Studente Subha Malik (24) aarzelt even voor ze met haar kritiek losbarst op haar landgenote Malala en het Westen dat de zestienjarige scholiere het afgelopen jaar overstelpte met mensenrechtenprijzen en zelfs nomineerde voor de Nobelprijs voor de Vrede. “Malala is bij jullie slechts een hit omdat de Taliban haar beschoten”, zegt ze cynisch.

Boosdoeners
Hoe twee werelden de strijd van een Pakistaans meisje voor onderwijs in haar land toch verschillend kunnen interpreteren. Maar ik begrijp de frustraties van Subha.

Drie miljoen Pakistaanse meisjes gaan niet naar school. Dat zijn er nogal wat. Het Westen ziet de Taliban als de grote boosdoeners die met geweld meisjesonderwijs in Pakistan tegenhouden. Dat is de schuld van Malala vinden verscheidene Pakistanen, omdat Malala in de interviews die ze geeft te veel de aandacht van de werkelijke problemen in haar land afleidt door de gruwelijke praktijken van de Taliban te veel te benadrukken. Die verhalen gaan er bij de Westerse media maar al te goed in.

Werkelijke probleem
In praktijk bliezen de extremisten voornamelijk meisjesscholen op in de noordwestelijke Swat Vallei waar Malala vandaan komt en in de tribale gebieden langs de Afghaanse grens, de schuilplaats van Taliban. Een relatief klein gebied vergeleken met de provincie Punjab waar niet de onveiligheid maar vooral de schrijnende armoede en de conservatieve cultuur ouders ervan weerhouden hun dochter naar school te sturen. “Als er geen aparte wc voor meisjes is mogen ze al niet naar school”, legt Subha uit.

Volgens onderwijsspecialisten in Pakistan is de schrijnende armoede het werkelijke probleem. Maar armoede is ‘uit’ en bijna geen onderwerp meer in de Westerse media. De aandacht gaat vooral uit naar het succes van de nieuwe opkomende economische landen.

Agenda
Subha, die als het eerste meisje uit haar familie naar de universiteit mocht, omdat haar moeder de familie wist te overtuigen van het nut van voortgezet onderwijs voor meisjes, ontkent niet dat Malala met haar verbeten strijd voor meisjesonderwijs het analfabetisme stevig op de agenda heeft gezet. Er moet veel meer gebeuren. Subha zou graag willen dat het Westen zich wat meer zou bekommeren om de armoede in Pakistan.

Voor onderwijs is geld nodig. De Pakistaanse regering besteedt nog geen 1.5 % aan onderwijs. Sinds het land de oorlog tegen het terrorisme steunt, verkeert de economie in een diepe, uitzichtloze crisis. Wanbeleid en corruptie dragen bij aan die malaise. Zestig procent van het nationale inkomen gaat naar de afbetaling van de schulden aan het Westen.

Uit veiligheidsredenen zeggen verscheidene internationale NGO’s te zijn vertrokken uit Pakistan. Door bezuinigingen in Europa ontvangt Pakistan minder geld aan ontwikkelingshulp. “De duizenden dollars die Malala aan awards en prijzengeld kreeg, hadden jullie beter in onderwijsprojecten voor meisjes kunnen steken”, vindt Subha.

Middeleeuwse praktijken
Het schrijnende is dat de verwende elite geen hinder ondervindt. Ze stuurt haar kinderen naar dure privéscholen of ze houdt moedwillig onderwijs tegen. Zoals de feodale landheren op het platteland die hun arbeiders liever dom houden, bang dat ze in opstand komen tegen de middeleeuwse praktijken. In een dorpje vlak buiten Lahore stichtte een Pakistaanse NGO twee jaar geleden de eerste dorpsschool. De landheer dreigt dagelijks de school in brand te steken of de banden van de schoolbus  lek te prikken. Zelf stuurt hij zijn kinderen naar de beste universiteiten in Amerika.

Van de helft van alle meisjes die onderwijs volgen wordt in groep 5 al weer van school gehaald. Als ze eenmaal menstrueren, mogen ze de deur niet meer uit. De ouders zijn bang dat ze zwanger raken. Twintig procent van de meisjes werkt in fabrieken of als hulp in de huishouding. Kinderarbeid in Pakistan is verboden.

Nieuwe regering
Ex-president Zardari riep na de moordaanslag op Malala het ‘Malala Fonds’ in het leven. Hij beloofde dat ieder gezin 1 dollar per kind per dag zou krijgen. Maar een nieuwe regering trad afgelopen mei aan. Premier Nawaz Sharif weigert halsstarrig de  ‘liefdadigheidsprojecten’ van zijn voorganger uit te voeren, bang dat hij niet de credits krijgt. Dus is het Malala Fonds nog voor het van start ging al weer op sterven na dood.

Zo heeft volgens Subha iedereen boter op zijn hoofd en zijn de vooruitzichten voor meisjes die hopen in 2014 wel naar school te mogen opnieuw somber.

 

wilma2

Over de auteur

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief