Wanneer ik ‘Quechua’ google, krijg ik plaatjes van rugzakken van het sportieve merk Quechua, en geen beelden van de geschiedenis en de mensen van het Quechua-volk, wiens taal vandaag de dag nog tien miljoen sprekers kent. Als Boliviaans-Nederlands persoon met Quechua-wortels ken ik de ervaring van uitwissing van onze geschiedenis en ons heden. Als je de krant openslaat, is het net of wij Inheemse1mensen niet bestaan.

Niet omdat wij Inheemse mensen, wereldwijd 370 miljoen personen, ver weg zijn (al is dat wel soms een factor). Maar omdat ons bestaan als volk imperialistische economieën confronteert met de misdaad van landroof en de toe-eigening van grondstoffen. Bij uitwissing gaat het niet enkel over slechte of gebrekkige representatie, maar om een koloniale leugen waarin Inheemse volken enkel herkend worden als verleden tijd. Het is pijnlijk hoe die dynamiek opspeelt bij coronaverslaggeving.

Het Inheemse grondgebied Navajo Nation is na de New York en New Jersey het hardst getroffen

De coronastatistieken in de Verenigde Staten meten de impact van de virusuitbraak onder de witte, Aziatische, Latino- en zwarte bevolking. Het dodental onder de Inheemse bevolking wordt niet meegenomen als aparte categorie – hiermee wist de staat 574 federaal erkende Inheemse naties en gemeenschappen (en daarnaast niet-erkende stammen)2 uit de statistieken. Vele Inheemse mensen wonen in steden en aanzienlijke aantallen wonen op reservaten. Het Inheemse grondgebied Navajo Nation (ruim zeven miljoen hectare verspreid over Arizona, Utah en New Mexico), is na de staten New York en New Jersey het hardst getroffen per hoofd van de bevolking. Naast gebrekkige medische faciliteiten heeft het gebied maar dertien supermarkten en hebben veel mensen geen toegang tot drinkwater. Van de 8 miljard dollar die de politiek beloofde als noodfinanciering voor Inheemse naties en stammen, is na zes weken pandemie nog geen cent uitgekeerd. Onze dood is politiek opportuun.

Midden in de coronapandemie vroeg een Inheems gezondheidscentrum in Seattle testen en medische middelen aan bij verschillende overheidsinstanties, maar in plaats daarvan kreeg het lijkzakken en teenlabels opgestuurd. Schokkend? Of een déjà vu? Een Inheemse gemeenschap in Canada overkwam hetzelfde tijdens de varkensgriep in 2009. ‘Foutje, bedankt’ gaat niet op als het keer op keer gebeurt en onderdeel is van een doorlopende geschiedenis van koloniale uitwissing.

Pandemie en politiek

De Inheemse gemeenschap weet dat een gezondheidscrisis een politiek verhaal is. N.D.N’s (not-dead-natives, zoals sommige Inheemse mensen zichzelf met flink wat gevoel voor ironie noemen) zijn niet vergeten dat al vanaf de zestiende eeuw Europese ziektekiemen ingezet werden als wapen om land te veroveren in de Amerika’s en op divers andere plekken.

Kijk alleen al naar de woorden van Jeffery Amherst, een Britse generaal uit de achttiende eeuw. ‘Kan het het niet zo geregeld worden de pokken onder die rebelse indianenstammen te sturen? We moeten bij deze gelegenheid elke strategie gebruiken die in ons vermogen ligt om ze te reduceren’, schrijft Amherst in 1763. Kolonel Henry Bouquet antwoordt dat hij het zal proberen met behulp van dekens van de zieken. Ook in het dagboek van de Britse marineofficier Watkin Tench, die schreef over de kolonistenvloot naar Australië in 1789, staat te lezen dat ze flessen meebrachten met monsters van de pokken.

Canada en de VS bestaan bij de gratie van de koloniale mythe dat land afpakken van de Inheemse volken legaal is

Zo ontwikkelden de kolonisten een nieuwe manier van oorlogsvoering: de verschroeide aarde-tactiek, waarbij militair geweld werd gecombineerd met biologische wapens en het massaal vernietigen van voedselvoorraden (de natuur en diersoorten zoals de bizon). De koloniale operatie wereldwijd normaliseerde dat levens van andere gemeenschappen opgeofferd werden om zelf land en grondstoffen te claimen. Zowel Canada als de VS bestaan bij de gratie van de koloniale mythe dat land afpakken van de Inheemse volken legaal is.

Pijpleidingen

Elke ochtend word ik wakker met nieuws over hoe de pandemie als instrument wordt ingezet bij conflicten om grondstoffen. Wie historisch besef heeft, ziet een patroon. Kijk bijvoorbeeld naar het Wet’suwet’en-volk in West-Canada. Zij willen het contact met mensen van buiten weren, maar de fossiele industrie ziet kans controversieel werk te verrichten nu massaal protest van de bevolking door corona-regels niet mogelijk is.

Al tien jaar lang verzetten de Wet’suwet’en-waterbeschermers zich tegen de aanleg van de 670 kilometer lange Coastal Gaslink- gaspijpleiding, die de gemeenschap, het land, de dieren en het water bedreigen. Nu al hebben constructiewerkzaamheden de elanden-populatie verdreven van hun land. Vele Inheemse gemeenschappen kunnen het water uit de kraan niet drinken omdat het chemisch afval bevat zoals kwik en waterschappen, het leefgebied van vissen, worden verstoord door boringen – en dan hebben we het nog niet eens over de impact van olielekken. Een extra stressfactor vormt de voor deze zomer geplande komst van negenhonderd extra geïmporteerde mannelijke arbeiders, die in een zogeheten ‘mannenkamp’ zullen neerstrijken.

In nabijgelegen gebied waar op Inheems land teerzand voor olieproducten uit de grond wordt gehaald, is (seksueel) geweld tegen vrouwen toegenomen – met maar liefst 70 procent, blijkt uit onderzoek van National Crime Statistics Exchange – en treuren gemeenschappen om vermoorde en vermiste zusters en dochters.De Wet’suwet’en nemen het op tegen 6,6 miljard dollar aan investeringen en machtige multinationals die gezamenlijk opdrachtgever LNG Canada vormen: Shell (40 procent), PETRONAS (25 procent), PetroChina (15 procent), Mitsubishi Corporation (15 procent) en KOGAS (5 procent).

Als je bestaansrecht al eeuwen wordt ondermijnd door een koloniale staat, heb je een slechte onderhandelingspositie

Ondanks het machtsverschil groeit het momentum van de Wet’suwet’en; meer dan tweehonderdduizend mensen wereldwijd hebben een petitie getekend uit solidariteit. Begin dit jaar vonden door heel Canada zoveel protesten en treinspoorblokkades plaats dat de bedrijven hun zorgen uitten in de media dat het verzet de nationale economie zou remmen. Verder lopen er vanuit Inheemse gemeenschappen meerdere rechtszaken tegen Coastal Gaslink. In februari was het onderwerp dagelijks in het Canadese nieuws en ook in Nederland werden solidariteitsacties georganiseerd.

Maar met de komst van corona werd massaal protest onmogelijk, terwijl groepen geïmporteerde arbeiders het gebied blijven betreden. Ze vormden al een bedreiging voor de natuur en de manier van leven van de Wet’suwet’en, maar nu brengen zij ook een direct besmettingsgevaar mee.

Het is moeilijk invasieve arbeid te stoppen wanneer de politiek en het rechtssysteem economisch baat hebben bij het collectief uitsterven van je volk

Inheemse leiders hebben de landelijke en provinciale regering opgeroepen het constructiewerk stil te leggen. Maar wanneer je bestaansrecht als soeverein volk al eeuwen wordt ondermijnd door een koloniale staat, heb je een slechte onderhandelingspositie op het moment van een pandemie. Het is moeilijk invasieve arbeid te stoppen wanneer de politiek en het rechtssysteem economisch baat hebben bij het collectief uitsterven van je volk.

Brits-Columbia, de Canadese provincie waar Wet’suwet’en land zich bevindt, beschouwt het Coastal Gaslink-bouwproject als een ‘essentiële dienst’. De provinciale gezondheidsfunctionaris Bonnie Henry vertelde de pers dat het niet veilig of praktisch is om lopende bouwprojecten zomaar te stoppen.

Overal hetzelfde verhaal

Ook het werk aan de zeer omstreden teerzandoliepijpleiding Keystone XL van Canada naar de VS wordt voortgezet. Trump tweette in april triomfantelijk: ‘GEWELDIG nieuws deze week. Keystone XL pijpleiding gaat door met fantastische betaalde CONSTRUCTIEbanen voor hardwerkende Amerikanen. Belofte gemaakt. Belofte gehouden.’ Terwijl de constructiewerkzaamheden aan de pijpleiding – die zowel het wezen dat het water is, als alles wat erin leeft, als de drinkbaarheid bedreigt – meermalen tot stilstand zijn gebracht door Inheemse waterbeschermers en klimaatactivisten, gaat de bouw in coronatijd door.

De regering van de provincie Alberta noemt het werk cruciaal om financieel sterker uit de coronacrisis te komen: “We kunnen niet wachten tot het einde van de pandemie.” Ondertussen hebben drie Amerikaanse staten een wet aangenomen die protest tegen pijpleidinginfrastructuur strafbaar maakt.

Onder de vijfduizend Inheemse volken wereldwijd zie je verschillende versies van hetzelfde verhaal, zeker nu ten tijde van corona. Yukon-leider Na-cho Nyak Dun roept op om de werkzaamheden in de Gold Eagle-goudmijn in het noordwesten van Canada stil te leggen. ‘Mijnkampen met ingevlogen werknemers vormen een risico voor onze gemeenschappen’, zei hij tegen de pers. Maar de directeur van mijnbedrijf Victoria Gold drong erop aan dat het werk met honderden importwerkers door moet gaan – met succes. Terwijl Canada inmiddels enkele miljoenen aan boetes heeft uitgeschreven voor het breken van coronaveiligheidsmaatregelen, lees ik nergens over boetes die zijn uitgedeeld op industriële bouwplaatsen. Imperialisme wordt niet beboet.

Nog een voorbeeld van de directe gevolgen van corona in combinatie met kapitalistische projecten op Inheemse gemeenschappen: in Brazilië was de vijftienjarige Alvanei Xirixana het eerste coronaslachtoffer van de Yanomani-gemeenschap. Hoe deze tiener uit een Amazonedorpje met zeventig mensen besmet raakte? Door illegale goudmijnwerkers, vermoeden Yanomami-leiders. Je hoeft geen antikoloniale klimaatactivist te zijn om een patroon te herkennen.

Wat is essentieel?

Zijn pijpleidingen, mijnbouw, (illegale) boskap en palmolieplantages ‘essentiële diensten’? Wordt de wereld er beter van? We hebben het over industrieën die, zo blijkt tijdens deze pandemie, over lijken gaan. En ook vóór corona was hun werk al omstreden door het schenden van Inheemse rechten en natuurvernietiging. Inheemse volken laten zien dat het ook anders kan.

Al zolang zij bestaan, vormen zij niet alleen een strijdbaar collectief tegen de toe-eigening van land en grondstoffen, maar vormen ze ook een herinnering dat goed samenleven met de natuur in de 21e eeuw wel degelijk kan. Door geïndustrialiseerde civilisatie is sinds 1970 maar liefst 60 procent van de dierenpopulaties weggevaagd, volgens een rapport van het Wereld Natuur Fonds. Van de resterende biodiversiteit bevindt 80 procent zich op land van Inheemse volken.

Inheemse samenlevingen zijn experts op het gebied van samen overleven

Inheemse samenlevingen zijn experts op het gebied van samen overleven. In een webinar die ik begin mei volgde, sprak Wet’suwet’en-waterbeschermer Molly Wickham vastberaden: “Wij gaan nergens heen. We maken ons klaar voor de zomer. Coastal Gaslink wil zonder vergunning onder de Wedzin Kwa-rivier boren, terwijl zalmen daar eieren afzetten.”

Wickham sluit haar stukje af: “We zijn dankbaar voor wereldwijde ondersteuning in de strijd die we voeren.” Andere sprekers in de webinar herinneren N.D.N.’s (not-dead-natives) eraan dat we niet bang moeten zijn. We hebben concentratiekampen en eeuwenlange kolonisatie overleefd. Het kolonialisme dat mij beangstigt heeft hen moedig, strijdbaar en weerbaar gemaakt.

Het is een westerse gedachte dat kolonialisme een gebeurtenis op een tijdslijn is in plaats van een structuur die tot op heden niet is ontmanteld. Toe-eigening van land is geen verleden tijd. Koloniaal geweld, de roofeconomie en gezondheidscrises van vroeger en van nu liggen in elkaars verlengde. Het medicijn voor deze conditie is politieke solidariteit gebaseerd op historisch besef.

Gelukkig zijn ook hier voorbeelden van. Niet alleen de Wet’suwet’en ervaren bijval. Navajo Nation werd verrast door een grote hoeveelheid donaties van het Ierse volk, via een Gofundme-actie. Dit uit dankbaarheid voor de financiële steun van het Choctaw-volk toen de Ieren hongersnood ervoeren in de negentiende eeuw; een gecreëerde hongersnood door slecht beleid van de Britse regering waarbij maar liefst een miljoen Ieren zijn gestorven.

Ieren kennen het leed van onderdrukking door een buitenlandse regering en veel Ieren willen, nu de Navajo hongersnood en ziekte ervaren, graag een historische wederdienst verrichten naar een Inheemse natie in nood. Toen een van de organisatoren van de Navajo-crowdfunding de donatieberichten las: ‘Ireland remembers’ en ‘Ik doneer vandaag ter nagedachtenis aan ons gedeelde verleden en om deze crisis samen te helpen overwinnen – net als bijna twee eeuwen geleden’ stroomden de tranen over haar gezicht. Met deze daad van solidariteit wordt meer bestreden dan ziekte. Er wordt weerbaarheid gekweekt tegen politiek van uitwissing en verdeel-en-heers, waar imperialisme op gedijt.

Wat kolonisatie doet, is invasie tot norm maken. Tot ‘essentieel werk’ verheffen. Voor wereldwijde gezondheid en herstel moet Inheems leiderschap op bijval kunnen rekenen en mag het systematisch vernietigen van de aarde niet langer legaal zijn. Beide zijn met elkaar verbonden en essentieel voor het overleven in de 21e eeuw.

Dit artikel verscheen in mei 2020 in het OneWorld Magazine.

palmolie

Vermoord voor palmolie

Inheemse vertegenwoordigers luiden de noodklok. Vertegenwoordigers van inheemse groepen…

Chihiro_17

‘Westerse klimaatactivisten moeten schuld erkennen’

Het Westen moet een schuld vereffenen op klimaatgebied, vindt activist Chihiro Geuzebroek.

  1. Oneworld gebruikt doorgaans de term ‘oorspronkelijk’ in plaats van inheems, maar de auteur verkiest ‘Inheems’ omdat deze term ook een juridische status heeft waar hard voor is gevochten (United Nations Declaration on the Rights of Indigenous Peoples). De hoofdletter toont respect, omdat het gaat om een collectieve identiteit, net zoals ‘Canadees’ een hoofdletter heeft. ↩︎
  2. OneWorld spreekt liever niet van stammen, omdat je die term ook niet gebruikt voor bijvoorbeeld Friezen of Basken. De auteur gebruikt de term stammen afgewisseld met volken, naties en gemeenschappen, omdat Inheemse samenlevingen diverse politieke ordeningen hebben waar de stammenstructuur geregeld onderdeel van uitmaakt. ↩︎

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
Chihiro_17-e1555320528737-1160×670

Over de auteur

Chihiro Geuzebroek (1983) is filmmaker en klimaatrechtvaardigheidsactivist. Ze studeerde film studies aan de Universiteit van Amsterdam. Ze …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief