Zeg op de gemiddelde verjaardag GMO, en binnen no time roept iemand heel hard “MONSANTO” in je oor. Met een buik vol kaas en groetenballetjes knaagt er dan wat, als ik mijn sleutel weer in de voordeur steek. Waren die hapjes wel GMO-vrij? Wat is GMO nu eigenlijk precies? Bestaat het in Nederland, en eet ik het? Is dat erg? Tijd om op onderzoek uit te gaan.

Laat ik beginnen te zeggen dat ik onbevangen op zoek ga naar antwoorden. Het is niet mijn bedoeling om vooringenomen vuisten in de lucht te zwaaien tegen Monsanto en vrinden. Ik wil verslag doen van een zoektocht, in normale mensentaal. GMO voor beginners dus.

GMO: ge•net•i•cal•ly modified organism
GMO wordt in Nederland ook wel GGO genoemd (genetisch gemanipuleerd organisme). Eens even kijken wat dat nu precies betekent. De Europese Unie bepaalt de definitie van GMO’s die ook voor Nederlandse producten geldt. Zij zeggen dat een GMO een organisme is waarvan genetisch materiaal (DNA) is aangepast op kunstmatige wijze zodat ze een nieuwe, bijzondere eigenschap krijgen. Met kunstmatig wordt bedoeld dat de genen zijn aangepast op een manier die niet op natuurlijke wijze voorkomt in de natuur. Ofwel, door menselijk ingrijpen passen we het DNA van een plant naar believen aan.

Deze definitie is echter beslist niet waterdicht, aldus Dr. Ir. Esther Kok, GMO expert van de Wageningen Universiteit (WUR). Kok: “Vele manieren van zaadveredeling (het aanpassen van zaadjes), zeker de nieuwe, bewandelen de grens tussen ‘natuurlijke’ manieren van verandering en genetische manipulatie van onze gewassen.” Alleen Brussel kan deze grens dicht timmeren. Wat zijn dan eigenlijk conventionele manieren van zaadveredeling?

Genetisch geklooi
Een manier van zaad veredelen die we allemaal kennen uit de biologieboeken is het kruisen van zaden. In de natuur gebeurt het aan de lopende band. Het is de wind die voor bestuiving zorgt, en de merel en de kraai die pitjes eten, ze vrolijk uitpoepen en plantenvriendjes bevruchten. Zo ontstaan op natuurlijke wijze nieuwe varianten van planten met een uniek DNA.

Dat kunnen wij ook, dacht de mens, maar beter. Wetenschappers zetten bewust het ene tomatenplantje naast de andere in de hoop een supertomaat te kweken. Role the dice baby. Lekker met DNA knoeien dus, alleen niet heel precies. Dit noemen we nog het kruisen op conventionele wijze, dus dat past in het hokje ‘natuurlijk’. Wist je bijvoorbeeld dat 2 op de 10 producten die wij eten slechts echt ‘van nature’ zo zijn gegroeid? De rest is aangepast door de mens. Onze Else stelde al eens de vraag: hoe natuurlijk is dan eigenlijk, natuurlijk eten?

De stap naar genetisch modificeren is dat je geen gokspelletje maakt van het kruisen van tomaten, maar dat je gericht dat ene gen voor die perfecte rode kleur plaatst in de net-niet-helemaal-perfecte-want-groene-tomaat. Met een ideale knalrode tomaat als resultaat.

GMO hapjes
Al vervaagt de grens tussen genetisch gemodificeerd eten en moderne technieken van zaadveredeling meer en meer, ik wil toch wel graag weten of ik GMO’s kan vinden in het Nederlandse supermarktschap. De EU-regel stelt dat als er meer dan 0,9 % aan genetisch gemodificeerd materiaal in een product zit, dit gemeld moet worden op het etiket. Wil je zeker weten dat in jouw gekochte product geen GMO’s zitten, dan is het label ‘biologisch’ de enige garantie.

In Europa zijn maar een paar gemodificeerde producten toegestaan op de markt zoals mais, koolzaadolie, soja en aardappelen. Zo’n 90 procent hiervan in diervoeder gebruikt. Is dat erg? Waarschijnlijk niet, in het dier dat wij eten is geen GMO te vinden. Waarin dan wel?

Het supermarktschap. Studenten van Future Planet Studies aan de Universiteit Amsterdam testen elk jaar in een laboratoriumpracticum diverse soya- en maisproducten op aanwezigheid van GMO’s. Hoofdvraag: vinden we GMO’s in producten in de supermarkt? Een lange lijst aan producten worden getest, meerdere jaren achter elkaar. Guess what? In vele producten werden sporen van GMO’s gevonden, zowel in biologische geclaimde producten als ‘gewone’ producten.

Of de makers en de verkopers zich hiervan bewust zijn is de vraag. Zij behoren immers exact te weten wat er in hun producten zit.

En is dat erg?
Los van de principekwestie kun je je afvragen of GMO’s schadelijk voor je gezondheid zijn. Onderzoek dat ooit aantoonde dat ratten kanker kregen van GMO voedsel is flink onderuit geschoffeld. De European Food Safety Authority heeft ook tot op heden geen bezwaren ontdekt, net als Nederlandse en buitenlandse wetenschappers. En als een zaadsoort op de Europese markt wordt toegelaten is het aan een serie zware tests onderworpen om de voedselveiligheid te garanderen. Esther Kok drukt me op het hart dat GMO voedsel niet gezonder of ongezonder is dan regulier voedsel, daar is althans geen overtuigend bewijs voor. Wellicht is het meest overtuigende bewijs nog wel dat miljoenen mensen in Amerika al twintig jaar dagelijks GMO groentes nuttigen zonder dat er duidelijke ziekten aan te relateren zijn.

Dat is echter niet voldoende reden om GMO’s niet te wantrouwen, zeggen anderen. De Britse GMO onderzoeker David King zegt dat het feit dat GMO nog ‘maar’ 20 jaar jong is, betekent dat we de effecten op de lange termijn simpelweg nog niet kunnen weten. Daarvoor is het te kort dag. Ofwel, het gebrek aan bewijs betekent nog niet dat het niet ongezond is. Ben je nog bij de les?

Heroïnespuiten vullen het beeld
Ongezond of niet, ik zou wel graag willen weten wat ik eet. Fatsoenlijke, betrouwbare labels plakken op producten en een steekproef hier of daar lijkt me beslist niet overbodig. De angst voor Frankensteinfood is enorm, getuige de afbeeldingen die oppoppen als je op google GMO Food intikt. Felgekleurd voedsel en naalden die associaties oproepen met heroïnespuiten vullen het beeld. De emoties lopen in ieder geval hoog op. En onbetrouwbare labels dragen zeker niet bij aan het voedselvertrouwen.

Ik verheug me op de volgende verjaardag met kaas en GMO-balletjes om mijn verhaal te doen.
 

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief