“Het voelde alsof ik een fraudeur was. Aan de ene kant zette ik een feministisch collectief op, aan de andere kant werd ik in elkaar geslagen.” Ervaringsdeskundige en oprichter van het platform Pisswife Tessel ten Zweege (21) legt uit waarom ze nooit aangifte heeft gedaan. “Ik schaamde me heel erg omdat ik slachtoffer was geworden. Hij was al vaker in aanraking geweest met de politie, maar trok zich daar niets van aan. Dus ik wist ook dat een contactverbod niets zou helpen. Controle over mij was belangrijker voor hem. Ik denk dat ik in de maanden dat hij bij me was altijd heb gevreesd voor mijn leven.”

Die vrees komt niet uit de lucht vallen. Elke dag worden volgens de Verenigde Naties (VN) wereldwijd gemiddeld 137 vrouwen omgebracht door een familielid, partner of ex-partner. Het is een conservatieve schatting, omdat lang niet alle moorden worden geteld. Bovendien houden veel landen überhaupt niet bij wat de relatie is tussen het slachtoffer en de moordenaar. De VN spreekt dan ook van ‘het topje van de ijsberg’.

Nederland kent per hoofd van de bevolking meer femicidegevallen dan Spanje of Italië

De term femicide werd in 1976 bedacht door de feministische auteur Diana E. H. Russell. Ze definieerde het woord als ‘het doden van vrouwen door mannen omdat ze vrouw zijn’. Wanneer er al over femicide wordt gesproken in de Nederlandse media, gaat het vaak over een probleem in het verre buitenland of over protesten ertegen in landen met een zogeheten ‘machocultuur’. Terwijl Nederland het per hoofd van de bevolking slechter doet dan Spanje of Italië (zie ‘Gebrekkige cijfers’); landen met een machocultuur waar juist wel veel aandacht is voor de kwestie.

“Het gaat niet per se over die machocultuur”, legt Renée Römkens uit. Zij is bijzonder hoogleraar Gender Based Violence aan de Universiteit van Amsterdam. “De term femicide is overgewaaid vanuit de VS en Mexico, waar moord op vrouwen wordt ingezet als geweldsmiddel in drugsoorlogen en mensenhandel. Maar hier in Nederland gaat het vooral over de problematiek van een man die, op het moment dat een vrouw de relatie beëindigt of haar grenzen aangeeft, dat niet kan accepteren. Het principe dat een man het niet kan verdragen geen controle te hebben over ‘zijn’ vrouw. Er is een verwachtingspatroon van dominantie binnen de patriarchale samenleving en dat is hier nog steeds een probleem.”

“Er heerst inderdaad een verkeerd beeld van waar het probleem zou liggen”, erkent Kirsten van den Hul. Ze is Tweede Kamerlid voor de PvdA en heeft zelf ervaring met huiselijk geweld. “Men denkt al snel aan bepaalde culturen of klassen, maar het gebeurt juist overal. Ook in Europa. Ook in Nederland. Ook bij hoogopgeleide witte mensen.” Hoe zit het precies met femicide in Nederland? En hoe bestrijd je een probleem waarvan je niet precies weet hoe groot het is?

Verbroken relatie

Er is een duidelijke link tussen femicide en ‘huiselijk’ geweld, zegt Kirsten van den Hul. “Bij moord of doodslag op een (ex-)partner is er vaak sprake van structureel geweld in plaats van een incident. Uit Australisch onderzoek blijkt dat een kwart van alle daders uit de privésfeer al bij de politie bekend was door eerdere geweldsdelicten tegen hun partner. De helft van hen doodt hun ex binnen drie maanden na het verbreken van de relatie.”

De periode rond een scheiding is de gevaarlijkste fase in het leven van een vrouw

Daarom is het extra zorgelijk dat er ook in Nederland een hele hoge drempel is om huiselijk geweld te melden, vindt Van den Hul. “Gemiddeld wordt er pas na 33 incidenten melding gemaakt. Er is overigens niks huiselijks aan geweld, dus dat vind ik geen fijne term. Ik noem het meestal geweld achter de voordeur.”

“We weten uit onderzoek al zeker 25 à 30 jaar dat de periode rond een scheiding de gevaarlijkste fase in het leven van een vrouw is”, vertelt Römkens. “Zeker wanneer er al eerder geweld heeft plaatsgevonden. Doodsbedreiging door partners of exen wordt door de politie nog steeds gezien als een ‘relationeel conflict’. Technisch gezien klopt die term misschien, maar tegelijkertijd is er sprake van een ernstige dreiging met dodelijk geweld.”

Hümeyra
28 keer belden de zestienjarige Hümeyra en haar zussen de politie in die laatste zeven maanden. Op de decemberdag in 2018 dat Bekir E. haar achtervolgde en doodschoot in het fietsenhok van haar middelbare school, was ze van plan geweest om nog eens aangifte te doen. De moord op de Rotterdamse door haar ex-vriend, met wie zij het na een korte relatie had uitgemaakt, is een van de bekendste Nederlandse voorbeelden van femicide. E. wilde van geen stoppen weten, en stalkte en bedreigde de scholiere ruim vijftien maanden. Maanden waarin zij en haar familie tientallen keren aan de bel trokken bij politie en justitie.

Uit onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid blijkt dat het gevaar dat Hümeyra liep, niet werd onderkend en niet juist werd ingeschat. De politie, het Openbaar Ministerie, de reclassering en het meldpunt huiselijk geweld werkten niet samen. Niemand had de regie, waardoor Bekir E. Hümeyra kon blijven terroriseren. Uit het Inspectie-onderzoek blijkt dat de politie de situatie als mogelijke stalkingszaak bij Veilig Thuis had aangemeld, maar dat de organisatie daar niet aan wilde en inzette op de aanpak van ‘eergerelateerd geweld’. Terwijl het bij eergerelateerd geweld vaak gaat om dreiging vanuit de familie. Waarom Veilig Thuis die keuze maakte, blijkt niet uit het rapport, maar het ligt voor de hand dat etnisch profileren hierbij een rol speelde.

‘Hierdoor krijgt de zaak vanaf het eerste moment niet de juiste aandacht en richt Veilig Thuis zich onvoldoende op de bescherming van Hümeyra’, aldus het onderzoek. De conclusie van het rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid is schokkend, zo erkende ook minister Grapperhaus eind 2019 in een reactie tegen de NOS: ‘De overheid is hier vrijwel op alle fronten ernstig tekort geschoten’.

Gebrekkige cijfers

In Nederland wordt femicide niet als aparte categorie geregistreerd, maar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt wel cijfers bij van het aantal gevallen van moord of doodslag, en in beperkte mate van de onderliggende motieven. Over 2018 schrijft het CBS bijvoorbeeld dat ‘huiselijke omstandigheden, zoals een echtelijke ruzie, en jaloezie’ de meestvoorkomende motieven waren om vrouwen van het leven te beroven. Van de 43 door het CBS genoteerde vrouwelijke sterfgevallen in 2018 door moord of doodslag, is maar liefst 76 procent om het leven gebracht door een (ex-)partner.

grafiek 1

Opvallend is bovendien dat het aantal moorden op mannen in Nederland is gehalveerd in 2018 ten opzichte van 2000, maar dat de afname bij vrouwen een stuk minder sterk is. Het voorlopige cijfer voor 2019 staat op 42 vrouwelijke slachtoffers.

Deborah
Ook de 45-jarige Deborah uit Mijdrecht, juridisch medewerker bij de Amsterdamse rechtbank, deed meermaals melding en aangifte van stalking en bedreiging door haar ex. In de aanloop naar de rechtszaak kreeg hij zelfs een contact- en locatieverbod (een verbod om op een specifieke plek te komen waar Deborah zelf vaak kwam). In februari2019 werd hij wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken, waarmee het verbod werd opgeheven.

Een aantal weken later, op 2 april 2019, schoot hij Deborah dood in haar eigen huis. Uit politieonderzoek naar de moord bleek dat hij haar continu lastigviel met sms’jes, appjes en e-mails, haar vuilnis doorzocht en rond haar huis hing. Gemeente De Ronde Venen concludeerde later dat de instanties ‘onvoldoende samenwerkten’ maar desalniettemin ‘naar eer en geweten handelden’.

Het CBS baseert zich onder andere op de Basisregistratie Personen (BRP), dossiers van de Officier van Justitie, maar ook op doodsoorzaakverklaringen. Toch is Römkens er niet van overtuigd dat de CBS-cijfers een compleet beeld geven: “Uit eigen onderzoek naar partnerdoding weet ik dat in de praktijk weleens dingen over het hoofd worden gezien”, vertelt ze.

“Mensen die nooit getrouwd zijn geweest of een geregistreerd partnerschap hebben gehad, tellen juridisch niet als partner. Die juridische verhouding van dader-slachtoffer staat zo centraal binnen de rechtspraak dat er ook gevallen buiten de boot vallen. Als een misdrijf niet juridisch te categoriseren valt, zoals bij onopgeloste zaken of verdwijningen, kan het voorkomen dat de moord op een vrouw die onder de definitie van femicide valt, niet wordt meegeteld.”

grafiek 2

Wie Nederland vergelijkt met andere Europese landen, denkt in eerste instantie misschien dat het hier wel meevalt. Het Europees bureau voor statistiek Eurostat zette Nederland in 2018 op de zesde plek van femicide gepleegd door een (ex)partner in Europa. Achter Duitsland (127 moorden), Frankrijk (83), het Verenigd Koninkrijk (80), Italië (73) en Spanje (47). Maar als je kijkt naar het aantal moorden afgezet tegen het aantal inwoners van een land, dan staat Nederland boven landen als Italië, Spanje en Frankrijk, landen waar vrouwen massaal de straat opgingen om tegen femicide te demonstreren.

Met uitzondering van 2018 komt Nederland meestal niet boven Frankrijk – waar elke drie dagen een vrouw wordt vermoord en femicide als nationale crisis wordt gezien – uit, maar wel ruim boven Spanje en Italië. De Franse regering presenteerde eind vorig jaar een pakket aan maatregelen om femicide terug te dringen, waaronder meer plekken in blijf-van-mijn-lijfhuizen en elektronische armbanden voor daders van huiselijk geweld, zo meldt tv-zender France24.

Overigens telt Eurostat 28 Nederlandse vrouwen die in 2018 door hun (intieme) partner om het leven werden gebracht, terwijl het CBS voor dat jaar 32 vrouwen telt. De discrepantie tussen die cijfers onderstreept hoe gebrekkig de registratie van femicide is.

'Hij wilde bewijzen dat hij de baas was'

Net als Hümeyra en Deborah (zie kaders) wist de achtentwintigjarige Lina* dat ze het gevaar liep een fataal onderdeel van de statistieken te worden. Ze heeft een genetische ziekte die ondraaglijke pijnaanvallen veroorzaakt. Alleen morfine kan de pijn verzachten, maar toen haar man verslaafd raakte aan haar medicatie, werd hij zelf een bedreiging voor haar gezondheid.

Hij trok me van de bank en zei dingen als ‘jouw plek is naast mij in bed’

“Het startpunt was de verkrachting in 2017”, vertelt ze. “We hadden een heftige discussie gehad, zoals steeds vaker, dus ik besloot op de bank te slapen. Maar daar was hij het niet mee eens. Hij trok me van de bank en zei dingen als ‘jouw plek is naast mij in bed’. Hij wilde bewijzen dat hij de baas was, en verkrachtte me. Toen ik schreeuwend en huilend aan hem vroeg of hij wel besefte wat hij aan het doen was, stopte hij pas, en vertelde hij me waarom hij zich zo vreemd gedroeg. Hij was verslaafd aan mijn morfinepillen.”

“Vanaf dat moment ging het van kwaad tot erger”, vertelt ze. In de maanden die volgden lag hij vaak bewusteloos op de bank. Op de momenten dat hij wakker was, was hij agressief. Lina haalt haar man uiteindelijk over om naar de huisarts te gaan en op te biechten dat hij verslaafd is. De huisarts verwijst hem door naar een verslavingszorginstantie, waar hij zegt dat hij is afgekickt en geen hulp meer nodig heeft.

Wanneer hij in 2019 drie morfinestrips steelt van Lina, belt ze de politie. “Met de directe aanleiding voor mijn telefoontje kon de politie niets. Maar later belden ze me terug om te vragen wat er aan de hand was. Toen heb ik alles verteld, over de verkrachtingen en over de fysieke mishandelingen, over hoe hij mijn keel dichtknijpt. De politie vroeg of ze Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, mochten inschakelen. Daar heb ik mee ingestemd.”

Om zichzelf en haar zoontje in veiligheid te brengen, besluit Lina met hun kind een paar dagen weg te gaan. Haar man wil daar niets van weten en dreigt haar aan te geven voor kidnapping. Op het laatste moment besluit hij zelf mee te gaan. “Het was vreselijk. Ik had een hoop morfine bij me, maar hij had na een paar dagen al mijn neussprays er al doorheen gejaagd.” Tijdens hun reis wordt Lina’s echtgenoot gebeld door Veilig Thuis met de mededeling dat er een melding is gedaan door zijn vrouw, terwijl Lina in de veronderstelling was dat Veilig Thuis met háár contact op zou nemen. Lina en haar echtgenoot krijgen fikse ruzie in de auto, waarbij hij – zo zal bij thuiskomst in Nederland blijken – haar pols breekt.

“Mijn beeld van Veilig Thuis was eigenlijk heel mooi. Ik dacht: ik ga nu hulp krijgen. Zij zullen mij en ons kind, dat toen nog een peuter was, een veilige plek bieden omdat we zo onveilig waren. Hij had mij al zoveel pijn gedaan. Maar dat was dus niet waar.”

Veilig Thuis IJsselland laat weten geen uitspraken te mogen doen over individuele gevallen. In een reactie schrijft Veilig Thuis: “Veilig Thuis is er voor alle vormen van huiselijk geweld tegen volwassenen en kinderen. Wij maken hierbij geen onderscheid naar gender.”

Oog voor genderongelijkheid

De meeste hulp is gericht op het stoppen van het geweld, maar is er ook een manier om het te voorkómen? De Wereldgezondheidsorganisatie pleit er al jaren voor om naast de hulp die al geboden wordt, ook mannen te onderwijzen in hun perceptie van wat ‘mannelijkheid’ is en welke waarden zij hieraan toekennen. Het idee is dat mannen van ‘toxic masculinity’ (een cultuur van giftige mannelijkheid waarin geweld wordt verheerlijkt en het tonen van emoties als zwak wordt gezien, red.) kunnen afkomen, door in groepsverband en onder leiding van een coach te onderzoeken wat mannelijke socialisatie is, hoe zij naar genderrollen kijken en welk effect dat heeft op hun relatie met vrouwen (en zichzelf).

Tessel ten Zweege noemt partnergeweld een ‘direct product van een seksistische maatschappij’. “Mijn ex was een volwassen man die naar Amsterdam verhuisde voor een meisje van 19. Hij zei dat hij een baan had, maar zat de hele dag thuis. In mijn appartement. Ik denk dat hij zich ontmand voelde, omdat hij van mijn geld leefde. Als ik vroeg naar zijn werk of wanneer hij een eigen huis zou gaan zoeken, werd hij gewelddadig. Veel partnergeweld is terug te leiden naar rare ideeën over mannelijkheid en seksistische ideeën over vrouwen.”

“Vrouwen worden vermoord omdat ze vrouw zijn”, valt Tweede Kamerlid Van den Hul haar bij. “De machtsongelijkheid die daaraan ten grondslag ligt, wordt niet gezien of de moeite waard geacht om te vermelden.” Ze stelt dat de gendercomponent onbesproken blijft, omdat men in Nederland het idee heeft dat gelijkheid tussen de seksen inmiddels wel gerealiseerd is. “Dat maakt het lastig om problemen te bespreken die er wel degelijk zijn. Relatief veel vrouwen zijn hier economisch afhankelijk van hun partner, dat is een factor want daardoor kunnen slachtoffers moeilijker weg. Gender based violence, toxic masculinity en machtsongelijkheid bestaan niet in een vacuüm. Het is een veelkoppig monster dat we als zodanig moeten benoemen en in beleid verankeren.

De Nederlandse aanpak is genderneutraal. We hebben beleid nodig dat oog heeft voor genderongelijkheid

Volgens Van den Hul doen de meeste hulpverleners in Nederland hun uiterste best, maar zijn er zeker verbeteringen mogelijk in de aanpak van huiselijk geweld: “Zorg dat er veel meer gender specifieke hulp wordt geboden. De Nederlandse aanpak is genderneutraal. We hebben beleid nodig dat oog heeft voor de gender- en machtsongelijkheid die mede ten grondslag ligt aan het probleem. Een one size fits all-aanpak werkt niet. Veilig thuis bijvoorbeeld, bestrijdt tegelijkertijd ook kindermishandeling. Vrouwen zijn vaak bang dat hun kinderen weggehaald worden als er melding wordt gedaan van huiselijk geweld. Daar moet meer duidelijkheid over komen.”

Dat machtsongelijkheid niet leidend is in de hulpverlening, merkt ook Lina in haar contacten met Veilig Thuis. Naast het feit dat ze zonder overleg haar partner inlichten over de melding, wordt ze beticht van ‘emotionele chantage’, omdat ze in de omgangsregeling voor hun kind een derde partij aanwezig wil hebben om de veiligheid van het kind te kunnen waarborgen.

Kennisgebrek bij politie

Bij de politie heeft huiselijk geweld de afgelopen jaren steeds minder prioriteit gekregen, schetst Römkens. “Het was tien jaar geleden onderdeel van de opleiding en kreeg prioriteit één bij melding. Dat is inmiddels al geruime tijd afgeschaald, omdat andersoortige criminaliteit de aandacht vraagt.” Ze erkent dat de politie met dilemma’s zit als het gaat om prioritering en dat huiselijk geweld een enorm beslag legt op de politiecapaciteit.

Dat neemt echter niet weg dat het bij huiselijk geweld en femicide gaat om een ernstige vorm van geweld en ingrijpende schending van rechten. “Ik zeg niet dat de politie het maar moet (of kan) oplossen, maar zonder ingrijpen blijven er doden vallen. Preventie is mogelijk.” Bij politie en justitie is te weinig kennis over huiselijk geweld, waarschuwt Römkens. “Dat voedt onbedoeld een neiging om het te onderschatten.”

Door de term ‘gezinsdrama’ maak je onzichtbaar dat vrouwen het slachtoffer zijn van mannen

De politie zou volgens Römkens bijvoorbeeld minder terughoudend moeten zijn met ingrijpen: “Doodsbedreigingen kunnen emotionele uitspattingen zijn, maar als er sprake is van feitelijke bedreigingen door personen die een verleden hebben van geweld en/of geestelijke instabiliteit, dan moeten er alarmbellen afgaan. In zulke gevallen zou er in elk geval een diepgaand gesprek moeten worden gevoerd. Bij een vermoeden van dreiging, zeker als er ook nog sprake is van eerdere geweldsincidenten of een wapen, mag de politie iemand aanhouden en tot wel zes uur vastzetten. Van die middelen kan meer gebruik gemaakt worden.”

Dat het probleem in Nederland niet altijd als zodanig wordt herkend en erkend, is terug te zien in de terminologie, legt Römkens uit: “Spreken van een ‘gezinsdrama’ als het gaat om moord op een vrouw en haar kinderen. Hoe nietszeggend kun je zijn? De term suggereert een uit de hand gelopen emotie, een drama, maar dat is niet adequaat. Bovendien maak je daarmee onzichtbaar dat vrouwen het slachtoffer zijn van mannen.”

Van den Hul is het ermee eens. “Femicide is een groter probleem”, waarschuwt ze. “In Nederland wordt er al snel een eufemisme gebruikt. Men noemt het een ‘familiedrama’, spreekt van ‘geweld in de relationele sfeer’ of een ‘verkrachtingszaak met dodelijke afloop’. Het taalgebruik doet afbreuk aan de ernst van de zaak.”

Coronamaatregelen

Veel experts vrezen dat het geweld tegen vrouwen in 2020 nog hoger zal uitvallen vanwege de coronamaatregelen, waardoor veel mensen gedwongen thuis kwamen te zitten. In andere landen is dat ook gebleken, maar in Nederland was er geen stijging in het aantal meldingen van huiselijk geweld.

“Ik denk dat we ons juist zorgen moeten maken dat het aantal meldingen niet omhoog is gegaan”, zegt Van den Hul. “In alle landen om ons heen zien we een stijging van 30 procent in meldingen. Nederlandse organisaties die een chatfunctie hebben, zien wel het aantal hulpvragen stijgen.” Nederland heeft daarom een campagne met meldingsmogelijkheid in apotheken opgezet, waar al zeker dertig keer gebruik van is gemaakt. “Al kun je maar één iemand helpen, wat mij betreft is het dan geslaagd.” Tegelijkertijd waarschuwt Van den Hul: “Dat betekent niet dat we er zijn. Want wat gebeurt er na zo’n melding? Er zijn nog steeds lange wachttijden, situaties waarbij vrouwen zich niet serieus genomen voelen in het traject.”

Om nog maar eens aan te geven hoe groot het probleem van femicide in Nederland is, trekt Römkens de vergelijking met verkeersveiligheid: “Om de tien dagen verliest een vrouw hier het leven als gevolg van huiselijk geweld. Als er ergens in Nederland een kruispunt zou zijn waar jaarlijks veertig dodelijke ongelukken plaatsvinden, hoe lang zou dat kruispunt nog bestaan?”

*De naam Lina is voor haar veiligheid gefingeerd. Haar echte naam is bij de redactie bekend.

Dit artikel verscheen eerder in het OneWorld magazine.

NI UNA MENOS

Er is een vrouw vermoord

Een fotoreportage over geweld tegen vrouwen en femicide in Argentinië.

Chili kop

Van Santiago tot Amsterdam: waar geweld tegen vrouwen is, klinkt dit Chileense strijdlied

‘Het ligt niet aan mij, waar ik was of wat ik aanhad. De verkrachter, dat ben jij.’

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Chef magazine

Bezoek auteurspagina
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief