Verborgen achter een stalen poort, prikkeldraad en hoge muren, houden weggelopen meisjes en vrouwen in Afghanistan zich schuil. Ze zijn uitgehuwelijkt als kind, geslagen door hun man, vernederd door hun schoonfamilie en soms gedwongen geprostitueerd. Zodra ze ontsnapt zijn aan al het geweld, kunnen ze vaak nergens heen. De familie-eer is immers beschadigd en daarmee zijn ze hun leven niet meer zeker. Ernstig getraumatiseerd komen ze in speciale shelters terecht. Het Afghan Women Skills Development Centre (AWSDC) is één van de vele non-gouvermentele organisaties die dit soort meisjes onderdak biedt en psychische hulp verleent. Zo ook aan Asifa, Malae, Shogufa en Maryam, die hun echte naam niet mogen prijsgeven. Vanaf hun geheime verblijfplaats doen zij hun verhaal. 

Deel 3:
Maryam (29), geboren in Baraki
Opgevangen sinds: 2013 (1,5 jaar in drie opvangcentra in Kabul)

Maryam Afghanistan vrouwen gender vrouwenrechten

“Mijn vader was generaal in het Afghaanse leger toen hij door een vliegtuigongeluk om het leven kwam. Mijn moeder weigerde te hertrouwen. Ze werkte als typiste voor de regering, waardoor ze ons kon onderhouden, en ik ging gewoon naar school.

Ik was dertien toen ik uitgehuwelijkt werd

Toen de Taliban in aantocht waren, ging het gerucht dat ze huizen afgingen op zoek naar werkende vrouwen. Mijn moeder werd hierdoor gedwongen te stoppen met haar baan. Ook werden meisjes onder druk gezet om te trouwen. Ik was dertien jaar toen mij moeder mij uithuwelijkte aan haar neef.

Van mijn schoonmoeder moest ik zo snel mogelijk kinderen krijgen

Tijdens onze verloving kwam ik erachter dat mijn echtgenoot epileptisch was. Daar schrok ik zo van, dat ik zijn ring terug gaf. Maar zijn ouders hadden beloofd om voor ons een winkel te kopen. Dus mijn moeder hield vol: ik moest met hem trouwen.

Poeslieve leugens
Ik ging van school en verhuisde naar mijn schoonfamilie in Kabul. Mijn schoonfamilie was poeslief, omdat ze wisten dat hun zoon problemen had. Bovendien was er geen shop, dat was een leugen. Van mijn schoonmoeder moest ik zo snel mogelijk kinderen krijgen. Het werden twee zoons en een dochter.

Alles veranderde toen mijn zwager en mijn schoonouders plotseling overleden. Van één epileptische aanval in de maand, kreeg mijn man er nu vijf per dag. Hij kon daardoor niet meer werken en dat maakte hem agressief.

Met een mes stak hij haar in hoofd, armen en benen

Wraak 
Zijn frustratie reageerde hij met zijn vuisten op mij af. Of hij verwondde zichzelf door zijn aandoening, tot twee keer toe lag hij voor een maand in het ziekenhuis. Van mijn familie kreeg ik negenduizend Afghani (zo’n 160 euro) per maand om van te leven, en daar moest ik het mee doen.

Een keer zochten we mijn moeder op in het ziekenhuis. Even daarvoor had mijn man mij een bloedneus geslagen en dat zag ze. Toen ze er wat van zei, dreigde hij haar ook wat aan te doen. ‘Dat moet je eens proberen,’ zei ze. Haar opmerking maakte hem des duivels. En een paar weken later nam hij wraak. Met een mes stak hij haar in haar hoofd, benen en armen. Daarna kon ze niet meer lopen en had ze een blijvende hersenbeschadiging.


Maryam heeft een potje nagellak bij zich. Het symboliseert haar droom om later zelfstandig te kunnen zijn.
Foto: Marielle van Uitert

Alleen nog maar slapen 
Hij vluchtte met onze kinderen naar Ghazni. Na vijf maanden kwam hij terug, maar ik kon het niet meer opbrengen om met hem verder te gaan. Drie jaar lang woonde ik bij mijn moeder in Baraki, onder constante bedreigingen van mijn man. Mijn kinderen mocht ik niet meer zien. En toen de scheiding was uitgesproken, ben ik naar een vrouwenopvanghuis gegaan. 

Ik heb in drie verschillende shelters gezeten. In de eerste kon ik niet blijven, uit de tweede wilde ik zelf weg. Ik hoorde dat mijn moeder was overleden en daarna kreeg ik last van emotionele problemen. Ik kon alleen nog maar slapen en was niet meer aanspreekbaar.

In het derde opvanghuis hier in Kabul voel ik mij veilig, maar ik ben niet vrij. Net als mijn moeder wil ik mijn eigen geld verdienen door een beauty shop te openen. Ik ben namelijk altijd bezig met nagellak en make-up.  Dat staat voor mij voor vrijheid. Op de dag dat ik uit de opvang kom, bezoek ik eerst mijn moeders graf. Daarna haal ik mijn kinderen terug.”


Journaliste Valeska Hovener reisde samen met fotografe Marielle van Uitert in februari naar Afghanistan, om de lotgevallen van meisjes en vrouwen te verwoorden en verbeelden. Ze kwamen terecht in een vrouwenopvanghuis waar de weggelopen meisjes en vrouwen zich schuil houden. Dit is is het derde deel in een vierdelige serie. Lees hier deel een en deel twee

670

Over de auteur

Valeska Hovener is een bevlogen en reislustige journalist, en eigenaar van In Vogelvlucht, een journalistiek tekstbureau …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief