In Groningen liggen meer dan vijftig stadsmoestuinen ongeduldig te wachten op de lente. In minder dan vijf jaar is de ‘Eetbare Stad’ uitgegroeid tot een succesvol biologisch tuinier project.Goed voor buurtparticipatie én bewustwording over voedselproductie, aldus Heidi Renkema van de Natuur- en Milieufederatie Groningen (NMG). Bas van Delft zocht uit hoe de Eetbare Stad kan bijdragen aan de transitie naar een duurzaam voedselsysteem.

Heidi: ‘Het is een beetje mijn baby’tje. Tijdens mijn werk bij landbouworganisaties in Centraal-Azië viel het me op dat er veel groente wordt verbouwd in de stad, overal waar maar plek is. Terug in Groningen zag ik alleen maar rozenbottels, saai! Dus kwam ik met een projectvoorstel: de ‘Eetbare Stad’. Nu zie je dat andere steden de term overnemen. Misschien komt hij wel in de Van Dale!’

Een duurzamer en groener Groningen nu en in de toekomst, dat is de missie van de NMG. Heidi: ‘Mijn oma zegt altijd: ‘Alles wordt duurder behalve het voedsel.’ En dan denk ik: Dat moet niet kunnen. Wij betalen relatief veel te weinig voor ons voedsel. Ook omdat we het verhaal er achter niet kennen. Het is bijvoorbeeld zo goedkoop door intensivering, schaalvergroting en monoculturen. Als je dat niet weet, besteed je je geld liever aan andere dingen. Biologische initiatieven leren mensen weer: O, zo groeit dat!”

Bewustwording is dus belangrijk, want het kan het koopgedrag van consumenten beïnvloeden. Om te kijken hoe bewustwording er in de praktijk aan toe gaat, bezoek ik de wijk Selwerd. Sociaaleconomisch gezien niet het sterkste deel van Groningen, maar er is wel is een bloeiende stadsmoestuin te vinden.

Een warm welkom

Tussen de grijze flatgebouwen wachten drie stralende gezichten  me op in de prijswinnende tuin ‘De Gelderse Es’. Genia, Mijke en Marinus zijn hier enthousiaste tuinders. Ook de betrokkenheid van de rest van de buurt is merkbaar. Vanuit een raam op de derde verdieping klinkt een vrolijke begroeting.

Mijke: ‘Dat gebeurt nu de hele tijd!’
Genia: ‘Er wonen mensen uit verschillende culturen hier. Eerder kenden veel mensen elkaar niet en waren ze bang om elkaar te benaderen. De Eetbare Stad heeft ze dichter bij elkaar gebracht.’
Mijke: ‘Dit was de zeventiende keer dat ik ooit verhuisd ben in mijn leven en ik ben nog nooit zo warm en welkom ontvangen als hier.’
Marinus: ‘Zo ging dat: 'Hoi! Welkom in de buurt. Willen jullie een stuk tuin?’'

Gesprek aan de picknicktafel

Waarom is werken in de tuin zo’n sociale gebeurtenis?
Genia: ‘We lenen van elkaar recepten. Of je vraagt bijvoorbeeld: Hoe kan ik peterselie nog meer gebruiken?’
Marinus: ‘Met de courgettestapel van afgelopen jaar zijn we op courgettesoep gekomen! Bijna uit wanhoop, wat moeten we met al die courgetten?’

Levert een biologische stadsmoestuin geld op?
Genia: ‘Ik heb kool gehad, andijvie en paksoi, dat is Chinese kool. Bij de Albert Heijn is dat best wel duur, twee-euro-nog-wat voor een stammetje.’
Mijke: ‘Als het je om geld gaat dan zet je producten neer die in de supermarkt veel geld kosten.’
Marinus: ‘Het zal vooral een goede aanvulling blijven. Sommige dingen kunnen we gewoon qua efficiëntie niet bereiken. We kunnen hier geen hele velden volplanten met tarwe, graan en mais.’

Hoe bewust zijn jullie met voedselproductie bezig?
Mijke: ‘Groenten uit de tuin zijn gewoon echt lekkerder. Geen grapje! Zoeter, want producten voor in de supermarkt worden uitgezocht op snelle groei, dat betekent veel water.’
Marinus: ‘Ik was daar heel sceptisch over, ik dacht dat het flower-power-praat was, maar ook ik moet toegeven, er is gewoon een verschil in smaak.’
Mijke: ‘In ben me gaan inlezen. Onvermijdelijk loop je tegen dingen aan als, dat de olie opraakt. In de normale akkerbouw heb je natuurlijk veel diesel nodig, voor een trekker. En kunstmest wordt ook gemaakt van olie. Wat wij doen is hartstikke lokaal, dus je hebt sowieso al geen vervoerskosten. Ook hebben we afgesproken dat in onze tuin alles biologisch moet zijn, bij ons komt er dus geen kunstmest in.'

Middel tegen vervreemding

Als het om duurzaamheid gaat, zijn de verhalen áchter biologische stadsmoestuinen wellicht belangrijker dan de tuinen zelf. Er bestaat geen perfect landbouwsysteem voor alle omstandigheden, bepleitte Henri de Ruiter al eens.

Heidi (NMG): 'De één vindt dat alles veel intensiever moet, de ander juist extensiever en meer biologisch. Ik zit er een beetje tussenin. Ik denk dat je op lokaal niveau, vooral in steden, in eerste instantie moet zorgen dat mensen niet vervreemden van voedselproductie. Bewustwording van de consument kan zeker bijdragen aan meer duurzaamheid in de keten, kijk maar naar de acties van Wakker Dier.'

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief