De crisis op de woningmarkt treft vooral mensen met lage- en middeninkomens, maar wie dan ook nog eens – zoals ik – noodgedwongen eisen moet stellen aan de toegankelijkheid van een woning, zit helemaal in een onmogelijk parket. In de tijd dat ik op een woning wachtte, ging ik fysiek en mentaal achteruit en moest ik mede door mijn woonsituatie meer beroep doen op (mantel)zorg.

Laat ik beginnen met een schokkend cijfer: van de mensen met een handicap of chronische ziekte die deelnamen aan een onderzoek van belangenorganisatie voor mensen met een handicap Ieder(in) en de Woonbond, heeft maar liefst 23 procent een wens om te verhuizen naar een toegankelijkere woning. Onder de dertig gaat het zelfs om 75 procent. Dat zijn bijvoorbeeld mensen met een beperking die noodgedwongen nog bij hun ouders wonen of die geen gezin kunnen stichten in het huis waar zij nu wonen.

‘Ik kwam pas in aanmerking voor een urgentieverklaring toen mijn woning al bijna niet meer leefbaar was’

Mijn vrienden en ik weten uit ervaring dat een toegankelijke woning vinden vaak anderhalf tot wel zes jaar in beslag neemt. Omdat ik al sinds mijn geboorte slecht kan bewegen door chronische pijn en vermoeidheid, gebruik ik een rolstoel. Daarom zocht ik in 2019 een woning die gelijkvloers was, met ruime gangen en deuren. Sommige mensen hebben recht op een medische urgentieverklaring, maar die krijg je pas als je woning al niet meer goed begaanbaar is. Ik kwam dus pas in aanmerking voor een urgentieverklaring toen de woning waar ik op dat moment in woonde voor mij al bijna niet meer leefbaar was. Terwijl ik op mijn verklaring wachtte, kon ik steeds minder zelf en kreeg ik steeds meer chronischepijnklachten.

Intussen sleepte de procedure voort: de commissie die mijn aanvraag beoordeelde, eiste steeds weer andere verklaringen en terwijl ik van het kastje naar de muur werd gestuurd, hoorde ik van de wooncorporatie dat ze aanpassingen uit woningen sloopten die voor mij geschikt hadden kunnen zijn, omdat er op dat moment niemand voor in aanmerking kwam. Toen ik een jaar later eindelijk mijn urgentieverklaring had, kon ik pas reageren op woningen. In de tussentijd had mijn lichaam het zwaar te verduren, ging ik er mentaal hard op achteruit en deed ik noodgedwongen steeds meer beroep op (mantel)zorg. Hoe anders was dat geweest als er voldoende toegankelijke woningen beschikbaar waren?

Bestuurlijk buiten de boot

In Nederland hebben bijna 2,4 miljoen mensen een beperking, het grootste deel van hen heeft een lichamelijke handicap. Bijna 10 miljoen mensen hebben een chronische aandoening. Deze cijfers overlappen. Hoeveel woningen ‘toegankelijk’ genoemd kunnen worden, is niet bekend. Maar hoewel het dus om enorme aantallen gaat, zijn het juist mensen met een handicap die bestuurlijk buiten de boot vallen. Zo sprak de eerdere informateur Mariëtte Hamer (PvdA) eind mei wel met vertegenwoordigers van ouderen en mensen in de duurzaamheid en digitalisering, maar jongere mensen met een handicap werden niet uitgenodigd. Ook demissionair minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), die begin oktober de Tweede Kamer bijpraatte over de wooncrisis, liet de situatie van mensen met een handicap achterwege.

En dat terwijl inclusief woonbeleid vraagt om een wezenlijk andere aanpak, te beginnen met het inventariseren van woonwensen en bewust toegankelijk bouwen. Ook Ieder(in) en de Woonbond adviseren dat in hun rapport Toegankelijke woningen: een verborgen wooncrisis dat ze deze zomer publiceerden. Gemeenten en woningcorporaties, die doorgaans verantwoordelijk zijn voor woningbouw, zouden volgens de belangenorganisaties een visie op wonen moeten formuleren waarin ze veel meer rekening houden met de verschillende groepen. Bovendien zou inclusief bouwen de norm moeten zijn.

Inclusief bouwen, ook wel ‘Design for all’ genoemd, houdt in dat elke woning van het begin af aan geschikt is voor mensen met én zonder beperking. Ieder(in) en de Woonbond stellen in hun rapport voor om toegankelijkheidseisen vast te leggen in de regelgeving, dan hoef je achteraf geen aanpassingen te doen, en je voorkomt hoge kosten en ongewenste verhuizingen.

‘Bouw je te veel toegankelijke woningen, dan zijn die woningen niet verloren, want iedereen kan erin’

Maar ook als je wel speciaal voor mensen met een handicap bouwt, hoeft dat niet ten koste te gaan van het aantal woningen voor mensen zonder beperking: een woning die geschikt is voor mensen met een beperking, is bewoonbaar voor iedereen. Bouw je dus te veel toegankelijke woningen, dan zijn die woningen niet verloren; iedereen kan erin.

Niet alleen voor ouderen

Het is bovendien belangrijk dat er variatie is in toegankelijke woningen. De ene toegankelijke woning is namelijk de andere niet. Voor mij is een woning die gelijkvloers is, met ruime gangen en deuren, essentieel. Maar iemand anders kan behoefte hebben aan een prikkelarme omgeving door een mentale beperking, en weer een ander stelt bijvoorbeeld bepaalde eisen aan de akoestiek, vanwege slechthorendheid. Ook zulke voorwaarden vallen onder toegankelijkheid, net als de locatie, betaalbaarheid, de nabijheid van zorg, mantelzorg of een sociaal netwerk, of de bereikbaarheid van toegankelijk (openbaar) vervoer, studie of werk.

De meeste aangepaste woningen zijn voor ouderen, maar hun levens en behoeften verschillen wezenlijk van die van niet-ouderen. Wie jonger is heeft misschien kinderen of een kinderwens. Veel woningen die nu als ‘levensloopbestendig’ worden bestempeld, hebben bijvoorbeeld een mogelijkheid tot een slaap- en badkamer beneden, maar meestal zijn er ook kamers boven. Ideaal voor mensen die ouder worden en later misschien beneden gaan slapen of met een traplift uit de voeten kunnen; maar ontoegankelijk voor jonge rolstoelgebruikers.

Ook Ieder(in) en de Woonbond zien daar een belangrijke taak weggelegd voor gemeenten: “Reserveer toegankelijke woningen voor mensen met een beperking, ongeacht hun leeftijd”, schrijven zij in hun advies. En ook belangrijk: sluit jongeren die geen woning achterlaten niet uit van medische urgentie. Want door die eis vallen starters op de woningmarkt die nu nog in een studentenhuis of bij hun ouders wonen tussen wal en schip.

‘Een rolstoeldoorgankelijke woning moet ook te betalen zijn voor de laagste inkomens’

Nu er nog een tekort is aan inclusieve woonruimte is vooruitdenken geboden. Jonge stellen met een kinderwens die een woning zoeken, hebben vaak slechts recht op een kleine woning vanwege hun gezinssamenstelling op dat moment. Daardoor begint de ellenlange zoektocht opnieuw wanneer het eerste kind daadwerkelijk op komst is. Dat is meestal veel te laat om nog op tijd iets te vinden.
Bovendien moeten beleidsmakers kijken naar de betaalbaarheid: een rolstoeldoorgankelijke woning is ruimer, maar moet ook te betalen zijn voor de laagste inkomens; een handicap kies je immers niet.

VN-verdrag Handicap over het recht op een toegankelijke woning

Een veilig thuis is een fundamenteel recht, dat op allerlei manieren doorwerkt in het Nederlandse recht. Denk aan artikel 22 van de Nederlandse Grondwet, waarin staat dat de overheid moet zorgen voor voldoende goede woningen, maar ook aan verschillende Europese en internationale (mensenrechten)verdragen. Een belangrijk verdrag in dit verband is het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, kortweg: het VN-verdrag Handicap. In dat verdrag is ook het recht op zelfstandig wonen vastgelegd. Het recht op een (passende) woning wordt daar in artikel 23 zelfs expliciet in verband gebracht met het recht op een gezinsleven. Dat betekent dat bij de bouw van toegankelijke woningen verschillende gezinssamenstellingen en toekomstwensen een rol zouden moeten spelen.

Een foto van Jeanette Chedda, enigszins van onderen genomen terwijl zij in haar rolstoel voor een microfoon zit. Ze draagt blauwe jeans en een wit T-shirt met kleurrijke opgestoken vuisten. Ze leest voor van een A4-papier.

‘Gehandicapte mensen worden genegeerd in de wooncrisis’

Jeanette Chedda sprak tijdens de Woonopstand in Rotterdam.

sergio-rola-Gj47dfUNHPc-unsplash2

Niet migranten, maar politici veroorzaken het woningtekort

Statushouders krijgen onterecht de schuld voor het tekort aan betaalbare huurwoningen.