Spaanse, Franse en Portugese jongeren eten te weinig varkens. Tenminste, als je het aan de varkenssector vraagt. Vandaar dat afgelopen juli werd aangekondigd dat de Europese Unie 7,5 miljoen euro vrijmaakt voor een advertentiecampagne om onder het motto Lets talk about pork from Europe de ‘misverstanden over klimaat, dierenwelzijn en voedingswaarde’ rondom varkensvlees de wereld uit te helpen.

Je leest het goed – de miljoenen komen van de EU, dezelfde EU die in haar nieuwe Green New Deal ronkend aankondigt als eerste continent klimaatneutraal te willen zijn en in eigen woorden ‘prioriteit geeft aan plattelandsontwikkeling met steun voor de omslag naar een koolstofarme en klimaatbestendige economie in de landbouw- en voedingssector’. Dat lijkt maar moeilijk samen te gaan met de promotie van vlees of zuivel, aangezien de veehouderij staat voor 15 procent van alle uitstoot van broeikasgassen en voor de helft aan biodiversiteitsverlies in Nederland sinds 1990.

Subsidies voor boeren houden de melkprijs laag en de productie te hoog

Anja Hazekamp, Europarlementariër voor de Partij voor de Dieren, noemt de nieuwste vleescampagne dan ook ‘onbegrijpelijk’ maar, helaas, niet verrassend. Brussel geeft al sinds jaar en dag geld uit aan campagnes als ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees, KIP!!!’. “In een uitgelekte versie van de Farm to Fork-strategie (EU-plannen voor een gezonder en duurzamer voedselsysteem, red.) stond afgelopen mei dat de vleesreclames zouden stoppen. Iets waar we als fractie al lang op aandringen. Twee dagen later bleek dat we te vroeg gejuicht hadden.” De definitieve versie was op twee belangrijke punten gewijzigd: er is nog wél geld voor reclame voor het ‘meest duurzame’ vlees (zonder specifieke definitie). En het eerdere voornemen om mensen aan te sporen minder vlees te eten, is nu beperkt tot rood en bewerkt vlees.

“Je ziet dat het Parlement wel de goede kant op wil, maar er is nog steeds een vleeslobby die stevig huishoudt in Brussel. Bovendien hebben nog veel leden van de EU-landbouwcommissie een directe band met de agro-industrie (bedrijven die land- en tuinbouwproducten bewerken en verwerken, red.)”, zegt Hazekamp, die namens het Europees Parlement Farm to Fork-rapporteur is en dus een leidende rol heeft in het herschrijven en bijsturen van de plannen van de Europese Commissie.

Perverse prikkel

De 90 miljoen euro die de afgelopen vier jaar naar dit soort promotiecampagnes ging, is nog maar een deel van de subsidiegelden voor Europese vlees- en zuivelproducenten. Hazekamp lobbyt binnen het Parlement voor het afschaffen van de 28 miljard euro die er jaarlijks naar (melk)veehouderijen in Europa gaat, vooral in de vorm van inkomenssubsidies voor boeren. “De subsidies geven een perverse prikkel door boeren een minimuminkomen te geven. Tegelijkertijd is in Europa het melkquotum afgeschaft, waardoor je grenzeloos mag produceren. Door de lage melkprijs doen veel boeren dat ook.”

Als boer beland je in een negatieve spiraal van overproductie, lage prijzen en nog meer overproductie. Zo is er een ‘melkplas’ ontstaan: melk, yoghurt en kaas waar in de EU-landen zelf geen vraag naar is en die dus voor een te lage prijs op de wereldmarkt terechtkomen. “De melkconsumptie in Nederland en andere Europese landen is fors gedaald: van 100 naar 60 liter per jaar. Toch neemt de melkproductie alleen maar toe.” Nederland – in Europa de grootste varkensvleesproducent en een van de grootste zuivelproducenten – kreeg 725 miljoen euro aan landbouwsubsidies in 2017.

Ons voorstel is om de subsidies stapsgewijs af te bouwen en boeren de kans te geven om hun bedrijf anders en kleinschaliger in te richten”, zegt Hazekamp. “Tegelijkertijd moeten we de Europese markt beschermen en ophouden met vrijhandelsverdragen sluiten die boeren van buiten de EU toestaan om bijvoorbeeld hun goedkope rundvlees zonder importtarieven uit Brazilië op de Europese markt te dumpen. Als we daadwerkelijk zorgen dat boeren een eerlijke prijs voor hun producten krijgen, kunnen we stoppen met miljardensteun voor een sector die voor een groot deel bijdraagt aan biodiversiteitsverlies en waar op dit moment bijna niemand iets aan verdient. Maar voor dat voorstel krijg ik de komende tijd nog geen meerderheid.” Het is een gevoelig thema: de subsidies houden de boeren overeind en je maakt je als politicus niet populair als je daar tegenin gaat.

Maar wie wordt er eigenlijk precies geholpen door de subsidies? Niet de kleine boeren die met zorg voor de natuur voor de regionale markt produceren, zegt Hazekamp. Uit onderzoek van dagblad Trouwin 2017 bleek dat het meeste subsidiegeld terechtkomt bij grote bedrijven of producentenorganisaties. Hoogwegt International, een handelsbedrijf in vloeibare zuivel met vestigingen in 23 landen, was dat jaar de grootste ontvanger met 50 miljoen euro. Vleesverwerker Van Rooi Meat uit Helmond, die 13,4 miljoen winst draaide in 2015, kreeg 879.000 euro voor een vleesopslag die ze bouwden naar aanleiding van de Russische boycot uit 2014 na gevallen van Afrikaanse varkenspest. Ook kregen bedrijven subsidie voor het opslaan van vlees ten tijde van de Mexicaanse griep in 2018, toen mensen even geen zin meer hadden in varken omdat men daar de bron van de griep in zag. Hazekamp: “Het lijkt mij dat wanneer er minder vraag is naar iets, er minder geproduceerd zou moeten worden. Maar dat durven we niet.”

Eiwitstrategie

De macht van vlees- en zuivelproducenten speelt niet alleen op Europees niveau; ook in Nederland hebben ze een behoorlijke vinger in de pap. Dat is bijvoorbeeld te merken bij de ontwikkeling van de Nationale Eiwitstrategie (NES), een overheidsplan om Nederland richting een plantaardige samenleving te bewegen. Kwartiermaker Natascha Kooiman mocht aanschuiven om hierover mee te praten namens de Transitiecoalitie Voedsel, een netwerk van landbouw-, voedsel-, natuur- en gezondheidsorganisaties.

“Inhoudelijk was er in de tweede ronde gesprekken weinig van onze inbreng terug te zien. Ook de aanbevelingen uit vooronderzoek van andere partijen die zich bezighouden met een omslag naar een plantaardig systeem, zoals de Green Protein Alliance waren verdwenen”, zo schetst ze de verhoudingen. “Wie zich afvraagt waarom de omslag naar een plantaardig systeem op zich laat wachten, moet ook kijken naar het economische systeem: 80 procent van onze wereldwijde landbouwgrond is bestemd voor dierlijke productie. En onze grote varkensindustrie levert Nederland veel geld op. In Nederland importeren we goedkoop veevoer om de varkens die we daarmee voeren voor tweederde weer te exporteren.”

Er wordt van alles bedacht tegen de stikstofuitstoot, terwijl we weten dat de veestapel gewoon omlaag moet

Volgens Kooiman is de eiwitstrategie te veel gericht op dat consumenten minder vlees moeten eten vanwege hun gezondheid, en te weinig op het daadwerkelijk inperken van de hoeveelheid vlees en melk die geproduceerd en geconsumeerd worden. “De overheid zou veel stelliger moeten zijn over de noodzaak van minder dierlijke productie en zou daar dwingend en regulerend beleid op moeten voeren, maar lijkt dat niet te durven.” Hazekamp van de PvdD ziet dat ook: “Er worden nu allemaal lapmiddelen bedacht om iets te doen aan de stikstofuitstoot. Kijk maar naar de maatregel om koeien op een eiwitarm dieet te zetten. Terwijl we allemaal weten dat de veestapel gewoon omlaag moet.”

Jeroen Willemsen, oprichter van de Green Protein Alliance (een verbond van bedrijven en organisaties die plantaardig eiwit een zetje willen geven), is wat milder gestemd over de Nederlandse strategie. “Het is echt heel bijzonder dat de Nederlandse overheid het al sinds de jaren 90 heeft over het belang van plantaardig eten. Er is veel steun geweest voor wetenschappelijk onderzoek, zoals PROFETAS, dat de urgentie en waarde van de eiwittransitie heeft neergezet.”

Maar nu komen we in een andere fase van de transitie, zegt Willemsen. “En daarin moet de overheid ook een andere rol op zich nemen: het moet ondernemers die vernieuwende dingen doen met eiwitten ondersteunen. En dat gebeurt nog te weinig. De overheid geeft jaarlijks 8 miljard uit aan de energietransitie, om mensen te stimuleren zonnepanelen op hun dak te leggen, elektrische auto’s te kopen. Voor de eiwitstrategie is slechts een paar miljoen per jaar uitge trokken.

Willemsen begrijpt ook wel dat overheidsbemoeienis bij ‘wat je in je mond stopt’ gevoeliger ligt dan iets ‘wat je op je dak legt’. “De ervaring leert dat je al snel reacties krijgt in de trant van ‘kom niet aan mijn stukje vlees’. Maar dat maakt het niet minder urgent.”

Geen geld voor imitatie

Het overheidsbeleid lijkt de plantaardige omschakeling soms zelfs regelrecht tegen te willen werken. Zo gebeurde het dat De Nieuwe Melkboer uit Enschede een plattelandsontwikkelingssubsidie misliep, terwijl dat volgens Willemsen juist een hoopgevend bedrijf is, omdat het overstapte van koemelk naar plantaardige melk. Reden: ‘kosten voor de vervaardiging van producten die melk of zuivelproducten imiteren of vervangen’ waren ‘niet subsidiabel’ volgens de provincie.

Burgers van nepvlees zijn allang een stuk goedkoper geworden

De fractie van Anja Hazekamp stelde over deze uitsluiting vragen aan de Europese landbouwcommissie. “Wat blijkt? Vanuit de EU is er helemaal geen regel die zegt dat sojaproductie uitgesloten mag worden van subsidies. Je mag alleen geen ‘sojamelk’ subsidiëren. Maar ik zie wel vaak dat Nederland zich probeert te verschuilen achter Europa. De PvdD pleit voor het verbieden van plofkip, maar de Tweede Kamer zegt: het mag van Brussel dus dan stoppen we er niet mee. Of er wordt gezegd: wij moeten onze boeren blijven ondersteunen, anders gaat de productie naar andere Europese landen en daar hebben dieren het nog slechter.” Ondanks dat zouden landen verantwoordelijkheid moeten nemen voor het leed, het onrecht en de vervuiling in hun keten, vindt ze.

'Echte' prijs

Een veelgehoorde klacht over vleesvervangers en alternatieven voor koemelk is: het is zo duur. Volgens Willemsen is dat onzin. “Nepvleesburgers zijn al een heel stuk omlaag gegaan in prijs, de afgelopen jaren. Als je nog minder zou willen rekenen, kun je dat niet meer op een verantwoorde manier doen. En waarmee vergelijk je het? Een pak biologische melk is niet goedkoper dan de ‘dure’ havermelk.

De meest milieuvervuilende industrie krijgt perverse financiële prikkels om op dezelfde voet verder te gaan

Het probleem is dat in de prijs voor ‘gangbare’ (dus niet biologische) zuivel en vlees alle kosten die de maatschappij betaalt voor de productie ervan niet zijn doorberekend: vervuiling van het grondwater, de bodem en de lucht, uitstoot van broeikasgassen, landgebruik. Onderzoeksbureau CE Delft berekende de ‘echte prijs’ van melk, rundvlees, varken, kip en ei in opdracht van de TAPP-coalitie, een groep organisaties die momenteel een petitie hebben lopen waarmee ze de regering vragen een eerlijke vleesprijs in te voeren.

Voor rundvlees zouden consumenten volgens de onderzoekers van CE Delft gemiddeld 40 procent bovenop de winkelprijs moeten betalen om tot de echte prijs te komen. Kip zou ruim een kwart duurder moeten zijn. En ook in dat onderzoek komen subsidies weer terug als ‘verborgen kostenpost’. Vooral in het geval van rundvlees scheelt dat best wat: 42 cent per kilo rundvlees is subsidie. “Juist de meest milieuvervuilende industrie krijgt nu perverse financiële prikkels om op dezelfde voet verder te gaan”, zegt Hazekamp. “Dat moet echt stoppen.”

Dit artikel verscheen eerder in het OneWorld magazine ‘Hoe zit het met Vegan?’

group-of-hen-inside-cage-2273602

Kip, het meest geëxporteerde stukje vlees

Nederland is de grootste dierenhandelaar ter wereld.

calf-362170_1920

‘Laat vleesconsumptie geen individuele keuze blijven’

Het wordt tijd om de vee-industrie aan banden te leggen.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
bewlg3-0543

Over de auteur

Chef Magazine

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief