‘Maar waar kom je écht vandaan?’ Het is een vraag die vrijwel iedere geadopteerde1van kleur direct zal herkennen. Voor geadopteerden is deze vraag niet alleen ongemakkelijk – omdat het een vraag is waar veel van hen geen antwoord op hebben –, maar ook kwalijk, omdat de vraag ervan uitgaat dat je als persoon van kleur geen echte Nederlander bent.

Wij geadopteerden van kleur doen er daarom goed aan om ons niet alleen bezig te houden met de eerste vraag – door naar antwoorden te zoeken in afkomst en culturele roots. We zouden ook over dat laatste na moeten denken: wat betekent het voor ons om te leven in een land waar de witte norm domineert?

Ook geadopteerden van kleur ervaren racisme

Net als niet-geadopteerde mensen van kleur, krijgen ook wij te maken met racisme. Het kan gaan om alledaags racisme, zoals een provocerend ‘ni hao’ van een voorbijganger, of – voor de zoveelste keer – de vraag waar ik ‘écht vandaan kom’. Andere gevallen zijn ernstiger, gewelddadig zelfs. Denk aan de onschuldige Rubens Grouwels, die op Koningsnacht 2019 na etnische profilering werd neergeschoten door de politie, waar hij blijvend letsel aan overhield. Een ‘persoonsverwisseling’, noemde het OM het. Of denk aan de dood van Tomy (eigenlijk Tony2)Holten in maart dit jaar, waarschijnlijk als gevolg van een gewelddadige arrestatie. Holten is ‘misschien wel onze George Floyd’, zo stelt Controle Alt Delete. Dat beiden ook geadopteerden zijn, weten waarschijnlijk maar weinig mensen.

Ik kon ervaringen van racisme niet delen met mijn witte omgeving, die het zelf niet meemaakte

Maar anders dan de meeste niet-geadopteerde mensen van kleur, groeien geadopteerden van kleur vaak op in een witte omgeving. Niet alleen onze sociale omgeving buitenshuis is wit, de families waarin we opgroeien meestal ook. De impact daarvan is ingrijpender dan in eerste instantie misschien lijkt.

Gebrek aan herkenning in een witte omgeving

Thuis, op school of onder vrienden was ik altijd degene die anders was. Rolmodellen met hetzelfde uiterlijk of dezelfde achtergrond had ik in mijn directe omgeving niet. Wel heb ik mijn hele basisschooltijd het liedje Hanky Panky Shanghai moeten aanhoren. Bovendien kon ik weinig ervaringen van racisme delen met mijn witte omgeving, die zelf nooit racisme had meegemaakt. Van hen leerde ik dat racisme vooral iets abstracts uit het nieuws was, waardoor ik mijn eigen ervaringen vaak niet als racisme herkende.

sioejeng

Chinees-Nederlandse jongeren pikken racisme niet meer

Het tijdperk van ‘Hanky Panky Shanghai’ is voorbij.

Nog altijd hoor ik andere geadopteerden over micro-agressies praten zonder racisme bij naam te noemen, bijvoorbeeld als we het hebben over de racistische ‘grapjes’ waarmee we regelmatig geconfronteerd worden. Het gebrek aan zowel herkenning van jezelf in een witte omgeving, als herkenning van racisme door die omgeving, resulteert in een sluimerend aanwezig gevoel van eenzaamheid en schaamte voor jezelf, je uiterlijk en je identiteit.

In onze maatschappij wordt racisme nog te vaak afgedaan als overgevoeligheid van het slachtoffer. Gevoel mag je niet tonen, wil je als slachtoffer serieus genomen worden. Daardoor krijgen gevoelens zoals eenzaamheid en schaamte weinig erkenning. Aandacht voor de impact van racisme op de mentale gezondheid van mensen van kleur lijkt er pas sinds enkele jaren langzaam te komen.

Bovendien ligt de situatie voor geadopteerden vaak nog complexer: het is gemakkelijk om te denken dat eenzaamheid en schaamte voor onze identiteit nu eenmaal een logisch gevolg zijn van adoptie of een adoptietrauma, en weinig met racisme te maken hebben. Daar komt nog bij dat mensen verwachten dat je niet klaagt, maar dankbaar bent voor de kansen die je door de adoptie hebt gekregen: een typische uiting van het white saviour complex.

Het is dus niet zo vreemd dat geadopteerden van kleur nog weinig aanwezig zijn binnen de antiracismebeweging, of in ieder geval niet zichtbaar als geadopteerde. Ook mij kostte het tijd te beseffen dat ik niet alleen tegen racisme strijd uit solidariteit met anderen, maar dat ik als geadopteerde ook zélf een verhaal heb. Geadopteerden van kleur zouden zich daarom niet alleen tegen racisme moeten inzetten omdat zij er zelf mee te maken hebben, ze zouden ook zichtbaarder moeten zijn als geadopteerde, omdat hun ervaringen met racisme vaak uniek en weinig besproken zijn.

Op zoek naar culturele roots

jyotibew

Gesjoemel met adoptie is heel normaal

De regering weet er al jaren van, maar de adoptiewinkel blijft gewoon draaien.

Los van de antiracismebeweging voeren geadopteerden hun eigen strijd voor erkenning, die vooral gaat over de misstanden bij adopties. Steeds vaker blijkt namelijk dat interlandelijke adopties onder valse voorwendselen hebben plaatsgevonden3, zonder medeweten van de vaak naïeve of idealistische adoptieouders.

Zo onthulde televisieprogramma Zembla dat in Sri Lanka in de jaren 80 baby’s werden ontvoerd om te voldoen aan de internationale vraag naar kinderen voor adoptie, en dat er zogeheten ‘baby farms’ bestonden, waar vrouwen zwanger werden gemaakt en kinderen baarden met interlandelijke adoptie als doel. Ook vanuit Bangladesh zouden in die tijd kinderen zijn geadopteerd zonder kennis of instemming van hun eerste ouders4, vaak met vervalste papieren.

De rol van Nederland bij adoptiemisstanden

De misstanden rond interlandelijke adopties belandden op de politieke agenda toen de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) eind 2016 toenmalig minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur onverwachts adviseerde om interlandelijke adopties uit een aantal landen per direct stop te zetten. Een belangrijk argument volgens de RSJ: het zou voor een kind het beste zijn om in de ‘eigen cultuur’ op te groeien. Het advies werd niet opgevolgd door de Tweede Kamer en de inmiddels nieuwe minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker.

Wel stelde minister Dekker in april 2019 een commissie aan die onderzoek doet naar de rol van de Nederlandse staat bij illegale adopties uit Brazilië, Colombia, Indonesië, Sri Lanka en Bangladesh. Enkele maanden daarvoor spande een geadopteerde voor het eerst een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat, om die aansprakelijk te stellen voor de rol die de staat speelde bij haar frauduleuze adoptie. De zaak werd afgewezen wegens verjaring.

Een groeiende groep geadopteerden, al dan niet georganiseerd, maakt zicht terecht hard voor de erkenning van deze misstanden5. Zij zijn vaak kritisch over interlandelijke adoptie omdat dit geadopteerden hun culturele identiteit zou afnemen: adoptie door Nederlandse ouders betekent een breuk met de cultuur uit hun geboorteland en ontneemt geadopteerden volgens deze groep een deel van wie zij in essentie zijn.

We ervaren een druk om in verband te moeten staan met de cultuur van ons geboorteland

Toch gaat dat argument wat te kort door de bocht. Onder geadopteerden wordt wel vaker teruggegrepen naar de veronderstelling dat adoptie een soort ‘oerwond’ veroorzaakt, tussen moeder en kind of tussen kind en cultuur6. Zo wordt het verlies van culturele identiteit gezien als een soort ziekte, die alleen genezen kan worden door je culturele roots te vinden.

Voor sommige geadopteerden biedt de zoektocht naar hun roots en het aanleren van culturele gebruiken uit hun geboorteland inderdaad een antwoord. Voor anderen, zoals mijzelf, werkt die logica echter stigmatiserend: zij ervaren een druk om per se in verband te moeten staan met de cultuur van hun geboorteland. Zo ben ik me in mijn tienerjaren gaan verdiepen in de geschiedenis van mijn geboorteland China, in de (vergeefse) hoop daarin een stuk van mezelf terug te vinden.

Lessen van de antiracismebeweging

Het kan erg beperkend zijn om je identiteit als geadopteerde alleen vanuit een culturele blik te bekijken. Hier biedt het betrekken van een antiracismeperspectief een antwoord. De afgelopen jaren heeft de antiracismebeweging ons geleerd om niet alleen te kijken naar cultuur, maar ook naar racisme en de maatschappelijke, raciale betekenis die aan uiterlijke verschillen wordt gegeven. Ook geadopteerden van kleur hebben hier baat bij. Als de zoektocht naar culturele roots geen antwoorden biedt, kunnen gevoelens van eenzaamheid en schaamte namelijk wél in verband staan met (een verlies van) raciale identiteit.

Terwijl ik in Nederland bijvoorbeeld regelmatig in het Engels word aangesproken en voor een Chinese toerist word aangezien, werd ik in 2012, toen ik met mijn adoptiefamilie terugging naar China, juist gezien als een Chinese gids die drie witte mensen rondleidde. De raciale herkenning in het uiterlijk van anderen zoals ik heb ik in Nederland altijd gemist. Maar bij mijn terugkeer naar China vond ik die ineens, in een land waarin ik weliswaar ben geboren, maar waarvan ik de cultuur amper ken. Het antiracismeperspectief hielp mij inzien dat het gevoel nergens thuis te horen als geadopteerde – ‘tussen twee werelden in zitten’ – niet enkel met cultuur heeft te maken, maar ook met mijn uiterlijk en het gebrek aan herkenning en erkenning van dit raciale aspect.

Gelukkig zijn er al steeds meer geadopteerden van kleur die hun raciale identiteit een plek proberen te geven in Nederland, door zich uit te spreken tegen racisme en de witte norm in onze maatschappij. Zo zou dit voorjaar tijdens de Week Tegen Racisme een workshop ‘Adoptie en Kleur’ worden georganiseerd7. Ook zie ik op sociale media steeds vaker geadopteerden van kleur hun ervaringen met racisme delen, bijvoorbeeld op Asian Raisins, een organisatie die dit voorjaar in het leven werd geroepen naar aanleiding van het toenemende racisme tegen Oost-Aziaten. En geadopteerden kaarten de koloniale achtergrond van interlandelijke adoptie aan, waarbij zowel racisme als vermeende westerse culturele superioriteit een rol speelt.

Deze voorbeelden getuigen van een nieuwe ontwikkeling waarbij geadopteerden van kleur vaker de lessen van de antiracismebeweging aangrijpen in de strijd voor hun eigen erkenning.

Ook de ervaringen van geadopteerden van kleur zijn onderdeel van Nederlands racismeprobleem

Het is voor zowel geadopteerden van kleur als de antiracismebeweging van belang om elkaars perspectief mee te nemen en om de verbinding met elkaar aan te gaan – bij demonstraties, evenementen of op sociale media. Enerzijds kunnen geadopteerden leren van de vele stappen die de antiracismebeweging hier al heeft gezet. Anderzijds moet de antiracismebeweging geadopteerden van kleur het gevoel geven dat er binnen de strijd tegen racisme plaats is voor hun unieke ervaringen en stem. Want ook de ervaringen van geadopteerden van kleur zijn onderdeel van Nederlands racismeprobleem.

Untitled_Artwork

Hoe de antiracisme- en queerbeweging elkaar (opnieuw) vinden

Welke geschiedenis kent de solidariteit tussen antiracisme en de lhbti+ beweging?

Hard discussion.

‘Nee, omgekeerd racisme bestaat niet’

Er is namelijk geen systeem dat witte mensen het leven moeilijker maakt.

  1. Geadopteerden worden vaak aangeduid met de term ‘adoptiekinderen’, een term die (volwassen) geadopteerden reduceert tot het zijn van kind of ‘kind van’ en hen daarmee hun stem afneemt. De auteur kiest daarom voor ‘geadopteerde’. ↩︎
  2. Niet lang voor zijn dood kwam Holten erachter dat zijn geboortebewijs, net als dat van veel geadopteerden, fouten bevat en hij niet Tomy, maar Tony heette. ↩︎
  3. Inmiddels is gebleken dat er niet alleen sprake is van misstanden bij interlandelijke adopties, maar dat ook in Nederland kinderen structureel en onder dwang zijn afgenomen van ongehuwde moeders. ↩︎
  4. Eerste ouders worden vaak aangeduid met de term ‘biologische ouders’. Voor sommige geadopteerden is de band die zij hebben met hun eerste ouders echter meer dan alleen een biologische of genetische. ↩︎
  5. Zo stuurde een groep van 21 organisaties onder leiding van de Nederlandse organisatie United Adoptees International eind 2017 al een brief naar de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid, waarin zij opriep niet alleen naar toekomstige adopties te kijken, maar ook naar de misstanden bij adopties uit het verleden. ↩︎
  6. Volgens de populaire maar omstreden theorie van de Amerikaanse psycholoog en adoptieouder Nancy Verrier doorbreekt adoptie een vermeende essentiële band tussen moeder en kind, wat leidt tot wat zij de ‘primal wound’ of oerwond noemt. ↩︎
  7. Vanwege corona is deze workshop uiteindelijk niet doorgegaan. ↩︎