Er komt geen reactie op de foto’s die ik naar mijn vriendin stuur van mijn zwangerschapsfotoshoot. Op die foto’s zie je mij, mijn acht maanden bolle buik en een handvol witte vrienden, geënsceneerd naar het bekende beeld van een zwangere Beyoncé. Ik app: ‘Hallo, waarom zeg je niks? Vind je ze niet mooi en grappig?’ – blauwe vinkjes en weer offline. Even later belt ze, maar ontwijkt zorgvuldig het onderwerp. Wanneer ik vraag waarom ze niet reageerde op de foto’s, krijg ik een korte reactie. ‘Wat ik zie is een groep witte mensen die niet begrijpt wat dat beeld betekent. Wat ik zie is cultural appropriation.’

Kom op zeg, als er iets is wat ik niet ben, is het toch wel een racist!

Mijn onmiddellijke reactie: ik vertel haar dat ze overdrijft, dat je overal wel een rassenkwestie van kan maken, dat dit juist een eerbetoon is. Een teken van mijn bewondering voor Beyoncé. Mijn vriendin besluit het erbij te laten, ik hoor vermoeidheid in haar stem en voel me aangevallen. Nadat we het gesprek beëindigen, word ik met de minuut bozer. Werd ik nou net van racisme beschuldigd? Kom op zeg, als er iets is wat ik niet ben, is het toch wel een racist!

Ook bondgenoten kunnen racistisch zijn

De werkelijkheid is anders: als ik iets heb geleerd van mijn relatie met een zwarte vrouw, dan is het dat er meer racisme in mijn denkpatronen sluimert dan ik wil geloven. Dat hoe graag ik ook wil geloven dat ik geen vooroordelen heb, dat ik respectvol omga met mensen met een andere huidskleur dan ik, dat ik een zogenaamde ally of bondgenoot ben: racisme zit in mijn denkpatroon verweven en kan er pas uit als ik durf te erkennen dat het er is.

Nee, mijn bedoelingen zijn niet racistisch wanneer ik als Beyoncé poseer, maar dat maakt het niet minder ongepast. Dat beeld betekent voor (veel) zwarte vrouwen meer dan ik kan beseffen. Het is een beeld dat zwarte vrouwen niet seksualiseert en objectiveert, maar portretteert op een royale, zelfs sacrale manier, legde mijn vriendin me later uit. Als de moeder aller moeders. Als ik als witte vrouw dat beeld opeis, dan erken ik die bijzonderheid niet. Dan ben ik blind voor de strijd van zwarte vrouwen die hun plek claimen in deze wereld. Dan ben ik Taylor Swift met mijn eigen #mayochella.

Je hebt een aap als zwarte rapper aangekleed. Moet ik uitleggen waarom dat me stoort?

Een paar weken na mijn eigen Taylor Swift-gate is mijn vriendin bij mij thuis als ik haar trots de ingerichte kinderkamer laat zien. Ik vraag verwachtingsvol wat ze ervan vindt. Ze staat midden in de kamer met jungle-thema, waar ik wat knuffels heb aangekleed met de babykleren van mijn toekomstige zoon. Haar blik blijft hangen bij een pluche aap die ik zo heb aangekleed dat-ie door moet gaan voor rapper – gouden ketting en hoodie incluis. Ze staart naar de rapper-knuffel van haar toekomstige bonuskind en haalt haar schouders op wanneer ze de kamer uitloopt.

‘Niet leuk?’ vraag ik enigszins verbaasd. ‘Brecht’, zegt ze, ‘je hebt een aap als zwarte rapper aangekleed. Moet ik uitleggen waarom dat me stoort?’ Enig verzet en wat onzinargumenten ter verdediging van mijn kant volgen. Niet voor lang, want ik voel me betrapt. Betrapt op onbedoeld racisme. Op geen enkel moment tijdens het inrichten van de kinderkamer heb ik stilgestaan bij hoe ik het wereldbeeld van mijn kind straks vorm. Dit kind gaat geboren worden in een gezin met een lesbische moeder en een zwarte bonusmoeder. Ik dacht dat racistische stereotypen geen kans zouden krijgen om zijn systeem in te sluipen, maar niets is minder waar. De vooroordelen zitten in zijn moeder en die zal hij kopiëren.

Witte onschuld: het niet wíllen weten

Mijn intieme vriendenkring bestaat voornamelijk uit witte mensen en mensen met een niet-westerse achtergrond die er ‘westers’ uitzien. Toen ik hun over deze voorvallen vertelde, begrepen ze niet wat het probleem was. Sterker nog, ze schoten in een plaatsvervangende verdediging. Waarschijnlijk omdat ook hun eigen progressief-linkse zelfbeeld in het geding kwam. Wat hier op microniveau gebeurde: een zwart persoon kaart racisme aan, een groep witte mensen ontvangt het als een aanval op hun onschuld.

Door het over wit en zwart te hebben wordt de onderliggende politieke toon geneutraliseerd, met daarmee ook onze beeldvorming

Hoogleraar Gloria Wekker schrijft daarover in haar boek Witte Onschuld: ‘Onschuld beschrijft […] in grote lijnen een deel van een dominante Nederlandse manier om in de wereld te staan. De claim van onschuld is echter een tweesnijdend zwaard: het omvat het niet-weten, maar ook het niet-willen-weten.’

Tot twee jaar geleden noemde ik mezelf een blank persoon. Ook toen al beschouwde ik mezelf als links-progressief, maar als ik er nu aan terugdenk kleurt schaamrood mijn wangen. Gloria Wekker, wederom, leerde mij dat ‘blank’ als beschrijving problematisch is, omdat het een bepaalde reinheid impliceert die haaks staat op de connotatie die ‘zwart’ heeft.

Door het over wit en zwart te hebben wordt de onderliggende politieke toon geneutraliseerd, met daarmee ook onze beeldvorming. Bewustwordingen zoals deze zorgen ervoor dat ik nu, enigszins aarzelend, mijn mond open durf te trekken wanneer het over racisme gaat. Mijn bewustwordingsproces is namelijk nog gaande en ik anticipeer er vast op dat hoe ik hier nu over denk en praat, over een paar maanden alweer achterhaald zal voelen.

Vrouwen als Wekker schudden me wakker. Net als mijn vriendin; een indrukwekkende en intelligente vrouw met wie ik kan sparren, filosoferen en die me uitdaagt de grenzen van mijn intellectuele vermogen te blijven verleggen. Zij opent mijn wereld en dat doet ze voor veel mensen. Het mag echter niet haar taak zijn om mij bewustzijn bij te brengen, noch om mij inzichten te verschaffen. Het is ook niet zo dat zij de reden is waarom ik racisme bestrijden op mijn agenda heb gezet. Maar ze heeft dat wel versterkt doordat de urgentie mij duidelijker werd.

Mijn slachtofferschap

Vorige week, een paar dagen nadat bekend werd dat George Floyd was vermoord, zitten we op een muurtje in de zon aan de Maas. Mijn vriendin probeert te vertellen wat de afgelopen week bij haar teweeg heeft gebracht; hoe eenzaam ze zich voelt, woedend en verdrietig. Soms is het enige wat ik begrijp dat ik nooit zal begrijpen hoe het voor haar is om als zwart persoon te leven in een wereld waar je vermoord kan worden om je huidskleur.

Nadat ik iets stamel over hoe ik mezelf aan het bijscholen ben over institutioneel racisme, dat ik me op social media vaker uitspreek en alert probeer te zijn op mijn eigen aandeel, zeg ik: ‘Ik wil je zo graag steunen, maar weet niet hoe. Het lijkt me het beste als ik me op de achtergrond houd, want ik wil geen ruimte claimen die niet van mij is. Ik wil vooral van jou horen wat jij wilt dat ik doe, hoe ik kan helpen.’ Ze legt haar hand op mijn hand en zegt: ‘Dit is ook jouw wereld.’

Het is een sterk staaltje white fragility: arme ik, met mijn angst, mijn schaamte en onbeholpenheid

Moet ik me op de achtergrond houden en wachten tot ik er zeker van ben niets doms, achterhaald of racistisch te zeggen? Dat zou ik kunnen doen, maar dan houd ik me afzijdig in een strijd die ook de mijne is, in een wereld die ook de mijne is. Bovendien maak ik mezelf dan slachtoffer van het probleem. Bang om iets fout te zeggen, bang om actie te ondernemen, bang om vragen te stellen.

Het is een sterk staaltje white fragility: arme ik, met mijn angst, mijn schaamte en onbeholpenheid. Ik, als witte, hoogopgeleide vrouw die nooit nadelig is behandeld vanwege haar huidskleur. Zelfs het slachtofferschap eigen ik me toe door te zwijgen, want die rol aannemen is veel makkelijker dan mijn aandeel in het in stand houden van institutioneel racisme erkennen.

De anti-racismedemonstratie die ik in Rotterdam bijwoonde, riep de vraag op hoe mijn strijd er dan uit zou moeten zien. Vertaal ik die in hashtags, reposts en insta stories, of is het zinvoller die strijd IRL te voeren in plaats van in URL? Chimamanda Ngozi Adichie (uit wier We should all be feminists we elke avond een stukje voorlezen aan mijn zoon. Je kan met klassiekers immers niet vroeg genoeg beginnen) zegt hierover in haar boek Americanah: ‘Racism should never have happened and so you don’t get a cookie for reducing it.’ Alle uitingen tegen racisme kunnen van belang zijn voor de zichtbaarheid, maar alleen op voorwaarde dat applaus nooit het doel is.

De tijd van wegkijken is voorbij

Vanaf vandaag heb ik genoeg van mijn eigen fragiliteit. Vandaag beschouw ik mezelf niet meer als een ally in de strijd van zwarte mensen, maar noem ik het mijn strijd. Want ook ik leef in een maatschappij die in de fundamenten doorspekt is van raciale vooroordelen en dat ben ik zat. De tijd van zwijgen en wegkijken is definitief voorbij – om te beginnen bij mijn eigen vooroordelen.

Mijn strijd speelde zich tot nu toe vooral binnenshuis af – de programma’s die ik kijk, de boeken die ik (voor)lees en de woorden die ik kies en waar ik mijn kind aan blootstel – maar trekt zich nu door naar mijn familie en mijn vrienden, mijn werk, de school van mijn kind, mijn buurt. Niet meer schaapachtig grinniken wanneer de buurvrouw een ongemakkelijke grap maakt over Marokkanen. Klaar met alleen maar witte mensen op de school van mijn kind. De buschauffeur die doorrijdt voor een zwarte man bij de halte kan voortaan op een reactie rekenen, net als winkeliers die het dit jaar nog durven (afbeeldingen van) zwarte piet hun winkels in te halen.

Negen maanden geleden heb ik een witte man op deze wereld gezet. Het is mijn taak om hem op te voeden zonder het geïnternaliseerde racisme dat deze maatschappij bij ons heeft ingeprent. Door hem het leven te schenken, heb ik mezelf de opdracht gegeven hem bewust te maken van zijn privileges en hem te leren die in te zetten om de strijd van een ander ook zijn strijd te maken. Mijn hoop is dat hij, wanneer hij zo oud is als ik nu, deze tekst leest en geschokt is over hoe achterhaald mijn verhaal is. Mijn missie is geslaagd als hij zich geen wereld kan voorstellen waarin dit stukje als ‘progressief’ beschouwd werd.

Als er ooit een tijd in de recente geschiedenis was die ruimte biedt om het systeem te herzien en op de schop te gooien, dan is dat nu. Revolutie hangt in de lucht. Tijdens deze intelligente lockdown is voor mij helder geworden dat de tijd ook rijp is voor een intelligente revolutie. Een waarbij ik alle lagen in mijn eigen kleine maatschappij zorgvuldig moet ontleden en onderzoeken, speurend naar het virus dat racisme is en naar hoe het zich verspreidt.

Wij, witte mensen, zijn de veroorzakers van het probleem

Het is vooral de taak van witte mensen om intrinsieke veranderingen in het systeem teweeg te brengen. Wij zijn namelijk de veroorzakers van het probleem. Verandering kan logischerwijs pas plaatsvinden als wij ervoor kiezen geen probleem meer te veroorzaken. Een logica zo simpel dat onze blindheid ervoor schrijnend is. Ja, het is confronterend om toe te geven dat we allemaal geïnternaliseerd racisme in ons dragen, hoe subtiel het zich ook manifesteert. Maar het goede nieuws is dat wij ook precies de personen zijn die racisme de wereld uit kunnen helpen.

tim-mossholder-bo3SHP58C3g-unsplash

Hoe word ik een goede bondgenoot?

De belangrijkste les: het draait niet om jou.

Five women of different nationalities and cultures standing together.

Do’s en don’ts voor witte bondgenoten

Antiracistisch ben je 365 dagen per jaar.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
21767911_10156723430011038_7006074759197902601_n (1)

Over de auteur

Brecht de Backer (1987) is auteur bij uitgeverij Atlas Contact. Daarnaast werkt ze bij het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam. Ze is queer …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief