Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Toen ik, vrouw in een rolstoel, met een ambtenaar van de gemeente sprak over een nieuwbouwwijk, vertelde ik haar dat de huizen met een trap voor de voordeur voor iemand als ik ongeschikt zijn. Om daar zelf te wonen of om vrienden te bezoeken zou ik de trappen op moeten, en dat gaat niet. Volgens de ambtenaar kon ik toch prima de – traploze – achteringang gebruiken? Toen ik uitlegde dat ik net als iedereen gewoon door de voordeur naar binnen wil, gaf zij toe er nog nooit zo naar gekeken te hebben.

Zomaar een voorbeeld van validisme in het dagelijks leven. En hoe vaak hoor je iemand niet zeggen: ‘hij is gestoord’, ‘zij is achterlijk’ of ‘wat een debiel gedoe’? Validistisch taalgebruik is in onze maatschappij een veel voorkomend fenomeen.

Validisme, say what?

Validisme is de Nederlandse vertaling van het Engelse woord ableism, en wordt gebruikt om discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een lichamelijke, verstandelijke en/of psychische functiebeperking aan te duiden. De laatste tijd wordt de term steeds vaker in de media gebruikt. Nieuw is het woord echter niet: al in 1988 introduceerde auteur Yvette den Brok het in Nederland.

In haar boek Validisme en Gender uit 2005 stelt zij: ‘Het woord validiteit heeft een dubbele betekenis. Het betekent letterlijk ‘waardig’, of ‘van waarde zijn’. Maar doordat mensen met een handicap ‘invaliden’ werden genoemd, heeft validiteit een tweede betekenis gekregen: ‘iemands lichamelijke, verstandelijke en/of psychische gesteldheid’. Dat iemands lichamelijke of verstandelijke gesteldheid lange tijd werd aangeduid met woorden die oorspronkelijk ‘waardig’ of ‘onwaardig’ betekenden, wil iets zeggen. Namelijk dat iemands lichamelijke, verstandelijke en/of psychische gesteldheid samenhangt met de waarde die men aan iemand toekent. Dat is nou precies waar het in het validisme om draait.’

Validisme op vier niveaus

Den Brok deelde validisme in vier verschillende niveaus in, in navolging van hoogleraar Philomena Essed, die in haar boek Alledaags Racisme (1984), racisme in drie niveaus indeelde. Den Brok onderscheidt cultureel validisme (hoe de samenleving oordeelt over het hebben van een beperking), institutioneel validisme (in hoeverre activiteiten en voorzieningen die voor anderen vanzelfsprekend zijn, niet vanzelfsprekend zijn voor mensen met een beperking), interactioneel validisme (over hoe een beperking hebben de interactie tussen mensen beïnvloedt) en tot slot verinnerlijkt validisme (dat gaat over hoe de persoon met een beperking vooroordelen internaliseert).

Deze vier niveaus van validisme kun je in de volgende voorbeelden terug vinden.

Cultureel validisme
Rana Beverwijk, een jonge vrouw van 18 jaar, vertelt door haar beperking moeite te hebben om elke dag op de hbo-instelling waar ze studeert te komen. Ze vraagt om ondersteuning om toch haar diploma te kunnen halen. Haar docent, die geen beperking heeft, zegt: “Misschien kun je beter stoppen met school. Met jouw beperking kun je later toch geen veertig uur per week gaan werken.”

Institutioneel validisme
Mijn eigen ervaring met de gemeenteambtenaar is een voorbeeld van institutioneel validisme. Toen de ambtenaar zei dat de achteringang van de nieuwgebouwde huizen wel vtoegankelijk zou zijn, was zij zich waarschijnlijk niet bewust van het institutioneel validisme dat zij uitte, maar het was het wel. Ik zou als rolstoelgebruiker net als iedereen bij mijn vrienden door de voordeur naar binnen moeten kunnen en niet, zoals in diverse restaurants, altijd de zij- of achteringang hoeven nemen.

Interactioneel validisme
Eugene Grant, een man met achondroplasie (dwerggroei), schrijft via zijn Twitter-account over het volgende voorval: ‘In de kroeg ging ik aan de kant voor een man om hem te laten passeren. Hij stopte voor me, boog voorover en pakte mijn gezicht met zijn beide handen. Dat was echt super raar. Ik denk oprecht dat hij dat niet had gedaan als ik een man van gemiddelde lengte was geweest.’

Verinnerlijkt validisme
Een jonge autistische man – die voor dit artikel anoniem wil blijven – vertelt over de vriendschappen die hij heeft met twee vriendinnen. “Ik voel me gewoon nooit gelijkwaardig. Heb continu het gevoel dat ik geen vriendschap en liefde verdien. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat iemand ervan geniet om vrijwillig tijd door te brengen met mij. En dat is puur mijn zelfhaat. Zij doen niets om aan dit gevoel bij te dragen. Integendeel, ze doen juist alles om het tegen te gaan.”

De vier niveaus lopen vaak door elkaar en overlappen elkaar ook regelmatig. De jonge hbo-studente kan denken dat het inderdaad geen zin heeft om te blijven studeren. Dan verinnerlijkt ze het validisme van haar docent. De docent is een vertegenwoordiger van het onderwijs, maar maakte zich ook schuldig aan interactioneel validisme. En dat de hbo-instelling geen goede begeleiding weet te bieden, waardoor de jonge vrouw uiteindelijk misschien haar studie staakt, is een gevolg van institutioneel validisme.

Hoe onze taal vol zit met validisme

Los van deze indeling in vier niveaus, is er ook nog de categorie validistisch taalgebruik. Validistisch taalgebruik ondermijnt de positie van mensen met een beperking, hoewel dat doorgaans niet de opzet is. Voorbeelden van validistisch taalgebruik: ‘hij is gestoord’, ‘wat is dat gek’, ‘zij is achterlijk’, ‘die situatie is echt ziek’, ‘hij is blind voor de gevolgen’, of ‘wat een debiel gedoe’.

Uit de vele voorbeelden van validistisch taalgebruik wil ik hier de woorden ‘idioot’, ‘imbeciel’ en ‘debiel’ onder de loep nemen. Deze woorden geven aan dat bepaalde vormen van intelligentie meer waarde hebben dan andere vormen van intelligentie. Daarbij hebben ze een geschiedenis in de diagnostiek van mensen met een verstandelijke beperking: de term ‘idioot’ werd vroeger gebruikt voor mensen met een IQ van 0 tot 25, ‘imbeciel’ was voor mensen met een IQ van 26 tot 50 en mensen met een IQ tussen de 51 en 70 werden ‘debiel’ genoemd.

Racisten idioot of achterlijk noemen is pijnlijk: je bestrijdt dan racisme met behulp van validisme

Van oudsher hebben mensen met een (verstandelijke) beperking bepaalde rechten niet, die mensen zonder diagnose doorgaans wel hebben. Wie in een instelling woont kan heeft geen invloed op medebewoners  en naast wie aan tafel wordt gezeten. Eten wordt door anderen bereid, soms in grote keukens. Keuzes over maaltijden of bereidingswijzen ontbreken daarom vaak.

Verplichte anticonceptie

Mensen met een beperking die zwanger kunnen worden, krijgen nog altijd vaak de prikpil ‘opgedrongen’, opdat ze niet zwanger worden en mensen met een lichamelijke beperking wordt het recht op zwangerschap met behulp van ivf door artsen ontzegd. In instellingen zijn (seksuele) relaties vaak verboden. Het recht op eigen regie, op seksualiteit en een gezinsleven wordt personen met een beperking zo ontnomen.

Mensen met een (verstandelijke) beperking zijn gedurende de geschiedenis misbruikt, onderdrukt, gesteriliseerd en zelfs vermoord vanwege hun beperking. Denk bijvoorbeeld aan Aktion T4: het eugenetische programma van nazi-Duitsland, op basis van ‘euthanasie’ en verplichte sterilisatie, dat in 1939 werd gestart op bevel van Adolf Hitler. De naam T4 is afgeleid van het adres van het kantoor, Tiergartenstraße 4 in Berlijn. De diagnosen imbeciel, idioot en debiel rechtvaardigden wat hun werd aangedaan. Door die geschiedenis ligt het uiterst gevoelig om deze woorden als scheldwoord te gebruiken. Racisten idioot of achterlijk noemen is pijnlijk: je bestrijdt dan racisme met behulp van validisme.

Met validistische termen zet je mensen met een (verstandelijke) beperking in een kwaad daglicht. Je koppelt slecht gedrag aan het hebben van een beperking. Maar wie dingen doet die tegen de wet zijn, is niet ‘achterlijk’. Het is gemakzuchtig en lui om die persoon zo te noemen en er zijn veel betere woorden te bedenken, zoals crimineel of misdadiger. De snelweg blokkeren om anti-Zwarte-Piet-demonstranten tegen te houden is niet ‘idioot’: wel is het racistisch, gevaarlijk en onwettig. Een machtige man die seks heeft met vrouwen die dat niet willen is niet ‘gestoord’; hij is een verkrachter.

Een machtige man die seks heeft met vrouwen die dat niet willen, is niet gestoord: hij is een verkrachter

Woorden als achterlijk, idioot en debiel worden vaak gebruikt om iemands intelligentie in twijfel te trekken. Soms zul je vinden dat de situatie daarom vraagt. Om te stoppen met het gebruiken van dergelijke woorden zul je, naast je bewust te zijn van hun vreselijke geschiedenis, ook moeten nadenken over de waarde van intelligentie: heeft iemand met een hoger IQ voor jou meer validiteit, meer waarde dan iemand met een lager IQ? En als je dat allemaal overwogen hebt, wil je zulke woorden dan nog altijd in de mond nemen?

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op OneWorld.nl op 29 augustus 2018.

Jeanette Chedda

‘Ik was het liefst onzichtbaar, nu spreek ik feministen aan op validisme’

'Je kunt niet onzichtbaar zijn als je constant wordt aangestaard.'

woman-in-black-spaghetti-strap-dress-with-pink-and-blue-hair-3732691

‘Klimaatstrijders: negeer mensen met een handicap niet langer’

De groene beweging is supervalidistisch en erkent dit niet, zegt Xandra Koster.

IMG_7370

Over de auteur

Xandra Koster houdt zich professioneel bezig met de implementatie van het VN-verdrag handicap in Nederland. Ze is geïnteresseerd in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief