Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Sinds de dood van de 22-jarige Iraans-Koerdische Jina Mahsa Amini slaap ik nauwelijks. Ze stierf op afgrijselijke wijze in de hoofdstad Tehran nadat ze in elkaar was geslagen door de moraliteitspolitie, die haar arresteerden omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen. Sinds haar dood braken hevige protesten uit in heel het land.

43 jaar onderdrukking stuurt de Iraanse burgers in groten getale de straat op, waar ze het risico lopen te worden opgepakt of vermoord. ‘Mahsa, esmeh to ramze mast,’ zie ik onder posts over de protesten in Iran staan. ‘Mahsa, jouw naam is ons codewoord.’ Haar naam zou inderdaad weleens het codewoord kunnen zijn om vrijheid, democratie en vrouwenrechten af te dwingen.

Jina: een ‘verboden’ naam

De officiële naam van de vrouw die op 16 september vermoord is, is Mahsa, maar haar Koerdische naam is Jina. Dat zit zo: in Iran bestaat er een lijst van namen waar je uit kunt kiezen als je je kind gaat registreren. Veel namen van etnische minderheden staan daar niet op en zijn daarom niet officieel toegestaan. Het is een van de manieren waarop het regime probeert minderheidsgroepen te belemmeren hun cultuur uit te dragen. Op Jina’s graf staat Jina geschreven en ook haar moeder noemt haar Jina. Haar familie plaatste een tijdelijk bord op het graf met de tekst: ‘Jouw naam is ons codewoord,’ waarna anderen online die tekst overnamen.

Eind september besloot ik me voor het eerst openlijk uit te spreken tegen het Iraanse regime, wat niet zonder consequenties is. Ik begon erover te posten op social media, werd gevraagd voor interviews en vervolgens ben ik – ook voor het eerst – naar een demonstratie gegaan en heb ik voor de Iraanse ambassade hoofddoeken verbrand. Niets van dat alles voelde dapper, niets gaf me het gevoel dat ik iets wezenlijks bijdroeg.

Ik ben boos op westerse mensen omdat zij zich niet méér uitspreken

Ik ben ook boos. Op westerse mensen dat zij zich niet méér uitspreken. Voor westerse mensen staat er niets op het spel, en toch is het voor mijn gevoel de diaspora die het hardst schreeuwt. Met andere Iraanse Nederlanders praat ik over het dilemma: je wel of niet uitspreken. En over wat ze van andere Nederlanders verwachten.

Kobra Ghassemi (68): ‘Ik voel me schuldig omdat ik hier veilig ben’

Cobra
Kobra Ghassemi

Ghassemi was journalist (nu gepensioneerd) en behoort tot de Bakhtiari, een volk dat in het westen van Iran woont. Ze woont inmiddels 31 jaar in Nederland en is in die tijd één keer terug geweest.

“Ik moet de hele tijd huilen om de mensen die op brute wijze op straat worden vermoord. Doordat de toegang tot internet beperkt is, lijkt het alsof het hele volk in een gevangenis zit. In 2009 en 2019, toen er eveneens massale demonstraties waren, sloot de regering ook het internet af. Dat gaf ze vrij spel duizenden mensen te vermoorden. Het verschil met toen is dat de protesten vorige keer in een paar grote steden plaatsvonden, nu zijn ze overal in het land. En er zijn geen leiders – dit is echt een opstand van het volk.

Vrouwen staan aan de voorhoedes van deze beweging; zij begonnen de straat op te gaan en mannen volgden hen. In Iran hebben vrouwen nauwelijks rechten: zij kunnen bijvoorbeeld niet reizen en geen paspoort krijgen zonder toestemming van hun man. Ze hebben minder recht om te scheiden, op een erfenis, of recht op voogdij van hun kinderen. Het maakt me trots als ik zie hoe deze vrouwen opkomen voor hun rechten en hun hoofddoeken in brand steken.

Ik heb gewerkt voor de Iraanstalige radiozender Radio Zamaneh, die vanuit Nederland opereert. Ik berichtte onafhankelijk over het nieuws in Iran, maar word daarom door het regime als vijand gezien. Voortdurend vergelijk ik mijn leven met dat van mensen daar: waarom hebben zij geen vrijheid? Ik voel me heel erg schuldig dat ik hier een veilig leven heb. Maar ik ben niet gelukkig, ik denk altijd aan Iran.

Toen ik 25 was heb ik de islamitische revolutie meegemaakt. Van de huidige demonstraties word ik enerzijds blij en anderzijds verdrietig. Wij wilden ook vrijheid en democratie, maar Khomeini kwam aan de macht, met hulp van het Westen dat bang was dat communisten het land over zouden nemen. Ik hou dan ook mijn hart vast voor de uitkomst nu, vooral omdat er geen leiders, partijen of organisaties zijn die achter de protesten zitten. Dat kan voor chaos zorgen.”

Solidariteitsdemonstraties in Nederland

Afgelopen weekend gingen honderden mensen verspreid over Nederland de straat op om steun te betuigen met de demonstranten in Iran. Onder meer in Amsterdam, Eindhoven en Den Haag kwamen mensen samen. Enkele vrouwen knipten hun haren af, anderen verbrandden hoofddoeken.

Op 8 oktober staat op het Malieveld (Den Haag) een nieuwe solidariteitsdemonstratie gepland om 14.00 uur.

Sepideh Zarrinkelk (32): ‘Deel de gewelddadige beelden wél’

CMS iran 2
Sepideh Zarrinkelk

Zarrinkelk is softwaredeveloper en behoort tot de Azeri, een volk in het noordwesten van Iran. Ze woonde afwisselend in Iran en Nederland. Sinds 2018 is ze niet meer terug geweest.

“Ik ben vermoeid en gefrustreerd. Aanvankelijk was ik hoopvol, maar nu voelt het alsof we als Iraanse gemeenschap eenzaam zijn. Ik had verwacht dat meer activisten zich zouden uitspreken. Het geeft Iraniërs veel moed wanneer ze zien dat hun stem iemand bereikt die ze niet eens kennen, dat zelfs beroemdheden zich om hen bekommeren. Erkenning van wat er gebeurt geeft hun menselijkheid en hoop dat ze niet onzichtbaar zijn. Dat heb je nodig om de straat op te gaan, waar kogels je kunnen raken.

Niet-Iraniërs delen weinig beelden uit Iran omdat ze zó lelijk en pijnlijk zijn

Het valt me op dat niet-Iraniërs amper beelden delen van de protesten, maar slechts wat posts met mooie illustraties van Mahsa. Maar die gruwelijkheid is de realiteit. Mahsa’s dood was niet een incident – net zoals wat er met George Floyd gebeurde ook niet één incident was. De beelden van zijn dood zorgden ervoor dat er wereldwijd grote afschuw was. Beelden uit Iran zouden hetzelfde effect kunnen hebben, denk aan een foto van de blote rug van een vrouw met hagel erin of een video waarin een vrouw hardhandig geduwd wordt door een politieagent en met haar hoofd tegen de stoeprand aankomt. Maar deze beelden worden niet zo vaak gedeeld omdat ze zo lelijk en pijnlijk zijn.

Afgelopen vrijdag ging ik naar het protest tegenover de Tweede Kamer, dat was fijn. Maar uiteindelijk zijn we boos op het Iraanse regime, dus daarom ben ik [samen met de auteur van dit artikel, red.] nog naar de Iraanse ambassade geweest om hoofddoeken te verbranden. Dat deden we in navolging van de vrouwen in Iran, die dit symbool van de onderdrukking in Iran in de fik steken. We wilden laten zien dat wij vanuit onze veilige hoek ook aan hen denken. Toch ben ik niet content. Wat wij hier doen heeft geen consequenties, we lopen geen risico’s zoals de mensen daar.

Ongeveer een week geleden nam ik het besluit niet meer terug te gaan naar Iran, niet zolang het islamitische regime heerst. Nu mijn gezicht en naam gelinkt zijn aan de protestberichten en na de video van ons voor de ambassade kan dat ook niet meer – ik zal bekend staan als een tegenstander van het regime en mogelijk opgepakt worden. Het betekent wel dat ik mijn vriendinnen van de middelbare school of mijn oma, die 94, is nooit meer zal zien. Daar probeer ik niet te veel over na te denken, dan ga ik kapot vanbinnen.”

Shahin (30): ‘Als ik praat, kan mijn familie in de gevangenis belanden’

Shahin is kapper. Hij is een Iraanse Koerd, maar voelt zich vooral Iraans. Hij woont nu zeven jaar in Nederland en is nog nooit terug geweest naar Iran. Zijn naam is uit veiligheidsoverwegingen gefingeerd.

“De protesten in Iran gaan niet alleen om het wel of niet dragen van de juiste hijab. Dit regime geeft niet om zijn mensen. Er is geen vrijheid van meningsuiting en als mensen kritisch zijn op het regime, lopen ze risico te worden vermoord. Vooral jongeren willen hun dromen najagen, maar hebben geen vrijheden. Bovendien lijdt de bevolking onder de sancties vanuit het Westen – alles is duur geworden. Mijn familie en vrienden wonen allemaal nog in Iran en klagen over de snel stijgende prijzen van alle producten.

Ik zou me openlijk willen uitspreken over de situatie, maar ik moet rekening houden met mijn familie

Ik zou me openlijk willen uitspreken over de situatie, maar ik moet rekening houden met hen. Als ik het over de Iraanse politiek heb, zouden ze misschien in de gevangenis kunnen belanden. Op social media deel ik anoniem veel beelden en informatie, en ik deel de hashtag #Mahsa_Amini onder posts van beroemde Nederlanders, zoals Nikkie Tutorials, zodat zij er hopelijk aandacht aan besteden. Die hashtag is inmiddels meer dan 100 miljoen keer gedeeld op Twitter, een record.

Het is belangrijk dat iedereen in het Westen die boodschap blijft verspreiden en meer mensen beseffen welke misdaden er plaatsvinden in het land. Voor velen zullen de gewelddadige beelden van de protesten een shock zijn, maar we hebben ook allemaal gezien wat er gebeurde in Oekraïne of Afghanistan. Nu kunnen we ons bewust zijn over wat er gebeurt in Iran.”

Dit artikel verscheen eerder op OneWorld.nl op 30 september.
De echte naam van Shahin is bij de redactie bekend.

Afghan lady waiting to cross the street in Kabul

Waar waren de Afghaanse experts in de media?

Het wordt tijd om Afghanistan door de ogen van Afghanen te zien.

Israeli Checkpoint, Jerusalem

‘Noem het ‘conflict’ tussen Israël en Palestina wat het is: een bezetting’

Het woord 'conflict' impliceert een gelijkwaardige strijd.

CMS iran

Over de auteur

Mina Etemad is multimediajournalist en schrijft graag over kunst en cultuur, dierenrechten en gelijkwaardigheid.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief