Sommige mensen hebben een haat-liefdeverhouding met eten. Ik prijs me gelukkig met enkel de liefdesrelatie. Er zijn natuurlijk vele manieren om genegenheid te tonen, maar mijn hart klopt het snelst in de keuken. Je best doen voor iemand. Onthouden wat ze lekker vinden en je menu daaromheen plannen. Met elkaar een maaltijd delen, brood breken, goede wijn en slechte grappen op tafel. De pan kippensoep op de stoep bij de zieke vriend. De weldaad van zowel de katerpizza als de gezonde maaltijden in de dagen erna om je lijf te helpen met het herstel.

In de ‘bourgondische’ levensstijl waarmee ik ben opgegroeid, in een Brabantse familie vol levensgenieters, leunen die rituelen zwaar op grote hompen vlees, verse vis en vette kazen. Gerechten die bulken van de dierlijke vetten en proteïnen worden gezien als verwennerij. Tegelijkertijd maakt onze overmatige consumptie van deze dierlijke producten het klimaat kapot en daarmee de toekomst van onze kinderen.

Hoe is die realiteit te verenigen met een bourgondische levensstijl? Is het mogelijk om op een verantwoorde manier te consumeren zonder daarbij aan genot in te boeten?

Als een nepburger mijn incidentele honger naar bloed en vet stilt, is er al een wereld gewonnen

Foto voor bij artikel – Lemon & Peach Photography

‘Hoe kun je zo dik zijn, je bent toch veganist?’

Waarom de focus op dun en gezond zijn de strijd voor een leedvrije wereld geen goed doet.

Vooral kaas lijkt me lastig op te geven. Ik weet niet of ik een toekomst zonder kaas wel voor me wil zien. Ik vraag Lisa Jansen – beter bekend als @bigvegansister op Instagram – om advies. Zij begon negen jaar geleden in kleine stapjes veganistischer te eten. “Er was toen nog niet zo veel aanbod van plantaardige zuivelproducten als nu. Voor vegankaasjes moest ik naar Duitsland. Maar na twee weken zonder zuivel dacht ik: Wow, ik mis helemaal niks!”.

Nou ja, helemaal niks. Jansen vertelt hoe ze eigenlijk alleen het gemak waarmee je bijvoorbeeld een omeletje kunt maken mist. Voor vegan eten moet je vaak wat meer moeite doen om bijvoorbeeld iets ‘romig’ te maken (bijvoorbeeld met kokosmelk), om de befaamde smaak umami te bereiken (miso is een toptip) of om plantaardige kaas te maken of vinden die net zo lekker smelt als kaas van zuivel (tapiocapoeder kan daarbij helpen). “Vegankaas is wel een ding, eerlijk gezegd. Je moet het niet willen vergelijken, maar het eigenlijk zien als een aparte soort. Zoals je ook geitenkaas of Franse kaas hebt.”

Heb je weleens een koe in de ogen gekeken? Daar kan geen puppy tegenop

Niet geheel gerustgesteld bestel ik op aanraden van Jansen een aantal prijswinnende vegankaasjes van restaurant Mr. & Mrs. Watson in Amsterdam. Ik stal ze uit op een mooie houten plank met druiven en noten, laat ze op temperatuur komen en schenk er een glas rode wijn bij. Gewapend met zoute toastjes (‘Zo kun je poep nog wel lekker maken’, zou mijn oma zeggen) en goede wil, verken ik samen met mijn man en twee dochters het nieuwe culinaire terrein.

Mijn man is enthousiaster dan ik. Het is lekker, dus het is goed. Ik doe echter exact waar Jansen me al voor waarschuwde en blijf zoeken naar de smaak van kaas die ik ken. Ik proef zout, ik proef zuur, ik proef bitter, de structuur is smeuïg en het mondgevoel klopt met wat er absoluut uitziet als een lekker kaasplankje. Mijn dochters smeren de zachte faux geitenkaas op een toastje en negeren mijn frons, die langzaam wegtrekt. Heftige schimmelkazen heb ik tenslotte ook ooit leren eten.

Gillende varkens

De principiële overtuiging van veganisten dat mensen niet het recht hebben om dieren te doden, is confronterend en kan veel weerstand opwekken bij vleeseters. Ik merk zelf ook dat ik me verzet tegen het idee dat slacht gelijk staat aan moord. Als je opgroeit in een dorpje waar veel meer varkens dan mensen wonen – onze buren hadden een bedrijf in veetransport waar gillende varkens af- en aanreden – word je al snel minder gevoelig voor dierenleed.

Als ik heel eerlijk ben, heb ik de ethische discussie over dierenrechten heel lang voor me uitgeschoven en me verstopt achter het idee dat menselijk leed voorrang heeft. Desalniettemin heb ik het altijd vreemd gevonden hoe we het ene dier als familie tussen ons in laten slapen en het andere uitsluitend als voedsel willen zien. Ik bedoel, heb je weleens een koe in de ogen gekeken? Daar kan geen puppy tegenop.

Maar wat als je vlees niet hoeft af te zweren, maar gewoon kunt vervangen met iets dat er ontzettend op lijkt? Lisa Jansen vertelt me dat het aanbod van levensechte vleesvervangers steeds groter en beter wordt. Ik neem de proef op de som met de Beyond Burger, die er rauw griezelig echt uitziet, maar tijdens het bakken toch wel iets van zijn oorsprong verraadt. Bij een gewone hamburger moet je opletten dat je hem niet te lang bakt, waardoor hij van binnen uitdroogt. Deze burgers hebben juist een lange bereidingstijd op relatief hoog vuur nodig om de buitenkant goed te karamelliseren. Het resultaat mag er echter zijn. Een lekkere, sappige hamburger, waarvan ik zeker weet dat menig zelfverklaard BBQ-koning hem niet van echt zou kunnen onderscheiden.

Dat blijkt te kloppen, want Anthony Tevreden – oprichter van de Blue Steel haarsalon in Amsterdam en iemand die al bijna vijf jaar the plant life leeft – probeerde de Beyond Burger onlangs uit op zijn vleesetende bezoek: “Ik stampte hem een beetje aan zodat hij nog meer op een echte burger leek. Ik zei niks, gaf mijn vrienden er een ander soort broodje bij dan ik bij de veganburgers serveerde en toen dachten ze ook echt dat het anders was. ‘Echt fakking lekker vlees man, waar heb je dat vandaan?’, was de reactie. Het was gewoon een grap, maar deze jongens eten nu zelf ook minder vlees. Het blijft ook wel een ding als man zijnde: vlees eten en dat dat dan zogenaamd iets zegt over je mannelijkheid. Waarom doen we zo moeilijk?”

Kerstdiner

Buiten mijn eigen lekkere trek is er nog die van mijn dierbaren. Wat doe ik met familieleden die een kerstdiner eigenlijk niet compleet vinden zonder een groot stuk vlees of vis op tafel? Ik wil niemand iets afpakken. Jansen vertelt dat ze in haar eigen gezin altijd gesteund is in haar dieetkeuze, maar dat het daarbuiten soms lastig is. “Mensen die frikadellen voor je gezicht heen en weer zwaaien, of met je in discussie gaan over die ene boer die ze kennen met twee koeien op tig hectare grond die vrijwillig hun melk afgeven. Ik ga liever niet in discussie, zeker niet tijdens het eten. Ik laat liever op een positieve manier zien hoe lekker het kan zijn.”

Gebruik ik de vleeslust van anderen om toe te kunnen geven aan mijn eigen dierlijke verlangens?

Anthony Tevreden ziet het probleem niet zo: “Het gaat om de kruiden, toch? Kijk, ik kom uit een Surinaams gezin. Samen eten staat gelijk aan gezelligheid. Voor familiegelegenheden maak ik nu mijn eigen gerechten, maar ze pakken altijd als eerste mijn eten. Ik zorg gewoon dat het goed is en dat begint al bij de presentatie. Ik begon ooit met experimenteren en deelde wat ik maakte op mijn Insta. Dan worden mensen ook benieuwd en willen ze zelf proeven. Het gaat niet om ‘dit is het beste voor je’, nee, houd het luchtig. Natuurlijk worden er wel grapjes over gemaakt. Vroeger als ik een pijntje had, was het altijd: ‘Dan moet je meer vlees eten.’ Maar iedereen steunde me in mijn keuze. Eten blijft gezelligheid.”

Het zijn antwoorden die hoopvol stemmen. Zou het echt zo makkelijk zijn? Gewoon zelf anders gaan koken en me net iets minder druk maken om wat anderen misschien verwachten? En zouden mensen in mijn omgeving echt balen van een plantaardige menu, of gebruik ik de vermeende vleeslust van een ander om toe te kunnen geven aan mijn eigen dierlijke verlangens?

Als ik mijn incidentele honger naar bloed en vet (en die van mijn worstlievende kinderen) naar tevredenheid kan stillen met zo’n nepburger, dan is er al een wereld gewonnen. En als ik alles wat ik de afgelopen tijd geleerd heb over plantaardig eten toevoeg aan mijn bestaande culinaire repertoire, weet ik zeker dat er genoeg lekkers overblijft. Desondanks durf ik nog niet te beloven dat het mij zal lukken om helemaal plantaardig te gaan eten. Bourgondiërs staan nu eenmaal niet bekend als ‘recht in de leer’. Maar als de kern van mijn ‘bourgondische’ levensstijl is dat ik mijn best wil doen voor de mensen om wie ik geef, dan kom ik er niet onderuit om het op zijn minst te proberen.

Dit artikel verscheen eerder in het OneWorld magazine ‘Hoe zit het met Vegan?’.

Hoe Zit Het Met Vegan? is onafhankelijk tot stand gekomen en financieel mede mogelijk gemaakt door Stichting DOEN. De overeenkomst tussen OneWorld en deze organisatie is openbaar en in te zien.

barbecue-2920662_1920

Geen gehaktbal? Geen probleem

Veganisme een elitaire geitenwollensokkenhobby? Nee hoor. Maar mannen doen nog niet mee.

Quinoa salad on a plate

Vegan eten is ongezond en duur (en 3 andere mythes)

Wat klopt er van onze vooroordelen over veganisme?

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Chef magazine

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief