Dagmar Oudshoorn (47) dacht dat ze in haar kantoor in Amsterdam zou zitten, of in één van de honderden landen waar Amnesty International actief is. In plaats daarvan vertelt ze vanuit haar woning in het kleine Uithoorn, vanachter een computerscherm, over haar eerste half jaar als landelijk directeur van Amnesty. “Het is een bijzondere tijd om directeur te worden: in de coronacrisis is de wereld veranderd.”

Het ging al niet goed met de mensenrechten – de afgelopen vijftien jaar gaan democratieën er wereldwijd op achteruit, volgens een rapport van de Amerikaanse organisatie Freedom House. En aan het coronadossier op de website van Amnesty lijkt geen einde te komen: onder het mom van veiligheid worden privacywetten aan de kant geschoven, journalisten en tegenstanders de mond gesnoerd, vluchtelingen uitgesloten en autoritaire wetten doorgevoerd.

De organisatie moet dus keuzes maken: waar besteden we aandacht aan? Oudshoorns voorganger, Eduard Nazarski, kreeg het zwaar te verduren omdat hij óók onrecht in Nederland wilde bestrijden. Toen Amnesty zich in 2013 uitsprak tegen etnisch profileren door de Nederlandse politie, reageerde die in eerste instantie woedend. Nadat ze zelf onderzoek hadden gedaan, bevestigden ze het probleem. Toen Amnesty vorig jaar verklaarde tegen het boerkaverbod te zijn, zeiden veel mensen zelfs hun lidmaatschap op.

Niet zo lang geleden werkte Oudshoorn zelf bij de politie. Dat zorgt voor verbaasde reacties, maar zij ziet geen tegenstelling tussen de politie en Amnesty. “Beiden dienen de rechtsstaat, toch? Waakhonden zoals Amnesty houden de macht scherp; zo hoort het te gaan. Ik maak me boos over etnisch profileren, dat heb ik nooit verborgen, ik ben zélf staande gehouden vanwege mijn huidskleur.”

'Rood nest'

Ze gebruikt weinig woorden om haar punt te maken: ze gelooft in de democratische rechtsstaat, dat zou niet ingewikkeld moeten zijn. Ze groeide op in een ‘rood nest’: haar alleenstaande moeder leerde haar om onrecht te bestrijden, van pesten in de klas tot kernwapens wereldwijd. Ze liep in haar jonge jaren mee in antiracismedemonstraties, kwam op voor studenten, protesteerde tegen kruisraketten en zat in de Raad van Toezicht van Vluchtelingenwerk.

De laatste jaren werd ze steeds ongelukkiger van verhardende discussies. “Ik stoor me er vreselijk aan dat dit welvarende land over vluchtelingen in de Griekse kampen zegt: we laten ze aan hun lot over. Vervolgens worden ze ontmenselijkt in discussies op sociale media. Er is gestreden voor onze mensenrechten, maar we lijken bereid alles weer overboord te gooien.”

Dagmar Oudshoorn-Tinga (1972, Breda) werkte ruim vijftien jaar voor justitie en was bestuurder in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord. In 2010 werd ze burgemeester van Uithoorn en in 2018 leidinggevende bij de Amsterdamse politie. Begin dit jaar werd ze verkozen tot directeur van Amnesty International Nederland. Ze woont in Uithoorn met haar man en vijfjarige zoon.

Ben je van plan om de huidige koers vast te houden: ook aandacht voor mensenrechten in Nederland? 
“Ik wil die koers zeker niet loslaten. Natuurlijk zijn er gradaties in schendingen, maar als er hier steeds meer aan de rechtsstaat wordt geknabbeld, dan moeten we ons daar ook op richten. De laatste maanden heeft Amnesty het kabinet opgeroepen om vijfhonderd minderjarige vluchtelingen vanuit Griekenland op te nemen, en om migranten in vreemdelingendetentie vrij te laten. Dat gaat om migranten die moeten worden uitgezet, maar dat kán nu niet. Maar je mag ze ook niet langer vasthouden. Daarnaast zijn de gezondheidsrisico’s in de detentiecentra ook nog eens groot. Het zijn geen populaire onderwerpen, maar als ik mij liet weerhouden door wat ik op sociale media lees, dan kwam ik niet zo ver. Er is veel steun hoor, ook vanuit de politiek, maar het kabinet heeft niet op de oproepen gereageerd.”

Solidariteit betekent ook dat we ons zélf aan de verdragen houden die we hebben getekend

Waarom reageren we zo verschillend wanneer het om onrecht ver weg of dichtbij gaat? 
“Het is eigenlijk heel tegenstrijdig: aan de ene kant wordt er geroepen dat we in een democratisch land wonen, dat schendingen elders veel heftiger zijn en dat we dáár naar zouden moeten kijken. Tegelijk doet onrecht op afstand ons juist minder: als het Nederlanders waren die op zee verdronken, was de wereld te klein. Hoe dan ook is het makkelijker om naar misstanden ver weg te kijken, want het raakt ons minder direct. Daarnaast staat Amnesty vooral bekend om de individuele acties waar je direct aan kunt bijdragen via een petitie of brief: bijvoorbeeld voor politieke gevangenen. En áls iemand dan vrijkomt, zijn dat de mooiste momenten.”

Met internationale solidariteit zit het in Nederland dus wel goed?
“Nou, we tekenen petities, en de regering kaart mensenrechten redelijk vaak aan in andere landen. Maar solidariteit betekent ook dat we ons zélf aan de verdragen houden die we getekend hebben. Als je kijkt naar onze omgang met vluchtelingen, doen we dat dus niet. Bovendien komen we in Nederland vooral op voor ‘klassieke’ mensenrechten: politieke rechten zoals vrijheid van meningsuiting en het verbod op marteling.

Elders, bijvoorbeeld in Afrika en Zuid-Europa, komt men meer op voor sociaaleconomische rechten: basale dingen, zoals toegang tot zorg, werk, onderwijs, eten. Dat vraagt om een gesprek over ongelijkheid, zeker in coronatijden. Ga maar eens anderhalve meter afstand houden in townships of favela’s. Maar ook in Nederland zie je bijvoorbeeld dat niet alle kinderen thuisonderwijs kunnen krijgen. Daar zetten we geen petities voor op, maar we kunnen wel lobbyen voor verandering, onderzoek doen: dat hoort óók bij het werk van Amnesty.”

Heb je ook een persoonlijke missie voor Amnesty?
“Ik merk dat mensenrechten steeds minder belangrijk worden gevonden: we weten niet goed waar ze voor staan, waaróm we mensenrechtenverdragen hebben getekend. Toen ik hier begon waren er mensen die zeiden: ‘Amnesty, dat is wel een erg linkse organisatie, hè?’ Maar mensenrechten zijn niet links of rechts, ze zijn voor iedereen, dat wil ik uitdragen. Ik wil juist een brede groep mensen bereiken met onze boodschap.

Dat kan door sterker in te zetten op bewustwording, en educatie op basis- en middelbare scholen. Als bestuurder moest ik vaak impopulaire maatregelen uitvoeren: een opvang voor dak- en thuislozen vond iedereen prima, tot het om hun wijk ging. Ik heb geleerd dat mensen vaak bereid zijn te luisteren als je de tijd neemt om uit te leggen waarom je iets doet, en op basis van welke regels. Amnesty is gestoeld op rechten, verdragen, op de wet, en gelukkig niet op meningen.”

Een opvang voor dak- en thuislozen vond iedereen prima, tot het om hun wijk ging

Maar ook wetten en verdragen zijn niet neutraal; die zijn opgeschreven uit bepaalde overwegingen.
“Klopt, mensenrechtenverdragen komen voort uit de Tweede Wereldoorlog, toen we zagen wat er gebeurt als hele bevolkingsgroepen worden uitgesloten en onze vrijheden worden afgepakt. Ze zijn misschien niet perfect, maar het zijn normen waaraan we wetten kunnen toetsen. We lijken te denken dat zoiets als toen ons niet meer kan overkomen, maar onze basisrechten – gezondheid, werk, vrijheid – zijn niet vanzelf-sprekend. Onze taak is om die te beschermen, en daar hebben we internationale normen voor nodig.”

Toch lijken we in crisistijd meer met onze veiligheid bezig dan met internationale normen. Sinds corona worden mensenrechten wereldwijd aan de kant geschoven. Hoe komt dat?
“In principe vormen die twee geen tegenstelling: mensenrechten zorgen voor veiligheid en veiligheid waarborgt onze mensenrechten. Maar in tijden van crisis grijpen leiders het argument van ‘veiligheid’ vaak aan om disproportioneel te reageren. Ik begrijp de angst van mensen; er zijn natuurlijk maatregelen nodig om deze pandemie in te dammen, maar die moeten langs diezelfde normen worden gelegd. Is het noodzakelijk, proportioneel, tijdelijk, controleerbaar en, in dit geval, gelinkt aan gezondheid?

In Groot-Brittannië is een corona-noodwet aangenomen die twee jaar geldig is. In Nederland discussiëren we over een corona-app; de eerste versies zijn van tafel nadat onder andere Amnesty kritisch onderzoek deed naar de gevolgen voor onze privacy. Op veel plekken worden tegenstanders monddood gemaakt, zogenaamd om nepnieuws te bestrijden. En hoe autoritairder een regime is, hoe verder het gaat.

Zonder die internationale normen kunnen we nu makkelijk een héél klein stukje opschuiven naar een nieuw normaal. En bij de volgende crisis weer een stukje. Zo boeten we stapje voor stapje in op verworven vrijheden – en dat wordt niet makkelijk teruggedraaid. Het is een glijdende schaal, dát wil ik mensen doen begrijpen.”

Je bent zelf ook bestuurder en handhaver geweest; heb je er begrip voor dat leiders veiligheid voorop zetten, en die normen maar vervelend te vinden?
“Ik stak niet zo in elkaar, maar door die ervaringen snap ik het wel: het is een stuk overzichtelijker om de regels te negeren of om te buigen. Ik heb in mijn carrière veel discussies gevoerd over het demonstratierecht: mag je bij een moskee protesteren, bij een abortuskliniek, de intocht van Sinterklaas, en waar mag je dan staan? Soms moest ik mijn persoonlijke mening aan de kant schuiven: ik heb een demonstratie bij een abortuskliniek goedgekeurd, maar dan wel iets verderop, zodat vrouwen ongestoord naar binnen konden. Binnen de grenzen van de rechtsstaat – haat zaaien en discriminatie zijn uitgesloten – mag iedereen van zich laten horen.”

We zijn het niet altijd met elkaar eens over wanneer er sprake is van discriminatie. Online is een foto te vinden waarop je, als burgemeester van Uithoorn, lacht naast iemand met een donker geschminkt gezicht.
“Klopt, diezelfde foto kwam naar boven toen ik bij Amnesty solliciteerde. Het gaat om de context: die man was verkleed als mij, het individu, omdat het een kermis was waarbij iedereen op de hak werd genomen. Hij had ook een bolle buik om, en een bord met de tekst: ‘De burgemeester bakt er niets van’, omdat ik net had meegedaan aan Heel Holland Bakt. Het ging dus niet om een bevolkingsgroep. Ik probeer altijd op te letten wat iemands bedoelingen zijn, en ik weet inmiddels héél goed wanneer ik word gediscrimineerd. Soms lijkt het wel alsof mij wordt opgelegd hoe ik me op zo’n moment zou moeten voelen.”

Discriminatie – één van de grenzen van de rechtsstaat – is in elk geval onderwerp van hevige discussies. Hoe voorkomen we dat die grenzen steeds verder verschuiven?
“De macht moet haar eigen tegenspraak faciliteren, dat is het belangrijkst. Op het moment dat een organisatie als Amnesty monddood wordt gemaakt, of demonstraties onterecht worden verboden, dán schuif je op naar totalitaire, autoritaire regimes die hun critici de mond snoeren.”

Hoe kunnen we dat voorkomen?
(Lachend) “Ja, als ik daar het antwoord op wist… Kijk, ik heb niet de illusie dat als je tegen dictators ‘foei’ zegt, ze gaan luisteren. Maar door een waakhond te zijn, kritiek te uiten en de noodklok te luiden, blijf je wel druk uitoefenen. Hoe meer mensen dat doen, hoe luider die stem is.”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld Magazine in mei 2020.

seven-shooter-cEoefXEvKHA-unsplash

Hoe corona misbruikt wordt om de democratie af te breken

Wie niet luistert, wordt buitensporig gestraft.

53327645_1083037525233080_3382371760182657024_o

Rami kwam vrij – maar vele anderen niet

Dankzij een internationale campagne kwam Rami Sidky vrij uit een Egyptische cel.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief