Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Update van de redactie – 27 september 2022

Op dinsdag 27 en woensdag 28 september debatteert de Tweede Kamer over een vereenvoudiging van de transgenderwet. Als de wetswijziging wordt aangenomen, vervalt de ‘deskundigenverklaring’: mensen die de geslachtsaanduiding in hun paspoort willen wijzigen moeten daarvoor nu nog langs een psycholoog, die moet testen of de wens duurzaam is. Of de wetswijziging er komt is nog onzeker: van de grote partijen heeft alleen D66 al gezegd voor te zullen stemmen. Coalitiepartner ChristenUnie stemt tegen, de VVD houdt de kaarten nog tegen de buik.

Dit essay verscheen oorspronkelijk op OneWorld.nl op 24 juni 2022 en in het voorjaar van 2022 in OneWorld Magazine.

Er zijn boeken waarvan ik maar moeilijk kan geloven dat ze zo oud zijn als ze zijn. Het komische en razend interessante Flatland is zo’n boek. Het komt weliswaar uit 1884, maar ik had je meteen geloofd als je me had gezegd dat het een eeuw later was verschenen. Een dik boek is Flatland niet: het origineel telt nog geen honderd pagina’s. Maar in die pagina’s voert de schrijver, de Engelse schoolmeester en theoloog Edwin A. Abbott, een boeiend gedachte-experiment uit.

Hoe zou een wereld eruitzien, vroeg Abbott zich af, die niet drie, maar slechts twee ruimtelijke dimensies kende? Hij noemde die wereld Flatland (‘Platland’) en stelde zich voor dat die bewoond zou worden door geometrische figuren die enkel voor- en achteruit kunnen bewegen en naar links en rechts – boven en onder kennen ze niet. Abbotts hoofdpersoon, een vierkant, wordt uitverkozen om zijn platte wereld voor het eerst wél van bovenaf te zien: plotseling beziet hij zijn wereld vanuit een perspectief waar hij zich voorheen geen voorstelling van kon maken.

Niet-binair of non-binair?

In dit essay wordt gesproken van de ‘niet-binaire wereld’ en van ‘non-binaire mensen’. Zo blijft het woord ‘non-binair’ gereserveerd voor non-binaire mensen. Zij krijgen namelijk nog vaak te maken met onbegrip, spot en (fysiek) geweld. Zorgvuldig taalgebruik draagt bij aan hun emancipatie.
De auteur schrijft ‘ons’ in de veronderstelling dat de lezer is opgegroeid in het Westen en/of met westerse denkbeelden.

Man en vrouw als idee-fixe

figuur 1
Beeld door: Jan Broekhuizen

Ik denk met enige regelmaat (en veel plezier) aan Flatland. Niet omdat mijn gedachtes zo vaak afdwalen naar de wiskundige eigenaardigheden van een wereld met meer of minder dan drie ruimtelijke dimensies, maar omdat Abbotts Platland zo’n passend achtergronddecor is voor zoveel ándere kwesties. Hoe gemakkelijk het ook is om te grinniken om de Platlanders, die geen weet hebben van de dimensies boven en onder, in veel opzichten verschillen wij niet zoveel van hen. Ons dagelijks leven staat namelijk bol van de ideeën die we voor waar aannemen, maar die in werkelijkheid een stuk ingewikkelder in elkaar steken dan ons van jongs af aan is geleerd. Eén zo’n idee-fixe is wat met een enigszins plastische term het ‘binaire geslachtsmodel’ heet.

Van jongs af aan wordt ons verteld dat er twee soorten mensen zijn – mannetjes en vrouwtjes – die in vrijwel elk opzicht van elkaar zouden verschillen. Venus en Mars, XX en XY, dat verhaal. Biologen weten allang dat die tweedeling nogal zwak is: niet alleen zijn er de talloze chromosoomsamenstelling (zoals XXY, of XYY) die de medische wereld onder de ‘geslachtsontwikkelingsstoornissen’ schaart, ook zijn er veel mensen die zich niet thuis voelen in de categorie die hun bij hun geboorte is toegewezen.

Die geslachtservaring is wat we bedoelen als we het over gender hebben. Als je gender niet overeenkomt met je uiterlijke geslachtskenmerken, dan ben je transgender. Bij veruit de meeste mensen komen de twee wel overeen – zij zijn cisgender. Hoewel die laatste groep in de meerderheid is, is de eerste beslist niet klein: zo’n 700.000 Nederlanders zeggen zich niet thuis te voelen in het hokje dat hun bij hun geboorte is toegewezen. Ook dat is biologie: er zijn goede aanwijzingen dat hoe je je geslacht ervaart genetisch is bepaald. Is één helft van een eeneiige tweeling transgender, dan is er een significante kans dat de andere helft dat ook is. Door te doen alsof er alleen mannen en vrouwen bestaan, stellen we ons de wereld dus te tweedimensionaal voor. Een beetje zoals de Platlanders niets weten van de wereld boven en onder hen.

Groen en blauw zijn (niet) dezelfde kleur

Je bent ongetwijfeld het woord ‘non-binair’ wel eens tegengekomen. ‘Binair’ betekent letterlijk ‘bestaand uit twee’: in deze context man óf vrouw. Mensen die zich niet óf man, óf vrouw voelen, noemen we non-binair. Sommige non-binaire mensen voelen zich afwisselend man of vrouw, andere voelen zich juist nooit één van die twee. Als in kranten of andere media over non-binaire mensen wordt geschreven, is dat vaak vanuit het perspectief van een lezer die zelf níet non-binair is, en bovendien vooral met verbazing als vertrekpunt.

figuur 3
Beeld door: Jan Broekhuizen

Die verbazing is best begrijpelijk. Hoe moeten mensen zich de kleurrijke schakering van gender voorstellen, als de strikte tweedeling ‘man’ of ‘vrouw’ al van jongs af aan in hun brein is gestampt? Daarvoor kan het helpen om ons eigen gedachte-experiment uit te voeren. Zoals Abbott zich een wereld voorstelde met minder dimensies dan de zijne, zo kunnen wij ons een wereld voorstellen met, bijvoorbeeld, minder kleuren. Zo’n wereld is minder vergezocht dan je denkt.

Het zal je misschien verbazen te horen dat niet alle talen evenveel benamingen voor kleuren kennen. In de tweede helft van de twintigste eeuw constateerden twee Amerikaanse taalkundigen dat alle talen namen hebben voor donker en licht en de meeste (maar niet alle) talen ook voor rood. Daarna worden in elke taal nieuwe kleuren in een duidelijke volgorde ‘toegevoegd’: na rood geel, dan groen, ten slotte blauw en andere kleurschakeringen. Geel en groen willen nog wel eens stuivertje-wisselen, maar een taal met een woord voor blauw bleek altijd ook een woord voor de eerdere kleuren te hebben. Een saillant voorbeeld vind je in Homerus’ Odyssee: daarin worden de zee en de lucht nooit ‘blauw’ genoemd, maar vergeleken met koper- en wijnkleuren. Pas later, toen de Grieken in aanraking kwamen met kunstmatige blauwstoffen, zouden ze blauw als een aparte kleur zijn gaan bestempelen.

Net als met kleuren kennen veel talen meer woorden voor verschillende genders

Dit is waar taal en werkelijkheid een wisselwerking aangaan: neurologisch onderzoek lijkt aan te tonen dat zodra we voor een kleurtint een apart woord hebben, ons brein als vanzelf beter wordt in het onderscheiden van die tint tussen andere tinten. Het lijkt die verschillen zelfs te overdrijven, tot het punt dat we ons niet kunnen voorstellen dat iemand het verschil tussen twee kleuren níet zou kunnen zien. De Himba in Namibië hebben bijvoorbeeld geen apart woord voor blauwtinten en hebben moeite onderscheid te maken tussen blauwe en groene kleurvakken die in de ogen van een spreker van het Nederlands niet méér van elkaar hadden kunnen verschillen. Overigens maken de Himba met meer gemak onderscheid in kleuren die we in het Nederlands ‘groen’ zouden noemen. Op diezelfde manier kent het Russisch twee aparte termen voor wat wij licht- en donkerblauw zouden noemen.

Naar kleurtermen wordt nog volop onderzoek gedaan en de taalkunde is bij uitstek een vakgebied dat vatbaar is voor etnocentrisme en overhaaste conclusies. Een slag om de arm is dus wel zo gepast. Bovenstaande is dan ook een vereenvoudiging (we hebben het bijvoorbeeld niet gehad over talen die indelingen maken op basis van warm/koud of droog/nat), maar voor dit gedachte-experiment gaat de vergelijking met gender verrassend ver op.

figuur 2
Beeld door: Jan Broekhuizen

Waar moderne westerse talen van zichzelf enkel een woord hebben voor man en voor vrouw, kennen veel andere talen namelijk meer dan twee genders. En zoals met kleuren min of meer valt te voorspellen in welke volgorde termen worden ‘toegevoegd’, zo zijn talen ook min of meer consistent in waar ze scheidingen in genders aanbrengen. De Bugis op Zuid-Sulawesi (Indonesië) kennen er oorspronkelijk bijvoorbeeld vijf, die zich ongeveer naar het Nederlands laten vertalen als cisgender man (oroani) of vrouw (makkunrai), transgender man (calalai) of vrouw (calabai) en androgyne dan wel intersekse persoon (bissu). In hun taal zijn dat dus vijf aparte categorieën, geen subcategorieën van man of vrouw zoals in het Nederlands.

Natuurlijk vindt iemand die enkel de woorden ‘man’ en ‘vrouw’ kent het moeilijk te begrijpen als iemand anders zegt geen van die twee ‘kleuren’ te zijn. Diegene zal de ander in eerste instantie zien als een aparte ‘tint’ van man óf vrouw. Maar dat is het mooie van ons brein: hoe meer je in aanraking komt met mensen die non-binair zijn (en dus niet man óf vrouw zijn) en hoe meer taal je tot je beschikking hebt voor de verschillende mogelijkheden, hoe beter je brein zal worden in het (h)erkennen van non-binaire identiteiten als daadwerkelijk op zichzelf staande identiteiten. Als kleuren die hun eigen naam verdienen. Misschien besef je zelf wel dat de ‘kleur’ die je al je hele leven voor jezelf gebruikt, jou eigenlijk niet écht omschrijft.

Meer dan twee dimensies

Het is leuk om te fantaseren over werelden met meer of minder dimensies dan de onze en om te leren over talen met meer of minder namen voor kleuren dan de onze. Nog leuker is het om te beseffen dat we zelf in een veel kleurrijkere en meerdimensionale wereld leven dan ons van jongs af aan is verteld. En behalve leuk is dat besef ook heel hard nodig. Want hoewel het wetenschappelijk onhoudbaar is, zit het binaire geslachtsmodel nog stevig in het zadel. En dat heeft gevolgen.

Hoe precair de situatie van non-binaire mensen ook in Nederland is, blijkt onder andere uit de manier waarop over hen wordt geschreven in de media; zij krijgen te maken met zichtbare weerstand van journalisten en redacties om op een respectvolle manier over hen te schrijven. Pas vorig jaar besloot het ANP (het grootste Nederlandse persbureau) om de wens van mensen die niet als ‘hij’ of ‘zij’ in een artikel wensten te belanden te respecteren. Zij zouden in berichten van het ANP voortaan met ‘hen’ worden aangeduid, een voornaamwoord dat veel non-binaire mensen gebruiken – voorheen koos een redacteur of iemand als ‘hij’ of ‘zij’ in een artikel zou komen. De voormalige ombudsman van NRC noemde het besluit van het ANP een ‘klinkende overwinning van transactivisten’. Alsof die op oorlogspad zouden zijn.

Ik weet als (binaire) transgender vrouw hoe frustrerend en zelfs vernederend het kan zijn als mensen naar jou verwijzen met de verkeerde voornaamwoorden. Als zo’n vorm van basaal respect al een klinkende overwinning zou zijn, houd ik mijn hart vast voor de verdere emancipatie van mijn non-binaire tijdgenoten. Want hoewel de acceptatie van non-binaire mensen toeneemt, heeft volgens de laatste cijfers (2021) nog steeds zo’n 20 procent van de Nederlanders er geen begrip voor als mensen zich niet man óf vrouw voelen. Belangenorganisaties zien bovendien dat non-binaire personen significant vaker te maken krijgen met (seksueel) geweld.

Ook als je je al je hele leven man of vrouw voelt, leef je in een niet-binaire wereld

Met enige regelmaat klinkt in tamelijk verongelijkte opiniestukken het verwijt dat de jongste generatie feministen zou proberen de hokjes ‘man’ en ‘vrouw’ ‘af te schaffen’. Alsof niemand zich binnenkort meer zo zou mogen noemen. Dat is natuurlijk onzin: erkennen dat de wereld niet-binair is, heeft niets te maken met het uitwissen van de identiteit van anderen. Het tegenovergestelde is eerder waar: mensen die voorheen door anderen in een hokje werden geduwd, eisen nu het recht op om zichzelf te zijn. Erkennen dat er meer is dan man en vrouw, betekent dus erkennen dat iedereen is wie hij, zij of hen zegt te zijn.

figuur 4
Beeld door: Jan Broekhuizen

Ook als je je al je hele leven man of vrouw voelt en zo door anderen wordt gezien, leef je in een niet-binaire wereld. Al zou je het willen, je kon er niets aan veranderen. En waarom zou je ook? Omarm haar liever. Erkennen dat de wereld niet-binair is, betekent erkennen dat mijn vrouw-zijn misschien verschilt van jouw vrouw-zijn, maar dat we dat woord allebei toch met trots mogen dragen (zolang jij het bij jezelf vindt passen). Het betekent ook dat we niet hoeven te doen alsof de wereld een grauwere plek is dan ze in werkelijkheid is, en dat er méér dan twee dimensies bestaan. Is dat geen vrije, kleurrijke gedachte?

Met dank aan tegenlezers Kris van der Voorn (die/diens) en Tijn de Jong (hij/hen).

Dit artikel verscheen eerder op OneWorld.nl op 27 juni 2022.

Leestip

Wil je meer lezen over de niet-binaire wereld, vanuit het perspectief van iemand die non-binair is, dan raad ik je het boekje Beyond the Gender Binary (2020) aan van de Amerikaanse schrijver en kunstenaar Alok Vaid-Menon. Vaid-Menon beschrijft hoe het is om op te groeien in een wereld die doordrongen is van de man/vrouw-tweedeling als je daar zelf niet in past en pareert de hardnekkige opvattingen die de tweedeling in stand houden.

People pattern backround

Waarom die angst voor non-binaire mensen?

Zij krijgen te maken met onbegrip, intimidatie en fysiek geweld.

thumbnail_image1 10pc lichter

Waarom ‘uit de kast komen’ niet meer werkt

We moeten seksualiteit radicaal anders gaan benaderen.

Marte Hoogenboom 01 – april 2021 c Andrej Pohajda

Over de auteur

Eindredacteur

Marte Hoogenboom werkt als eindredacteur voor OneWorld en is hoofdredacteur van literair-cultureel tijdschrift Hard//hoofd. Ze schrijft …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief