“Hoe gaan kinderen die thuis in een afgrijselijke situatie zitten, dit overleven?” Het was de eerste reactie van Hannah* (24), ooit zelf slachtoffer van kindermishandeling, toen ze hoorde dat we allemaal thuis moesten blijven vanwege het coronavirus. ‘Thuis’ is niet voor iedereen een veilige plek. Nu de scholen dicht zijn, ouders veelal thuis zijn en sociaal contact wordt vermeden, is er geen ontsnappen meer aan voor kinderen die thuis mishandeld of seksueel misbruikt worden.

Dat leek aanvankelijk aan de aandacht van beleidsmakers ontsnapt te zijn, tot hulpverleners alarm sloegen. Een daarvan was Iva Bicanic, klinisch psycholoog en hoofd van het landelijke expertisecentrum Centrum Seksueel Geweld. Zij vroeg via sociale media aandacht voor deze kinderen, met een stroom aan bezorgde reacties tot gevolg. Verschillende media berichtten erover, de Kindertelefoon schakelde extra vrijwilligers in en inmiddels heeft minister Slob van Onderwijs laten weten dat er locaties worden gezocht waar kinderen toch onderwijs kunnen krijgen. Maar zo’n oplossing geldt vooral voor kinderen die al in beeld zijn bij hulpverleners; gezinnen waar mishandeling of misbruik een geheim blijft, zullen hun kinderen niet snel naar deze locaties sturen. “Niemand kan je een precies cijfer geven van het aantal kinderen in zo’n situatie, want het laat zich niet makkelijk ontrafelen”, aldus Bicanic.

Dat deze groep in de corona-maatregelen over het hoofd werd gezien, komt doordat kindermishandeling en -misbruik een blinde vlek is, zegt Bicanic. “Het is goed dat er nu aandacht voor is, maar het is ergens ook hypocriet. Want die kinderen waren er al hè? Nooit eerder heb ik meegemaakt dat zoveel mensen, niet alleen hulpverleners, oprecht bezorgd zijn over deze groep.”

Wat kunnen we, ook buiten crisistijd, voor deze kinderen doen? Dat antwoord is niet makkelijk, weet Bicanic. “Zolang er geen sluitende oplossingen voor zijn, moeten we het er als samenleving in elk geval over hebben.” Om beter te begrijpen waar het bestaande beleid tekortschiet, en hoe iedereen kwetsbare kinderen en hun ouders kan helpen.

Ontsnapping is overleven

Bij Hannah begon het op haar vijfde. Haar ouders mishandelden haar emotioneel en fysiek, en buiten haar gezin werd ze meermaals seksueel misbruikt. Ze is autistisch en ontwikkelde ook een eetstoornis: “Ik wilde aan de pijn ontsnappen.” De mishandeling stopte pas toen ze op haar zeventiende naar Londen vertrok, om een opleiding in musicaltheater te volgen.

Als kind vond Hannah een uitvlucht bij de theaterclub, sportclub, betrokken docenten en familievrienden. “Daar kon ik een soort pauzeknop indrukken: ondanks alle ellende waren er ook mensen die me zagen staan, die me een knuffel gaven. Ik kon me daaraan vasthouden als het niet goed ging. Het was een van de weinige dingen die me heeft geholpen te overleven.”

Toen ze vertelde dat er thuis iets speelde, zei de psycholoog dat er geen tijd was om het daarover te hebben

En toch, ondanks die veilige plekken kwam Hannahs situatie nooit aan het licht. Een sportleraar die blauwe plekken zag, stapte naar de politie, maar een vermoeden van mishandeling was toen geen reden tot onderzoek. Rond die tijd, ze was negen, stuurden docenten haar naar een psycholoog vanwege depressieve klachten; toen ze vertelde dat er thuis iets speelde zei de psycholoog dat er geen tijd was om het daarover te hebben. Ze werd naar talloze instanties binnen de jeugdzorg gestuurd; nooit kwam ze verder dan een intakegesprek omdat ze ‘te complex’ was voor de behandelingen. Sinds kort praat ze er pas over. Ook is ze nauw betrokken bij Lijmdezorg, een manifest voor betere jeugdzorg en ggz. “Nog altijd hoor ik verhalen van jongeren die net als ik te complex zijn voor behandeling en daarom niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.”

‘Onze angst wordt niet begrepen’

De problemen in de jeugdzorg zijn één deel van het verhaal, maar het beleid rond kindermishandeling richt zich grotendeels op het signaleren ervan, vóórdat jeugdzorg wordt ingeschakeld. Er zijn dan grofweg twee manieren waarop mishandeling aan het licht komt: kinderen geven het zelf aan, bijvoorbeeld door anoniem te bellen naar de Kindertelefoon, of volwassenen – zoals docenten of buren – signaleren het met behulp van signaleringsrichtlijnen. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

We denken er makkelijk over: er zijn signalen, dus ingrijpen. Maar zo simpel is het niet

Het idee dat kinderen het zelf aan iemand vertellen, is vooral vanuit het volwassen perspectief het beste. Kinderen zien dat niet zo, vertelt Bicanic. “Ik ken genoeg kinderen die het wel hebben verteld, en achteraf tegen mij zeggen: had ik dat maar niet gedaan. Ik heb geen familie meer.” Er bestaat bijna altijd nog affectie tussen het slachtoffer en de pleger, legt ze uit. Hannah durfde de Kindertelefoon niet eens te bellen. “Ik was bang dat mijn ouders erachter zouden komen, en tegelijk wilde ik ze beschermen en ons gezin bij elkaar houden.”

In Hannahs ogen toont het idee dat kinderen zélf naar buiten kunnen treden, vooral onbegrip voor de angst en onzekerheid waar zij in leven. “Ik vind niet dat je van kinderen kunt verwachten dat ze zichzelf redden; zij zijn keihard bezig om hun hoofd boven water te houden.” Het alternatief is dat omstanders mishandeling herkennen en aangeven, maar vanwege diezelfde angst gaan kinderen heel ver om het te verbergen, legt Bicanic uit. “We denken er makkelijk over: er zijn signalen, dus ingrijpen, er wat aan doen. Maar zo simpel is het niet.”

Hannah herkent de signalen van mishandeling die de Rijksoverheid noemt: ze was sociaal onhandig, teruggetrokken en deinsde terug bij aanraking. Maar in haar ervaring doen zulke vage signalen nauwelijks alarmbellen rinkelen. “Veel mensen vermoeden niets zolang er geen fysieke uitingen van mishandeling zijn, terwijl ook emotionele mishandeling ontzettend schadelijk kan zijn. Ik hoorde de hele dag dat ik onbelangrijk was, een rotkind, en soms werd ik compleet genegeerd. Daar zit ik nu het meest mee: nog steeds heb ik het gevoel dat ik waardeloos ben en iedereen tot last.”

Uit de taboesfeer

In plaats van te denken dat mishandeling makkelijk is opgelost, moeten we het thema structureel meer aandacht geven, vindt Bicanic. “We moeten het onderwerp in de ogen durven kijken.” Dat geldt niet alleen voor hulpverleners of gezinnen waar mishandeling plaatsvindt. Hannah kan zich niet herinneren dat er op school óóit over mishandeling werd gepraat. Was dat wel zo, dan had ze misschien ingezien dat het niet aan haar lag; dat zij zich niet hoefde te schamen.

Seksueel misbruik is extra verwarrend voor kinderen, omdat ze niet weten wat ze precies overkomt, vertelt Bicanic. Ze hebben er nooit wat over gezien, niet op de televisie of op school. “Ik wist dat het niet oké was, maar niet wat er precies gebeurde”, vertelt Hannah. Daarom hebben het Centrum Seksueel Geweld en de Kindertelefoon speciale vlogs voor kinderen gemaakt. In zes video’s legt Bicanic met behulp van illustraties uit wat seksueel misbruik is, dat het normaal is om in de war te zijn en je (onterecht) schuldig te voelen en dat je lichaam anders zou kunnen reageren dan je zou willen.

Maar we kijken liever weg, merkt Bicanic. Recent bracht ze het boek Dicht bij Huis uit, dat ze samen met jurist Richard Korver schreef, over ouders van kinderen die seksueel zijn misbruikt buiten het gezin. Zelfs deze ouders vinden vaak weinig steun in hun omgeving. “We vinden het onderwerp echt heel ongemakkelijk.”

Wat kan je wél doen?

Het belangrijkste advies van Bicanic voor deze tijd van thuisisolatie, geldt eigenlijk altijd: maak contact met kwetsbare kinderen, maar óók met hun ouders. Realiseer je dat mishandeling en misbruik vaak een gevolg is van stress en sociale of psychische problemen van de ouders. “Als je een gezin kent met zulke problemen, reik ze dan eens de hand. Vraag of je ze ergens mee kan helpen, voor ze kan koken, wat dan ook. Denk het niet alleen, dóe iets.”

Ken je kinderen die het moeilijk hebben thuis, bel ze dan, vraag of alles goed is, of maak een wandeling

Hannah benadrukt nog eens dat de verantwoordelijkheid om mishandeling naar buiten te brengen niet bij het kind, maar bij omstanders ligt. “Ik snap dat mensen zich niet met een gezin willen bemoeien, of bang zijn dat ze verkeerd zitten. Maar als het ook maar enigszins kan, trek dan alsjeblieft aan de bel.” Dat geldt ook nu, zegt ze: ken je kinderen die het moeilijk hebben thuis, bel ze dan, vraag of alles goed is, of maak een wandeling. “Contact is zó belangrijk. En tegen de kinderen zou ik willen zeggen: hou vol. Je bent zoveel meer waard dan je nu denkt.”

* Hannah’s volledige naam is bij de redactie bekend.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

priscilla-du-preez-kgZFViswqxg-unsplash

‘Laat mij slachtoffer zijn zonder schaamte of bewijsplicht’

Waarom Tessel ten Zweege stil bleef toen haar vriend haar mishandelde.

sheherazade_notext

Deze Iraanse vrouwen schrijven een wet die ze beschermt tegen hun man

In Iran kunnen vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld nergens terecht.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief