Update 16 oktober 2020

Nederlandse politieagenten voelen zich niet gekwalificeerd om de juiste hulp te verlenen aan mensen die verward gedrag vertonen, bij wie zij psychische problematiek vermoeden. Daarom voelt meer dan de helft van de agenten zich soms genoodzaakt geweld te gebruiken. Dat blijkt uit een enquête onder ruim duizend agenten, uitgevoerd door platform voor onderzoeksjournalistiek Investico.

65 procent van de agenten geeft aan zich onvoldoende toegerust te voelen om met deze groep om te gaan, doordat er in hun opleiding weinig aandacht is voor verward gedrag door psychische problematiek. Ruim 85 procent geeft aan dat de mensen met psychische problemen met wie zij in aanraking komen ‘soms’ of ‘vaak’ agressief gedrag vertonen. Drie kwart van de agenten heeft meegemaakt de situatie niet meer onder controle te hebben. Ook geven veel agenten aan dat het, mede door de lange aanrijtijd van de ggz-crisisdienst, nog steeds voorkomt dat personen met verward gedrag in de cel worden gezet, tegen de afspraak in.

Politie en ggz proberen al jaren de taken beter te verdelen en de samenwerking vlotter te laten verlopen. De Wet Verplichte ggz, die op 1 januari 2020 inging, moest meer taken, zoals het vervoer van verwarde personen die geen strafbaar feit plegen, aan de ggz overdragen. Maar in de praktijk blijft de politie veelal met de verantwoordelijkheid belast.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 28 augustus 2020 op OneWorld. 

Samuel Seewald, een 23-jarige Duitse influencer, overleed op 13 augustus na te zijn neergeschoten door de Amsterdamse politie. Zijn vrienden hadden hem daarvoor als vermist opgegeven, met een waarschuwing: hij verkeert in instabiele toestand. De politie trof Seewald aan in de bosjes, met een mes in zijn hand. Heftige camerabeelden laten zien hoe meerdere agenten hem benaderen, bevelen het mes te laten vallen, en proberen te overmeesteren, waarna Seewald in paniek raakt. Politiechef Frank Paauw vertelde Het Parool dat Seewald om zich heen zwaaide en een van de agenten in zijn kogelvrije vest stak. Er zijn drie schoten te horen. De volgende dag stond Seewald in het nieuws: ‘Politie Amsterdam schiet verwarde man neer’.

‘Verward’: een label dat de laatste jaren steeds vaker opduikt in de media, en op een steeds bredere groep mensen wordt geplakt. Psychiatrisch patiënten, drank- en drugsgebruikers, mensen met verstandelijke beperkingen, dementerende personen, mensen die een paniekaanval hebben of om een andere reden ‘afwijkend’ gedrag vertonen. Het is ook een term die veel opduikt in de cijfers van actiegroep Controle Alt Delete, over het aantal mensen dat overlijdt onder verantwoordelijkheid van de politie. Jaarlijks zijn meer dan de helft van die doden ‘personen met verward gedrag’, zoals de politie hen officieel categoriseert.

Ondertussen trekt de politie zelf al jaren aan de bel over de toename van het aantal meldingen van verward gedrag. Het afhandelen daarvan neemt een groot deel van de – toch al beperkte – politiecapaciteit in beslag, en agenten hebben niet altijd de expertise om passende hulp te verlenen. In de meeste situaties wordt er geen strafbaar feit gepleegd en heeft de ‘persoon met verward gedrag’ gespecialiseerde zorg nodig, bijvoorbeeld van een psychiatrisch verpleegkundige. Zo ook waarschijnlijk Seewald. Waarom laten we ‘verwarde personen’ toch volledig aan de politie over?

De verwarde persoon bestaat niet

Sinds 2011 staat de meldkamercode ‘E33’ voor ‘overlast door verwarde of overspannen personen’. Het aantal E33-meldingen verdubbelde van 45.000 in 2011 naar 96.000 in 2019. Henk van Dijk, landelijk programmaleider ‘personen met verward gedrag’ van de Nationale Politie, legt uit: “Wij hanteren de definitie dat verwarde personen mensen zijn die de grip op hun leven verliezen of dreigen te verliezen, waarbij het risico aanwezig is dat ze zichzelf of anderen schade berokkenen.” Dat betekent niet dat alle ‘verwarde personen’ gevaarlijk zijn; bij de meeste E33-meldingen is helemaal geen sprake van agressie.

“E33-meldingen gelden alleen voor mensen die geen strafbaar feit plegen”, vertelt Van Dijk. “Het komt ook voor dat bij de melding van een strafbaar feit wordt gezegd: sprake van verward gedrag. Maar dat is een veel kleiner aantal dan de E33-meldingen.” Die ‘toename’ van verward gedrag waar de politie aandacht en oplossingen voor vraagt, is dus een toename in meldingen: niemand kan zeggen of er meer ‘verwarde personen’ zijn, want het label wordt nergens anders formeel gebruikt.

Mensen met complexe problematiek moeten lang wachten op passende zorg

Politie en gemeenten hebben vaak gesuggereerd dat de toename te maken zou hebben met bezuinigingen in de ggz; daardoor zouden er minder bedden beschikbaar zijn voor gedwongen opnamen, en zouden meer psychiatrisch patiënten noodgedwongen thuis wonen. Maar er is nooit een officieel verband gevonden tussen het aantal bedden en de toename in E33-meldingen. Niet alle ‘verwarde personen’ zijn bovendien psychiatrisch patiënt of dat ooit geweest, en lang niet alle patiënten komen in aanmerking voor een gedwongen opname. Uit een landelijke analyse van de E33-meldingen tussen 2011 en 2015 bleek dat in ongeveer 45 procent van de gevallen een psychische stoornis bekend was of werd vermoed. In het meest recente onderzoek, uitgevoerd in Flevoland op ruim duizend E33-meldingen, was die hoeveelheid 60 procent.

Het is zelfs niet helemaal waar dat er de afgelopen jaren enorme bezuinigingen zijn geweest in de ggz; de totale uitgaven zijn juist iets gestegen. Wel is de zorg steeds meer gespecialiseerd en gefragmenteerd; vroeger waren er meer algemene ggz-meldpunten en gingen medewerkers zelf de wijk in om psychische problematiek vroeg te signaleren (door Van Dijk ‘bemoeizorg’ genoemd). Door de veranderingen moeten mensen met complexe problematiek – de meest kwetsbaren – lang wachten op passende zorg.

Verder kampen de meeste ‘verwarde personen’– ook zonder psychiatrische aandoening – met sociale problemen als schulden, werkloosheid, eenzaamheid of dakloosheid. De sociale zekerheid lijkt de afgelopen jaren te zijn afgenomen, en dat kunnen politie of ggz niet eigenhandig oplossen.

Validistische term

Socioloog Karlijn Roex analyseerde voor haar vorig jaar gepubliceerde boek In verwarde staat de berichtgeving rond zogeheten verwarde personen, en zag dat de term onderdeel is van een samenleving waarin ‘afwijkend’ gedrag steeds minder wordt getolereerd: “Alles wat vanuit het dominante perspectief niet wordt begrepen, is ‘verward’: het is eigenlijk een heel denigrerende, autoritaire en validistische term. De verwarde persoon is een karikatuur van iemand die geen enkele rede of logica zou kennen en altijd gevaarlijk zou zijn. En het echte gevaar is: vooroordelen beïnvloeden onze acties. Zo’n angstaanjagende karikatuur kan de kans vergroten dat een agent naar een wapen grijpt.”

Afwijkend gedrag ervaren we al snel als bedreigend, dus bellen we de politie

Door hetzelfde stereotype denken we dat bij verward gedrag altijd moet worden ingegrepen, vertelt Roex: afwijkend gedrag ervaren we al snel als bedreigend, dus bellen we meestal de politie.

Momenteel werken gemeenten en zorgpartijen samen om meldpunten voor verward gedrag op te zetten, die burgers kunnen bellen. Zo worden zorgverleners ingeschakeld voordat er een acute situatie ontstaat, legt Van Dijk uit. “Maar die zijn nog in ontwikkeling; er moet nog heel veel gebeuren.” De verschillende betrokken partijen – zorgverleners, gemeenten, politie – moeten nauw samenwerken voordat zo’n hulplijn functioneert, en daarvan is nu nog geen sprake.

Maar wie moet ik dan bellen?

Hoe zit het dan met mensen zoals Seewald, die verward én gewapend zijn? Is er iemand anders dan de politie die we in zo’n situatie kunnen bellen? Eigenlijk niet, zegt Jeroen Zoeteman, psychiater en Manager Behandelzaken bij de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam. “Stel, je belt de ggz omdat er iemand in de bosjes zit met een groot mes: het eerste wat de ggz doet is de politie bellen om te vragen of ze meegaan. Wij kunnen niet met zulke gevaarlijke situaties omgaan. Wij bellen soms ook de politie als een patiënt in de instelling agressief wordt.”

Zoeteman merkt dat er te weinig aandacht uitgaat naar de meer uitzonderlijke gevallen dat mensen verward én gevaarlijk zijn. “Daar maak ik me zorgen over, want juist in die gevallen zouden de ggz en de politie moeten samenwerken. Maar die samenwerking verloopt heel stroef.” In eerste instantie gaat alleen de politie op een E33-melding af. Ook als er sprake is van dreiging, zoals in het geval van Seewald, wordt de Spoedeisende Psychiatrie pas achteraf ingeschakeld, nadat iemand is aangehouden – en nadat het eventueel is misgegaan.

Zeker als iemand gewapend is, ligt de prioriteit nou eenmaal bij de veiligheid

Van Dijk legt uit hoe dat aan de kant van de politie gaat: “Wij moeten beslissen wat iemand nodig heeft. Bij de meeste meldingen over mensen met verward gedrag laten we een signaal achter bij een lokaal zorgmeldpunt, bij een acute verwardheid wordt iemand naar een 24-uurs beoordelingslocatie van de ggz gebracht. En als er een strafbaar feit wordt gepleegd schakelen we de crisisdienst in, maar inderdaad pas nadat iemand is aangehouden. Zeker als iemand gewapend is, ligt de prioriteit nou eenmaal bij de veiligheid.”

Voor betere samenwerking tussen ggz en politie leek een paar jaar geleden de oplossing te zijn: de psycholance, een ambulance met ggz-medewerkers die de politie kon inschakelen na een melding van verward gedrag. Volgens Zoeteman werkte dat heel goed; vaak konden psycholancemedewerkers mensen kalmeren die door politie als bedreigend werden ervaren.

“Een simpele zin als ‘we gaan naar het ziekenhuis’ roept nou eenmaal een heel andere reactie op dan ‘drop the knife’. Psychiatrisch verpleegkundigen weten precies wanneer ze een stap dichterbij kunnen doen. Dat kun je niet van een agent verwachten.” Van Dijk erkent ook: “Onze agenten zijn getraind om situaties te de-escaleren, ook als iemand verward is. Maar wij kunnen niet goed bepalen wat de precieze problematiek is. Uiteindelijk hebben veel verwarde personen gespecialiseerde hulpverlening nodig.”

Terug naar bemoeizorg?

De psycholance rijdt nog in enkele regio’s, maar bijvoorbeeld in Amsterdam is het concept alweer geschrapt. Het probleem lag bij de bedrijfsvoering, vertelt Zoeteman. Volgens het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport moet het vervoer van verwarde personen worden geregeld door de ambulancezorg. Op een drukke avond was het voor Ambulance Amsterdam onhaalbaar om aan de vraag te voldoen, terwijl op een rustige dag de wagens stil stonden. Bovendien is het moeilijk om psychiatrisch verpleegkundigen te werven; die zijn, zoals alle verpleegkundigen, ondergewaardeerd.

De meest realistische stap is dat er elke dag één psychiatrisch verpleegkundige met een politieauto meerijdt

Elke regio ontwikkelt zijn eigen alternatieven. Volgens Zoeteman zou de meest realistische stap zijn dat er elke dag één psychiatrisch verpleegkundige met een politieauto meerijdt. “Maar ook dat kost geld, dus iemand zal erin moeten investeren, zoals de gemeente of de politie.”

De laatste twee jaar is welgeteld 76 miljoen uitgetrokken en zijn er ruim 280 initiatieven gelanceerd om de meldingen van verward gedrag terug te dringen. Toch blijft het aantal toenemen. Van Dijk vindt het vooral essentieel dat de ‘bemoeizorg’ terugkomt: laagdrempelige psychische en psychiatrische hulpverlening, de wijk-GGD’er, de ‘sociaal psychiatrisch wijkverpleegkundige’, er zijn genoeg mooie voorbeelden. “Het gaat namelijk vaak om mensen die zich uitgesloten voelen en niet snel hun vinger opsteken voor hulp.”

Roex noemt het Wegloophuis in Utrecht als voorbeeld; een opvanghuis voor mensen met een psychiatrische achtergrond. “Veel verwarde personen willen gewoon ergens rustig zitten, met iemand praten, op bed liggen of uitrazen op de vloer. We hebben meer plekken nodig waar iemand even ‘anders’ kan zijn zonder dat er enige vorm van dwang wordt gebruikt. Maar dan moeten we ook af van het dieperliggende idee dat er een hiërarchie bestaat tussen ‘normaal’ en ‘abnormaal’.”

Een eenduidige oplossing bestaat waarschijnlijk niet, aangezien dé verwarde persoon niet bestaat. Daar lijkt iedereen het over eens: zolang al deze mensen over één kam worden geschoren, zal er weinig veranderen. Juist verwarde personen die te maken hebben met een combinatie van sociale onzekerheid, uitsluiting, een psychische aandoening en verslaving, hebben hulp nodig – en juist zij zijn op dit moment ‘te complex’ om die hulp te krijgen.

A man walks a past a begger

‘Niet corona, maar ongelijkheid is het grootste gevaar’

Belangrijker nog dan een vaccin is een eerlijk zorgsysteem, zegt Chris de Ploeg.

Collage

De ‘onzichtbare’ slachtoffers van politiegeweld

Dit zijn de verhalen van zwarte vrouwen die de media niet haalden.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief