Jaarlijks belandt er vijf tot twaalf miljoen ton plastic in onze oceanen, zegt eco-toxicoloog Colin Janssen. Het vormt een drijvende brij, een plastic soep, die voorlopig niet zal verdwijnen. In de zeestroming met de hoogste concentratie, de North Pacific Gyre in de Grote Oceaan, bevinden zich tot 334.271 stukjes plastic per vierkante kilometer.

Dat dit enorm schadelijk is voor het wereldwijde ecosysteem is zeker. Denk aan walvissen die met kilo’s plastic in hun maag aanspoelen. Of aan plankton dat plastic binnenkrijgt, dat zo via de voedselketen ook op ons bord terechtkomt. De vraag wat we daartegen kunnen doen, is dan ook al vaak gesteld. Een nieuwe vraag is of we er ook iets mee kunnen doen.

Van afval tot schat

The Ocean Clean-Up, het bedrijf van de Nederlander Boyan Slat, stelt zich sinds 2013 tot missie om de plastic soep op te ruimen. Eind oktober bracht het bedrijf voor het eerst een product van oceaanplastic op de markt. Het werd een zonnebril, ontworpen door de Zwitserse designer Yves Béhar en in Italië geproduceerd door het in eyewear gespecialiseerde bedrijf Safilo. Van afval tot schat: zo kondigt The Ocean Clean-Up de innovatie zelf aan. Daar is de prijs, à 199 euro, ook naar.

Experts betwijfelen of het een goed idee is om afval uit de oceanen te vissen en te verwerken in nieuwe producten

The Ocean Clean-Up is niet het enige bedrijf dat munt wil slaan uit deze formule: Adidas, Ikea en Patagonia gingen al voor. Zij verkopen respectievelijk sportschoenen en -tenues, kussenslopen en petten die geheel of gedeeltelijk zijn gemaakt van plastic afkomstig uit de Indische Oceaan, de Grote Oceaan en de Middellandse Zee.

De initiatieven kunnen rekenen op veel positieve media-aandacht. Maar experts hebben zo hun twijfels bij de vraag of het eigenlijk wel een goed idee is om afval uit de oceanen op te vissen en te verwerken in nieuwe producten. Waar komt hun argwaan vandaan?

Snel geld verdienen

Eerst naar de term oceaanplastic: wat verstaan we daar precies onder? Hoewel er geen patent zit op het begrip – het is immers geen uitvinding of technologie, maar een verwijzing naar de oorsprong – wordt er bij ‘oceaanplastic’ van uitgegaan dat het plastic is dat daadwerkelijk uit de diepe zee komt.

“Oceaanplastic ziet eruit als nieuw plastic”, zegt Joost Dubois, communicatieverantwoordelijke van The Ocean Clean-Up. “Maar het is moeilijk om uit de oceaan te halen en bovendien lastiger om te verwerken omdat het plastic al in een verdere staat van ontbinding is, waardoor hergebruik duurder is dan het gebruik van nieuw plastic. De afgelopen jaren zagen wij veel claims van bedrijven dat ze met dit type plastic werken. Wij hebben daar vaak onze twijfels bij. Wie snel geld wil verdienen, kan producten maken van een ander soort plastic, daar een enorme marge op nemen en ze als oceaanplastic verkopen.”

Ook Jeroen Dagevos, programmacoördinator bij Plastic Soup Foundation, roept op tot alertheid bij beweringen over oceaanplastic. “Om zo te mogen heten zou ‘oceaanplastic’ opgevist moeten worden uit open zeeën, maar vaak komt het neer op verzameld plasticafval van een strand. Akkoord, ook dat helpt om plastic uit de oceaan te houden. Maar beweren dat het om oceaanplastic gaat, is dan geen harde claim. Dan heeft het meer een symbolische waarde.”

“Daarom hebben wij een onafhankelijk classificatiebureau gevraagd om een certificeringsstandaard te ontwerpen”, zegt Dubois. “Daarmee kunnen consumenten zien en nagaan van welke plek in de oceaan het plastic precies komt.”

Plastic ruimen wordt sexy

Milieuorganisatie Parley for the Oceans, die onder meer samenwerkt met Adidas, is een van de organisaties die claimt met oceaanplastic te werken zonder dat dat in de praktijk het geval is. De organisatie vist het plastic op in kustgebieden in de Indische Oceaan, zoals aan de Maldiven. En daar heeft ze zo haar redenen voor.

“Het kost heel veel om plastic uit open zeeën op te halen”, zegt Parley for the Oceans-oprichter Cyrill Gutsch over de werking van The Ocean Clean-Up, waarop ook in andere media veel kritiek te lezen is. “Is het niet beter om plastic op te ruimen op stranden, waar dat plastic uiteindelijk toch aanspoelt, dan om veel energie – en brandstof – te verkwisten op zee? Het meeste plastic zinkt naar de bodem, daar komen we toch niet meer bij. Volgens mij kunnen we onze energie beter besteden aan het opruimen van plastic dat een directe bedreiging vormt voor het zeeleven in kustgebieden.”

Tot voor kort konden we er alleen maar van dromen dat plastic ruimen sexy zou zijn

Dagevos gaat gedeeltelijk in die redenering mee: “Plastic van stranden ruimen voorkomt ook oceaanplastic. En van ‘echt’ oceaanplastic kun je toch geen volledige producten maken.” Daarvoor is het in een te verre staat van ontbinding. “Bijmengen met virgin plastic, nieuwe grondstoffen dus, zal dan nodig zijn.”

Ondanks de tegenstrijdige visies van The Ocean Clean-Up en Parley for the Oceans vindt Gutsch het een positieve ontwikkeling dat er nu zoveel gediscussieerd wordt over oceaanplastic. “Tot voor kort konden we er alleen maar van dromen dat plastic ruimen sexy zou zijn. Nu is er een wedloop wie het beste de oceaan schoonmaakt. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: minder plastic, meer bewustzijn. Deze competitiedrang zal ons alleen maar helpen.”

Een handtas van 6 miljoen om de oceaan te beschermen?

Als je 199 euro voor een zonnebril al aan de dure kant vond, val je stijl achterover van de prijs van de nieuwe handtas van het Italiaanse luxemerk Boarini Milanesi. Met 6 miljoen euro zou het de duurste handtas ter wereld zijn, claimt het merk zelf. Er zijn er maar drie van gemaakt. Per verkochte tas wil het merk 800.000 euro inzetten om de oceanen schoon te maken. Maar wie denkt dat ook deze tas zelf uit oceaanplastic gefabriceerd is: dat is niet het geval. Boarini Milanesi koos voor krokodillenleer met een diamanten en witgouden afwerking.

Of krokodillen kweken voor hun huid of goud- en diamantenmijnen nou milieuvriendelijk, laat staan mens- of diervriendelijk zijn, daar spreekt het merk zich niet over uit. De Britse pers vraagt zich alleszins af wie het in zijn hoofd zou halen om zo’n tas te kopen. Een andere vraag is: waarom? Misschien kunnen de drie welgestelde kopers hun handtas gebruiken voor een namiddagje plasticafval ruimen op het strand?

Via de wasmachine terug naar de oceaan

Als het plastic er dan eenmaal is, waar het ook vandaan komt, duiken andere problemen op. Wat bij een aanpak als die van Adidas ingewikkeld ligt, is dat de merken textiel fabriceren van oceaanplastic. Ze maken er gerecycleerde polyestervezels van, de meest courante synthetische stof. Dat is problematisch, want polyestervezels kunnen uiteindelijk opníeuw in de oceaan terechtkomen. Na elke wasbeurt komen namelijk microplastics vrij. “Tot 700.000 dunne synthetische haartjes per keer”, deelt hoogleraar Colin Janssen, eco-toxicoloog aan de Universiteit van Gent, telefonisch mee.

“Microvezels uit textiel, zoals polyestervezels, hebben naar schatting vijf tot twintig jaar nodig om af te breken. Waarschijnlijk zullen ze nooit volledig worden afgebroken, maar enkel nog kleiner worden, tot het nanoplastics zijn. Een groot deel van de vezels gaat rechtstreeks de natuur in: waterzuiveringsstations kunnen vaak niet meer dan de helft van de vezels tegenhouden.”

Voor de productie van kleding maakt het geen verschil of plastic nieuw is of afkomstig uit de oceaan

Dat is de reden waarom The Ocean Clean-Up, in tegenstelling tot Ikea en Adidas, geen textiel maakte van hun opgeviste oceaanplastic, en dat ook in de toekomst niet overweegt. “Per definitie wordt dat plastic dan weer omgezet in microvezels”, verklaart Joost Dubois, die dat daarom een ‘onverstandige keuze’ noemt.

Volgens chemicus Mario Smet, verbonden aan de KU Leuven, maakt het voor de productie van kleding zelfs geen verschil of het plastic dat gebruikt wordt nieuw is of afkomstig uit de oceaan. Positief aan het gebruik van oceaanplastic vindt hij dat het een stimulans vormt voor het opruimen van plasticafval, en dat er wat minder ruwe olie als grondstof nodig is. Dat gaat ook op voor strandplastic. Maar hij vraagt zich af wie dat plastic zal inzamelen. “Niet alle plastic is natuurlijk bruikbaar om kledij van te maken. Het zullen wellicht sociaal zwakkere groepen in ontwikkelingslanden zijn die het afvalplastic sorteren.”

Plastic is… duurzaam?!

Plastic hoopt zich op in de oceaan. Je hippe sportoutfit en zelfs je mooiste polyester kersttrui dragen daaraan bij. Wordt het niet dringend tijd om geheel te stoppen met dat synthetische goedje? Die vraag stel ik Karel Van Acker, hoogleraar materiaalkunde en circulaire economie aan de KU Leuven.

“Plastic is ook duurzaam,” zegt die tot mijn grote verbazing, “duurzaam in de zin van durable: het gaat lang mee. Producten uit plastic roesten niet, ze zijn goed bestand tegen chemicaliën, moeilijk kapot te krijgen.” En daar wringt natuurlijk de schoen, weet de prof. “Het breekt niet af in de natuur. Van die 8 miljard ton plastic die er sinds de jaren vijftig in omloop zijn, is maar liefst 5 miljard ton op stortplaatsen terechtgekomen.” Daar zal het niet bij blijven: “Tegen 2050 zullen we 1000 miljard ton per jaar produceren, drie keer zo veel als nu. We zijn met steeds meer mensen en in landen als China en India stijgt de welvaart. De consumptie van plastic zal enkel toenemen.”

We kunnen niet meer zonder plastic, concludeert Van Acker. “En dat is niet per se negatief. Alle plastic zomaar verbannen, dat hoeft niet voor mij.” Hij geeft het voorbeeld van plastic verpakkingen, waardoor etenswaren beter bewaard worden. “En ook in andere sectoren dan de voedselindustrie kunnen we niet om plastics heen. Stel je voor dat autoproducenten geen plastic meer zouden gebruiken. Dan zouden auto’s veel zwaarder zijn en zou het veel meer energie kosten om ermee te rijden.”

En hoe zit het dan met textiel? Voor die vraag keren we terug naar Jeroen Dagevos van Plastic Soup Foundation, die daar onderzoek naar gedaan heeft. “Wij hebben T-shirts getest die na vijf keer wassen bijna uit elkaar vielen”, vertelt hij over de resultaten. “Bij dat soort fastfashion-kwaliteit is er veel vezelverlies. Als je kleding beter geproduceerd wordt, zullen er veel minder microvezels ontsnappen. Kies dus kleding van goede kwaliteit.” Dat geeft hij ook mee als tip voor bedrijven als Adidas, Ikea, Patagonia en The Ocean Clean-Up. “Als merken niet op kwaliteit letten in de verwerking van oceaanplastic, dan is de inspanning om het uit de oceaan te halen voor niks geweest.”

Kleding van goede kwaliteit? Dit zijn alternatieven voor polyester

Naast synthetische stoffen zoals polyester, bestaan er stoffen van natuurlijke vezels en stoffen van kunstmatige vezels gemaakt uit natuurlijke textielvezels. Denk bij de eerste soort aan stoffen als katoen, wol, hennep of linnen. Bij de tweede soort gaat het om vezels uit plantencellulose zoals houtpulp. De bekendste stof is viscose, maar ook lyocell of Tencel wordt vaak genoemd als (duurzamer) alternatief.

Zomaar je kleerkast volhangen met katoen en viscose is niet ideaal. Katoen wordt gelinkt aan dwangarbeid in China en heeft veel water en chemicaliën nodig. Ook aan de productie van viscose komen veel chemicaliën te pas, en bovendien veroorzaakt de vraag naar plantencellulose uit houtpulp ontbossing over de hele wereld. Wol wordt dan weer gelinkt aan dierenleed.

De meest duurzame stap die je kan zetten, is zo lang mogelijk met je huidige garderobe doen, uit welke stof die ook bestaat. Want, zo zegt Dagenvos (Plastic Soup Foundation): “Hoe langer je je kleding behoudt, hoe minder microplastics er iedere wasbeurt ontsnappen. De eerste vijf wasbeurten is er veel vezelverlies, maar daarna stabiliseert zich dat.”

jesper_14 H

Zijn Kleine Zeemeermin leeft in een oceaan vol plastic

Kinderboekenschrijver Jesper Tornbjerg gebruikt magie om wereldproblemen aan te kaarten.

P1060530

Meer plastic afval in de oceaan dan vissen

Ali Skander is in Kenia een traditioneel zeilschip aan het bouwen van plastic afval.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
mg_7012

Over de auteur

Freelance journalist met focus op eerlijke mode

Sarah Vandoorne is een Belgische freelance journalist. Ze schrijft onder meer voor MO* Magazine, Eos Wetenschap, Charlie Magazine en One …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief