Na acht weken criminalisatie van sekswerk in Nederland zijn schrijnende verhalen aan de orde van de dag. Een vriendin werd ontslagen bij haar nieuwe baan, waar ze nog geen maand werkte, maar kan niet terug naar de club, want die is nog gesloten. Een andere vriendin ziet het collegegeld voor haar Masterjaar steeds onmogelijker worden. Een collega, die jarenlang een goed lopend bedrijf had, durft haar kind niet te vertellen dat ze haar huur niet meer kan betalen. Ze heeft namelijk nooit verteld dat ze haar geld verdient met sekswerk.

Voor al deze mensen had de versoepeling van de coronamaatregelen de redding kunnen betekenen. Tot 11 mei was sekswerk verboden omdat de overheid het als contactberoep aanmerkte, inmiddels mogen contactberoepen weer aan de slag. Behálve sekswerkers. De reden? Die gaf de regering niet. Mij verraste het niet: sinds de coronacrisis, maar ook al daarvoor, doet de overheid actief haar best om sekswerkers tegen te werken en monddood te maken.

Tussen wal en schip

Wettelijk gezien zijn sekswerkers die in een bordeel of voor een escortbureau werken noch zelfstandige, noch werknemer. Ze vallen onder de ‘opting-inregeling’, een ingewikkelde constructie die de belastingdienst ook wel een ‘fictief dienstverband noemt’. Een bordeelhouder of andere tussenpersoon int omzet, houdt belasting en bemiddelingskosten in en geeft de sekswerker een nettobedrag en een loonstrookje, maar is géén werkgever. Er is namelijk geen contract.

In theorie kunnen ook andere beroepen van opting-in gebruikmaken, maar als enige beroepsgroep worden sekswerkers in veruit de meeste gevallen1 door de gemeente verplicht om via opting-in te werken. Daar zit onkunde achter: gemeentes vinden sekswerk ingewikkeld en vallen terug op een bestaand model dat ook in andere gemeentes wordt gebruikt. Maar ook wantrouwen: met deze regel weet men immers zeker dat de sekswerker belasting betaalt, alsof ze dat als zzp’ers niet zouden doen.

De ‘legale’ sekswerker krijgt geen financiële steun van de overheid

Sekswerkers vragen al jaren om een eerlijker systeem. Het huidige biedt hun namelijk geen enkele zekerheid. Ze bouwen geen pensioen op en kunnen geen aanspraak maken op vangnetten waar werknemers wel op kunnen terugvallen, zoals ziekteverlof of vakantiegeld. Ze kunnen ook geen bedrijfskosten aftrekken of hun BTW terugvragen zoals zzp’ers dat wél kunnen. En hoewel bordeelhouders op papier niet veel te zeggen hebben over de sekswerkers die onder de opting-in bij hen werken, heeft een sekswerker in de praktijk weinig vrijheid om van werkplek te veranderen als het niet bevalt: de afgelopen twintig jaar is het aantal vergunde bordelen meer dan gehalveerd, en nieuwe vergunningen worden vrijwel niet uitgegeven.

In het coronamaatregelenpakket is de opting-in niet meegenomen. Het steunpakket van de regering geldt namelijk alleen voor zelfstandig ondernemers. En dus krijgt de ‘legale’ sekswerker, die in de vergunde branche geld verdient en belasting betaalt, geen financiële steun van de overheid.

De meest hygiënische beroepsgroep

Sekswerk is in de regel lichaamswerk. Toch zijn er zijn genoeg manieren te bedenken om ook op anderhalve meter afstand intimiteit met elkaar te delen. Voor het huid op huid contact zijn er mogelijkheden te over om het werk minder risicovol te maken. Zo zijn er de algemene richtlijnen voor contactberoepen. Daarnaast hebben veel sekswerkers al jaren ervaring met strikte hygiënemaatregelen (denk aan het gebruik van condooms, latex handschoenen, desinfectiespray, enzovoorts).

Omgaan met virussen en aandoeningen die een gevaar vormen voor hun gezondheid is al eeuwen de realiteit voor sekswerkers. Zij zijn daarom de meest ervaren beroepsgroep in het navigeren van hygiëne als fysiek contact onvermijdelijk of wenselijk is. Maar anders dan in andere branches zijn sekswerkers door de overheid niet uitgenodigd om mee te praten over maatregelen en richtlijnen.

Ook zelfstandige sekswerkers worden aan hun lot overgelaten

Na het afkondigen van de eerste coronamaatregelen op 12 maart ging het snel voor sekswerkers: op 15 maart werden alle seksclubs gesloten en op 24 maart ging er een werkverbod van kracht voor iedereen met een contactberoep. Vanaf dat moment werden sekswerkers beboet als zij toch een klant ontmoetten. Daarmee is sekswerk voor het eerst sinds Napoleon gecriminaliseerd in Nederland. En de verwachting is dat dit tot 1 september zo blijft.

Voor zzp’ers die door de coronamaatregelen werden getroffen, riep de regering in allerijl de ‘Tijdelijke overbrugging zelfstandige ondernemers’ (Tozo) in het leven, waarmee zelfstandigen voor een overbruggingsperiode van drie maanden bijstand kunnen ontvangen zonder dat daar een vermogens- of partnercheck aan voorafgaat. Geheel onvoorwaardelijk is de Tozo niet: een ondernemer moet 23 uur per week aan het eigen bedrijf besteden en moet kunnen aantonen vergunningen te bezitten die benodigd zijn voor het beroep dat hij of zij bij de KVK heeft opgegeven.

Veel gemeenten weigeren vergunningen aan sekswerkers uit te geven

Eenvoudige voorwaarden voor de meeste ondernemers, maar voor sekswerkers die zich (niet zelden onder een andere beroepsbeschrijving) bij de KVK hebben ingeschreven vormen ze een onoverkomelijk obstakel. Door hun relatief hoge uurloon komen sekswerkers, ook met administratie-, marketing-, reis- en voorbereidingstijd, vaak niet aan de 23 uur per week, al verdienen zij wel voldoende om in hun levensonderhoud te voorzien.

De vereiste vergunning weigeren veel gemeenten aan sekswerkers uit te geven; ze willen geen prostitutie in hun gemeente of vinden dat sekswerkers maar in het plaatselijke bordeel onder de opting-in moeten werken. En ook áls iemand een vergunning kan krijgen, is het maar de vraag of diegene dat wil. Vergunningen zijn namelijk openbaar, wat de kans op stigmagerelateerd geweld kan vergroten. Bekend zijn als sekswerker heeft gevolgen; het kan tegen je gebruikt worden in een voogdijzaak, maakt het krijgen van een hypotheek vrijwel onmogelijk en lijkt voor sommige klanten en (ex-)partners een vrijbrief voor fysiek geweld.

Veel van mijn collega’s hebben zich dus helemaal niet als sekswerker bij de KVK ingeschreven, maar bijvoorbeeld als kapper of fysiotherapeut, een verhaal dat ze ook aan familie en vrienden vertellen. Nu die beroepen sinds 11 mei weer aan de slag mochten, maar zij nog steeds zonder inkomen thuiszitten, lopen zij het risico ‘door de mand te vallen’. Sekswerkers zijn al een van de meest kwetsbaar gemaakte beroepsgroepen in ons land, en nu brengen de coronamaatregelen – die hen moesten beschermen – voor sommigen van hen een nieuw gevaar met zich mee.

Wanneer noem je sekswerk sekswerk?

In het licht van de overheidscommunicatie is de term ‘sekswerk(er)’ een vreemde woordkeuze. Het komt in nog geen enkele wet voor en is zodoende niet gedefinieerd. Het is geen wettelijke term maar een term die is ontstaan binnen de sekswerkerrechtenbeweging en betrekking heeft op iedereen die tegen betaling een seksuele handeling of dienst aanbiedt. Strippers, webcamperformers en (solo)pornoperformers zijn in die zin dus ook sekswerkers.

In de praktijk is het aannemelijk dat de Nederlandse overheid met ‘sekswerkers’ doelt op personen die een prostitutieservice aanbieden en anderen die in een seksinrichting werken, zoals strippers en peepshowperformers. Nog steeds betreft het dan een breed scala aan werkzaamheden, die in sommige gevallen niet eens fysiek contact met een klant vereisen (zoals in het geval van een peepshow). Dan heb je dus helemaal geen contactberoep maar werk je wel in een seksinrichting. Nou ja, dan werk je nu dus niet.

De ‘Wet repressie sekswerk’

Sekswerkers en de overheid staan al jaren tegenover elkaar; mijn beroepsgroep door de crisis heen helpen is een van de laatste dingen die de overheid wil.

Eind vorig jaar presenteerde Rutte III de ‘Wet regulering sekswerk’ (Wrs). Het verzinnen – want dat is het – van een nieuwe sekswerkwet stond hoog op het verlanglijstje van de christelijke coalitiepartijen. Ondanks het feit dat er in de Eerste Kamer al een andere wet op goedkeuring lag te wachten, lobbyden zij voor een eigen anti-sekswerkwet. Hieronder enkele dieptepunten:

  • Een verplichte registratie van bijzondere persoonsgegevens over het seksuele leven van sekswerkers;
  • Een verplichte vergunning die alleen afgegeven wordt door een ambtenaar die in een persoonlijk gesprek inschat of een sekswerker verstandig genoeg is om over zijn of haar eigen lichaam te besluiten;
  • Een boete van ruim 20.000 euro voor sekswerkers die zonder vergunning te werk gaan;
  • De mogelijkheid tot het opleggen van een gevangenisstraf aan iedereen die diensten afneemt bij een sekswerker (denk aan boekhouders, chauffeurs, huisgenoten met wie huurkosten worden gedeeld);
  • Een leeftijdsverhoging voor sekswerkers van 18 naar 21 jaar.

De afgelopen jaren hebben we gezien dat onze overheid niet erg goed is in het beschermen van de digitale administratie. De geschiedenis heeft sowieso al bewezen dat het nogal gevaarlijk is om van een gemarginaliseerde groep mensen een lijst bij te houden, of om ze verder te isoleren door de mensen die hen helpen te straffen. Met de overtuiging dat jongvolwassenen kwetsbaarder zijn komt normaliter ook het besef dat wanneer zij om wat voor reden dan ook in de problemen komen, ze altijd terecht moeten kunnen bij de juiste hulpverlening. Zonder angst daarvoor gestraft te worden. Een verbod, zo weten we, helpt daarbij niet.

Ondanks alle negatieve reacties besloot de coalitie de anti-sekswerkwet door te sturen naar de Raad van State

Sekswerkers zijn dus, op z’n zachtst gezegd, bepaald niet gecharmeerd van dit plan. En zij niet alleen: tijdens de consultatieperiode kwamen meer dan 250 reacties binnen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid. Van sekswerkers, hulpverleners, klanten en wetenschappers, maar ook van politieagenten en burgemeesters. Ruim 80 procent van die reacties was negatief. Hoewel het advies dat naar aanleiding van de consultatie naar de Tweede Kamer is gegaan niet openbaar is, móet het advies wel hebben gerijmd op: ‘Deze wet moet worden heroverwogen, of op zijn minst grondig herschreven.’

Dat gebeurde niet. Ondanks alle negatieve reacties besloot de coalitie de wet zonder noemenswaardige aanpassingen door te sturen naar de Raad van State. De wens van de christelijke coalitiepartijen weegt blijkbaar zwaar. Bovendien is er haast geboden: de volgende verkiezingen bieden zich over tien maanden al aan, dus veel tijd om de wet erdoorheen te krijgen is er niet meer.

Verrassing: sekswerkers worden genaaid

Voor de sekswerkersgemeenschap kunnen de omstandigheden tijdens de coronacrisis bijna niet ongunstiger zijn. We mogen niet samenkomen, kunnen niet effectief demonstreren en onze noodkreten worden overstemd door al het coronanieuws. Sekswerkers zijn ‘een van de zoveel beroepsgroepen die last heeft van corona’, denken ook veel van de journalisten die mij benaderen om even een grappig item te maken over een interessante beroepsgroep. Het veel complexere politieke verhaal over de schrijnende situatie waarin sekswerkers zich bevinden laat zich minder makkelijk vertellen.

Vooralsnog moeten sekswerkers zien te overleven tot begin september. Na maanden zonder werk en zonder financiële hulp, zullen mensen weer volle bak aan het werk moeten. Zelfstandig of bij een bordeel of escortbureau dat de coronasluiting weet te overleven. Of er daarnaast óók nog tijd is voor politieke actie betwijfel ik. Precies in diezelfde periode debatteert de Tweede Kamer over de Wrs. Toeval? Nee. Deze coalitie is erop uit sekswerkers te naaien. Zonder te betalen en zonder consent te vragen.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

Yvette

‘Klagen over misstanden, maar zelf betalen voor porno, hó maar’

Sekswerker en activist Yvette Luhrs gaat de discussie over haar vak graag aan.

Sofie2 (1)

Één gedragen string: 46 euro

Sekswerk voor je webcam brengt veel voordelen met zich mee, maar ook nieuwe gevaren.

  1. Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld sekswerkers in een raambordeel, of de enkele sekswerker die in een gemeente woont die zzp’erschap van sekswerkers toestaat. ↩︎
ZYESkque_400x400

Over de auteur

Yvette Luhrs is sekswerkerrechtenactivist, sekswerker en feministische pornomaker.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief