Musea zijn voor horende mensen. Die gedachte overheerste toen de Castricumse Roos Wattel (36) in 2015 in opdracht van het Van Gogh Museum onderzoek deed naar de behoefte van dove mensen binnen de cultuursector. Na tientallen interviews met Dove1 mensen concludeerde ze dat deze groep nauwelijks in aanraking komt met kunst en cultuur. Het overgrote deel voelt zich er niet thuis, en als ze dan eens een museum bezoeken, worden ze volgens Wattel direct geconfronteerd met ontoegankelijkheid. “Je ziet mensen met een koptelefoon, luisterend naar een audiotour, je leest ontoegankelijke teksten, en ook het contact met medewerkers draagt bij aan het gevoel: ik hoor hier niet thuis.”

Wattel, die al haar hele leven Doof is, was zich altijd al bewust van de vele manieren waarop de Nederlandse samenleving ontoegankelijk is voor haar en andere dove en slechthorende mensen. Maar binnen de dovengemeenschap vond ze een veilige plek. Zo schreef ze vanaf haar vijftiende voor het tijdschrift voor dove mensen Woord en Gebaar en was ze jarenlang voorzitter van de Amsterdamse club voor dove jongeren ‘Lieverdjes’.

Toen ze begon met haar eerste ‘horende baan’ speelde de ontoegankelijkheid haar weer parten. Ze liep bijvoorbeeld tegen een continu gebrek aan tolkuren aan. Tolkuren zijn uren waarin een persoon met een auditieve uitdaging 2 recht heeft op een tolk om bijvoorbeeld vergaderingen te kunnen volgen. Daarnaast kaartte ze het gebrek aan ondertiteling in campagnefilmpjes aan, samen met de vrijwilligersclub voor Dove mensen binnen Greenpeace die ze zelf opzette.

OneWorld portretteert mensen die zich inzetten voor een betere buurt, school, of werkomgeving. De Verenigde Naties en miljoenen betrokken burgers spraken hiervoor de duurzame werelddoelen af (SDG’s), die we in 2030 moeten halen. Denk aan gendergelijkheid, géén armoede, betaalbare en duurzame energie en kwaliteitsonderwijs voor iedereen. De Goal Getters in deze rubriek gaan daar nu al voor. Geïnspireerd? Check hier wat jij kunt doen.

In 2014 besloot Wattel zich te focussen op inclusie en toegankelijkheid van Dove mensen in de maatschappij. Ze ontwikkelde het project Musea in Gebaren samen met haar zus Martine Wattel, die ook Doof is en een van de eerste Dove museumgidsen in Nederland was. De zussen leiden Dove museumgidsen op en begeleiden ze daarna, maar ze geven ook trainingen en gebarencursussen aan museumpersoneel. Een videoteam vertaalt audiotours naar multimediatours in Nederlandse Gebarentaal (NGT).

Tekst gaat verder onder de foto.

CMS FORMAT 2
Roos Wattel maakt het gebaar voor het woord ‘toegankelijkheid’. Beeld door: Judith Tielemans

Ál die verloren energie

Musea in Gebaren is een enorm succes: ze werkten al samen met zo’n 30 musea in Nederland, van het Rijksmuseum tot het Drents Museum, waarbij ze gesprekken voeren met het managementteam tot de kaartjesverkoper om ze bewust te maken van de problemen waar Dove mensen tegenaan lopen. Door dat succes ontstond het verlangen om op meer gebieden iets te doen voor dove en slechthorende mensen. “In Nederland hebben 1,5 miljoen mensen een auditieve uitdaging en zijn grofweg 17.000 mensen doof. Dat zijn 17.000 mensen die iedere keer voor zichzelf moeten opkomen wanneer er niet aan hen wordt gedacht. Denk aan ál die verloren energie als je steeds opnieuw moet vragen: ‘Kun je iets rustiger praten? Zou je dat kunnen opschrijven? Kun je je handen gebruiken om iets uit te leggen?’ Wij willen die moeite zoveel mogelijk voor hen wegnemen, zodat die energie bespaard wordt.”

Toegankelijkheid en inclusie zijn een recht, dus musea zouden er zelf geld voor moeten vrijmaken

Zo werd het kennis- en inclusiecentrum IN Gebaren geboren. Nu ze als stichting werken, kunnen ze ook fondsen aanvragen. Oorspronkelijk was Wattel daar sceptisch over: “Die keuze ging zó tegen mijn principes in, want toegankelijkheid en inclusie zijn een recht, dus musea zouden er zelf geld voor moeten vrijmaken. Dat zou niet afhankelijk moeten zijn van subsidies. Maar in plaats van te hopen op minimale overheidssteun, werven wij nu zelf fondsen.”

Smiling deaf boy learning sign language

Het wrede verhaal achter de Nederlandse Gebarentaal

'Docenten bonden de handen van dove kinderen samen, zodat zij geen gebaren konden maken.'

Naast de trainingen en informatievoorziening is vooral bewustwording een rode draad bij IN Gebaren. “Als je iets toegankelijk maakt voor Dove mensen dan moet je je ook bewust zijn van wat er speelt in de dovengemeenschap en weten hoe de dovencultuur eruitziet. Daarbij is kennis van de geschiedenis belangrijk: de onderdrukking van gebarentaal, waarvan de gevolgen nog altijd merkbaar zijn (zie kader, red.). Mede daardoor is er zoveel diversiteit binnen onze kleine gemeenschap en het gebeurt nog te vaak dat dove mensen over één kam worden geschoren.”

Geen gemis of last

Wattel beschouwt Dove mensen als een minderheidsgroep met een eigen cultuur, geschiedenis en taal, waarbij de focus ligt op de ervaring van Doof zijn. Belangrijk daarbij is dat een gehoorbeperking niet als gemis of last wordt gezien. Wattel legt uit: “Wij geloven dat dove en slechthorende mensen alle kwaliteiten in huis hebben om hun leven vorm te geven en mee te doen aan de samenleving. De verantwoordelijkheid tot toegankelijkheid ligt bij de overheid, bedrijven en organisaties. We negeren de gehoorbeperking niet, die is er en zal altijd een verschil zijn met horende mensen, maar het gaat om gelijkwaardige toegankelijkheid.”

Gebarentaal was lang verboden

In Nederland was het gebruik van gebarentaal in het onderwijs van 1910 tot 1980 officieel verboden. Tijdens de Conferentie van Milaan in 1880 werd massale steun betuigd aan het ‘oralisme’: het idee dat dove en slechthorende mensen beter zouden integreren als ze zich beperkten tot orale communicatie in plaats van gebarentaal. Docenten op de vijf scholen voor dove kinderen in Nederland gebruikten soms zelfs lijfstraffen om leerlingen ervan te weerhouden met gebaren te communiceren. Ondanks het verbod spraken leerlingen toch met elkaar in gebaren, waardoor er verschillende dialecten ontstonden. Die vormden uiteindelijk de basis voor de huidige Nederlandse Gebarentaal. Na jarenlange strijd vanuit de dovengemeenschap werd pas op 1 juli 2021 Nederlandse Gebarentaal erkend als officiële taal.

Musea die met IN Gebaren samenwerken, werken met een volledig Doof team. Dat is op zichzelf al een stap naar inclusie. Interne motivatie is daarbij cruciaal, vertelt Wattel. “Wij hebben nog nooit bij musea aangeklopt met de vraag: willen jullie toegankelijk zijn? Nee, zo werkt bewustwording niet. Musea moeten naar ons toe komen, zodat wij weten dat er intrinsieke motivatie is.”

Naast Musea in Gebaren behelst IN Gebaren nog drie andere projecten: Familie in Gebaren, Identiteit in Gebaren en Gezondheid in Gebaren. Ze geven bijvoorbeeld workshops en lezingen over identiteit en tweetalige opvoeding, maar ook over audisme, validisme en racisme. “Zo maakten we samen met het Tropenmuseum een video over inclusieve gebaren, zoals het nieuwe gebaar ‘slaafgemaakt’ als vervanging voor ‘slaaf’. Op die manier wordt de dovengemeenschap zich ook bewuster van witheid en racisme.”

Focus op spreken

Daarnaast is bewustwording van audisme een doel. Audisme is een soort validisme dat gericht is op dove en slechthorende mensen. Bij audisme worden mensen met een auditieve beperking gemarginaliseerd door de gedachte dat het vermogen om te horen essentieel is om te functioneren in de maatschappij. Audisme is institutioneel en bevindt zich in alle lagen van de samenleving. Wanneer een dove baby ‘zakt’ voor de hoortest begint de medische molen direct te draaien. Waarbij de focus ligt op spreken en meedoen in de horende samenleving, in plaats van op bijvoorbeeld gebarentaal.

Die auditieve focus heeft veel impact op de beeldvorming van ouders van Dove kinderen. Wattel vertelt over ‘Bakkeveen’, een volkshogeschool in het noorden van het land die in de jaren 80 en 90 weekenden organiseerde voor horende ouders met dove kinderen. “Het was een unieke ontmoetingsplek, waar veel horende ouders voor het eerst dove volwassenen ontmoetten. De ouders kregen gebarenlessen en was er veel informeel contact. Dove kinderen ontmoetten soms voor het eerst een volwassen doof persoon: die rolmodellen zijn heel waardevol.” Door bezuinigen stopte dat initiatief, maar IN Gebaren heeft de organisatie van die familieweekenden weer opgepakt. Bij de editie afgelopen zomer deden 15 gezinnen mee aan een vossenjacht met een grote groep dove vrijwilligers, aan gebarenspellen en er was een lezing over communicatie in het gezin.

Wattel merkt dat wanneer ze horende mensen aanspreekt op audisme, ze vaak een ontkennende reactie krijgt. Bijvoorbeeld wanneer horende mensen activiteiten organiseren voor dove mensen, maar die geen onderdeel zijn van het proces, “Je spreekt pas van gelijkwaardigheid wanneer dove mensen betrokken worden in alle lagen van de organisatie: niets over ons zonder ons. Audisme is geen verwijt, maar een vicieuze cirkel waar we in zitten.”

SDG-icon-NL-RGB-10
foto 1 website liggend

‘Door de Nederlandse Gebarentaal is de wereld ook voor mij toegankelijk’

Eindelijk wordt de NGT officieel erkend als taal.

Two women wearing a medical face masks

‘Gaan we nu wel naar dove en slechthorende Nederlanders luisteren?’

'Hoe kun je spraakafzien ('liplezen') door een mondkapje?'

  1. De auteur schrijft Doof met een hoofdletter om onderscheid te maken tussen de fysieke beperking en de culturele minderheidsgroep met een eigen taal, cultuur en geschiedenis. ↩︎
  2. De geïnterviewde spreekt van een auditieve ‘uitdaging’ in plaats van ‘beperking’ om de nadruk te verplaatsen van het individu naar de ontoegankelijkheid van de samenleving. ↩︎
237616963_4500961433289856_7875576319809485762_n

Over de auteur

Tamara Hartman schrijft over inclusie, identiteit en ‘herstory’. Daarnaast doet ze onderzoek naar Hindostaanse geschiedschrijving en de …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief