Hey Seada,

Je mailde me op een moment dat exemplarisch was voor hoe ik nu in deze discussie sta. Ik was net bezig met de opening van een tentoonstelling in het Van Abbemuseum, en letterlijk bij de buren, bij het stadhuis van Eindhoven, vond een manifestatie van Kick Out Zwarte Piet plaats. De directeur van het museum en de curator vroegen me of ik ernaartoe zou gaan.

Ze waren duidelijk bezorgd. Het Van Abbemuseum weet namelijk net als ik wat een kritische kijk op zwarte Piet teweegbrengt. In 2008 hebben zij door een kunstproject Petra Bauer en Annette Kraus te maken gehad met doodsbedreigingen omdat de kunstenaars een kritische mars tegen zwarte Piet wilden organiseren. In haar boek Witte Onschuld heeft professor Gloria Wekker een analyse opgenomen van de brieven die de kunstenaars en het museum ontvingen. Zelfs ik kreeg er, na alles wat ik zelf al aan haat heb meegemaakt, rillingen van.

Dus nee, ik ging niet naar de KOZP-manifestatie. Hoewel ik vaak in verband word gebracht met de organisatie, heb ik er nooit onderdeel van uitgemaakt. Ik worstel met de vraag in hoeverre je zwarte lichamen in gevaar moet brengen van geweld dat wordt gedreven door wit superioriteitsdenken ter bescherming van diezelfde zwarte lichamen. Daar zit in mijn mening een inherente paradox. Toen ik in 2011 samen met drie anderen op een zaterdag in Dordrecht werd gearresteerd, was er de volgende dag spontaan solidariteit in Amsterdam.

KOZP vergaat het anders. Ik heb veel respect voor het organisatorische werk dat erachter zit, maar het lijkt nu meer te gaan over het eensgezind confronteren van racisten dan het opwekken van lokaal verzet. Ik ben bijvoorbeeld meer benieuwd naar de komende tentoonstelling ‘de Surinaamse School’ in het Stedelijk Museum en hoe die zal bijdragen aan het beeld van wat er in Nederland nu mogelijk is. Het gebeurt niet elke dag dat het Stedelijk Museum zijn nek voor je uitsteekt.

Want inderdaad: we zijn acht jaar verder, sinds ik op mijn studentenkamer met karton een logo maakte met de tekst ‘Zwarte Piet Is Racisme’, en dat met HEMA-krijtbordverf op Zeeman-shirts spoot, sinds ik gesprekken aanging en het land op z’n kop stond. Acht jaar debat en media-aandacht. Ook ik vraag mij af: zijn we iets opgeschoten of is er alleen maar meer weerstand?

Als publieke figuren af en toe stelling nemen tegen racisme, is dat vaak van tijdelijke aard en niet om daadwerkelijke verandering in gang te zetten

Of ik je frustraties deel? Ik ben eerder ietwat zoekende naar de volgende stap. Vooral in de media. Het was bijvoorbeeld voorspelbaar dat na het succes van de Nieuwe Maan, de publieke omroep het programma nu om zeep helpt. Nadat Algemeen Dagblad-columnist Fidan Ekiz het gezicht van de talkshow werd, mochten zowel Jan Roos als de Haagse ondernemer en PVV’er John van Zweden aan tafel aanschuiven. En dit was een programma dat gericht was op kijkers met een islamitische achtergrond. Van Zweden stuurde na de uitzending nota bene zijn racistische achterban op de vergadering van KOZP af. Dit is tekenend voor de verdere verrechtsing van ons publieke bestel. Het diversiteitsmandaat van de NTR wordt beetje bij beetje van binnenuit uitgehold door de normalisatie van racisme.

Als publieke figuren af en toe wél stelling nemen tegen racisme, is dat vaak van tijdelijke aard en niet bedoeld om daadwerkelijke verandering in gang te zetten. Een opiniestuk hier of een column daar voedt dezelfde aandachtsmachine waarin racisme vooral als entertainment wordt gezien. Ik ben tot de conclusie gekomen dat reageren op columns van bijvoorbeeld Volkskrant-journalist Jean-Pierre Geelen, die het wil opnemen voor voetbalracisten, of schrijver en medeoprichter van PowNed en WNL Marianne Zwagerman, die het wil opnemen voor mensen die ‘kritisch berichten over migratie, asielbeleid en rassenverschillen’, een dagtaak is waar ik voor pas.

Maar ik heb me al eerder en vaker teruggetrokken. Al in 2012 beëindigde ik het kunstproject zwarte Piet Is Racisme, tegen de wens van sommigen, en in 2014 ben ik uit een overleg gestapt met wijlen burgemeester van Amsterdam Van der Laan en de intochtorganisatie, toen zij het verband tussen zwarte Piet en witte superioriteitsdenken maar niet wilden zien. De reconstructie van dat overleg door Thijs Broer voor Vrij Nederland bevatte vervolgens veel fouten en foute passages. Jaren daarvoor gaf Broer nog toe dat hij als roetveegpiet moest meelopen met de intocht om het kwartje te laten vallen. Dat liet mij zien hoe weinig diepgang het verzet tegen de figuur soms heeft. Daarom zijn we nu al blij met roetvegen in plaats van met de broodnodige introspectie over de functie van die figuur in onze hedendaagse samenleving.

Een onlangs hoog opgelopen gesprek over racisme tussen journalist Arnold Karskens en de Amsterdamse GroenLinks-wethouder Rutger Groot-Wassink kreeg veel applaus omdat Groot-Wassink Karskens tegensprak. Maar de grote vraag is: waarom nodigt het programma Karskens uit om racisme te komen verdedigen? Dat polderen waar jij het over hebt, is gemeengoed binnen de Nederlandse media. Daar worden racisme en antiracisme als twee gelijkwaardige beginpunten van een gesprek gezien.

Tekenend daarvoor is dat de Volkskrant onlangs, tegen mijn wens in, mijn Zwarte Piet Is Racisme-ontwerp uit 2011 heeft opgenomen in een lijst van honderd voorwerpen uit de Nederlandse popcultuur. In diezelfde lijst staan ook objecten als de roze plopkap van GeenStijl. Een shirt dat specifiek antizwart racisme aankaart op hetzelfde niveau plaatsen als de beeldtaal van een racistische site doet mijn project geweld aan. Acht jaar geleden vormde het shirt volgens de veiligheidsdriehoek van Dordrecht nog een ‘gevaar voor de publieke orde’, en nu bestempelt men het als popcultuur.

Er is geen redelijk midden meer, mensen zijn gedwongen kleur te bekennen

Dus ja, doordat het gesprek rond racisme mainstream is geworden, is inderdaad platheid opgetreden. En tóch zie ik ook lichtpuntjes. Zo had ik me in 2011, toen ik jou tijdens je boekpresentatie dat T-shirt aanbood, niet kunnen voorstellen dat een witte politicus als Groot-Wassink op de radio zou zeggen dat polderen rond racisme niet meer kan. Daarbij is dat polderen door de gewelddadige realiteit ingehaald: de Groene Amsterdammer schreef afgelopen week dat géén mening hebben over zwarte Piet haast niet meer voorkomt; mensen zijn óf voor óf tegen.

Er is bij dit onderwerp geen redelijk midden meer, mensen zijn gedwongen kleur te bekennen. Ik zie onafhankelijke media ontstaan die witheid niet centreren, zoals Dipsaus Podcast en Olave Talks. Een kritische, zwarte vrouw als jij leidt nu OneWorld. In 1982 werd de experimentele documentaire over representatie van zwarte mensen en zwarte Piet, We’re doing it for the Children – verwijzend naar ‘het kinderfeest’ – van the Cultural Media Collective niet eens op de Nederlandse televisie vertoond.

Ik weet dat de stroefheid van structurele verandering rondom racisme maar een deel van het verhaal is. Het andere deel is dat er nu niet een paar mensen met een shirt met het statement ‘Zwarte Piet Is Racisme’ bij de intocht staan, maar meer dan duizend mensen op verschillende plekken in het land datzelfde statement uitdragen voor, tijdens en na de intocht.

Het gaat bij zwarte Piet om het creëren van een kritieke massa die tot echte veranderingen kan leiden

Je vraagt me waar ik ben, waarom ik niet meer van me laat horen. Eigenlijk heb ik mijn rol altijd gezien vanuit kunst die activeert. Dat was ook in 2011 het startpunt van Zwarte Piet Is Racisme: een kunstproject. En met kunst maken ben ik nooit gestopt, ook al waren de Nederlandse schijnwerpers daar minder op gericht dan op mij als spreekbuis tegen zwarte Piet.

Ik ben in mijn kunst nog altijd bezig met de positie van mensen van kleur in Nederland en hoe de manier waarop zij worden behandeld verband houdt met het koloniale verleden. De expositie waar ik mee bezig was toen je me mailde gaat deels over hoe mijn familieleden zich de opstand op Curaçao tegen Shell en Nederland in 1969 herinneren. Wij nemen de ruimte om onszelf te centreren.

Daar put ik ook hoop uit. Zo blijf ik mijn steentje bijdragen terwijl anderen demonstreren, rechtszaken voeren of weer in de pen klimmen tegen publieke figuren die niet van plan zijn om echte verandering door te voeren. Maar het gaat bij die acties ook niet om hen. Het gaat om het creëren van een kritieke massa die tot echte veranderingen kan leiden. Al deze acties samen zijn belangrijk omdat we racisme op verschillende niveaus moeten aanpakken. En dus richt ik me op wat ik wel zelf in de hand heb: mijn werk als kunstenaar. Ik hoop dat je langskomt, zodat ook jij weer hoop krijgt. Laat weten wanneer, dan geef ik je persoonlijk een rondleiding.

Quinsy

Quinsy Gario_RogerCremers

Quinsy Gario is gewend aan de bedreigingen

“De gigantische antiracismedemonstratie in Amsterdam in maart van dit jaar…

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
rc20141104-quinsy-gario-021

Over de auteur

Quinsy Gario is een Curaçaos-Nederlands dichter, kunstenaar, en anti-racisme activist, die vooral bekend is door zijn verzet tegen de …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief