New York, 1969. Marsha P. Johnson, de – nu wereldberoemde – zwarte trans vrouw en activist, gooit een steen naar politieagenten die zojuist niet lang daarvoor een inval hadden gedaan in de gay bar Stonewall. De opstanden die zich de week erna vormden, noemen we nu de allereerste Pride. 1

Amsterdam, 1990. De Surinaams-Nederlandse filmmaker en antiracisme-activist Andre Reeder maakt een film over een zwarte homoseksuele jongen in de Bijlmer. Hij komt daardoor in aanraking met het zwarte queercollectief Strange Fruit, waar een wereld voor hem opengaat: bij collectieven zoals deze kan hij openlijk en trots zwart én gay zijn. In de jaren erna leert hij andere zwarte queeractivisten kennen, zoals Tieneke Sumter, die al sinds de jaren 80 bij SUHO Women opkomt voor lhbti+- en vrouwenrechten en antiracisme.

Black Pride was er niet geweest zonder de huidige opleving van antiracisme en de collectieven in de jaren 80 en 90

Amsterdam, 2020. Naomie Pieter loopt aan het einde van de eerste Black Pride in Nederland het podium op en kijkt uit over ruim tweeduizend demonstranten. Dit protest, tegen discriminatie van zwarte lhbti+’ers, mede door haarzelf georganiseerd, staat los van de reguliere Pride. Dat maakt ze haar toehoorders nog eens duidelijk: ‘We are done begging to be accepted. We are creating our own spaces.’

Wie niet beter zou weten, zou misschien denken dat intersectionaliteit, het snijvlak tussen antiracisme en de lhbti+-beweging, een nieuwe trend is, maar hier gaat een lange geschiedenis aan vooraf van mensen die daarvoor gestreden hebben – óók in Nederland. Black Pride had er volgens Pieter niet kunnen zijn zonder de huidige opleving van antiracisme; zonder de zwarte queercollectieven in de jaren 80 en 90 en niet zonder de eerste opstanden in de Verenigde Staten. Pieter: “Vanaf het moment dat Marsha P. Johnson de eerste steen gooide, zijn antiracisme en queeractivisme onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Hoe die relatie eruitziet, is op veel manieren veranderd. En op veel manieren ook niet.

Intersectionaliteit is niets nieuws

IMG_0450
Tieneke Sumter Beeld door: Chris en Marjan

Terwijl Stonewall de aanzet gaf voor een bloeiende lhbti+-beweging in de Verenigde Staten, kwam in de jaren 70 ook de Nederlandse beweging op gang. En omdat in dezelfde tijd veel migranten naar Nederland kwamen, ontstonden in de jaren daarna veel collectieven voor en door lhtbi+’ers van kleur. Zoals SUHO in 1980: een in Amsterdam gevestigd zwart queercollectief dat feesten, culturele activiteiten, praatgroepen en discussies organiseerde.

Volgens Tieneke Sumter (58) was SUHO een plek voor zelfontwikkeling én voor politiek activisme. Ze herinnert zich nog de heftige discussies over hoe ze wilden bijdragen aan feminisme, of aan antiracisme: “De een wilde focussen op het queer-zijn, de ander zei: dát kun je verbergen, jouw zwart-zijn niet. Ik was wat ze nu intersectioneel zouden noemen: zwart, vrouw en lesbisch zijn stond niet los van elkaar. Toen had het nog geen naam, maar we leefden er wel naar.”

In de gay scene waren racistische stereotypes normaal, lhbti+’ers van kleur werden gezien als ‘exotische snoepjes’

In 1989 werd Strange Fruit opgericht: een toonaangevende Amsterdamse organisatie, die vergelijkbare collectieven zou inspireren in andere steden, vertelt Andre Reeder (66). “Wij waren de pioniers. We hadden black lhbti+-feesten, een Turkse en Marokkaanse afdeling, interculturele maaltijden, een radioprogramma en veel meer.” Ze voerden onder andere actie voor veilige huisvesting voor lhbti+’ers en ze ontwikkelden hiv/AIDS-hulpverlening met aandacht voor culturele tradities. Ook hadden ze nauw contact met activisten in het buitenland, waaronder beroemde Amerikaanse activisten zoals Marlon Riggs en Audre Lorde.

IMG_2928-(3)
Andre Reeder

Reeder kan kort zijn over de ‘solidariteit’ tussen de lhbti+-beweging en antiracisme destijds: die was er niet, juist daarom ontstonden er zulke collectieven. “Antiracisme was taboe; als je daarover begon werd je uitgelachen of als emotioneel weggezet. Ook in de gay scene waren racistische stereotypes normaal, lhbti+’ers van kleur werden gezien als ‘exotische snoepjes’ en seksuele objecten. Dat alledaags racisme kwam ons de strot uit, dus gingen we onszelf organiseren.” Sumter herinnert zich hier en daar wel steun, vanuit het COC bijvoorbeeld, maar racisme tégengaan ging een stap te ver. “We mochten van hun ruimtes gebruikmaken voor bijeenkomsten, maar dan zeiden ze wel: ‘Sommige mensen vinden dat het hier te zwart wordt.’ Zo gingen we uiteindelijk steeds minder samenwerken.”

Inclusief is niet antiracistisch

Naomi2
Naomie Pieter Beeld door: Judith Tielemans

Naomie Pieter (30) merkt nog altijd diezelfde houding bij witte lhbti+ organisaties. Ze heeft lang geprobeerd samen te werken met grotendeels witte lhbti+-organisaties, maar voelt nog altijd weinig steun uit die hoek. Ze merkt dat ze wel ‘inclusief’ willen zijn, maar antiracistisch, dat gaat te ver. Zo was ze twee jaar lang betrokken bij Pride of Colour, onderdeel van Amsterdam Pride. “We zijn er uiteindelijk mee gestopt, omdat ze het écht niet begrepen. Ze snapten niet waarom we safe spaces nodig hadden; dat we ook racisme in de hele organisatie wilden bestrijden. Het was alleen voor de buitenkant, leek wel.”

Nu hoort Pieter in de wandelgangen dat mensen Black Pride als een tegenbeweging van de reguliere Pride zien. Dan begrijp je het niet, vindt ze. En daar reageerde ze tijdens haar speech dan ook op: ‘This is not about you, this is about us.’ “Mijn emancipatie en menselijkheid gaan niet om iemand anders”, legt ze uit. “Ik ben die tweedeling niet begonnen, maar een eigen protest is nodig zolang grotere organisaties niet antiracistisch zijn. Black Pride is niet het doel, maar een beweging naar een toekomst waarin we ‘black’ hopelijk weg kunnen laten.”

“In het Surinaams zouden we zeggen: hun hoofd is hard”, lacht Sumter. “Witte organisaties luisteren wel, maar het dringt gewoon niet tot ze door.” Vorig jaar leek dat wéér zo, toen het IHLIA (een archief voor lhbti+-geschiedenis) in Amsterdam een tentoonstelling samenstelde over queeractivisme door de jaren heen. De bijdrages van mensen van kleur waren vrijwel helemaal uitgewist.

Dit keer lieten Sumter, Reeder en anderen het er niet bij zitten, en leek het kwartje te vallen: het IHLIA organiseerde een nieuwe tentoonstelling, Nos Tei, over black queer-activisme in Nederland, samengesteld door Naomie Pieter en mede-activist Wigbertson Julian Isenia. Sumter: “Die houding – het gesprek aangaan, verantwoordelijkheid nemen en iets veranderen – díe is nodig voor daadwerkelijk bondgenootschap.”

Geen queeractivisme zonder antiracisme

De politieke standpunten van Black Pride zijn vergelijkbaar met het activisme van eerdere generaties. De activisten willen dat asielzoekers goed worden opgevangen – Reeder voerde in de jaren ’70 en ’80 al actie tegen de wantoestanden in pensions voor migranten – en dat er extra aandacht komt voor een veilig onderkomen voor lhbti+ migranten.

Een ander punt: de psychische hulpverlening moet meer aandacht besteden aan racisme en andere vormen van discriminatie. Ook betaalbare woningen, een hoger minimumloon, aanpakken van politiegeweld en betere regelingen voor sekswerkers staan op de agenda. “Het is een lange lijst, want onze realiteit is complex”, zegt Pieter.

Hun overkoepelende politieke visie is dat alle vormen van onderdrukking met elkaar verbonden zijn. Ook dat gaat terug naar de VS in de jaren 60 en 70, toen de lhbti+-beweging voor het eerst inspiratie haalde uit de antiracismebeweging. In die jaren waren óók lhbti+’ers slachtoffer van excessief politiegeweld; daar was Stonewall een reactie op.

Tegen die tijd had de Black Panther Party al een visie ontwikkeld waarin werd gesteld politiegeweld niet incidenteel is, maar deel van een groter machtssysteem waaruit ook andere vormen van onderdrukking ontstaan, zoals werkloosheid, woningtekort of slecht onderwijs. Na Stonewall zou het Gay Liberation Front ontstaan, dat deze visie grotendeels overnam, vergelijkbare leuzen gebruikte (‘Gay Power’ was geïnspireerd op ‘Black Power’) en geld zou doneren aan de Black Panthers. Sommige leden zouden ook elkaars protesten bijwonen.

In discussies worden zwart en queer tegenover elkaar gezet, alsof er geen mensen bestaan die beide zijn

Volgens sommige historici zou Stonewall en de daaropvolgende emancipatiebeweging er dus heel anders uit hebben gezien als er geen jaren van burgerprotest en antiracisme aan vooraf waren gegaan. Een duidelijk voorbeeld is hoe de lhbti+-beweging de vruchten plukte van het succes van de Burgerrechtenbeweging. Het was die laatste al gelukt om nieuwe wetten tegen discriminatie door te voeren; lhbti+’ers wilden daaraan toevoegen dat ook seksualiteit geen grond voor discriminatie mocht zijn. Pieter ziet datzelfde patroon zich nu in Nederland herhalen: het black queer-activisme van nu zou er volgens haar niet zijn zonder het actuele Nederlandse antiracisme.

De ruimte opeisen

En toch merkt Pieter, vijftig jaar na Stonewall, dat veel mensen het nog niet begrijpen: “In discussies om me heen worden zwart en queer zijn tegenover elkaar gezet, alsof er geen mensen bestaan die beide zijn. Ik haal veel kracht uit de vorige generaties, maar ik vind het ook schrijnend dat we nog steeds om dezelfde dingen moeten vragen.” Sterker nog, volgens Sumter was er in de jaren ’80 en ’90 méér ruimte voor zelforganisatie, omdat de politiek dat faciliteerde. Sindsdien heeft ze een enorme verrechtsing zien plaatsvinden, waardoor veel vrouwengroepen, collectieven en culturele organisaties verdwenen. Deze generatie activisten de straat op gaat om die ruimte weer op te eisen.

Een mooi ideaal, dat ‘black’ uit Black Pride kan verdwijnen, maar zelforganisatie is altijd nodig

En Sumter heeft het alle vertrouwen in dat het ze zal lukken. “Nederland wordt nu geconfronteerd met een generatie zwarte jongeren die hier zijn geboren: there’s no other place, snap je? Die kracht is niet te onderschatten; ik denk dat deze groep zwarte queer leiders geschiedenis gaat schrijven. En ik zie ook steeds meer witte jongeren uit dezelfde generatie die hen ondersteunen.”

Het is een mooi ideaal, dat de ‘black’ uit Black Pride ooit kan verdwijnen, maar zelforganisatie zal altijd nodig zijn, vindt Reeder. “Alle fundamentele sociale veranderingen – huisvesting, werkgelegenheid, zelfs de afschaffing van slavernij – zijn ontstaan omdat mensen zichzélf organiseerden. Zo kijk ik er tegenaan. Naomie Pieter is één van mijn heldinnen hoor. Ik was erbij, vorige week zaterdag: duizend mensen gingen de straat op voor ons, niet alleen lhbti+’ers, niet alleen mensen van kleur. Fantastisch, ik ben zó trots.”

Untitled-Artwork (3)

Hoe witte suprematie de wereld in mannen en vrouwen verdeelde

Genderdiversiteit is geen nieuw fenomeen, het wegzetten ervan als abnormaal is dat wél.

Naomi-horizontaal3F7B7693

De toekomst is queer?

'Mensen willen in een bepaald verzet zitten zonder de worsteling ervan te begrijpen.'

  1. De Stonewall-opstand is slecht gedocumenteerd, dus niemand weet zeker wie de eerste steen gooide. Johnson was hoe dan ook aanwezig en was een boegbeeld in de beweging. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief