Er waren lezingen, bijeenkomsten, gastlessen en een filmvertoning gepland, voor zijn verblijf in Nederland. Het liep anders. David Gómez Gamboa arriveerde eind februari, vlak voor de Nederlandse coronauitbraak, en alles werd geannuleerd. Maar hij klaagt niet, benadrukt de Venezolaanse hoogleraar mensenrechten als we elkaar spreken in een uitgestorven Utrecht.

Hij heeft alsnog veel te doen. Samen met mensenrechtenorganisatie Peace Brigades International organiseert Gómez Gamboa online activiteiten om de crisis in Venezuela en ‘zijn’ thema, academische vrijheid, onder de aandacht te brengen. En hij kan – met de hele dag stroom en werkend internet – in alle rust schrijven. Een ongekende luxe voor iemand uit Maracaibo, na Caracas de grootste stad van Venezuela.

De Venezolaanse regering gebruikt de coronacrisis als excuus voor de ingestorte staat van het land

Het afgelopen jaar was acht uur elektriciteit per dag daar eerder regel dan uitzondering. Sinds de dood van de socialistische partijleider Hugo Chávez in 2013 en het aantreden van zijn opvolger Nicolás Maduro, verkeert het land in crisis. De afhankelijkheid van de (steeds verder dalende) olieopbrengsten in combinatie met hoge overheidsuitgaven bleken al langer onhoudbaar en de economie stortte volledig in. Inmiddels zijn er grote tekorten – aan brandstof, drinkwater en medicijnen – en ligt de gezondheidszorg nagenoeg stil.

President Maduro ontkende aanvankelijk dat covid-19 Venezuela had bereikt. Journalisten en een arts die berichtten over de eerste besmettingen, werden bedreigd en gezocht wegens het ‘in gevaar brengen van de nationale veiligheid’. Sinds 17 maart heerst er een lockdown en grijpt de regering corona juist aan als excuus voor de ingestorte staat van het land, en om maatregelen die burgers moeten controleren makkelijker door te drukken. “Zo’n excuus om mensen thuis te houden, dat wil een autoritair regime als dat van Maduro juist.”

“Deze regering is een dictatuur vermomd als democratie”, zegt Gómez Gamboa, en in die zin niet te vergelijken met de dictaturen van Latijns-Amerika uit de jaren 70 en 90. Deze regering gaat niet per se onwettig te werk, maar heeft in de twintig jaar dat zij nu aan de macht is, de wetten aangepast aan het eigen beleid. Een gemene deler daarvan, zegt hij: mensen gedeisd houden. De bevolking weghouden van informatie. “We hebben nauwelijks toegang tot cijfers en statistieken.” Dus hoeveel coronabesmettingen Venezuela intussen heeft? Hij weet het niet.

Corona is dus taboe. Zijn er meer onderwerpen waar academici hun vingers niet aan durven branden?
“Allerlei. Het falen van het elektriciteitsnet is naast corona een belangrijke, net als de beschikbaarheid van drinkwater en andere publieke diensten. Het economische model van het socialistische systeem dat Chávez introduceerde, is taboe. Bij kritiek op de overheid speelt ook veel zelfcensuur.”

Hoe gaat de overheid te werk om academische vrijheid en universitaire autonomie in te perken?
“Het universitaire landschap is niet pluriform zoals jullie dat kennen, want elke Venezolaanse universiteit moet officieel het socialistische staatsideaal uitdragen.

Daarnaast worden met overheidsgeld allerlei parallelle instituties opgericht, waar de staat volledige controle heeft, om de bestaande te ondermijnen. Zo zijn er tientallen ‘spookuniversiteiten’, die alleen op papier bestaan. Ooit bedacht Chávez tijdens een speech voor vissers ter plekke een Vis-universiteit, die daarna werd opgericht. Zo kan de overheid beweren dat er een pluriform onderwijslandschap bestaat, waar geld in wordt geïnvesteerd.

Ondertussen krijgen autonome, onafhankelijke universiteiten nauwelijks financiering. Onderzoeksteams moeten het doen met symbolische bedragen. Een hoogleraar verdient omgerekend 4 tot 7 euro per maand; het nieuwe minimumloon is nu 3 euro per maand, net genoeg om een doos eieren van te kopen. Venezuela is geen Cuba, waar basisgoederen min of meer beschikbaar zijn voor de bevolking. Dus hoogleraren beginnen naast hun baan een handeltje met geïmporteerde spullen, ze verkopen eten of werken aan internationale projecten, zoals ik.

Hoogleraren worden ook openlijk gediskwalificeerd en gecriminaliseerd. Zo hield de militaire rechtbank – nog zo’n parallelle institutie, naast de onafhankelijke rechtbank – een econoom die kritisch onderzoek deed naar het socialistische economische model tien maanden vast wegens ‘landverraad’. Onder druk werd hij vrijgelaten, maar zijn proces loopt nog en hij mag geen onderzoek meer doen of publiceren in zijn vakgebied.”

DavidGomez_032
Beeld door: Anneke Hymmen

David Gómez Gamboa (Cúcuta, Colombia, 1977) is Venezolaans hoogleraar staatsrecht en mensenrechten, coördinator van de mensenrechtencommissie van de Universiteit van Zulia en directeur van stichting Aula Abierta (‘open collegezaal’), die rapporteert over mensenrechtenschendingen in Latijns-Amerika, gericht op de academische wereld. Hij zet zich in voor academische vrijheid, universitaire autonomie en kwaliteit van onderwijs.

Gómez Gamboa verbleef drie maanden in Nederland via het Shelter Cityproject van Justice & Peace Nederland. Mensenrechtenverdedigers die in eigen land onder druk staan, kunnen werken, rusten, lezingen geven en contacten opdoen in een van de elf deelnemende Nederlandse steden. Gómez Gamboa is geselecteerd omdat zijn stichting Aula Abierta geregeld doelwit is van intimidatie door de regering, en vanwege zijn pleidooi: academische vrijheid moet officieel als mensenrecht erkend worden. Hij verbleef in Utrecht en werd begeleid door Peace Brigades International (PBI).

En hoe is het voor studenten?
“De infrastructuur is ingestort: het ov ligt stil, beurzen zijn opgedroogd, bibliotheken en laboratoria zijn gesloten, en universiteiten kampen met stroomuitval. Studenten worden geïntimideerd met ondervragingen over hun politieke opvattingen. Toen de oppositie in 2017 een ‘voorlopig referendum’ tegen Maduro organiseerde, dreigde de overheid studiebeurzen in te trekken van negenhonderd studenten die gestemd hadden – ze werden zelfs met naam genoemd.

Het bleef bij dreigen, maar de boodschap was duidelijk. Ook werd een vertoning van een documentaire over Chávez en zijn politiek op de universiteit tegengehouden omdat de kritische film haat zou zaaien. Het verbieden van een vertoning of lezing, maakt de belangrijkste missie van elke universiteit onmogelijk: het publieke debat stimuleren.”

Wat zijn de gevolgen van dit alles?
“Bijna de helft van alle docenten en meer dan de helft van de studenten heeft het land verlaten. Zoveel verlies van menselijk kapitaal maakt het onmogelijk om de economische, politieke en humanitaire crisis het hoofd te bieden. Wetenschappelijke kennis is alles: van een coronavaccin tot begrip van de geschiedenis, milieu, politieke systemen en economische ontwikkeling.

Er zijn nauwelijks professoren engineering om aan oplossingen voor de stroomuitval te werken en leden van onze technische faculteit zijn zelfs bang om daar openlijk over te praten. Daarmee plaats je immers de staat in een slecht daglicht. Ondertussen wordt de stroomuitval erger. En het pijnlijkste: de overheid profiteert ervan als mensen hun werk niet kunnen doen, geen internet hebben. Zo is het ook in andere vakgebieden: onderzoek in de gezondheidszorg wordt onmogelijk gemaakt, er worden nauwelijks artsen opgeleid.”

Kun je uitleggen waaróm autoritaire regimes juist universiteiten aanvallen?
“De kern van wat een universiteit doet – kritisch denken stimuleren, kennisoverdracht faciliteren – is een bedreiging voor een regime dat zoveel mogelijk controle wil en zo min mogelijk kritisch debat. Wetenschappelijke kennis komt zo’n regime vaak slecht uit. De academische wereld heeft eenzelfde belang als de onafhankelijke media, ook die moeten het debat waarborgen, een luis in de pels zijn van een regime. Het verschil is: academici zijn experts op één vakgebied. Dus door hen aan te pakken, kan een overheid een hele beroepsgroep monddood maken.”

Venezuela is niet het enige land in Latijns-Amerika waar de academische vrijheid onder druk staat. Hoe komt dat?
“In Latijns-Amerika is de universiteit vaak een plek geweest van politiek en activisme, en daardoor ook een doelwit van autoritaire regimes. De dictaturen uit de jaren 70 en 80 sloten universiteiten of gebruikten ze om andersdenkenden op te sporen – hoogleraren en studenten waren vaak verbonden aan verzetsorganisaties. Omdat de huidige democratieën jong zijn, en officiële instituties vaak zwak, is de universiteit als veilige en vrije plek extra belangrijk.

De academische wereld is een kwetsbaar instituut dat extra bescherming verdient

De academische wereld is een kwetsbaar instituut dat extra bescherming verdient vanwege de wetenschappelijke waarde en de veilige plek die het moet zijn. Die bescherming ontbreekt nu. In Nicaragua controleert het regime welke studenten bij anti-regeringprotesten waren; die wordt het onmogelijk gemaakt om hun studie te vervolgen. Ook in Cuba, Bolivia, Honduras en Brazilië perken de overheden de academische wereld steeds verder in. We zien vergelijkbare patronen: demonstraties worden verboden, kritische docenten worden openlijk gediskwalificeerd of ontslagen. Plekken waar studenten samenkomen worden aangevallen. Hoewel ik me richt op Latijns-Amerika, gebeurt hetzelfde ook daarbuiten. In Turkije, Iran, China, maar ook in landen waar de democratie nog wel sterk is.”

Wat betekent deze wereldwijde trend?
“Het verschilt per land hóé de staat te werk gaat, en het staat los van politieke kleur. Maar het doel is hetzelfde: regimes willen de bevolking weghouden van kennis of bepaalde informatie taboe verklaren. Enerzijds zijn er, veelal conservatieve, stromingen die ingrijpen wanneer controversiële thema’s als abortus, lhbti- of landrechten op de agenda staan. Zelfs in Spanje werd een conferentie over sekswerk van hogerhand afgelast omdat er sekswerkers aanwezig zouden zijn. Anderzijds proberen populistische politici publieke instellingen steeds verder te beïnvloeden. Zoals in Mexico, waar de links-populistische president López Obrador flink bezuinigt op het hoger onderwijs en universiteiten allerlei nieuwe voorwaarden oplegt rond financiering.

Ook wordt wetenschappelijke kennis bewust in twijfel getrokken door regeringen, of ze nou links of rechts zijn. Alles wat onderzoek, kritisch denken of kennisuitwisseling tegenhoudt, perkt niet alleen de academische vrijheid en kwaliteit van onderwijs in, maar ondermijnt en bedreigt de hele democratie. Daarom moeten universiteiten zich hier extra bewust van zijn.”

Is dat bewustzijn er nu te weinig?
“Academici hebben altijd bijgedragen aan burgerrechtenbewegingen en aan onderzoek naar mensenrechten, vrouwenrechten, lhbti-rechten en rechten van oorspronkelijke bewoners. Maar ironisch genoeg was bescherming van de éigen rechten altijd een blinde vlek. Dat moet veranderen. Meer onderzoek dus, bijvoorbeeld binnen politieke wetenschappen, naar de universiteit als doelwit van autoritaire regimes.

De wereld moet erkennen dat academische vrijheid een mensenrecht is

Academische vrijheid werd ook nooit officieel als mensenrecht gezien. Aula Abierta heeft hierom een wetsvoorstel ingediend bij het Venezolaanse parlement. De wet moet alle mensenrechten beschermen die onder academische vrijheid vallen: vrijheid van vereniging, vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzaam demonstreren. Want druk op de academische wereld bedreigt al die grondrechten.”

Wat kunnen universiteiten nog meer doen om zich hiertegen te wapenen?
“In Venezuela is het moeilijk, omdat zoveel docenten en studenten vertrekken. Er is dus internationale aandacht nodig. Wij hebben academische vrijheid bij de Inter-Amerikaanse Mensenrechtencommissie op de agenda gezet, en bij de voormalige Chileense president Michele Bachelet, nu hoge commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Zij zei in juli vorig jaar dat de universitaire autonomie in Venezuela haar zorgen baart. Wat moet volgen is de erkenning dat academische vrijheid een mensenrecht is, en een wereldwijde standaard: wat houdt het in en hoe kunnen we het beschermen? Ik hoop ook op bijval van Nederlandse universiteiten, onderzoekers en mensenrechtenorganisaties. Gezien vanuit het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zijn we tenslotte buren!”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld Magazine.

IMG_2266

‘Je kunt Latijns-Amerika niet begrijpen zonder oog voor de sociale netwerken’

Interview met professor Latijns-Amerikastudies en scheidend CEDLA-directeur Michiel Baud.

JosueDavidMendoza1

In Latijns-Amerika protesteren ze in quarantaine door

Zo raakt de coronacrisis het continent met de grootste ongelijkheid ter wereld.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Eindredacteur

Ruby Sanders is eindredacteur bij OneWorld. Ze schrijft over haar zoektocht naar een verantwoord leven, en ook graag over Latijns-Amerika …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief