De vrije markt faalt. Alleen door kleine boeren bij te staan, kunnen we honger de wereld uithelpen. Dat is de boodschap die Olivier de Schutter wil overbrengen, nu zijn zesjarig mandaat als Speciaal VN Rapporteur voor het Recht op Voedsel er op zit.

Tijdens zijn aanstelling bezocht hij 13 verschillende landen en wierp hij een kritische blik op het functioneren van de World Trade Organisation (WTO) en Food and Agriculture Organization (FAO). Afgelopen week presenteerde hij zijn laatste rapport aan de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Hoofdaanbeveling: versterk de ‘voedseldemocratie’.

Kleine boeren moeten volgens de Schutter een grotere stem krijgen om de wereld van honger te bevrijden. Volgens hem worden zij nauwelijks gehoord, omdat de grote voedselbedrijven een de facto vetomacht hebben in de globale economie. Het zouden niet zozeer hongerige mensen zijn, maar vooral deze machtige multinationals, die profiteren van grootschalige landbouw.

Less is more
De Schutter vindt dat het maar eens afgelopen moet zijn met de eendimensionale missie om maar zoveel mogelijk voedsel te produceren. In tegenstelling tot Nederlandse hotemetoten als WUR voorzitter Aalt Dijkhuizen en zijn opvolgster Louise Fresco, denkt de VN rapporteur niet dat het uitbreiden van de wereldwijde oogst honger gaat uitbannen: ‘De afgelopen vijftig jaar is de landbouwproductie zeker gegroeid, maar het aantal hongerige magen is nauwelijks afgenomen.’

Volgens FAO schattingen is het leger van extreem ondervoeden tussen 1990 en 2011 gekrompen van 1 miljard naar 842 miljoen. De Schutter vindt dat een misleidend beeld, omdat het gebaseerd is op jaarlijkse gemiddelden: de tijdelijk knorrende maag van de boer wiens oogst alleen mislukte in het zomerseizoen telt bijvoorbeeld niet mee. Bovendien is het aanbevolen aantal calorieën gebaseerd op de stofwisseling van een weinig sportieve westerling – niet op die van een zwoegende landbouwarbeider. Ten slotte: de FAO neemt onze broodnodige behoefte aan micronutriënten als ijzer en vitamine A niet mee in haar berekeningen. Dat terwijl ongeveer 2 miljard mensen het zonder een fatsoenlijke vitaminen- en mineralenvoorraadje stellen op deze aardbol, aldus de VN rapporteur.

Kunstmest, pesticiden en irrigatietechnieken hebben miljoenen geluksvogels weten te voeden, maar zijn voor miljoenen pechvogels te kostbaar gebleken. De high input weg van de Groene Revolutie, in 1970 nog ontvanger van de Nobelprijs voor de vrede, loopt volgens de Schutter dood. Grootschalige monoculturen bedreigen de voedselvoorziening net zo goed als ze er aan bijdragen. Ze putten de bodem uit, vernietigen visvoorraden door beken, rivieren en oceanen te vervuilen en zijn verantwoordelijk voor een goede 30 procent van de totale broeikasgasuitstoot.

Marktfalen
De hoogste tijd dus, vindt de Schutter, om de obsessie met ongebreidelde productiegroei te laten varen. Vandaag de dag produceren boeren voldoende voedsel voor een dagelijkse consumptie van ongeveer 4800 kcal per persoon: twee keer zoveel dan we nodig hebben. Het echte probleem is de verdeling van de overvloed die we inmiddels lang en breed hebben bereikt. Volgens de Schutter doet het WTO-project van de vrije wereldmarkt dit alles behalve efficiënt, met enerzijds ondervoeding en anderzijds obesitas tot gevolg.

De Schutter: ‘Dit valt te verwachten als je bevolkingen met wijd uiteenlopende koopkrachten samenbrengt op één markt. De reden dat grote landbouwgebieden niet bestemd zijn voor het voeden van mensen, maar het voeden van vee om de overmatige vleesbehoefte in rijke landen te bevredigen, is dat rijke consumenten het geld hebben om dit af te dwingen.’

Special Rapporteur on the right to food Mr Olivier de Schutter adrresses

Agro-ecologie + democratie = eten voor iedereen
Hoe moeten we de wereld dan wel voeden volgens de VN rapporteur? De Schutter is fan van de agro-ecologische school. Agro-ecologie staat voor landbouwkundige technieken die de kracht van de natuur zo efficiënt mogelijk inzetten en zo min mogelijk machines, kunstmest en pesticiden, gebruiken. Deze technieken zijn volgens hem niet alleen milieuvriendelijk – ze brengen ook veel lagere kosten met zich mee voor arme boerenhuishoudens. Houden ze zelf ook eens genoeg poen over voor een voedzame maaltijd.

Agro-ecologische landbouw draait minder op machines en meer op hardwerkende boeren met kennis van hun stukje grond. Dat klinkt misschien weinig efficiënt, maar de Schutter ziet het als een voordeel omdat het veel werkgelegenheid oplevert. Bovendien geeft de agro-ecologische boer een vitamine-boost aan het dieet van zijn klanten: de natuur produceert namelijk veel meer in een systeem met diverse gewassen, dan in eindeloze velden koolhydraatrijke, maar vitaminearme mais, tarwe en rijst.

Toch is ecologische landbouw niet afdoende. Nationaal en internationaal beleid moet volgens de Schutter de vraag naar voedsel reguleren. Aan de dagelijkse portie vlees van ons verwende Westerlingen mag wat hem betreft best worden getornd met wat belastingen hier en subsidie-intrekkingen daar. Ook aan de Europese subsidiëring van biobrandstoffen ziet hij graag een eind komen. Voedsel dat hongerige monden zou kunnen voeden, komt nu te vaak als biobrandstof terecht in de tanks van onze auto’s; een van de belangrijkste factoren in de voedselcrisis van 2008.

Daarnaast roept hij lokale, nationale en internationale politici op om kleine boeren beter bij te staan, of in ieder geval niet in de weg te zitten. Het eerste kunnen ze doen door te herinvesteren in lokale voedselsystemen, boerenorganisaties te ondersteunen en te zorgen voor een sociaal vangnet waarmee ook de armen over genoeg inkomsten beschikken om eten te kopen. Het tweede kunnen ze doen door het recht op vrij gebruik van natuurlijk beschikbare hulpbronnen als land en zaden te respecteren.

Bovenal meent de Schutter dat boerenorganisaties nog veel te weinig betrokken worden bij lokale, nationale en internationale besluitvorming: ‘Het grootste gebrek van onze voedseleconomie is een democratisch gebrek. Alleen door de kennis en behoeften van mensen in beleid op alle niveaus te verwerken, zullen we uitkomen op een duurzame voedselvoorziening.’ Lichtpuntje en leidend voorbeeld is volgens hem het sinds 2009 hervormde FAO Comité voor Wereldvoedselzekerheid, waarin boerenorganisaties als La Via Campesina geleidelijk aan invloed hebben gewonnen.

Het Westen moet de wereld niet willen voeden
Ten slotte: wat kunnen wij nuchtere Hollanders van de VN rapporteur opsteken? Produceer niet meer, maar minder. Dijkhuizen’s stokpaardje, ‘Nederland nummer twee landbouwexporteur ter wereld’, is de Schutter juist een doorn in het oog. Zolang het Westen zijn hevig gesubsidieerde overproductie blijft dumpen in ontwikkelingslanden, ontbreekt bij lokale overheden de noodzaak om te investeren in hun eigen voedselsystemen. En dat is volgens de Schutter nu net nodig om kleine boeren uit de armoe spiraal te trekken, die hun belemmert om van al die voedzame export mee te genieten. Nu jij weer, Aalt.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier