De Qatarese minister van Buitenlandse Zaken, Sheikh Mohamed bin Abdulrahman bin Jassim al-Thany, is in Brussel voor gesprekken met Europese politici. Op een persconferentie vorige week nam de minister ruim de tijd om vragen van journalisten over de Golfcrisis te beantwoorden.

“Het is niet eerder in de regio voorgekomen dat bevriende landen elkaar een blokkade opleggen. Misschien is dit zelfs wel voor het eerst ter wereld”, aldus Al-Thany, “En nadat die blokkade was ingesteld, kwam er een lijst met dertien eisen. Een lijst die voor elk soeverein land onacceptabel zou zijn: een van de eisen is dat we Al Jazeera zouden sluiten.”

Wat is de ergste consequentie van de blokkade, wil een journalist van Al Jazeera weten. Al-Thany: “De humanitaire consequenties: familieleden die abrupt van elkaar gescheiden werden. Qatari die in een van de andere Golfstaten werken, kunnen nu niet terug naar huis zonder eerst een aanvraag in te dienen. Dat is onacceptabel. Gelukkig hebben mensenrechtenorganisaties wereldwijd zich daar druk om gemaakt. Dit zijn nota bene landen die zich erop beroepen dat ze een open economie hebben, en dit als leverage naar het westen gebruiken.”

Valse beschuldigingen

Wat verwijten de vier landen Qatar nu precies, vraag ik hem. Al-Thany: “Ten eerste beweren ze dat wij terroristen steunen, maar ze hebben daarvan geen enkel bewijs overlegd. Ten tweede beschuldigen ze ons ervan zaken te doen met Iran, terwijl de andere Golfstaten uitgebreid handel voeren met Iran, met de Emirati aan kop. Alleen Bahrein handelt minder met Iran dan wij. Voorts delen wij een gasveld met Iran, dat is niet iets wat wij hebben georganiseerd, dat is een geografisch gegeven. Iran is een buurland, en is voor ons van belang voor de transitie van mensen en goederen. Ten derde beschuldigen ze ons ervan dat we politieke groeperingen steunen om hun landen te destabiliseren, we zouden ons inmengen in hun binnenlandse politiek. Maar dat is precies wat zijzelf nu doen: ze proberen een regime change in Qatar te bewerkstelligen,” aldus Al-Thany. Hij verzicht: “Deze landen accepteren geen andere mening dan de hunne. Iedereen die anders denkt, is een terrorist. Wij dus ook, volgens hen.”

Hoe moet de crisis worden opgelost?

Al-Thany: “De vier blokkadelanden zeggen dat ze een dialoog willen, maar pas nadat wij hun eisen hebben ingewilligd. Dat is geen dialoog, dat is geen beschaafde manier van omgaan met elkaar. We hopen dat hun aanpak geen precedent schept voor andere landen. Wij willen dat eerst de blokkade wordt opgeheven, pas dan kunnen we een echte dialoog voeren.”

“Koeweit heeft alle betrokken landen drie weken geleden een brief gestuurd. Wij hebben die als enige beantwoord, de andere landen zwijgen tot nu toe. En eigenlijk vinden wij het onvoorstelbaar dat, met alle crises in het Midden-Oosten die nodig opgelost moeten worden, zoals Jemen, Syrië en Libië, de Golfstaten een nieuwe crisis veroorzaken in dat deel van de regio dat nog wel stabiel was.”

Het Riaad akkoord en de GCC

Een Duitse journalist werpt tegen: “Zes weken geleden sprak ik de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken, Al-Jubair, en hij zei dat Qatar zich niet aan het Riaad akkoord houdt. En, dat u een speciale lijst van terroristen bijhoudt?” Al-Thany: “In het Riaad akkoord is bedongen dat als er een dispuut ontstaat tussen de Golflanden onderling, dat op nette manier wordt opgelost. De Saoedi houden zich zelf dus niet aan het akkoord. Wat de terroristenlijst betreft: wij hanteren dezelfde terreurlijst als de VN-Veiligheidsraad. De Saoedi voegen daar mensen aan toe; ook gedurende de blokkade hebben ze weer nieuwe namen op de lijst gezet. Wij respecteren het internationaal recht, we schenden dat niet.”

De Verenigde Emiraten, Saoedi-Arabië, Bahrein, Kuwait, Oman en Qatar vormen sinds 1981 samen de Gulf Cooperation Counsel, het Golfstatenoverleg. Is met de blokkade van Qatar door drie andere leden van de GCC het bestaan ervan niet in gevaar? “Wij geloven in de GCC”, antwoordt Al-Thany, “maar de GCC zal in de toekomst niet meer hetzelfde niveau van vertrouwen kunnen genieten”.

Hoe zit het met de toestemming om de Hajj te doen, vraagt een Franse collega. “We zijn aan het onderhandelen”, meldt Al-Thany, “maar we kregen niet het verwachte aantal toezeggingen voor Qatari om naar Mekka te reizen. In plaats van de Koeweiti als bemiddelaar te gebruiken, gebruikt Saoedi-Arabië nu de Hajj om verdeeldheid in Qatar te zaaien. Gewoonlijk gaan Qatarese Hajjgangers via onze eigen kanalen naar Saoedi-Arabië, maar nu dat niet is toegestaan, kunnen wij hun veiligheid daar niet garanderen”, aldus Al-Thany. Saillant is dat Saoedi-Arabië wel Iraanse diplomaten toelaat in Mekka en Medina om de veiligheid van Iraanse Hajjgangers te garanderen.

Internationaliseren van de Golfcrisis

De Brusselse correspondent van Saoedi Al-Arabiya wil een vraag stellen. Interessant, want Al-Arabiya voert een smeercampagne tegen Qatar.

“Eid Mubarak”, zegt de correspondent, “gelukkig Offerfeest. Loopt u met uw aanwezigheid in Brussel niet het risico dat men u beticht het probleem te internationaliseren?”

Al-Thany: “Eid Mubarak, gelukkig feest. Het probleem is al internationaal. De vier blokkadelanden hebben getracht andere landen in hun kamp te halen, waaronder een aantal landen in Afrika. En daarna zijn ze naar een aantal Europese landen gegaan. Daarom willen wij ook ons standpunt uitleggen aan onze partners en aan bevriende landen, zoals de VS en de Europese landen.”

Aardig dat je de Qatari minister Eid Mubarak wenste, zeg ik na afloop tegen de correspondent van Al-Arabiya. Hij knikt. “Ik wilde menselijkheid tonen.”

5628d2340f468b3c134d6b469e278abf_400x400

Over de auteur

Rena Netjes is journalist en arabist. 
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief