Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

Ruim driekwart eeuw na haar dood houdt het nog met regelmaat de gemoederen bezig: wie verraadde Anne Frank? In Nederland waren Joodse onderduikers in de oorlogsjaren bij uitstek hun leven niet zeker: maar liefst 75 procent van hen werd afgevoerd naar concentratiekampen; veel meer dan in de omringende landen. Hoe kon dat?

Laten we beginnen bij het begin. In mei 1940, toen het Duitse leger binnenviel, woonden in Nederland om en nabij 140.000 Joden. Het overgrote deel van hen had de Nederlandse nationaliteit, maar er waren ook enkele tienduizenden uit Duitsland gevluchte Joden, onder wie Anne Frank en haar familie.

Tijdens de vijf bezettingsjaren zijn in Nederland 107.000 van hen opgepakt en gedeporteerd naar de nationaalsocialistische concentratie- en vernietigingskampen. Dat is 75 procent van het totaal. Slechts 5000 van hen kwamen terug. Van de maximaal 25.000 tot 28.000 Joden die in Nederland onderdoken, overleefden er 16.000 à 17.000. Alle anderen zijn vermoord of van ziekte en ondervoeding omgekomen. In vergelijking met andere bezette West- en Noord-Europese landen was het aantal Joodse slachtoffers in Nederland opvallend hoog. In België overleefde 40 procent de oorlog niet en in Frankrijk 25 procent.

Historici geven tegenwoordig niet één, maar meerdere verklaringen voor dat hoge percentage. Ze zijn het over het algemeen eens dat er niet een enkele, gemakkelijke verklaring is. Zo functioneerde het Duitse bezettingsregime in Nederland uiterst effectief, ook omdat – uitzonderingen daargelaten – de Nederlandse bevolking in die jaren gezagsgetrouw en volgzaam was. Daarnaast weigerden veel Joden lange tijd in te zien dat ze groot gevaar liepen. Bovendien was het in het kleine en dichtbevolkte Nederland moeilijk om onder te duiken of te vluchten naar het buitenland. Door de zee en de grenzen met nazi-Duitsland en het eveneens bezette België konden ze geen kant op. Die combinatie van factoren – die je niet los van elkaar kunt zien – zorgde voor het hoge aantal slachtoffers in Nederland.

Joodse_wijk_1941_C-BeeldbankWO2-NIOD
De Jodenbreestraat in Amsterdam, 1941. Beeld door: Beeldbank WO2 - NIOD

‘Jodenjagers’ bij de politie

Uiteraard was het vooral de Duitse bezettingsmacht die verantwoordelijk was voor de deportatie van het Joodse volksdeel. Maar er waren groepen Nederlanders die meehielpen met jagen op Joden die zich schuilhielden. Daarbij speelden politieagenten een centrale rol. Binnen alle gelederen van het Nederlandse politiekorps bestonden gedurende de oorlogsjaren speciale eenheden ‘Jodenjagers’.

Soms bestond zo’n eenheid uit enkele agenten, in andere plaatsen was het een aparte politiedienst. Zij hadden maar één doel: zo veel mogelijk Joden arresteren, desnoods met grof geweld, en hen overdragen aan de Duitse Sicherheitsdienst. Dat was in Nederland de centrale organisatie voor het opsporen en deporteren van ondergedoken Joden, met kantoren in heel Nederland. De ‘Jodenjagers’ jaagden met alle middelen op hun slachtoffer, niet zelden na een telefoontje of een tip van burgers. Daarbij overtraden ze alle denkbare regels, ze roofden waar ze konden en ze gebruikten vaak en veel geweld.

Een belangrijk motief was dat het loonde om Joden te verraden. De Duitse bezetters betaalden vanaf voorjaar 1943 voor iedere opgepakte Jood zogenaamd ‘kopgeld’, een premie van aanvankelijk fl. 7,50 die opliep tot 40 gulden. Jodenjagers konden hun zakken bovendien vullen met gestolen sieraden, huisraad en geld. De speciale politie-eenheden zetten gearresteerde Joden en verzetslieden vervolgens onder druk om bekentenissen los te krijgen en namen en adressen van andere Joden. Dat ging gepaard met urenlange of zelfs dagenlange wrede martelingen. Slachtoffers werkten dan uit lijfsbehoud mee.

Verder gebruikte de Duitse bezetter zogeheten ‘vertrouwensmannen’, ook wel V-mannen genoemd. Dat waren collaborateurs die tegen betaling infiltreerden in het verzet en zo achterhaalden waar neergestorte geallieerde piloten, verzetsmensen en ondergedoken Joden zich verborgen hielden.

Het verraad van Anne Frank: onthullend of ‘amateuristische’ onzin?

In januari 2022 verscheen een boek (Het verraad van Anne Frank) waarin onderzoekers ‘met 85 procent zekerheid’ concludeerden dat de vooraanstaande Amsterdamse notaris Arnold van den Bergh achter het verraad van de familie Frank zou hebben gezeten. Gelijk na publicatie klonken al tegengeluiden van onder meer prominente historici, die aan de methode en conclusie in het boek twijfelden.

Een groep Nederlandse historici publiceerde niet veel later zelfs een ‘tegenonderzoek’ waarin zij uiterst kritisch zijn op Het verraad van Anne Frank. De onderzoekers stellen, onder leiding van een hoogleraar Joodse Studies van de Universiteit van Amsterdam, dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat de Amsterdamse notaris Arnold van den Bergh de familie Frank zou hebben verraden, omdat hij hoogstwaarschijnlijk met zijn eigen familie ondergedoken zat in Laren.

De experts noemden het boek ‘amauteuristisch’ en spreken van een ‘tunnelvisie’ van de schrijvers. Naar aanleiding van de (vele) kritische geluiden over het boek, haalde uitgeverij Ambo Anthos het uit de handel.

Geen verzet

Het Nederlandse politiekorps was naar alle waarschijnlijkheid een afspiegeling van de Nederlandse samenleving. Er waren agenten die probeerden om onderduikers en verzetsmensen te beschermen en in te lichten als de bezetter hen in het vizier had. Zij deden dat met gevaar voor eigen leven. Maar het overgrote deel van het korps was gezagsgetrouw en verzette zich niet, en een klein deel werkte zelfs fanatiek met de bezetters samen. Hun drijfveer was geldzucht en, sterker nog, uitgesproken haat tegen Joden. Om en nabij een derde van de ondergedoken Joden zijn mede door hun jacht alsnog opgepakt en afgevoerd.

Hoewel er tips en (anonieme) telefoontjes vanuit de bevolking kwamen, was het merendeel van de inwoners in de verzuilde Nederlandse samenleving niet of niet uitgesproken antisemitisch. De meeste mensen probeerden vooral zo goed mogelijk de bezettingstijd door te komen. Joden laten onderduiken of actief in verzet komen, bracht grote risico’s mee die weinig mensen durfden te nemen. Pas toen het Duitse leger in de Sovjet-Unie op het slagveld nederlagen leed en vanaf 1942-1943 duidelijk werd dat de geallieerden de oorlog zouden winnen, nam het verzet toe.

Zo’n 230 Jodenjagers stonden na de oorlog terecht. De meesten beriepen zich op het feit dat ze een ‘ambtelijk bevel’ kregen of dat ze niet wisten wat het lot was van de opgepakte Joden. Tegen 34 agenten is de doodstraf uitgesproken; 11 daarvan zijn daadwerkelijk opgehangen.

Je kunt zeggen dat het verraad van en de jacht op Joden in het bezette Nederland vooral het werk was van een zeer kleine maar fanatieke minderheid binnen de bevolking en binnen het Nederlandse politiekorps. Maar als het er in tijden van crisis echt op aankomt, heb je in de samenleving maar weinig fanatici nodig om groot leed te veroorzaken.

Dit artikel verscheen eerder op OneWorld.nl op 14 februari 2022.

image (1)

Frontex: Europa’s dodelijke grensleger

Zeker 2000 migranten stierven door gewelddadige 'pushbacks'.

AncestralRythm (1)

Rekening voor koloniale dwangarbeid: 9,5 miljoen

Excuses, onderzoeken en exposities zullen de vermogensongelijkheid niet oplossen.

Over de auteur

Jaap Tanja werkte 34 jaar voor de Anne Frank Stichting in Amsterdam. Daarnaast schreef hij boeken over onderwerpen als antisemitisme, …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief