Ik behoor tot de inmiddels grote groep mensen die weet dat klimaatproblemen in belangrijke mate door mensen worden veroorzaakt, dat er in mijn leven nog voelbare gevolgen van klimaatverandering zullen zijn en dat gedragsverandering nodig is. Toch kom ik niet in actie, maar kruip apathisch onder een dekentje als ik het zoveelste onheilspellende klimaatrapport lees. Ik kan me geen wereld voorstellen waarin we doen wat nodig is om de temperatuur niet verder te laten stijgen dan twee graden. Met als gevolg dat ik zelf ook weinig doe.

Dat kan liggen aan het feit dat wij mensen onze toekomstige ik als een complete vreemdeling zien; we zijn niet in staat ons in te leven in zijn of haar problemen en gevoelens. In een onderzoek waarin mensen beslissen hoeveel slokjes van een smerige cocktail zij zichzelf en hun toekomstige ik laten nemen, moet de toekomstige ik steevast meer slikken. Ook op het gebied van klimaatverandering is het duidelijk dat we niet veel geven om onze toekomstige ik.

In een ander onderzoek worden mensen die zijn getroffen door orkaan Sandy onder de loep genomen. Het blijkt dat zelfs deze mensen niet zijn te porren voor een duurzame levensstijl. Ze willen terugkeren naar de normaliteit van vóór de ramp, ook al weten ze dat ‘normaal’ ook een fossiele economie betekent, die de kans op een volgende natuurramp verhoogt. Klimaatverandering is een soort ongeopende rekening die we maar niet onder ogen willen zien.

De rijkste mensen op aarde lijken ondertussen wél rekening te houden met hun toekomstige zelf; al spreekt er weinig verbeeldingskracht uit hun voorzorgsmaatregelen. Al zeven van de grootste verdieners uit Silicon Valley lieten een bunker bouwen in Nieuw-Zeeland en vele anderen kochten er huizen waar ze safe rooms lieten inbouwen. Anderen geven de hoop helemaal op en gaan contracten aan om hun lichaam na hun dood te laten invriezen, met het idee dat ze in betere tijden weer tot leven gewekt kunnen worden.

Ik heb geen geld voor dat soort fratsen en pak het liever wat fantasierijker aan. Maar hoe bereid ik me voor op een nieuwe wereld, of kan ik mij in ieder geval wat meer inleven in de vreemdeling die mijn toekomstige ik nu is? Ik geef mijn verbeelding een kick-start met kunstwerken uit landen waar al (klimaat)chaos heerst.

Buitenlandse investeerders kopen grond met waterbronnen terwijl niet alle Ghanezen schoon drinkwater hebben

In De Kerk in Arnhem ga ik de confrontatie aan met een expositie over sociale rechtvaardigheid en klimaatverandering. Onder de titel Stormy Weather tonen kunstenaars over de hele wereld hun zorgen. Hier geen clichébeelden van vervallen steden en een apocalyptisch land vol zombies, maar een blik op de reële sociale problemen die volgen wanneer een samenleving door schaarste en chaos opnieuw bepaalt wie waar recht op heeft – een goede voorbereiding op de toekomst, zo lijkt me.

Midden in de kerk hangt een groot, geel gordijn gemaakt van plastic. Kunstenaar Serge Attukwei Clottey heeft jerrycans in stukjes gesneden en de stukjes vervolgens aan elkaar gesmolten. In Ghana worden de gele jerrycans Kufuor gallons genoemd, naar de voormalige president van Ghana, John Agyekum Kufuor, die ze massaal liet verspreiden. De jerrycans werden gebruikt tijdens de veelvuldige perioden van droogte in het land. Inmiddels dragen de plastic watertanks zelf bij aan een milieuramp; de grote hoeveelheid verloren geraakt plastic verstopt het riool in de grote steden en brengt dieren op het strand en in de zee in gevaar.

Clottey wil met zijn werk laten zien welke rol privilege speelt bij milieurampen. Per e-mail laat hij weten: “Op dit moment wordt er veel grond met waterbronnen opgekocht door buitenlandse investeerders. Ondertussen hebben niet alle Ghanezen schoon drinkwater. Mijn werk symboliseert de scheidslijn tussen de stedelijke ruimte, waar nog altijd veel zwerfafval ligt, en de nieuwe, moderne woonwijken.”

Klimaatverandering zorgt ook dat mensen hun handen uit de mouwen steken en samenwerken

Het is een mooie illustratie van hoe mensen met de minste middelen het hardst getroffen (zullen) worden door klimaatchaos. Het dwingt me om na te denken over mijn rol als inwoner van een welvarend land. (Ik heb mijn plastichuishouding bepaald niet op orde.)

Een ander werk in de tentoonstelling laat zien hoe een ramp mensen ook kan verbinden. In Deep Weather van de Zwitserse videokunstenaar Ursula Biemann zien we hoe duizenden mensen in Bangladesh samen de strijd aangaan tegen de stijgende zeespiegel door met de hand dijken te bouwen van modderzakken. Het is wel mooi om te zien dat klimaatverandering niet alleen voor verdeeldheid zorgt, maar er ook voor zorgt dat mensen hun handen uit de mouwen steken en gaan samenwerken.

Geen historische wortels

Na dit museumbezoek duik ik in de literatuur. Sommige schrijvers wagen zich aan de vraag waarom het zo moeilijk is om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Zoals Lieke Marsman, met haar boek Het tegenovergestelde van een mens. Ze weet daarin mooi het verlammende effect van klimaatverandering te beschrijven: ‘Het rare aan angst is dat de wereld in angst nog precies zo is als hij daarvoor was, en toch lijkt alles voorgoed veranderd, juist omdat het voelt alsof alles voor altijd hetzelfde zal zijn. Hoe zal ik het zeggen, het is alsof de lucht voor je ogen beweegt: wat je ziet is wat er is, maar je kijkt door een waas.’

De hoofdpersoon uit de roman is een klimaatwetenschapper die worstelt met de vraag hoe ze zich moet verhouden tot de opwarming van de aarde. Het is een van de weinige fictieboeken over klimaatverandering waarin een dystopisch spektakel uitblijft. Het is fijn om te lezen over iemand die ook leeft met de psychologische druk van dat onheilspellende probleem ‘klimaatverandering’ op de achtergrond.

Volgens Marsman is het lastig om over klimaatverandering te schrijven. “Het is een heel abstract begrip”, zegt ze. “En het ligt ook nog eens voor een deel in de toekomst. Dat maakt het ongrijpbaar. Hoe schrijf je over een stijgende zeespiegel? Of over CO2-deeltjes? Het zijn nieuwe begrippen en ze hebben dus geen historische wortels die verhalen of mythen met zich meebrengen. Die moeten allemaal nog bedacht worden. Zodra de omvang van de gevolgen van klimaatverandering toeneemt, zal denk ik ook het aantal fictieromans volgen.”

Afgezien van het boek van Marsman is er weinig Nederlandse literatuur over klimaatverandering. Dat is jammer, want lezen over een held die klimaatverandering de baas wordt lijkt mij wel inspirerend. In het Engelse taalgebied is er al veel meer ‘cli-fi’ (climate fiction) voorhanden. Het literaire tijdschrift Guernica besteedde er in maart dit jaar een heel nummer aan. Ook hier weinig apocalyps. Er is vooral aandacht voor de druk die komt te staan op sociale relaties in tijden van (aankomende) rampen en schaarste.

Er is een verhaal van Lydia Millet dat zich afspeelt in een toekomst waarin natuur alleen nog voor de allerrijksten is. De hoofdpersoon werkt in een vakantieresort waar de elite komt kijken naar ‘zeldzame’ bosdieren als herten. Het leven wordt in haar wereld bepaald door een autoritair regime. Daarom put ze hoop uit kijken naar die rijke bezoekers, omdat het bewijst dat er ‘nog steeds mensen bestaan die precies doen waar ze zin in hebben’.

Klimaatverandering gaat in deze verhalen over verstikkende lucht, over bosbranden en overstromingen, maar ook over hoe onze geest omgaat met de onzekere toekomst. Zoals in het mooie verhaal van Helen Phillips, waarin een moeder zich zo veel zorgen maakt over de eventuele toekomstige rampen, dat haar relatie met haar jonge dochter dreigt te verzuren. Totdat ze leert om haar gevoelens van angst er gewoon te laten ‘zijn’ zonder ze steeds te willen wegdrukken of steeds met anderen in gesprek te willen laten verdwijnen.

Excentriekelingen

Tot slot bel ik met doomsday prepper Jeroen Klaassen. De nuchtere psycholoog laat zien dat preppers echt niet altijd tot op de tand bewapende excentriekelingen zijn. Hij verkoopt spullen waarmee mensen zich thuis kunnen voorbereiden op stroomuitval en overstromingen. “Mensen komen pas in actie als iets dichtbij komt”, zegt hij. “Toen bekend werd dat in het water rond Dordrecht de chemische stof GenX was aangetroffen, zag ik een hoop waterfilters die kant op gaan.”

Zo begon het ook bij hem. Toen hij nog in Rotterdam woonde, werd zijn omgeving een keer getroffen door een stroomstoring. Zijn oudste zoon was net geboren en Klaassen besefte dat hij niet goed voor zijn kind kon zorgen zonder luxe en moderne middelen. In de vriezer ontdooide de moedermelk. Ook het fornuis om de melk mee op te warmen, deed het niet meer. “Op dat moment besloot ik om me voor te bereiden op dit soort situaties. Ik dacht: ik ben niet alleen verantwoordelijkheid voor mezelf, maar ook voor dit kleine hummeltje.”

Zijn voorbereidingen komen niet alleen van pas in geval van nood, maar dragen ook bij aan een duurzame levensstijl. Zo probeert Klaassen zo veel mogelijk groenten en kruiden uit eigen tuin te eten en heeft hij kippen. “Ik lig niet wakker van klimaatverandering. Ik vind het vooral leuk om na te denken over de toekomst. Stel, de supermarkt is helemaal leeggekocht omdat er een natuurramp aankomt, wat doe ik dan? Ik heb een voorraadkast vol blikken soep zodat ik dit probleem niet krijg. Met het eten dat ik in huis heb, hou ik het een paar weken vol. Dat is genoeg, ik ben geen doemdenker en geloof dat de boel na een tijdje weer op orde komt.”

Hij probeert wel uit te zoeken of de planten in de moestuin nog goed kunnen groeien als het klimaat verandert. Want onze manier van landbouwen is niet erg toekomstbestendig, ziet hij. “Door die enorme velden met dezelfde gewassen raakt de bodem uitgeput en wordt het voedsel steeds slechter.”

Klaassen snapt het wel, dat een noodsituatie zo ver van mensen afstaat dat ze veelal het nut van voorbereiding niet zien. “Ik zeg weleens: ‘Je betaalt toch ook je brandverzekering, ook al ga je er niet van uit dat je huis afbrandt?’ Toch komen ze niet zelf in actie. Mensen kunnen nou eenmaal slecht vooruitdenken”, zegt hij laconiek.

Je kunt er ook plezier in hebben: nadenken over hoe je je kunt voorbereiden op een ramp

Klaassen houdt er rekening mee dat anderen zijn kant op komen als ze zonder levensmiddelen komen te zitten. “Ik heb een waterfilter gekocht, dat een paar jaar geleden nog een paar honderd euro kostte, en nu nog slechts drie tientjes. Door de vraag naar waterfilters in ontwikkelingslanden is er veel innovatie geweest op dit gebied. Met dit waterfilter kan ik de hele buurt van water voorzien.”

Hij heeft er vooral veel plezier in: nadenken over de toekomst en hoe hij zich kan voorbereiden op een ramp. “Ik weet dat ik op eigen houtje voor mezelf en mijn gezin kan zorgen en dat geeft me een bevrijdend gevoel.” Dat is de goede houding, volgens mij – mijn toekomstige ik moet iets doen dat voldoening geeft. Wat precies, dat is een zoektocht waar ik nu aan kan beginnen.

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine.

aroma-aromatic-assortment-531446

Preppen: zo gek nog niet

Jeroen Klaassen is een prepper. Zo is hij voorbereid op klimaatverandering.

TvN-LiekeMarsman01

‘Als ik kwaad ben, schrijf ik het best’

Dichter Lieke Marsman wil meer solidariteit: “Verandering moet je politiek afdwingen.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
rosa boland

Over de auteur

Rosa Boland (1993) is freelance journalist. Ze is van Noorwegen naar Nederland verhuisd voor haar opleiding journalistiek en schrijft graag …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief