Begin dit jaar vloog technisch geneeskundige Laura Koot (28) met een grote zak gevriesdroogde krekels naar Rwanda. In de keuken van haar hotel verwerkte ze met collega’s ter plaatse de krekels in een vulling, op smaak gebracht met citroen, gember, curry en knoflook. Ze bakten er sambusa’s van, het Rwandese equivalent van de Indiase samosa. Die deelde het team onder meer uit op de uitbundige Kimironko-markt in Kigali. Zou de ongebruikelijke snack in de smaak vallen?

Koot is projectleider Intelligent Imaging bij TNO, ze helpt politie en defensie om betekenisvolle informatie uit bijvoorbeeld bewakingsbeelden te halen. Maar ze zocht daarnaast naar een meer directe manier om iets voor anderen te betekenen. “Dat is me van huis uit bijgebracht. Mijn ouders deden allerlei vrijwilligerswerk: ze hielpen mensen in de buurt met boodschappen of ritjes naar het ziekenhuis.”

Dagelijks zetten mensen zich in voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we binnen nu en tien jaar moeten halen. Denk aan géén armoede, gendergelijkheid, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Deze Goal Getters gaan daar nu al voor. Wie zijn zij?

Toen Koot hoorde over Flying Food, oftewel duurzame krekelteelt, bij de afdeling Innovation for Development van TNO, was ze meteen enthousiast. “Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe verder mijn enthousiasme toenam, omdat ik steeds meer voordelen zag. Als medicus sprak het gezondheidsaspect van de hoogwaardige eiwitten me natuurlijk aan, maar daarnaast is de teelt milieuvriendelijk en levert het een betrouwbaar inkomen voor boeren.” Sinds begin dit jaar leidt ze naast haar reguliere werk een project voor krekelteelt in Rwanda. Daar kan de eiwitrijke voeding goed van pas komen, want zo’n 40 procent van de kinderen op het Rwandese platteland is ondervoed, becijferde de VN.

4.2 op een schaal van 5

Krekels zijn een rendabele voedingsbron: ze bieden hoogwaardige eiwitten en mineralen tegen een lage prijs en zorgen voor veel minder uitstoot van broeikasgassen dan bijvoorbeeld rund en ander vee. In Kenia en Uganda heeft TNO reeds geholpen bij het opzetten van rendabele krekelboerderijen. Koot en haar collega’s willen uitzoeken of de insecten ook iets kunnen betekenen voor Rwandese boeren en consumenten. In sommige delen van Rwanda vormen bijvoorbeeld sprinkhanen een regulier onderdeel van het voedingspatroon, op andere plekken waren mensen onwennig.

Krekels bieden boeren een manier om met een relatief kleine investering een extra inkomen te genereren

Laura TNO-1
Laura Koot Beeld door: Judith Tielemans

Koot: “Op de markt in Kigali deelden we niet alleen de sambusa’s, maar ook gefrituurde krekels uit. Ik moest mensen soms best aanmoedigen om te proeven.” Maar als ze eenmaal over die drempel heen waren, reageerden de marktbezoekers positief. De smaak kreeg een 4.2 op een schaal van 5 en het merendeel van de ruim 400 ondervraagde consumenten gaf aan de krekels te willen kopen als ze verkrijgbaar zouden zijn. Positief resultaat, dus.

Naast een hoogwaardige maaltijd bieden krekels boeren een manier om met een relatief kleine investering van tijd en geld een extra inkomen te genereren. Het stabiele klimaat in Rwanda is goed voor krekelteelt: de insecten gedijen het best bij een graad of 28. De krekels worden binnen gehouden in plastic kratten. Ze leven op goedkope restjes granen en groenten of bladeren en planten zich snel voort. Als de dieren volgroeid zijn, kookt de boer ze (levend) en brengt ze naar de markt om te verkopen.

Op zoek naar duurzame eiwitten

In de zoektocht naar eiwitten die minder belastend zijn voor de planeet dan die uit vee, grijpen steeds meer landen en ondernemers naar de insectenteelt. Een kilo koeienvlees vergt bijvoorbeeld 25 kilo voer, 112 liter water en stoot 12,5 kilo CO2 uit. Het equivalent aan krekels vergt 2,1 kilo voer, 2 liter water en 2,7 kilo CO2-uitstoot. Voor vegetariërs zijn zij uiteraard geen oplossing.

De markt verkennen

Voor de opzet van een kleine boerderij, met zo’n 60.000 krekels in 30 kratten, is een paar honderd euro nodig. Die inleg kan in een paar jaar worden terugverdiend, berekende TNO. Koot: “Als het eenmaal loopt, heb je er weinig omkijken naar, de verzorging kost maar een of twee uur per dag.” Koot en haar collega’s brachten bij 120 boeren in kaart of zij interesse zouden hebben in het opzetten van een krekelboerderij. Het enthousiasme was groot, al bleek wel dat de boeren de startinvestering te hoog vonden. Koot: “Daar zouden we dus iets op moeten verzinnen, met bijvoorbeeld een kleine lening.”

Je hebt weinig omkijken naar krekels, verzorging kost maar een of twee uur per dag

Koot en haar team zijn bijna klaar met hun verkenning van de Rwandese markt. Of het project een vervolg krijgt – waar de positieve bevindingen van het marktonderzoek aanleiding toe geven – hangt af van financiering. Het team zoekt nu naar mogelijkheden via filantropische organisaties en impact investeerders om de eerste pilot-boerderijen van de grond te krijgen, naast de investering die boeren zelf moeten doen.

Onmacht

Behalve dat haar ouders veel voor de buurt deden, nam het gezin vanaf Laura’s tiende vier jaar lang iedere winter twee Armeense kinderen in huis, steeds een ander duo. “De kinderen kwamen hier om de harde winter thuis over te slaan, maar ook om ze kennis te laten maken met het leven in West-Europa. Ik kon nauwelijks met ze praten en toch klikte het elke keer. Het was leuk om speelvriendjes en -vriendinnetjes in huis te hebben.” Voor Koot zelf was het contact ook leerzaam, het opende haar ogen voor de ongelijke verdeling van rijkdom.

Eindelijk vond ik een duurzame manier om een verschil te maken

Na de middelbare school reisde Koot met haar ouders naar Armenië om haar tijdelijke huisgenootjes op te zoeken. “Wonderlijk genoeg lukte het met behulp van een gids om iedereen op te sporen, terwijl we van sommigen niet eens een adres hadden. Het was dierbaar mijn oude speelvriendjes terug te zien. Ik sprak een beetje Armeens, we keken fotoboekjes terug en haalden herinneringen op.”

Koot werd getroffen door de gastvrijheid: “Bij veel gezinnen stond de tafel vol kleurrijk versierde taarten en andere lekkernijen om ons te verwelkomen. Aan de andere kant was het ook confronterend. Sommige jongeren leefden in grote armoede, en in gezinnen waar alcoholverslaving speelde. We wilden helpen. We kochten bijvoorbeeld zaden voor gezinnen met een groentetuin of droegen bij aan het schoolgeld voor de kinderen, maar het voelde beperkt. Het was de herinnering aan die onmacht die haar jaren later extra enthousiast maakte over Flying Food: “Eindelijk vond ik een duurzame manier om een verschil te maken.”

Koot zou heel blij zijn als komend jaar een eerste pilot-boerderij in Rwanda geopend kan worden. Ondertussen droomt ze voorzichtig van een toekomst waarin honderden boeren een betrouwbaar extra inkomen hebben en duizenden mensen goede eiwitten binnenkrijgen, met lage belasting van de planeet. “Ik zou het project alleen maar verder willen uitbouwen, voor nog meer mensen een verschil willen maken, qua werk, inkomen en gezondheid.”

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door TNO.

SDG-icon-NL-RGB-12

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
marieke-buijs

Over de auteur

Marieke Buijs is wetenschapsjournalist en schrijft onder andere voor New Scientist, Het Parool en NU.nl.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief