Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Ik zit achter mijn laptop in een afgedragen, kapotgerafelde trui, inclusief vrij wansmakelijke zweetvlekken die er met geen wasbeurt meer uit te krijgen zijn. Niks wat een dagje thuiswerk in de weg zit. Ook bij Zoom- en andere videogesprekken geneer ik mij niet om deze trui te dragen. Geen hond (of collega) die die permanente okselvijvers ziet.

De week voor ik dit artikel begin te schrijven, blijken zowel mijn vriend als ik een losse knoop aan een broek te hebben. Aannaaien is de boodschap, zoals ik als jong meisje geleerd heb op de basisschool. Mijn grootmoeder was bovendien naaister van beroep. Hoewel ik nooit achter haar naaimachine mocht plaatsnemen, leerde ze me wel enkele kneepjes van het vak, die ik intussen helemaal vergeten ben. Aan mij is geen groot naaister verloren. Maar een knoop, dat wil ik nog wel eens proberen.

Als we met z’n allen iets meer omkijken naar de kleren die we dragen dan zijn we een stap verder

Ik haal mijn (beperkte) naaigerei tevoorschijn. In gedachten krijg ik een virtuele high five van de Italiaanse Orsola de Castro, magiër met naald en draad, duurzame modeontwerper en medeoprichter van Fashion Revolution, een organisatie die kledingmerken op hun verantwoordelijkheid wijst om te verduurzamen en transparant te worden. De Castro wordt The Queen of Upcycling genoemd, een titel waar ze duidelijk trots op is, want ze vermeldt hem in haar recente boek, Loved Clothes Last. Haar boodschap is evident: houd van je kleren en draag er zorg voor. Zo simpel is het. Liefde. Zorg. Respect. Als we met z’n allen iets meer omkijken naar de kleren die we dragen – en bijgevolg ook naar de mensen die het zorgvuldig voor ons in elkaar gesponnen, geweven en gestikt hebben – dan zijn we een stap verder.

Maillot tot crop top

In Loved Clothes Last lees ik de ene tip na de andere om mijn garderobe tot in de puntjes te herstellen of, indien er niks meer mee te beginnen valt, er op zijn minst iets nieuws mee te doen. ‘Knopen aannaaien is makkelijk en zelfs ontspannend’, oordeelt de ontwerpster, en voor een nieuwe look kun je volgens haar evengoed eens een nieuwe knoop kiezen, bij voorkeur eentje van de rommelmarkt. Zelf verzamelt De Castro tweedehands broches, handig als motten je wol een lekkernij vinden. Wollen maillots kun je herwerken tot crop top door ze om te draaien, de voeten eruit te knippen en een opening te maken waar vroeger je kruis zat. Dat op zich klinkt nog niet bijzonder esthetisch, dus stelt De Castro voor om zelf iets te haken (of aan te naaien, want haken is voor mij wel heel lang geleden) aan de uiteinden van de mouwtjes. ‘Als je je kledij een tweede leven gunt, ga je in tegen het systeem’, filosofeert De Castro. ‘Kleding herstellen is revolutionair.’

Simpel, soms atypisch, hip, modieus. Alleen: het is niks voor mij. Ik ben geen queen of upcycling. Mijn grootmoeder had groot gelijk toen ze besloot mij nooit aan haar naaimachine te laten plaatsnemen: ik ben notoir onhandig, snijd vaak in mijn vingers (hoeveel pijn zou stikken in je vingers dan doen?!) en heb geen ambities om ooit een naaicursus te volgen. Die knoop aannaaien, dat is intussen gelukt (benieuwd hoe lang die het volhoudt). Maar wat ik met die gerafelde trui aan moet? Geen flauw benul.

Een kleurrijke illustratie. Een persoon in een geel shirt en een paarse broek knuffelt een lange roze sjaal. Links van het poppetje staat een plant en op de achtergrond staat een raam.
Beeld door: Nastia Cistakova

En zo erg is dat niet, leer ik van De Castro. Zolang ik van mijn trui blijf houden, hoe gerafeld die intussen ook is, is het mijn goed recht om die te blijven dragen. Elke veroudering, scheur of rafelrandje vertelt een verhaal, schrijft de ontwerper. Dat kleren na verloop van tijd tekenen van verval, of juist van leven, beginnen te tonen, is juist een meerwaarde. Haar eigen groene cardigan heeft ze zo vaak gedragen dat die al meermaals gescheurd is. ‘Ik vind mijn kleren juist eleganter nu ze in verval raken.’ Ze is des te meer van haar cardigan gaan houden, zoals ik van mijn zweterige trui.

Stoffen van kwaliteit

Kiezen voor kwaliteit is vaak het devies als je kleding gaat shoppen. Maar hoe kunnen we weten welke trui snel gaat rafelen en welke eeuwenlang zal meegaan? Vroeger maakten veel mensen – inclusief mijn oma – hun kleren zelf. Ze wisten of een stof kwalitatief was als ze die aanraakten. Dat fingerspitzengefühl zijn we, of ben ik in elk geval, intussen helemaal kwijt.

Ik vraag tips bij Sander De Vrieze, materiaalwetenschapper, maar hij moet mij teleurstellen. “Als consument kun je niet weten of een kledingstuk lang zal meegaan.” Daarop geeft hij een technische uitleg over de DP-waarde van katoen, dat verwijst naar het moleculair gewicht van de stof. “Kleding met een DP-waarde van 2000 is van goede kwaliteit, maar als de waarde zakt tot 300 kun je een kledingstuk bijna uit elkaar trekken.” Zo’n waarde kun je niet zomaar voelen, helaas. Evenmin staat die vermeld op je kledingetiket. De Vrieze krijgt steeds vaker kledingstukken met een lage DP-waarde binnen in het laboratorium waar hij werkt. Daaruit leidt hij af dat de kwaliteit van kleding in vergelijking met vroeger te wensen overlaat, al kan hij dat ‘niet met wetenschappelijke zekerheid’ onderbouwen.

Welke stoffen gaan een eeuwigheid mee?
Of stoffen zoals katoen lang meegaan, kunnen we niet weten zolang de zogenaamde DP-waarde niet in ons etiket staat. Daarnaast vraagt de productie van katoen om veel water en pesticiden. Andere stoffen die bekend staan om hun lange levensduur, zoals leer, zijn vaak evenmin duurzaam: in negen van de tien gevallen worden leren schoenen en jassen gelooid met het zware metaal chromium, wat funest is voor het milieu, om nog maar te zwijgen over de werkomstandigheden van de arbeiders die bij het looiproces betrokken zijn. Polyester (wat eigenlijk gewoon plastic is) wordt ten slotte vaak genoemd als weinig kwalitatief materiaal, maar wat een nog groter probleem is, is dat dat plastic minstens tweehonderd jaar nodig heeft om af te breken. Ter vergelijking: een linnen hemd zou maar twee weken nodig hebben, lees ik in Loved Clothes Last.

Jeans in de vriezer

Minstens even belangrijk is hoe we onze kledij onderhouden, zegt De Vrieze. “Als je een kledingstuk vaak wast, kan het letterlijk en figuurlijk tot stof vergaan.” De bewegingen die een wasmachine maakt en het wasmiddel dat we gebruiken bevorderen de slijtage van je kleding, lees ik ook in Loved Clothes Last. Bovendien komen de losgekomen microvezels in het water terecht. In het geval van synthetische stoffen zoals polyester gaat het om schadelijke microplastics, die in onze zeeën en oceanen belanden. Ook om die reden is het dus beter als je je kleren minder vaak wast.

Onze kleding is vaak ook helemaal niet zo vuil als we denken. De Castro stelt voor een kledingstuk wat vaker te laten luchten of het te stomen in de badkamer: als je een douche neemt, vormt er zoveel waterdamp dat opgehangen kledingstukken in de buurt daar vanzelf schoner door worden. “Voor hardnekkig zweet is luchten geen oplossing”, geeft De Vrieze als kanttekening. Voor echte vieze geurtjes heeft De Castro de ultieme tip: de meeste kunnen niet op tegen een nachtje in de diepvries. ‘Als je als jeansliefhebber je spijkerbroek in de vriezer steekt, doodt dat de bacteriën zonder de stof aan te tasten’, schrijft ze.

Waar De Vrieze bovenal kritisch over is, zijn de bleekmiddelen in wasproducten. Laat je geen rad voor ogen draaien door catchy reclameslogans die beloven je was witter dan wit te wassen. “Bleekmiddel valt de katoenvezel aan”, zegt hij. “Dat gaat daardoor eerder kapot.” Kun je als consument voorkomen dat je ‘foute’ chemicaliën gebruikt? Als leek zijn ze moeilijk terug te vinden op het etiket, geeft de Vrieze aan. “Er worden ook chemicaliën gebruikt die het bleekmiddel juist stabiliseren.”

Primark valt ook te repareren

Het is een lastige balans: als je je kleding lang en vaak draagt, zal je ze ook vaker moeten wassen, wat juist funest is voor de kwaliteit ervan. Maar aan de andere kant draag je je favoriete stukken misschien zo graag dat je de rafels door de vingers ziet. Een factor die in elk geval niet meedoet in die evenwichtsoefening? Prijs! Het maakt niet uit hoe duur je favoriete kledingstuk was: volgens De Castro moeten we af van het idee dat goedkope kleren het niet waard zijn om te blijven dragen of op termijn te (laten) herstellen. Ook dat heeft te maken met liefde: je kunt impulsief shoppen omdat iets goedkoop is, of je kunt iets kopen omdat je het werkelijk mooi vindt, ongeacht de prijs.

Schaamrood op de wangen, het is tijd om toe te geven: ook ik heb kleding van Primark liggen, uit lang vervlogen tijden weliswaar. En weet je, ik blijf het dragen én herstellen. Een goede instelling, volgens De Castro. Ook zij blijkt goedkope kleding in haar kast te hebben. ‘Ik repareer zowel Primark als Pucci’, schrijft ze.

Een illustratie van een poppetje gekleed in een lichtpaars hemd ,een zwarte onderbroek en grote zwarte laarzen. Naast het poppetje staat een gele vriezer met de deur open. In de vriezer ligt een appel, een tros bananen en een spijkerbroek
Beeld door: Nastia Cistakova

Toch naailes?

Aan mijn eigen oma kan ik helaas geen advies meer vragen over het repareren van kleding. Maar de grootmoeder van mijn vriend, die kan daar ook wat van. Toen we haar onlangs bezochten vertelde ze over naaipatronen en haar plannen om voor ons de allerwarmste sokken te breien. Toen zei mijn vriend dat hij het erg jammer vindt dat hij als jongen nooit naailes heeft gekregen op school. Daarop maakte hij terstond de belofte om bij zijn oma in de leer te gaan, zodra de coronacrisis voorbij is.

Wie weet ziet mijn gerafelde trui er in de toekomst alsnog gloednieuw uit.

Textielplatform
Op zoek naar meer inspiratie? Alicia Minnaard, een 23-jarige ontwerper en onderzoeker uit Eindhoven die pas afgestudeerd is aan ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten, heeft het internationaal textielplatform Fixing Fashion opgericht, met (gratis) tutorials en informatie. Word deel van de community via fixing.fashion.

Een close-up van een katoenplant, met andere katoenplanten op de achtergrond onder een strakblauwe lucht.

Katoen ‘dorstig’? Dat is een leugen van de mode-industrie

Modegiganten spinnen garen bij onjuiste claims.

Illu_final_2

Jouw kleding verkleurt rivieren – kan dat anders?

De nieuwste innovaties werken met avocadopitten en zuiveringsinstallaties.

mg_7012

Over de auteur

Freelance journalist met focus op eerlijke mode

Sarah Vandoorne is een Belgische freelance journalist. Ze schrijft onder meer voor MO* Magazine, Eos Wetenschap, Charlie Magazine en One …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief