Llansteffan, Wales, september 1963. De (inmiddels overleden) glas-in-loodkunstenaar John Petts hoort op de radio over een bomaanslag op een kerk in Alabama, aan de 16th Street in Birmingham. Vier zwarte meisjes, die daar op zondagschool waren, kwamen om.

Het nieuws raakt Petts, zelf wit en Brits, diep. ‘Ik ben vader, dus de dood van deze kinderen schokte mij enorm’, aldus Petts in een opname uit het archief van het Londense Imperial War Museum. ‘En als vakman van een ambacht dat uiterste precisie vereist, was ik erg geschrokken van al die verwoeste glas-in-loodramen. Ik dacht bij mezelf, mijn God, wat kunnen we hieraan doen?’

Als blijk van solidariteit besluit Petts zijn vakmanschap in te zetten. ‘Een gedachte heeft geen echte betekenis, tenzij er actie volgt’, zei hij. Met hulp van een redacteur van de toonaangevende Welshe krant The Western Mail, plaatst Petts een oproep om geld in te zamelen voor het glas-in-loodraam van de kerk in Alabama. ‘Ik ga niemand om meer dan een halve kroon vragen’, zei de redacteur tegen Petts. ‘We willen voorkomen dat een of andere rijke man in zijn eentje het hele raam bekostigt. Het moet een cadeau zijn namens de inwoners van Wales.’

Europa’s identificatie met zwart Amerika – met name tijdens crises – kent een lange en complexe geschiedenis

Twee jaar later installeert de kerk Petts’ raam. Het bestaat uit verschillende tinten blauw en een afbeelding van een zwarte Christus, zijn hoofd gebogen en de armen naar boven gespreid als een kruisbeeld, hangend boven de woorden ‘Je doet dit mij aan’ (geïnspireerd door Mattheus 25:40: ‘Voorwaar, ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan.’).

Europa’s identificatie met zwart Amerika – met name tijdens crises, verzet en trauma – kent een lange en complexe geschiedenis. Het is grotendeels gevoed door Europees-linkse tradities van internationalisme en antiracisme, waarin mensen als Paul Robeson, Richard Wright en Audre Lorde hun ideologische – en soms letterlijke – thuis vonden.

“Mijn familie steunde Martin Luther King en de burgerrechten al sinds ik heel jong was”, vertelde de Noord-Ierse katholieke auteur en scenarioschrijver Ronan Bennett mij. De Britten hadden Bennett in het begin van de jaren ‘70 onterecht opgesloten in de beruchte Noord-Ierse Long Kesh-gevangenis. “We voelden een haast instinctieve sympathie met zwarte Amerikanen. Een heleboel van de iconografie en zelfs de volksliederen, zoals We Shall Overcome, vinden hun oorsprong in zwart Amerika. Rond 1971 of ‘72 was ik geïnteresseerder in Bobby Seale en Eldridge Cleaver (van de Black Panthers) dan in Martin Luther King.”

De strijd verbinden

Maar die politieke identificatie met zwart Amerika geeft het minderwaardigheidscomplex van Europa flink de ruimte. Het continent probeert zijn relatief zwakke leger en economie te verhullen met een moreel zelfvertrouwen, dat gemakshalve zowel zijn koloniale verleden als zijn huidige racisme negeert.

In 1998 werd de racistische moord op de Britse tiener Stephen Lawrence publiekelijk onderzocht, en in diezelfde periode bereikte het nieuws over de 49-jarige Afro-Amerikaan James Byrd Groot-Brittannië. Byrd was in Jasper, Texas, meegenomen door drie mannen die hem mishandelden, op hem urineerden, hem vervolgens aan zijn enkels vastbonden aan hun bestelbusje en meer dan anderhalve kilometer meesleepten, totdat zijn hoofd van zijn lichaam was losgerukt. Tijdens een redactievergadering van The Guardian, waar ik toen werkte, zei een van mijn collega’s: “Nou, zulke dingen doen we hier in elk geval niet.”

In de jaren die daarop volgden nam het aantal Europeanen van kleur behoorlijk toe, vooral in de steden van Groot-Brittannië, Nederland, Frankrijk, België, Portugal en Italië. Ze zijn ofwel nakomelingen van voormalige kolonies (‘We zijn hier omdat jullie daar waren’), ofwel recentere immigranten: asielzoekers, vluchtelingen of economische migranten. Zij proberen hun eigen, lokale strijd voor rassengelijkheid te verbinden met de meer zichtbare interventies uit de VS.

‘De zwarte Amerikaan heeft geen beeld van de honderden miljoenen andere niet-witte mensen die bij hem betrokken zijn’, merkte Malcolm X op in zijn autobiografie. ‘Hij heeft geen idee van het broederschap dat zij ervaren.’

Betogers, van Londen, Den Haag tot Berlijn, overtraden de anderhalvemeterregels om hun stem te laten horen

Massa’s mensen door heel Europa kwamen de afgelopen weken samen om tegen politiegeweld te demonstreren, naar aanleiding van de moord op George Floyd. (Verhalen over vrouwen die hetzelfde lot troffen, zullen de overkant van de Atlantische Oceaan hoogstwaarschijnlijk niet bereiken. De naam Breonna Taylor, prominent aanwezig in de demonstraties in de VS, is hier minder bekend.) De lucht in het centrum van Parijs was gevuld met rook en traangas, terwijl duizenden demonstranten op een knie en met opgeheven vuist protesteerden. In Gent werd een standbeeld van Leopold II, de Belgische koning die Congo plunderde, bespat met rode verf en bedekt met een hoed met daarop de tekst: ‘Ik kan niet ademen’. In Kopenhagen scandeerden ze ‘geen gerechtigheid, geen vrede’. In Stockholm braken kleine vechtpartijen uit.

Door heel Groot-Brittannië waren gemeentehuizen van arbeiderspartijen paars verlicht, als teken van solidariteit. VS-ambassades en consulaten van Milaan (waar een flashmob plaatsvond) tot aan Krakau (waar kaarsen werden aangestoken) stonden in het teken van protest, terwijl tienduizenden betogers, van Trafalgar Square in Londen tot Den Haag, van Dublin tot de Brandenburger Tor in Berlijn, de anderhalvemeterregels overtraden om hun stem te laten horen.

Foto’s en video’s van politiegeweld en massademonstraties activeren en mobiliseren enorme groepen mensen

Deze transnationale demonstraties zijn niet nieuw, maar vinden – dankzij sociale media – wel steeds vaker plaats. Foto’s en video’s van politiegeweld en massademonstraties worden over de hele wereld verspreid en kunnen zo enorme groepen mensen activeren en mobiliseren. De snelheid waarmee zulke netwerken tot stand komen en versterken is flink toegenomen, en ook hun bereik is gegroeid. Zo werd Trayvon Martin (een 17-jarige zwarte jongen die in 2012 in Florida werd doodgeschoten door buurtwacht George Zimmerman) een begrip in Europa zoals Emmett Till (een 14-jarige zwarte jongen die in 1955 werd gelyncht in Mississippi omdat hij met een wit meisje zou hebben geflirt) dat nooit is geweest.

Voor een deel weerspiegelt dit de Amerikaanse macht. Politieke ontwikkelingen in de VS hebben een wezenlijke economische, ecologische en militaristische impact op de rest van de wereld. De culturele invloed van de VS is groter dan die van welke andere natie ook. Toen ik dik in de dertig was, wist ik veel meer over de literatuur en geschiedenis van zwart Amerika dan over zwart Groot-Brittannië, waar ik geboren en getogen ben, of over de Caraïben, waar mijn ouders vandaan komen. Zwart Amerika speelt een dominante rol in gemeenschappen van zwarte diaspora omdat het, hoe gemarginaliseerd het in de VS zelf ook is, een bereik heeft dat geen andere zwarte minderheid kan evenaren.

En zo kennen we nu in heel Europa de namen van Trayvon Martin, Michael Brown en George Floyd. Daarentegen is Jerry Masslo, die aan de Zuid-Afrikaanse apartheid ontsnapte en in 1989 door racisten vermoord werd in de buurt van Napels, buiten Italië nauwelijks bekend. Deze gebeurtenis leidde tot de eerste grote wet in Italië die de status van immigranten legaliseerde.

Belangstelling is niet wederzijds

Ook het verhaal van Benjamin Hermansen, de 15-jarige Noors-Ghanese jongen die in 2001 in Oslo vermoord werd door neonazi’s en waar enorme demonstaties en een nationale anti-racismeprijs uit voortvloeiden, is buiten Noorwegen vrijwel onbekend. (Alhoewel: Michael Jackson droeg zijn album Invincible uit 2001 op aan Benjamin, die hij toevallig een keer had ontmoet, maar ik betwijfel of zelfs zijn meeste trouwe fans deze link leggen).

De afwijzing van de macht van de VS betekende nooit een volledige afwijzing van de Amerikaanse cultuur

De belangstelling voor de VS is niet wederzijds. De vergelijking die mijn collega van The Guardian maakte tussen Stephen Lawrence en James Byrd was ongemakkelijk, maar in elk geval bespreekbaar. Op de meeste Amerikaanse nieuwsredacties weet waarschijnlijk niemand wie Lawrence is. Dat is niet het gevolg van gevoelloze onverschilligheid, maar de macht van het Rijk. Hoe dichter je je bij het centrum bevindt, hoe minder je hoeft te weten van wat zich aan de rand afspeelt – en andersom.

Vanuit het perspectief van Europa, dat de Amerikaanse macht zowel verafschuwt als begeert en niet in de positie is om er iets aan te doen, vertegenwoordigen Afro-Amerikanen een reddende kracht: het levende bewijs dat de VS enerzijds niet alles is wat het beweert te zijn en anderzijds zoveel beter kan zijn dat het is.

Dit voedt de luie, conservatieve blaam met de leugen dat Europees links fundamenteel anti-Amerika zou zijn. Dezelfde liberalen die George W Bush verafschuwden, hielden juist van Barack Obama. Dezelfde linkse mensen die Richard Nixon hekelden, omarmden Muhammad Ali, Malcolm X en Martin Luther King Jr.

Zo ook waren de Fransen tégen de ‘coca-kolonisatie’ van cultureel imperialisme dat met het Marshall Plan begon, maar werden James Baldwin en Richard Wright verwelkomd. Met andere woorden: de afwijzing van het buitenlands beleid en de macht van de VS – die soms reflectief en grof was, maar zelden geheel onterecht – betekende nooit een volledige afwijzing van de Amerikaanse cultuur of haar potentieel.

En in de periodes dat de VS waarde hechtte aan haar soft power, vond het land het belangrijk hoe zij gezien werd. ‘De kwestie van de rassenverhoudingen heeft grote impact op onze buitenlandse betrekkingen’, aldus staatssecretaris Dean Rusk in 1963. ‘Ik heb het over het probleem met discriminatie… Onze stem is verstild, onze vrienden zijn in verlegenheid gebracht, onze vijanden genieten ervan… Wij lopen deze wedstrijd met een been in het gips.’

Nu is niet zo’n periode. George Floyd werd vermoord in een tijd dat de reputatie van de VS in Europa op z’n slechtst is. Met zijn bekrompenheid, misogynie, xenofobie, onwetendheid, ijdelheid, corruptie, koppigheid en roofzucht, belichaamt Donald Trump alles wat de meeste Europeanen aan de Amerikaanse macht verafschuwen. De dag na de inauguratie van Trump waren er in 84 landen vrouwenmarsen; en vandaag de dag roept zijn aankomst in de meeste Europese hoofdsteden enorme protesten op. Met zijn gedrag op internationale bijeenkomsten en zijn vastberadenheid om zich middenin een pandemie terug te trekken uit de Wereldgezondheidsorganisatie, heeft hij zijn minachting voor de rest van de wereld duidelijk gemaakt. En die minachting is – voor het grootste deel van de wereld – wederzijds.

Hoewel politiemoorden een constant, gruwelijk onderdeel van het Amerikaanse leven zijn, is specifiek deze moord voor veel Europeanen een bevestiging van het onrecht dat zich in een bredere politieke periode heeft afgespeeld. Het illustreert een heropleving van wit, nationalistisch geweld, gezegend met de macht van de staat en van hogerhand aangemoedigd. Het is een voorbeeld van een democratie in crisis, met veiligheidstroepen die op hol slaan en hun eigen burgers terroriseren. De moord op George Floyd is niet alleen een moord, maar dient ook als metafoor.

De perceptie van zwart Amerika was vaak infantiliserend

Maar deze kwalen zijn niet uit de lucht komen vallen. ‘Geen enkele Afrikaan arriveerde in vrijheid aan de oevers van de Nieuwe Wereld’, schreef de 19e-eeuwse Franse intellectueel Alexis de Tocqueville. ‘Zodra de zwarte mens geboren wordt, geeft hij het uitwendige teken van zijn vernedering door aan zijn nakomelingen. De wet kan slavernij afschaffen, maar alleen God kan haar sporen vernietigen.’ Dat ‘teken’ dient als ticket voor een wereld die probeert te begrijpen dat zwarte Amerikanen afkomstig uit, maar niet volledig ván de VS zijn; centraal in een versie van Amerikaanse cultuur en tegelijkertijd ontheven van de gevolgen van Amerikaanse macht.

Die perceptie van zwart Amerika was vaak infantiliserend. ‘Als ik een oudere zwarte man was’, schreef de meest gevierde dichter van de opkomende Sovjet-Unie, Vladimir Majakovski, in zijn gedicht Aan Onze Jeugd van 1927, ‘dan zou ik Russisch leren, zonder wanhopig of lui te zijn, alleen maar omdat Lenin het sprak.’ (Lenins’ favoriete boek als kind was De N***rhut van Oom Tom.) Europa’s exotisering van Josephine Baker in de Revue nègre was geen eenmalige exotisering, zelfs al was Baker uniek van zichzelf. Eind jaren zestig beschreven West-Duitse media de activist Angela Davis als ‘de strijdbare Madonna met de Afro-look’ en ‘de zwarte vrouw met het ‘bush kapsel’.’ In Oost-Duitsland refereerden ze aan haar als ‘de mooie, donkere vrouw die de aandacht van de Berlijners trok met haar enorme krullen in Afrika-stijl.’

Europees links heeft altijd een sterke internationalistische stroming van antiracisme gekend

Maar ondanks al deze gebreken, was de bewondering in het contact toch oprecht. Europees links heeft, naast het antifascisme, altijd een sterke internationalistische stroming van antiracisme gekend, die een vruchtbare bodem bood voor de strijd van Afro-Amerikanen. In het begin van de jaren ‘70 liet de Free Angela Davis-campagne de The New York Times weten dat zij 100.000 steunbrieven had ontvangen alleen uit Oost-Duitsland – het waren er zelfs te veel om te openen.

Buiten de Europese grenzen

Europa heeft dus een bewezen talent voor het exporteren van antiracisme naar de VS, dat door de opstanden daar opnieuw zichtbaar is. Maar het heeft ook een geschiedenis in het wereldwijd exporteren van racisme. De Tocqueville wees er terecht op dat ‘geen Afrikaan in vrijheid aan de oevers van de Nieuwe Wereld arriveerde’, maar verzuimde te verduidelijken dat met name de ‘Oude Wereld’ deze Afrikanen daar bracht. Europa’s geschiedenis van racisme is net zo smerig als die van de Verenigde Staten – die twee zijn met elkaar verweven. Het meest relevante verschil tussen Europa en de VS in dit opzicht, is dat Europa zijn gruwelijke vormen van anti-zwart racisme – slavernij, kolonialisme, segregatie – buiten zijn grenzen uitoefende. De VS internaliseerde die zaken.

In de tijd die verstreek tussen Petts die over de bomaanslag in Birmingham hoorde en het glas-in-loodraam dat in Alabama werd geïnstalleerd, bevrijdden zes Afrikaanse landen zich van Britse heerschappij (en er zouden nog meer landen volgen), terwijl Portugal zijn buitenlandse bezit nog eens negen jaar vasthield. Als Petts in die jaren op zoek was geweest naar een hartverscheurend verhaal dat zich duizenden kilometers van huis afspeelde, had hij ook naar Kenia kunnen kijken, waar zijn eigen regering duizenden mensen martelde en vermoordde als reactie op een opstand voor de vrijheid.

1 op de 2 Nederlanders en 1 op de 3 Britten geloven dat het voormalige imperium van hun land iets is om trots op te zijn

Een van de kernverschillen tussen de raciale geschiedenissen van Europa en de VS is dat de Europese repressie en het verzet zich tot voor kort vooral in het buitenland afspeelden. Onze burgerrechtenbeweging lag in Jamaica, Ghana, India, enzovoorts. Door die verantwoordelijkheid af te schuiven, is er in het postkoloniale tijdperk ruimte gecreëerd voor ontkenning, vervorming, onwetendheid en schijnheiligheid als het gaat om het begrijpen van die geschiedenis.

‘Het klopt dat de Engelsen hypocriet zijn als het om hun Rijk gaat’, schreef George Orwell in Engeland Your England. ‘Binnen de arbeidersklasse betekent die hypocrisie dat men niet weet dat het Rijk bestaat.’ In 1951, tien jaar nadat dat essay werd gepubliceerd, bleek uit een enquête van de Britse regering dat bijna drie vijfde van de respondenten geen enkele Britse kolonie kon noemen.

Zulk selectief geheugenverlies over de eigen imperiale erfenis leidt onvermijdelijk tot een vals gevoel van superioriteit rondom racisme onder veel witte Europeanen. Giftige nostalgie kleurt tot op de dag van vandaag de miskenning van hun eigen geschiedenis. Volgens een YouGov-opiniepeiling uit maart van dit jaar, geloven één op de twee Nederlanders, één op de drie Britten, één op de vier Fransen en Belgen, en één op de vijf Italianen dat het voormalige imperium van hun land iets is om trots op te zijn. Omgekeerd zien slechts één op de twintig Nederlanders, één op de zeven Fransen, één op de vijf Britten en één op de vier Belgen en Italianen hun vroegere imperia als iets om zich voor te schamen. Dit zijn stuk voor stuk naties waar grote demonstraties plaatsvonden uit solidariteit met de George Floyd-protesten in de VS.

Hun verontwaardiging toont maar al te vaak dat ze onvoldoende zelfbewustzijn hebben om te zien wat het grootste deel van de wereld heeft gezien. Ze vragen zich in alle oprechtheid af hoe de VS in zo’n brute situatie terecht kon komen – zonder enige erkenning of spijt van de soortgelijke weg die ze zelf hebben afgelegd. Het niveau van inzicht in ras en racisme onder witte Europeanen, zelfs degenen die zichzelf als sympathiek, beschaafd en geïnformeerd beschouwen, is hopeloos laag.

Wijlen Maya Angelou herkende deze kloof tussen haar eigen relatie met Frankrijk en de relatie die Frankrijk had met anderen die op haar leken, toen ze tijdens een tournee met Porgy and Bess in 1954 besloot om het vertrouwde pad van zwarte kunstenaars en musici die zich daar hadden gevestigd, niet te volgen.

‘Parijs was geen plek voor mij of mijn zoon’, concludeerde ze in Singin’ and Swingin’ and Gettin’ Merry Like Christmas, het derde deel van haar autobiografie. ‘De Fransen konden het idee van wie ik was accepteren, omdat ze niet verzonken in schuld aan een wederzijdse geschiedenis – net zoals de witte Amerikanen het makkelijker vonden om Afrikanen, Cubanen of zwarte Zuid-Amerikanen te accepteren dan de zwarte mensen met wie ze tweehonderd jaar lang zij aan zij hadden geleefd. Ik zag er het voordeel niet van om het ene soort vooroordeel in te moeten wisselen voor het andere.’

Racisme is in Europa alleen minder dodelijk omdat het continent niet wordt verwoest door de Amerikaanse wapencultuur

En dat brengt ons bij het andere probleem met Europa’s geloofwaardigheid op dit gebied: de prevalentie van racisme in het huidige Europa. Fascisme is opnieuw een mainstream ideologie op het continent, met uitgesproken racistische partijen als belangrijk onderdeel van het politieke landschap, die, zelfs als ze niet aan de macht zijn, het beleid en debat bepalen. Er gaan geen video’s viral van vluchtelingen in hun laatste wanhopige momenten, die naar adem snakken voordat ze in de Middellandse Zee verdwijnen (mogelijk onderweg naar een land, Italië, dat boetes oplegt aan iedereen die hen wél redt). Pas toen een driejarige Syrische jongen, Alan Kurdi, in 2015 op een Turks strand dood was aangespoeld, zagen we in Europa een effect dat vergelijkbaar is met het effect dat video’s van politiegeweld hebben. Het is een pijnlijk bewijs van de onmenselijkheid waar onze politieke culturen medeplichtig aan zijn.

De mate van gevangenisstraffen, werkloosheid, achterstand en armoede liggen voor zwarte Europeanen allemaal hoger. Racisme is hier alleen minder dodelijk omdat het continent niet wordt verwoest door de Amerikaanse wapencultuur. Maar op andere manieren is het net zo overheersend. Raciale verschillen tussen de Covid-19-doden in Groot-Brittannië bijvoorbeeld, zijn vergelijkbaar met die in de VS. Tussen 2005 en 2015 waren er rassenrellen of opstanden in Groot-Brittannië, Italië, België, Frankrijk en Bulgarije. Zwarte levens in het late kapitalisme zijn niet alleen kwetsbaar in de VS, ook al wordt het daar vaak en overduidelijk blootgelegd. In dat opzicht is Black Lives Matter een blijvende reminder voor de meeste Europese steden en daarbuiten.

Dus op basis waarvan hebben Europeanen het recht om racisme in de VS aan te vechten? Dat proberen zwarte Europese activisten voortdurend te bepalen, waarbij ze hun aandacht – gericht op de situatie in de VS – gebruiken om in hun eigen land een eind aan racisme af te dwingen. Er is natuurlijk geen enkele reden om iemand – vanwege het bestaan van racisme op de ene plek – het recht te ontzeggen om te spreken over racisme op een andere plek. (Als dat het geval was, zou de anti-apartheidsbeweging in het Westen nooit van de grond zijn gekomen.)

Maar het betekent wel dat men zich bewust moet zijn van de manier waaróp dat gebeurt. Ik heb hier veel zwarte activisten gezien die Europa’s obsessie met de grotere speelruimte van de VS proberen om te zetten in hun voordeel, en hun eigen politieke instellingen in racisme onderwijzen. Als antwoord op de rouw om George Floyd in de VS deze week, scanderen de Parijzenaren de naam Adama Traoré, een Malinese burger die in 2016 in politiehechtenis stierf.

‘Racisme is overal vreselijk’, is altijd mijn weerwoord geweest. ‘Er is geen ‘betere’ soort

Maar het kan een ondankbare taak zijn. Het analyseren van verbanden en contrasten tussen racisme aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, roept in mijn ervaring bij veel witte Europese liberalen iets tussen afkeuring en verwarring op. Weinigen zullen het bestaan van racisme in eigen land ontkennen, maar ze vinden wel dat we toegeven dat het ‘hier’ beter is dan ‘daar’ – alsof we blij zouden moeten zijn met het racisme dat we hebben.

Toen ik de VS in 2015 verliet, nadat ik twaalf jaar als correspondent in Chicago en New York had gewoond, werd mij voortdurend gevraagd of ik wegging vanwege het racisme. ‘Racisme werkt op verschillende manieren in Groot-Brittannië en de VS’, antwoordde ik dan. ‘Waarom zou ik terug naar Hackney gaan, als ik racisme probeer te ontvluchten?’ Maar ze bleven volhouden dat racisme in de VS erger is dan hier.

‘Racisme is overal vreselijk’, is altijd mijn weerwoord geweest. ‘Er is geen ‘betere’ soort.’

De originele versie van dit artikel verscheen op The Guardian en een bewerkte versie in OneWorld magazine.

Welke George Floyds kent Nederland?

Sinds 2016 vielen er 41 doden tijdens of vlak na een arrestatie.

iStock-545678330

Hoe ernstig is Nederlands politieracisme?

Ook hier is het geïnstitutionaliseerd.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Schermafbeelding 2020-07-02 om 17.39.24

Over de auteur

Gary Younge is een Britse journalist en hoogleraar sociologie aan Manchester University. Hij was correspondent in de VS en columnist …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief