Wennen aan koken zonder gas? Je huis overhoop omdat de boel geïsoleerd wordt? Je hebt wel wat anders aan je hoofd als je buurvrouw de hele dag tegen zichzelf schreeuwt en jijzelf wakker ligt van de schulden. In kwetsbare stadswijken als Utrecht Overvecht, Groningen Noord en Rotterdam Zuid heeft de laatste economische crisis duidelijke sporen nagelaten: bewoners kampen er bovengemiddeld vaak met eenzaamheid, (psychische) gezondheidsproblemen, werkloosheid, achterstallig onderhoud aan de huizen en/of een gevoel van onveiligheid. Omdat het met de gemiddelde Nederlandse woonwijk juist steeds lekkerder gaat volgens de tweejaarlijkse – omstreden – Leefbaarometer, wordt de scheidslijn tussen ‘goede’ en ‘slechte’ stadswijken scherper.

Woningcorporaties zagen hun kosten stijgen en ze konden minder aan leefbaarheid besteden

De grootste huisbaas in veel kwetsbare wijken, de woningcorporaties, zagen hun kosten de afgelopen jaren stijgen en ze konden minder aan leefbaarheid besteden (zie kader op de volgende pagina). En daar komt dat dekselse klimaatprobleem óók nog bovenop: in 2050 moeten alle zeven miljoen Nederlandse woningen van het gas af zijn. Daarnaast hebben de woningcorporaties (2,3 miljoen woningen) met de overheid afgesproken dat het gemiddelde huurhuis in 2021 energielabel B heeft. In 2019 zaten ze gemiddeld op C. De investeringen van corporaties om woningen energiezuiniger te maken gaan elk jaar omhoog, maar eind 2019 gaven ze aan dat het zonder extra overheidsgeld te traag gaat.

Het is bij elkaar nogal een operatie, voor corporaties én bewoners. Of kan het één het ander juist vooruithelpen? Aangezien elke wijk nu toch onder de loep wordt genomen om de huizen naar label B te boosten en een aardgasvrij-plan te maken, kun je net zo goed tegelijkertijd stilstaan bij andere wijkproblemen. Het lijkt een logisch moment om aan bewoners te vragen: wat voor wijk willen jullie eigenlijk? Wat is er nodig?

Veilige deuren

Hoe je kwetsbare wijken tegelijkertijd duurzamer en leefbaarder maakt, dat onderzoekt Matthijs Uyterlinde van kennisorganisatie Platform 31, samen met universiteit Nyenrode en vijftien gemeenten. Een simpel voorbeeld: “In een wijk met veel inbraken werden de deuren vervangen omdat die niet goed isoleerden”, vertelt Uyterlinde. “Toen is meteen gekozen voor iets duurdere politiekeurmerk-deuren. Zo wordt de wijk tegelijkertijd duurzamer en veiliger.” Of denk aan meer groen in de straat: dat maakt de buurt fijner én beter bestand tegen wateroverlast of hittestress.

Als de straat opengaat voor een warmteleiding, zorgen we er gelijk voor dat je er beter kunt spelen en fietsen

Om dat soort slimme combinaties te bedenken, moet je iedereen die in de wijk werkt – van de aannemer tot de zorgverlener – met hun neus dezelfde kant op krijgen. Uyterlinde merkt dat dat vaak lastig is, maar hij vond ook inspirerende voorbeelden, zoals in Selwerd. Deze Groningse wijk kampt met tien jaar aan achterstallig onderhoud, eenzaamheid, gezondheidsproblemen en armoede, én moet in 2035 van het gas af zijn. Om alles tegelijkertijd aan te pakken vonden de gemeente, woningcorporaties, zorgverleners en bewonersorganisaties een gemeenschappelijk doel: gezondheid, in de brede zin van het woord.

Zelfs aardgasvrij valt daaronder: in een beter geïsoleerd huis – een vast onderdeel van aardgasvrij maken – woon je prettiger, omdat het minder koud is in de winter en minder heet in de zomer. Uyterlinde: “Zo’n gedeeld doel maakt het makkelijker om te bedenken: als de straat opengaat voor een warmteleiding, laten we dan samen met bewoners de straat opnieuw inrichten zodat je er beter kunt spelen en fietsen.“ De Plutolaan werd op die manier aangepakt, andere straten gaan volgen.

Bewoners laten meedoen, zoals op de Plutolaan, is niet overal vanzelfsprekend, ziet Uyterlinde. De combinatie-oplossingen die de onderzochte gemeenten bedachten, kwamen vaak van beleidsmakers en zijn tot nu toe ook lang niet allemaal uitgevoerd. Uyterlinde: “We staan ook pas aan het begin van deze operatie. Het is de bedoeling dat gemeenten van elkaar leren.”

Wijken in de knel

Tot een jaar of tien geleden waren woningcorporaties niet alleen betrokken bij hun eigen panden, maar bij de hele buurt. Ze investeerden veel in nieuwbouw en renovatie, en droegen bij aan leefbaarheid door buurtverenigingen te sponsoren en de openbare ruimte te verbeteren. Maar sinds 2009, toen Brussel een strengere inkomensgrens oplegde, is de corporatiesector steeds kleiner geworden.

Bovendien waren er een aantal excessen, zoals de fraude bij woningcorporatie Vestia. VVD-minister Stef Blok heeft als reactie daarop de corporaties flink aangepakt bij de herziening van de woningwet in 2015. Onderzoeker Uyterlinde: “Bijsturen was nodig, maar het gebeurde wel erg stevig. Ze mochten niet meer commercieel ontwikkelen voor vrijesectorhuur of koop. En nauwelijks geld meer uitgeven aan leefbaarheid.

Ze moesten terug naar hun kerntaak: mensen huisvesten die daar niet zelf toe in staat zijn. Het zijn veelal politieke keuzes geweest.” Lees: neoliberale keuzes, sinds Rutte I, vanuit het idee dat iedereen in staat is iets van zijn leven te maken, als je maar je best doet. En dat het geen overheidstaak is om mensen die dat niet doen méér te bieden dan een dak boven hun hoofd.

Mensen met psychische problemen moesten zo mogelijk in een gewone wijk wonen in plaats van in een instelling

Ook een neoliberale keuze: mensen met psychische problemen moesten zoveel mogelijk in een gewone wijk gaan wonen in plaats van in een instelling. Zo nam de spanning in wijken toe. Daarbovenop hebben corporaties steeds hogere kosten. Mede door de verhuurdersheffing hebben ze minder geld voor nieuwe huurhuizen: in 2018 werden maar een kleine 13.000 van de geplande bijna 22.000 woningen gebouwd.

Er begint wel wat te veranderen, onder andere door de zorgwekkende leefbaarheidscijfers. Woningcorporaties durven wat meer in leefbaarheid te investeren en enkele wettelijke regels zijn versoepeld. De Rijksoverheid, die leefbaarheid lang aan gemeenten overliet, gaat nu voor zestien wijken in kaart brengen wat er nodig is voor een ‘meerjarige maatwerkaanpak’. Maar hoe en wat ligt aan het volgende kabinet.

Wijkbedrijf

Dat bewoners zelf verantwoordelijkheid en ruimte krijgen is juist essentieel, benadrukt Reimar von Meding. Hij is directeur van KAW, een architectenbureau dat zijn wortels heeft in de kraakbeweging en naast ontwerpen ook veel onderzoek- en advieswerk doet. Ze gaan altijd uit van het bewonersperspectief, vertelt hij, iets wat in de traditionele bouwwereld te weinig gebeurt. “Wat maakt een duurzame renovatie aantrekkelijk? Voor een oudere bewoner kan dat zijn dat we drempels weghalen en de douche aanpassen. Als je dat aanbiedt in één pakket waarbij je tegelijkertijd isoleert, zien mensen een duidelijk voordeel.”

Als corporaties woningen isoleren, doen ze dat vaak in één keer voor het hele complex, zegt Von Meding. “Als dertig tot honderd bewoners tegelijkertijd akkoord moeten gaan, is er altijd een deel dat ertegen is. Dat levert enorme vertraging op.” Het hele project ligt dan stil. In Enschede en Groningen pakt KAW het anders aan. “Wij zorgen ervoor dat online precies staat wat er gaat gebeuren en wat uiteindelijk de hogere huurkosten zijn. Bewoners kiezen zelf of en wanneer ze meedoen.” Zo kun je direct beginnen bij mensen die er wel zin in hebben. “Daarna gaan mensen het bij elkaar zien en willen ze het ook. Zo gaat het over de hele linie sneller.” Overigens stijgt de huur inderdaad vaak na verduurzaming, maar volgens onderzoeker Uyterlinde blijven de woonlasten vaak stabiel omdat de energierekening daalt. Soms worden daar ook afspraken over gemaakt.

Na verduurzaming blijven de woonlasten vaak stabiel omdat de energierekening daalt

KAW is ook betrokken bij een project dat verduurzaming van de wijk koppelt aan meer werkgelegenheid in de buurt. Het bureau richtte samen met corporaties en de gemeente Groningen een wijkbedrijf op in Selwerd. “Er gaat jaarlijks veel geld door zo’n wijk, voor onderhoud, hulpverlening, uitkeringen”, zegt Von Meding. “Dat geld kun je ook anders besteden, via een bedrijf dat van de bewoners zelf is.” Mensen uit Selwerd leveren voor een vergoeding diensten aan elkaar, corporaties of de gemeente, waar normaal andere partijen voor worden ingehuurd: een taxidienst voor ouderen, groenonderhoud, een buurtrestaurant, hulp bij verhuizen, lichte hulp- en zorgtaken.

En bij woningen aardgasvrij maken, hebben ze ook een rol. Von Meding: “De eerste stap bij aardgasvrij is altijd de huizen renoveren zodat er minder energie nodig is om ze te verwarmen. Bij een recente renovatie hebben de woningcorporaties en bouwbedrijven zich gecommitteerd aan het wijkbedrijf; wat de buurt kan doen, laten we de buurt doen, zoals de bouwplaats opruimen. Een oude stratenmaker uit de wijk heeft geholpen met stenen leggen. Zo blijft het geld uit het renovatiebudget in de buurt.” Niemand wordt er rijk van, benadrukt hij, maar het wijkbedrijf blijkt wel een opstapje te zijn naar een opleiding of baan.

Zou een wijkbedrijf overal werken? Von Meding denkt van wel. “Maar de lijnen moeten kort zijn, en dat zijn ze vaak bij middelgrote steden.” Onderzoeker Uyterlinde heeft wel soortgelijke initiatieven in andere steden gespot. Zo krijgt Utrecht Overvecht dit jaar een Techniek Experience Centre, waarin bewoners kennis kunnen maken met beroepen waar door de energietransitie veel vraag naar is. En Schiedam wil op het punt van energie gaan samenwerken met de Kansenfabriek, een plek waar Schiedammers worden geholpen richting (vrijwilligers)werk of studie.

Coronacrisis

Zal corona geen roet in het eten gooien? De Rijksoverheid heeft net besloten zich weer met leefbaarheid in wijken te bemoeien (zie kader). Maar veel hangt af van het volgende kabinet, en dat zal misschien andere prioriteiten stellen door naweeën van corona, zegt Uyterlinde. “We weten door de economische crisis van 2008 dat de tweedeling tussen goede en slechte wijken groeit als de arbeidsmarkt hard geraakt wordt. Vooral kwetsbare wijken kregen toen veel te maken met werkloosheid en schulden. En omdat sociale vangnetten destijds zijn verschraald, stapelden allerlei problemen zich op. Als we nu willen voorkomen dat die wijken opnieuw een harde opdoffer krijgen, moet je als overheid niet denken: we investeren minder in leefbaarheid want er is geen geld. Als de armoede toeneemt, is de kans groot dat ook ondermijnende criminaliteit juist daar groeit.”

We moeten inzetten op verlagen van de energievraag, in plaats van discussiëren over de beste vervanging van aardgas

Architect Von Meding zegt zich te verbazen over hoe ‘compromisloos’ de overheid de coronacrisis aanpakt. “Waarom kunnen we de energievoorziening niet net zo superkordaat regelen als die ic-bedden?” Hij ergert zich eraan dat het Rijk voor gasloze wijken niet centraal de route uitstippelt. “In plaats daarvan maakt elke gemeente zijn eigen plan. Dat vertraagt. En we moeten veel radicaler inzetten op de reductie van de energievraag, in plaats van te discussiëren over de beste vervanging van aardgas. De meest duurzame energie is de energie die je niet gebruikt. Je hoort nu al: er zal straks door corona wel minder geld gaan naar klimaatverandering. Terwijl daar een factor duizend meer mensen aan zullen sterven. Als we de dood in de ogen kijken, dan blijken we in staat om alles te doen wat zinvol is. Maar als het iets verder weg is, handelen we er niet naar. Ik hoop dat we voor de klimaatproblematiek tien keer hardere maatregelen gaan nemen dan voor corona nodig zijn.”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld Magazine.

iStock-1180089717

‘Bescherm huurders, ook na corona’

De huren zijn in geen zes jaar zo hard gestegen als nu.

building-metal-house-architecture-101808

Kopen beter dan huren? De mythe waar we allemaal in getrapt zijn

Zelfs je huurbaas denkt dat je je geld weggooit, terwijl kopen lang niet altijd beter is.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
DSC0031_kleiner_lichter

Over de auteur

Freelance journalist en eindredacteur

Leonie Hosselet is freelance journalist en eindredacteur voor onder andere OneWorld, Trouw en de Volkskrant. Ze schrijft voornamelijk over …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief