Verborgen achter een stalen poort, prikkeldraad en hoge muren, houden weggelopen meisjes en vrouwen in Afghanistan zich schuil. Ze zijn uitgehuwelijkt als kind, geslagen door hun man, vernederd door hun schoonfamilie en soms gedwongen geprostitueerd. Zodra ze ontsnapt zijn aan al het geweld, kunnen ze vaak nergens heen. De familie-eer is immers beschadigd en daarmee zijn ze hun leven niet meer zeker. Ernstig getraumatiseerd komen ze in speciale shelters terecht. Het Afghan Women Skills Development Centre (AWSDC) is één van de vele non-gouvermentele organisaties die dit soort meisjes onderdak biedt en psychische hulp verleent. Zo ook aan Asifa, Malae, Shogufa en Maryam, die hun echte naam niet mogen prijsgeven. Vanaf hun geheime verblijfplaats doen zij hun verhaal. 

Deel 2:
Malae (22), geboren in Kabul
Opgevangen sinds 2010 (5 jaar in Kabul)

“Ik was twee jaar oud toen mijn moeder op het kraambed overleed. Ze had tijdens haar zwangerschap zwaar werk moeten verrichten en er was geen ziekenhuis om in te bevallen. Mijn vader was naar Iran gegaan om werk te zoeken. Maar na een ongeluk raakte hij langdurig in coma. Mijn grootouders ontfermden zich over mij en mijn zusje. Maar daar moesten we hard werken. De hele dag: water uit de put halen, koken, wassen, schoonmaken, alles. Na twee jaar kwam mijn vader terug. Hij was wakker geworden, maar kon zijn been niet meer bewegen. Toen hij zag hoe slecht mijn zusje en ik werden behandeld, nam hij ons mee terug naar Iran.

[[nid:39803]]

In Iran mocht ik naar school. Mijn vader wilde dat niet, maar mijn tante dwong hem ertoe. Nadat ik de tweede klas had afgerond, haalde mijn vader mij alsnog van school af en we verhuisden terug naar Kabul. Daar hertrouwde mijn vader en ineens mocht ik niks meer. Hij sloeg me voortdurend en ik moest binnen blijven. Deed ik dat niet, dan zou ik volgens hem een ‘slecht meisje’ worden. Toen mijn broertje werd geboren, had mijn vader geen oog meer voor ons. Als achtjarig meisje moest ik thuis tapijten knopen. Ik werkte aan één stuk door, want hoe groter het kleed, des te meer geld hij kreeg.

Ik was zo verdrietig dat ik probeerde mijzelf op te hangen, maar dat lukte niet

Op mijn veertiende werd ik door mijn vader aan een man verkocht met wie ik trouwde. Mijn schoonfamilie was rijk en goed geschoold. Toch werd ik vernederd en emotioneel mishandeld, want in hun ogen was ik niks. Slechts een arm, dom meisje dat niks kon. Ook mijn man behandelde mij vreselijk. Waarom ben je mijn vrouw? Ik ken je niet, herhaalde hij keer op keer. Totdat hij wegging en mij achter liet. Na zijn vertrek, wilde mijn schoonfamilie van mij af. Ik was zo verdrietig dat ik probeerde mijzelf op te hangen, maar dat lukte niet. 

Malae met het enige cadeautje dat ze van haar jeugd heeft overgehoudenMalae met het enige cadeautje dat ze van haar jeugd heeft overgehouden; een gele trui, gekregen van haar vader. (Foto: Marielle van Uitert)

Omdat ik nergens naartoe kon, werd ik naar de politie gebracht. Mijn zaak kwam voor de rechter en die liet mijn schoonvader voor komen. Toen hij zei dat ik geen familie van hem was, vroeg de rechter of ik dan niet terug kon naar mijn vader. Maar ik gaf hem te verstaan dat ik van iedereen af wilde. Zo kwam ik in het vrouwenopvanghuis terecht.

Inmiddels weet ik wat ik wél kan. Ik schrijf gedichten en voor één woord kan ik nu tien synoniemen geven

Van de afgelopen vijf jaar, voelde ik mij vier jaar lang geen mens meer. Ik kon niet meer het verschil zien tussen verdriet en blijdschap. Waarom maakt God ook meisjes en niet alleen jongens? Vroeg ik mij af. Maar sinds kort ga ik weer naar school en heb ik vriendinnen. Ik zit al in de negende klas. 

Soms dwalen mijn gedachten nog wel eens af naar mijn verleden. Vooral als ik naar mijn gele trui kijk, het enige kado dat mijn vader mij ooit heeft geschonken. Dan voel ik mij blij en verdrietig tegelijk. Maar inmiddels weet ik wat ik wél kan. Ik schrijf gedichten en voor één woord kan ik nu tien synoniemen geven.”

—-
Journaliste Valeska Hovener reisde samen met fotografe Marielle van Uitert in februari naar Afghanistan, om de lotgevallen van meisjes en vrouwen te verwoorden en verbeelden. Ze kwamen terecht in een vrouwenopvanghuis waar de weggelopen meisjes en vrouwen zich schuil houden. Dit is is het tweede deel in een vierdelige serie.

670

Over de auteur

Valeska Hovener is een bevlogen en reislustige journalist, en eigenaar van In Vogelvlucht, een journalistiek tekstbureau …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief