

Waarschijnlijk was Camper daar wel blij mee geweest, gezien de bedoeling die hij met zijn onderzoek had. Maar het effect dat hij tegen wil en dank sorteerde was weinig verrassend, gezien de tekeningen die hij produceerde. Bedoelingen zijn leuk en aardig, maar het effect van je daden en uitspraken zijn uiteindelijk belangrijker dan je intenties.

Dat geldt niet alleen voor de wetenschap van 250 jaar geleden, maar ook voor de hedendaagse. Ik moet de eerste onderzoeker die racisme expliciet wil bevorderen nog tegenkomen, maar in het debat over IQ en ras dat de afgelopen maanden oplaaide viel vooral op hoeveel wetenschappers ‘ras’ behandelden als een biologisch gegeven; het debat ging vooral over het nut van IQ als biologisch deterministisch meetmiddel.

Alleen: ras is geen biologisch feit; het is een constant sociaal proces van indeling van mensen. Wie er zwart is en wie niet, en vooral wie er wit is en wie niet, verandert van plaats tot plaats en in de tijd. De raciale positie van Joodse mensen is daar een goed voorbeeld van: vaak zijn zij niet als Joods herkend, of zelfs geclaimd als wit –als onderdeel van een fictieve Joods-Christelijke traditie, bijvoorbeeld. Maar ook elders kunnen we dit zien: Duitsers werden aan het begin van de twintigste eeuw nog wel als ‘half-Aziatische barbaren’ gezien, Ieren werden lange tijd als minderwaardig ras gezien in Engeland, terwijl Zuid-Europese arbeiders in Nederland in de jaren zestig ook niet vanzelfsprekend als ‘wit’ werden onthaald.

Kortom: op welke manier mensen in rassen worden onderverdeeld is een keuze. Die keuzes zijn ingegeven door een historie – net als Camper in de achttiende eeuw deed, zijn wij steeds geneigd om de wereld in te delen in zwart, wit en Aziatisch – en keren constant terug in ons denken; ook wanneer er DNA, genetica en andere biologische wetenschap bij komt kijken, zoals professor Amade M’Charek liet zien bij De Correspondent. Waarom gebruiken wij bijvoorbeeld ras als indicator voor sikkelcelziekte, terwijl die ziekte een genetische aanpassing is die zich overal voordoet waar malaria voorkomt? Zeker in sommige gebieden in Afrika, maar ook in streken in Azië en Zuid-Europa.

Waarom gebruiken wij ras als indicator voor sikkelcelziekte, terwijl die ziekte een genetische aanpassing is die zich overal voordoet waar malaria is?

Toch wordt sikkelcelziekte verbonden aan ras: dat is de manier waarop wij zijn gaan nadenken over mensen, en hoe we groepsverschillen poneren. Dat is ook precies wat Camper deed: de indeling van het menselijke ras in uiteenlopende groepen was voor hem een gegeven, de vraag was alleen waar de onderlinge verschillen precies uit bestonden. En al zijn goede bedoelingen ten spijt: diezelfde zoektocht naar verschillen werd later gebruikt om racisme, slavernij en genocide te rechtvaardigen. Campers zoektocht vormde de basis van veel latere maatschappelijke indelingen, die we nog steeds terugzien in de alledaagse, materiële gevolgen van racisme.

Het gemak waarmee racisme als dagelijkse realiteit terugkeert, is een teken dat we die geschiedenis nog steeds niet goed hebben doorgrond. ‘Ras’ is geen biologisch gegeven en de manier waarop wij mensen indelen is fictief – en het klakkeloos overnemen van die categorieën in wetenschappelijk genetisch of biologisch onderzoek verankert de daaruit voortkomende racistische praktijk in de samenleving. En dat wetenschappers die dagelijks met raciale categorieën werken dat niet doorhebben, leidt alleen maar tot meer onheil. Daar verhelpen goede bedoelingen niets aan.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Sander-Philipse

Sander Philipse

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)