“Eigenlijk hoop ik dat we failliet gaan,” zegt Margot Peters (31) nadat ze net uitgebreid en gepassioneerd heeft verteld over haar sociale onderneming het Leerstation. Ze bedoelt: het liefst zou ze zien dat het Nederlandse onderwijssysteem verbeterde. Dat de klassen niet zo overvol meer waren, zodat er minder behoefte was aan bijles en huiswerkbegeleiding; en dat er minder nadruk werd gelegd op ‘niveau’, waardoor nóg meer ouders hun kinderen voor bijles aanmelden. Deze sector van bijles en huiswerkbegeleiding, intussen aangeduid met ‘schaduwonderwijs’ is de laatste tien jaar geëxplodeerd, en omdat het niet verplicht is, wordt het aan private bedrijven overgelaten. Het gevolg: de bijlesindustrie is zó winstgevend geworden, dat bijlesinstituten de hoofdprijs kunnen vragen – en ouders met lage inkomens aan het kortste eind trekken.

Dagelijks zetten mensen zich in voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we binnen nu en tien jaar moeten halen. Denk aan géén armoede, gendergelijkheid, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Deze Goal Getters gaan daar nu al voor. Wie zijn zij?

Daarom biedt het Leerstation ‘solidaire studiebegeleiding’ in Utrecht: gezinnen met midden- tot hoge inkomens betalen een regulier tarief (129 euro per maand voor één les per week), gezinnen met een U-pas (voor gezinnen met lage inkomens in de gemeente Utrecht) betalen minder dan de helft daarvan, 49 euro. Het Leerstation biedt huiswerkbegeleiding in de exacte vakken, gegeven door WO-studenten natuurkunde, wiskunde en scheikunde die daar fatsoenlijk voor betaald krijgen. Elke les bestaat uit twee docenten en acht leerlingen die zelfstandig werken en de nodige hulp krijgen. “Zolang de behoefte aan bijles er is, wil ik eerder uitbreiden dan stoppen: anders wordt de ongelijkheid alleen maar groter. Aan commerciële partijen kun je het niet overlaten.”

De leerlingen hoeven niet dankbaar te zijn; gelijke kansen zouden vanzelfsprekend moeten zijn

Het is géén liefdadigheid, benadrukt Peters; ze vindt het jammer dat het soms zo wordt opgevat. “Het verschil tussen de twee groepen leerlingen merk ik niet zo, behalve aan het einde van het jaar. Kinderen uit lage inkomensgezinnen geven vaker bloemen en chocolaatjes, om hun dankbaarheid te tonen; ze hebben het gevoel dat dit een unieke kans is. Maar dat wil ik helemaal niet, het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat zij ook die kans krijgen.”

Recht op goede docenten

‘Solidaire studiebegeleiding’ klinkt misschien hoogdravend, voor Peters draait het gewoon om goed lesgeven. “Al sinds ik mijn broertje en zusje tegen hun zin in rekenles gaf, hou ik van lesgeven. Het is zo leuk om wekenlang met leerlingen te ploeteren, tot ze opeens alle sommen foutloos maken. Of wanneer een leerling eigenlijk heel slim is, maar uit verveling of slordigheid slechte cijfers haalt – vaak hebben ze juist wat meer uitdaging nodig. Laatst gaf ik een jongen uit de tweede klas een examensom en zei: waarschijnlijk kan je dit niet. Dan doen ze hun best wel.”

Peters studeerde natuurkunde in Nijmegen, en volgde daarna een opleiding tot docent. Toch koos ze in eerste instantie niet voor een loopbaan als lerares: “Ik was 22, en kreeg het benauwd van het idee dat ik mijn hele leven in een klaslokaal zou werken.” Ze vond een goedbetaalde baan bij de NS waar ze zes jaar lang werkte, maar kreeg lesgeven niet uit haar hoofd. Na twee jaar bij de NS werd ze vrijwilliger bij een Utrechtse stichting die taallessen en huiswerkbegeleiding biedt – en daar begon iets te wringen.

Juist een groep kwetsbare kinderen, die nog meer behoefte heeft aan goede docenten, kan alleen bijles krijgen van vrijwilligers

“Ik was me nooit zo bewust van sociale ongelijkheid en segregatie in het onderwijs; mijn eigen school in Nijmegen was vrij rijk en vrij wit. Als vrijwilliger kwam ik opeens mensen tegen die een heel andere achtergrond hadden – qua inkomen, maar ook qua afkomst. Ik merkte hoeveel behoefte er was aan extra aandacht buiten lestijden om. Sommige kinderen sloegen hun biologieboek voor me open, wezen naar geslachtsdelen en vroegen: wat is dat? Moest ik opeens seksuele voorlichting geven, omdat ze er thuis moeilijk over konden praten.”

Bovendien zag Peters dat de kwaliteit van vrijwillige initiatieven te wensen overlaat. “Ik was toevallig een bevoegde docent, maar zo’n stichting als waar ik terechtkwam is allang blij als íemand zich aanmeldt. De vrijwilligers waren heel betrokken, maar het is gewoon niet makkelijk om bovenbouwleerlingen wiskunde of natuurkunde uit te leggen. Het is toch erg dat juist een groep kwetsbare kinderen, die nog meer behoefte heeft aan goede docenten, alleen bijles kunnen krijgen van vrijwilligers?”

Geen liefdadigheid

De begeleiding is voor niemand gratis, waardoor het Leerstation financieel onafhankelijk is en alleen verdient aan betalende ouders. De gemeente Utrecht ondersteunt ze door tegen een laag tarief een lokaal in een buurthuis te verhuren. “Daar ben ik eigenlijk het meest trots op: dat dit dus kan, een financieel gezond bedrijf met een sociale missie. Sommige NS-collega’s dachten vooraf dat het niet kon, vanuit een heel elitair beeld: rijkere ouders gaan hun kind toch niet tussen die kinderen zetten, in een buurthuis?”

Maar ze hadden het mis: ouders willen gewoon goede begeleiding voor hun kind, en dat biedt het Leerstation. “Ouders die het reguliere tarief betalen weten vaak niet eens dat we een sociale onderneming zijn, of ze komen daar niet voor. Ze komen vooral omdat we gespecialiseerd zijn in exacte vakken, dat maakt ons uniek.” Daardoor komen de leerlingen uit allerlei delen van de stad, en zelfs van buiten Utrecht. Zo doorbreekt het initiatief ook – onbedoeld – de toenemende segregatie in het onderwijs. “Daar ontstaan heel leuke gesprekken uit. Zoals een meisje dat na de les naar een hennafeest ging en de rest uitlegde wat dat was. Ik herinner me ook een jongen die donuts meenam naar de les, om te vieren dat hij een acht had gehaald voor wiskunde; de helft van de klas bleek aan de ramadan. Langzamerhand zie je vriendschappen ontstaan tussen kinderen die elkaar op school nooit zouden tegenkomen.”

‘Laat de concurrentie maar komen’, schreef Peters vorig jaar op sociale media. Het bedrijf zit nu in zijn tweede jaar, en geeft begeleiding aan 32 leerlingen – daarmee is de ongelijkheid de wereld nog niet uit. “Dit zou ook moeten bestaan voor muziekles, sport en andere schoolvakken. Mijn advies aan anderen die zoiets willen opzetten: neem iets waar je talent in hebt, zorg dat je er plezier uit haalt en maak je tarieven betaalbaar, maar niet te goedkoop; het moet niet vrijblijvend worden. Mensen zeggen wel eens: ben je niet bang dat iemand jouw ideeën jat? Hoezo bang, zeg ik dan, dat zou fantastisch zijn!”

portret Sandra – kopie

‘Ik accepteer niet dat deze jongeren geen onderwijs krijgen’

Sandra de Kroon (47) zorgt met haar stichting voor écht inclusief onderwijs.

‘Leftism’ is het uitschot der mensheid

De rechtse strijd tegen ‘verlinkst’ onderwijs

Extreem- en populistisch rechts roept op tot verzet tegen 'linkse indoctrinatie'.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief