“Ik ben mezelf als queer gaan identificeren omdat ik merkte dat alle labels die ik daarvóór op mezelf plakte te beperkend waren”, vertelt Manoj Kamps (30).“Ik ben niet in een binaire seksualiteit of genderidentiteit te vangen. Die nuance komt samen in het woord queer.”

Harlot-portretten-Manju4
Manoj Kamps Beeld door: Judith Tielemans

Kamps groeide op in een Engelstalige omgeving en identificeert zich daarom al met het Engelse woord. “Ik zag mensen die niet alleen heel uitgesproken waren, maar ook politiek en activistisch stelling namen. Queerness is een radicale strijd tegen de heteronormativiteit van de samenleving. Maar het gaat ook over bewustzijn van een strijd die niet alleen over jou gaat. Bijvoorbeeld tegen de bio-industrie, islamofobie, hiv-stigma en zelfs tegen monogamie tussen twee mensen als enige juiste relatievorm. Die solidariteit is ook hoe ik queer interpreteer.”

Naomi2
Naomie Pieter Beeld door: Judith Tielemans

Naomie Pieter gebruikt de term als activist al jaren bewust. “Het is ten eerste een anti-label. Het zegt namelijk niks over met wie ik in bed lig of waar ik van houd, behalve van niet-heteronormativiteit. Het is ook een protest tegen het woordje lesbisch, dat afstamt van de mythologie van een vrouw die de liefde verklaart aan een andere vrouw op het Griekse eiland Lesbos. Maar als zwarte Caribische vrouw is mijn seksuele traditie anders. Het woord queer biedt me vrijheid.”

Anna de Hooge (22) identificeert zich als biseksueel en als queer. Ook voor haar is het een inclusieve term die onder andere haar autisme als onderdeel van haar identiteit belicht. “Het is gevoelsmatig. Het is een woord om te definiëren wat ondefinieerbaar is. Fluïde. Fuck de norm, zeg maar. Ik gebruik soms ook de term pan-seksualiteit maar dat voelt als een hokje waar ik toch niet helemaal in pas. Net als met gender. Ik heb geen dysforie en ervaar niet de onderdrukking van bijvoorbeeld trans vrouwen maar ik heb ook nooit iets gehad met vrouw-zijn. Queer is dan toch meer mijn label.”

Harlot-portretten-Manju6
Anna de Hooge Beeld door: Judith Tielemans

Queer = Gay

In 1894 gebruikt de Schotse John Sholto Douglas in een brief het woord ‘queer’ als bijvoeglijk naamwoord, om de man te beschrijven die zijn zoon zou verleiden. Die man was schrijver Oscar Wilde. Dit is het oudste bekende voorbeeld van queer als beledigende term in een seksuele context. Douglas zal later een succesvolle campagne beginnen tegen Wilde en diens seksualiteit, waarmee de homovervolging in het Verenigd Koninkrijk verder oplaait.

Het woord queer, dat tot dan toe vooral ‘vreemd’ of ‘ongebruikelijk’ betekent, krijgt de negatieve lading die gelijkstaat aan vervolging en onderdrukking van homo mannen1. Ruim honderd jaar later gaat de televisieserie Queer as Folk in première. Centraal staan cis, witte homo mannen. Dat queer nog steeds geassocieerd wordt met mannen die seks hebben met mannen, lijdt geen twijfel. Daarnaast betekende ‘gay’ ook eerst ‘blij’, waardoor sommige mensen daar de voorkeur aan geven in tegenstelling tot het ‘afwijkende’ van het woordje queer. Als beide termen geassocieerd worden met mannen die seks hebben met mannen, waarom eigent de lhbti+ gemeenschap zich dan eerder het woord ‘queer’ als inclusieve term  toe dan ‘gay’?

Het woordje ‘gay’ wil alsnog mijn seksualiteit labelen

“Ja doei, ik wil het woord gay niet gebruiken”, lacht Pieter. “Gay wil mij alsnog labelen qua seksualiteit”, beargumenteert ze. “Gay is iets wat je bent. Ik bén lesbisch. Ik bén biseksueel. Jij weet precies wat ik doe met welk lichaam. Dat kan nuttig zijn in gesprekken zoals deze. Als ik een lange relatie heb met een vrouw, besef ik dat ik me in de maatschappij beweeg als cisgender lesbische vrouw. Maar zelf voel ik me thuis in liefde voor vrouwen en vrouwelijkheid, ongeacht of ze cisgender zijn. Daar haal ik mijn kracht uit. Daardoor vroeg ik me af of de term lesbisch wel bij me paste.”

De Hooge sluit zich aan bij de breuk met de andere labels. “Het voelt voor mij als een inclusief politiek statement. Als je zegt ‘ik ben bi’ dan gaan mensen vragen stellen om te testen of je wel écht biseksueel bent. Als je zegt ‘ik ben queer’ dan eindigt het gesprek daar. Mensen weten niet helemaal wat het is en ik ben niet geïnteresseerd in het steeds uit te leggen. Je raakt aan het fragiele van de norm, aan een ongemak, en dat zorgt voor bewustzijn. Zoals sekswerk-activiste Stoya zegt: ‘je hoeft iets niet te begrijpen om het te respecteren’.”

Labels op labels

Eind twintigste eeuw komt er verzet tegen het woord queer als beledigende term. Politieke activisten over de gehele wereld beginnen de term te omarmen als daad van verzet. De term dringt door bij – veelal homo- of heteroseksuele – academici en Queer Theory wordt van Michel Foucault tot Judith Butler omarmd. Later ontstaat een nieuw probleem: steeds meer stemmen omarmen de term queer als parapluterm voor het hele lhbtiq+-spectrum. Het gesprek over wat queer nu precies is, raakt vertroebeld.

In een ideale wereld zouden we erkennen dat seksualiteit en gender een spectrum zijn

“Ik voel mezelf thuis in queer zijn, maar er zit een dode hoek in”, zegt De Hooge. “Binaire trans mensen kunnen zich er bijvoorbeeld minder fijn bij voelen. Als je je hele leven misgenderd wordt, snap ik dat je niet bij een gemeenschap wil horen die precies dat hokje waar jij eindelijk inzit, wil vervagen. Dat hangt samen met academici die queer theory aanhangen; het voegt gender en seksualiteit samen. Opeens zijn zij, als witte cisgender heteroseksuele neurotypische2, biotypische3 vrouwen, de experts van queerness. Die claimen dat gender een construct is en dus fluïde. Aseksuele of two-spirited mensen horen ook 100 procent bij de koepelterm queer. Ik ben voor hokjes in de war schoppen maar het is geprivilegieerd om te zeggen dat we alle hokjes moeten afschaffen.”

Geen klakkeloze parapluterm

“Omdat er meerdere invullingen zijn is het verwarrend”, geeft Kamps toe. “De Q in lhbtiq+, die overigens ook questioning kan betekenen, wordt gebruikt voor alles wat er verder in dat rijtje staat. Ik ben tegen het klakkeloos gebruik van queer als parapluterm omdat genoeg mensen in het lhbtiq+-rijtje zich nadrukkelijk níet als queer identificeren. Sommigen zijn heel stellig binair of willen zich niet associëren met de vervolging van homoseksualiteit. Ik ga niet iemand queer noemen die zichzelf niet zo noemt. We moeten ons realiseren dat dat schadelijk kan zijn.”

Harlot-portretten-Manju5
Manoj Kamps Beeld door: Judith Tielemans

Kamps vervolgt: “Ik sprak bij London Pride een homovriend die vond dat alle termen er alleen maar waren om het voor de cisgender hetero’s begrijpelijk te maken. Hapklare overzichtelijkheid. Want zouden we in een ideale wereld nie erkennen dat seksualiteit en gender sowieso een spectrum zijn en niet iedereen hetzelfde is? Net als onszelf homo noemen omdat we denken dat dat één van maar twee opties is. Ik wéét wel dat we die benamingen nodig hebben, maar het zou niet zo móeten zijn.”

Alternatieven

Queer als one size fits all-term voor het gehele niet-heteroseksuele niet-cisgenderspectrum is dus niet wenselijk. Ook al is het niet uitgesloten. Zo gebruikt Pieter in haar werk de samenvoeging queer & trans, om juist binaire trans mensen te erkennen. Wat zouden dan alternatieven kunnen zijn voor een gemeenschappelijke naam? De lhbtiq+-opsomming wordt al spottend ‘hutsekluts’ genoemd. Kamps begrijpt de kritiek maar vindt deze onterecht. “Er wordt vaak verzucht dat er steeds maar letters bijkomen, terwijl de mensen die onder die letters vallen juist eindelijk zichtbaar worden. Een alternatief is ‘quiltbag’, maar dat gebruik ik zelf niet. Er worden in ieder geval al pogingen gedaan een beter woord te vinden.”

“Ik gebruik soms ‘MOGI’. Dat betekent marginalized orientation, gender identity and intersex en richt zich dus niet op labels maar op de machtsverhoudingen”, vertelt De Hooge. Juist om die reden gebruikt Pieter liever queer: “Queer vertelt niet welke maatschappelijke positie ik heb. Het geeft me vrijheid. Juist voor gesprekken. Binnen onze eigen gemeenschappen, bijvoorbeeld de Caribische, zijn er gesprekken nodig over hoe we seksualiteit beleven vanuit ons eigen perspectief. Zodra we gaan labelen verliezen we dat. Daarom vind ik het gebruik van queer als anti-label belangrijk.”

“Taal verandert en we gaan geen perfecte koepelterm vinden zolang we geen perfecte wereld hebben”, stelt De Hooge.

Queer als keuze

Dat queer als hippe term nu overal opgeplakt wordt is één ding, maar dat niet-queer mensen zich zo noemen, is een nieuw, complex fenomeen. “Ik heb hier verschillende meningen over”, zegt Pieter. Ze doelt op de vrijheid van het omarmen van queerness maar ziet ook dat de populariteit van de term wordt toegeëigend. “Mensen willen in een bepaald verzet zitten zonder de worsteling ervan te begrijpen. Ze willen ‘queer mode’, naar queer muziek luisteren, en noemen zichzelf dan queer. Maar wat is ‘queer mode’? Is dat anders dan gewone mode?”

Je kan een heterorelatie hebben en niet heteronormatief zijn, dat is ook queer

De Hooge: “Het beschermen van een term – gatekeeping genoemd – werkt vaak onderdrukkend. Maar mensen die heteroseksueel zijn, heteroromantisch, cisgender en zich dán queer noemen? Dan wordt het toegepast op mensen die privileges hebben tegenover een gemeenschap die uitgesloten wordt. Het is een belangrijke vraag: hoeveel ruimte wil ik innemen in een queer gemeenschap? Als je twijfelt en je noemt jezelf zo omdat het beter bij je past, prima! Mezelf queer noemen was voor mij een manier om te zeggen; ik wil geen perspectief in jullie heteronormatieve ruimte. Ik sta daarbuiten.”

“Ik ken heterokoppels in de queer scene die zwaar queer zijn”, voegt Pieter toen. “Bijvoorbeeld omdat ze gendernormen bevragen bij het huishouden of in hun seksleven. Het wordt door de gemeenschap vaak gezien als een soort verraad als je een label draagt en er toch van afwijkt. Je kan in een heterorelatie zitten en niet heteronormatief zijn, dat is ook queer.”

De toekomst van queer

Wat is de toekomst van queer? Zal iedereen zich uiteindelijk zo noemen, staan we op een Kinsey-schaal van hetero- tot homoseksualiteit? Onderzoek wijst uit dat tieners in de VS zich meer genderfluïde of trans identificeren dan voorheen. Ook biseksualiteit wint aan terrein. Er lijkt een verschuiving in hoe jongeren naar hokjes en zichzelf kijken. Waar kunnen mensen die twijfelen iets aan hebben?

“Uiteindelijk hoef je jezelf niet te labelen”, zegt Kamps. “Het idee dat seksualiteit een fase is of kan zijn, is voor sommigen waar, maar komt ook akelig in de buurt van legitimering van conversie-therapie en dat wil ik voorkomen. Er is geen simpele oplossing. Wat in de brugklas bij biologie verteld werd, is te simpel, te binair. Jij mag het veranderen. Als je er niet over uit bent, zoek het op, kijk wat op dat moment bij je past. Je hóeft niet uit de kast te komen en je mag er ook voor een tweede keer uitkomen. Je bent niemand iets verplicht.”

“Als queer fijn voelt, juist vanwege de fluïditeit of onbegrip, dan kan het een oplossing zijn”, vindt De Hooge. “Maar je mag switchen van labels, dat is helemaal prima. Ik waak voor een utopie waar hokjes niet bestaan. De ervaringen die we hebben tellen ook en daar moeten we respect voor hebben.”

Pieter is optimistisch over de toekomst van queer: “In de toekomst laten we onze lichamen bepalen hoe ze zich willen uiten. Ik ben voor een wereld zonder gender, klasse en ras, ongeacht of je je comfortabel voelt bij de binaire termen of niet. Dat is de utopie. Bepaalde veranderingen gaan we niet meemaken maar bijvoorbeeld genderneutrale toiletten is één stap. En zo kijken we naar de volgende. Als we deze kleine dingen kunnen bereiken dan kan de toekomst totally queer zijn.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in september 2018 op OneWorld.

OlaveExplains queer

Wat betekent het om queer te zijn? #OlaveExplains

Olave Nduwanje vertelt in deze video wat de identiteit voor haar inhoudt.

web_DSCF3203_1

Waarom klimaatactivisme niet zonder lhbti+’ers kan

De gevolgen van klimaatverandering treffen lhbti+-gemeenschappen extra hard.

  1. De auteur schrijft homo en mannen los van elkaar als politiek statement: ‘We zijn mannen en homo is een beschrijving, en geen aparte categorie. Dat zou juist het stigma bevestigen.’ ↩︎
  2. Iedereen met een ‘doorsnee’ neurologische en psychologische ontwikkeling van de hersenen ↩︎
  3. iedereen met een ‘doorsnee’ biologische ontwikkeling van het lichaam ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
15975218_10211777627739190_407007209545947235_o

Over de auteur

Manju Reijmer (27) is scenarioschrijver en student sociologie aan de UvA.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief