Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Twee weken geleden weigerde een McDonald’s in Gelderland een vrouw aan te nemen omdat ze een hoofddoek droeg. Het argument: McDonald’s wil neutraliteit uitstralen. De ‘gewone’ Nederlander mag natuurlijk niet het idee krijgen dat zijn lopende-bandhamburger door een moslima is aangeraakt.

Zulke discriminatie moet alomtegenwoordig zijn, alleen al omdat hij door een breed deel van de bevolking zo makkelijk wordt geaccepteerd. Af en toe komt het in het nieuws, zoals toen de Rotterdamse politie werknemer Sarah Izat verbood een hoofddoek te dragen, en zij dat met beperkt succes aanvocht. Maar vaker blijft het uit het nieuws, zoals in het geval van Geronimo Matulessy, die op Twitter zijn ervaringen met racisme op de redactie van dagblad Trouw deelde, en meteen vertelde dat hij een toekomst in de journalistiek nu kan vergeten.

Deze ervaringen staan niet op zich. Onderzoek na onderzoek na onderzoek heeft aangetoond dat mensen van kleur en moslims structureel gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. Afgelopen zomer bleek zelfs dat werkgevers een strafblad minder problematisch vinden dan een achternaam die hen niet aan witte Europeanen doet denken.

Materiële ongelijkheid

Vaak gaat het bij de discussie over racisme over gevoelens, over de emotionele gevolgen van alledaagse en structurele drempels die worden opgeworpen voor mensen van kleur in Nederland. Die zijn belangrijk, maar daardoor raken dit soort materiële gevolgen van racisme ondergesneeuwd, ook omdat witte Nederlandse commentatoren het bij beschuldigingen van racisme vooral over hun eigen gevoelens en bedoelingen willen hebben.

Het is natuurlijk een stuk makkelijker om te ontkennen dat je iets racistisch wilde zeggen of wat je zei emotionele gevolgen voor anderen had, dan om koude cijfers over inkomen en arbeid te negeren. Want die werpen een schril licht op de verdeling in Nederland. Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.

En dat gapende gat betreft alleen nog inkomen uit salaris, en laat vermogen en de daaruit voortvloeiende revenuen buiten schot – want die data hebben we niet. Om Robin Fransman te citeren: “elke conclusie dat het in Nederland wel meevalt met de ongelijkheid” is niet op statistiek gebaseerd.

Socialistische heilstaat

We kunnen wel wat schattingen maken. Met een besteedbaar inkomen van 25.500 euro per jaar is het veel makkelijker om vermogen op te bouwen dan met 18.200 euro per jaar. En een middenklasse gezin dat in 1985 een huis kocht, staat er nu waarschijnlijk een stuk beter voor dan een familie die al die tijd van (sociale) huur afhankelijk is geweest – en die eerste zal een stuk vaker wit dan Marokkaans-Nederlands zijn.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat alle witte mensen het goed hebben, financieel gezien. Dat is natuurlijk onzin, de socialistische heilstaat is ook voor witte Nederlanders niet bepaald in zicht. Maar ongelijkheid loopt ook langs raciale, etnische, gender- en religieuze lijnen, met hedendaagse en ook historische oorzaken. Zo zijn Turkse en Marokkaanse Nederlanders veelal in dit land omdat bedrijven lagere lonen wilden betalen, en wij dit grotendeels wel best vonden, zolang witte Nederlanders maar beter betaald werden voor hun werk.

We kunnen vergelijkbare verhalen vertellen over iedere niet-witte bevolkingsgroep in Nederland, en over de historische verdeling van welvaart. In de Nederlandse koloniën implementeerden we raciaal gebonden hierarchieën, met bijbehorende welvaartsverdelingen. Koloniën waren dan wel onderdeel van het Nederlandse rijk, de niet-witte inwoners ervan zagen wij vooral als uit te buiten hulpbron, of lastig obstakel.

Historische weerklank

Mensen van kleur hadden maar heel beperkt toegang tot de Europese Nederlanden en investeringen, al is het maar omdat zij geen toegang tot kapitaal hadden. Toen zij in golven naar Nederland kwamen – vooral na de onafhankelijkheid van Indonesië (1945) en Suriname (1975) – werden zij gesegregeerd, aan racistisch en bevoogdend beleid onderworpen, gediscrimineerd op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven, zoals onder meer Philomena Essed duidelijk maakte.

Maar ook vandaag de dag maken wij vergelijkbaar verschil. Er worden periodiek pogingen gedaan om mensen uit Bonaire, St. Eustatius of Saba de toegang tot Nederland te ontzeggen. En hoe schraal de Nederlandse bijstand ook mag zijn, het is stukken beter dan de 90 dollar onderstand die je op die drie eilanden in 2015 kon verwachten als je geen inkomen had.

Zulk beleid is een gevolg van een historie waarin we mensen van kleur voornamelijk als ondergeschikt hebben behandeld. Een historie die materiële vorm kreeg door slavernij, kolonialisme en uitbuiting. Die historie vindt haar weerklank in materiële en immateriële verhoudingen in de hedendaagse Nederlandse maatschappij. En om die ongelijkheid te repareren, moeten we zowel de historische als het hedendaagse racisme confronteren.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
Sander-Philipse

Sander Philipse

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Profielpagina

Advertentie

banneralleppo