Voor het eerst in tweeënhalf jaar stijgt het aantal mensen in de bijstand weer, meldde het CBS eind augustus. Sinds 2017 nam dat aantal gestaag af, maar de coronacrisis gooide roet in het eten. Opvallend: de stijging zit vooral bij jongeren onder de 27 jaar. In die leeftijdscategorie steeg het aantal bijstandsontvangers met zo’n 5 procent, ongeveer tweeduizend mensen. Tijdelijke contracten worden niet verlengd; jonge mensen hebben nog weinig recht op WW opgebouwd en moeten daardoor eerder een bijstandsuitkering aanvragen. Wat doet het met je als je als jongere in de bijstand terechtkomt?

Camila Overgoor, 27, Zutphen

“Op mijn negentiende werd ik moeder. Ik was net begonnen aan mijn opleiding tot masseur in Nijmegen en woonde nog in mijn ouderlijk huis. Ik had enorme last van faalangst en toen ik zwanger bleek, besloot ik met die opleiding te stoppen. De eerste jaren redde ik het met wat ik verdiende uit allerlei baantjes: oppassen, schoonmaken. Ik heb van alles gedaan.

Ik durfde door mijn stoornis niet te gaan studeren en passend werk vinden lukte ook niet

Maar toen ik 24 was, wilde ik het huis uit. Ook mijn psycholoog – ik had angststoornis-gerelateerde klachten – vond dat het goed voor me zou zijn om op mezelf te gaan wonen. Voor een jongvolwassen moeder is het nu eenmaal niet altijd goed om bij haar ouders te wonen. Ik durfde door mijn stoornis niet te gaan studeren en passend werk vinden lukte ook niet. Met behulp van een coach kreeg ik een bijstandsuitkering – nu ongeveer drie jaar geleden.

image1
Camila Overgoor en haar zoontje

Voordat ik bijstand ontving, zag ik mezelf als iemand die daar geen aanspraak op zou mogen maken. Ik wilde niet meegaan in het cliché, een jonge moeder in de bijstand. Het was niet per se schaamte, ik dacht gewoon dat anderen er meer recht op hadden, mensen die fysiek niet konden werken bijvoorbeeld. Ik was sociaal actief, zorgde goed voor mijn kind en wilde graag werken. Ik wilde niet de plek innemen van iemand die het harder nodig had. Mensen om me heen waren het daar niet mee eens. Zij vonden dat ik bijstand moest aanvragen, omdat ik anders in een negatieve cirkel van stress bleef zitten, door het wel willen werken, maar erg veel moeite hebben dat te organiseren.

Ik werk nu 14 tot 15 uur per week in een winkel, en wat ik verdien lever ik in. Eerst had ik een werkervaringsplek bij hetzelfde bedrijf, toen moest ik vaak op gesprek komen bij de gemeente, om mijn voortgang te bespreken. Rondkomen is soms wel lastig. Meestal houd ik na de vaste lasten zo’n 300 euro per maand over voor eten, kleding en andere uitgaven, voor ons beiden. Ik probeer biologisch te eten en kleding voor mezelf en mijn zoontje duurzaam te kiezen.

We hebben een moestuin, daar kan ik wat groente uit halen. Voor mijn zoontje vind ik het wel lastig. Hij komt niets tekort en merkt nu nog niet dat er verschil zit in hoeveel de ouders van zijn vriendjes kunnen kopen en hoeveel ik kan kopen. Maar hoe ouder hij wordt, hoe meer hij dat verschil zal merken.”

Tegenprestatie

De bijstandsregeling is al lange tijd een discussiepunt in de politiek en maatschappij. Regelmatig komen politieke partijen, wetenschappers of maatschappelijke organisaties met ideeën om de bijstand te verbeteren. Volgens critici van de huidige regeling zou die mensen niet genoeg activeren, of bijstandontvangers veel stress en mentale klachten opleveren.

Eind vorig jaar opperde toenmalig staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tamara van Ark (VVD) om mensen in de bijstand een verplichte tegenprestatie te laten leveren. Van Ark wilde gemeenten verplichten om bijstandsontvangers door middel van scholing, een stage of vrijwilligerswerk ‘iets terug te laten doen’. ‘Wie niet wil werken, moeten we strenger aanpakken’, zo liet de staatssecretaris in niet mis te verstane woorden weten. ‘De vrijblijvendheid moet eraf.’

Vanuit de media en de politiek kwam er veel kritiek op het voorstel. ‘We moeten mensen helpen en geen schuldgevoel aanpraten’, zei D66-Kamerlid Steven van Weyenberg tijdens het Kamerdebat waar Van Ark haar plannen toelichtte. Het opvoeren van regels en vereisten voor de bijstand brengt de mensen die ervan afhankelijk zijn alleen maar in een benardere financiële positie, is de gedachte achter de kritiek.

Aandacht, vertrouwen en maatwerk

De tegenprestatie van toenmalig staatssecretaris Van Ark (zie kader hierboven) kwam er niet. De Kamer vond dat haar plannen het onterechte beeld schetsten dat mensen met een uitkering thuiszitten en hun hand ophouden. ‘Uitkeringsgerechtigden voelen zich in de hoek gezet’, zei PvdA’er Gijs van Dijk. Wel werd de stapsgewijze verlaging van de bijstandsuitkering, die al sinds de start van het eerste kabinet-Rutte aan de gang is, doorgezet.

Voor een volwassen alleenstaande zakt de bijstandsuitkering tussen 2021 en 2035 nog eens met 1250 euro op jaarbasis, berekende het CBS, vanuit de wens van het kabinet om mensen te stimuleren aan het werk te gaan. De Landelijke Cliëntenraad, de belangenvereniging van pensioens- en uitkeringsgerechtigden, schreef in juli een brief aan Van Arks opvolger Wouter Koolmees (D66) met daarin een noodoproep: het steeds verder verlagen van een uitkering helpt mensen niet aan het werk, maar zorgt ervoor dat de armoede groter wordt en mensen door stress juist minder naar werk zoeken.

De huidige bijstandsaanpak leidt niet tot duidelijk betere resultaten

Proeven lijken dit in ieder geval deels te ondersteunen. De gemeentes Groningen, Utrecht, Wageningen, Deventer, Nijmegen en Tilburg legden bijstandsontvangers de afgelopen jaren vragenlijsten voor. Ze onderzochten of het welbevinden van mensen erop vooruitgaat als ze naast hun uitkering meer mogen bijverdienen, als ze minder regels opgelegd krijgen of juist meer begeleiding krijgen. De effecten van deze interventies waren in de woorden van de onderzoekers zelf ‘bescheiden’.

Maar de onderzoekers schreven ook: ‘Het betekent dat de huidige aanpak, met veel verplichtingen die met (dreiging van) strafkortingen worden afgedwongen, niet tot duidelijk betere resultaten leidt dan een aanpak die is gebaseerd op aandacht, vertrouwen, maatwerk en zelfredzaamheid van de deelnemer.’ Dit merkte ook Iris uit Nijmegen. Zij krijgt hulp van een consulent en een loopbaancoach.

Iris (achternaam bij de redactie bekend), 27, Nijmegen

“Begin dit jaar zag alles er goed uit: ik was net klaar met mijn studie filosofie en de lerarenopleiding. Ik dacht dat ik makkelijk een baan zou vinden en wilde eerst nog een maand reizen. Toen ik in maart terugkwam, kon ik genoeg uren in een boekwinkel werken om rond te komen. En toen kwam de coronacrisis. Ik verloor mijn uren en vroeg al snel bijstand aan. Ik ontvang 1059 euro per maand.

De gemeente weet alles van me, dat voelt wel ongemakkelijk. Ik moest mijn afschriften van zes maanden terug inleveren, verantwoorden hoeveel spaargeld ik had, waarom ik een creditcard had, wat ik had gekocht in dat halve jaar. Ze wilden precies weten wat m’n uitgaven waren; zo moest ik vertellen dat ik een boek over vulva’s had gekocht. Dat was wel weer grappig.

Ik moest mijn afschriften van zes maanden terug inleveren en mijn spaargeld verantwoorden

Ik zou nooit iemand die in de bijstand terechtkomt veroordelen, maar in het begin merkte ik dat ik mezélf erom veroordeelde. Ik wilde niet stilzitten, dus probeerde ik mijn tijd zo efficiënt mogelijk te benutten. Ik ging bij de denktank van Het Werkbedrijf, het orgaan dat in Nijmegen jongeren helpt weer aan het werk te komen. Dat is een soort steungroep waarin we bezig gaan met solliciteren en elkaar daarbij helpen. Toen de boekwinkel toch wat uren voor me had, ben ik daar weer aan het werk gegaan, maar dan minder vaak. Dat salaris lever ik in.

Ik zat met veel vragen, zoals: moet ik op alles solliciteren of alleen op werk dat aansluit bij mijn opleidingsniveau? Vanuit Het Werkbedrijf heb ik een consulent die me eens in de twee weken belt. Met hem bespreek ik dit soort dingen. In het begin zei hij: ‘Jij wordt niet gelukkig van vakkenvullen.’ Hij vond dat ik eerst naar ander werk moest kijken. Maar er komen steeds meer mensen in de bijstand; inmiddels zegt hij dat ik niet meer zo selectief kan zijn. Veel mensen moeten nu eenmaal zo snel mogelijk weer aan het werk. Vacatures worden zo snel ingevuld. Je moet binnen een paar uur reageren, voor je het weet ben je te laat.

Met vrienden praat ik over mijn situatie, maar tegen onbekenden wil ik niet zeggen dat ik in de bijstand zit, merk ik. Dat komt door stigma’s: ik hoor verhalen over ‘mensen in de bijstand’ die bijvoorbeeld duur eten kopen, – alsof dat niet zou mogen. Mijn huisgenoot maakte ook een opmerking over een dure reep chocola die ik had gekocht. Dan vraag ik me af of ik überhaupt nog luxere dingen mag kopen. Ik heb recht op bijstand, maar het voelt alsof ik geld uitgeef dat niet van mij is.”

Hoe wordt de hoogte van je bijstandsuitkering vastgesteld?

Onder de huidige participatiewet, waar de bijstand onder valt, is vastgelegd dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de bijstand. Mensen vragen een uitkering aan bij hun gemeente en krijgen te maken met de voorwaarden die binnen die gemeente gelden. Afhankelijk van hun leefsituatie krijgen mensen een percentage van het minimumloon.

Een alleenstaande 24-jarige krijgt bijvoorbeeld 70 procent van het minimumloon. Dat komt momenteel neer op 1059,03 euro netto per maand. Het is nauwelijks mogelijk om bij te verdienen; wat iemand extra verdient, wordt verrekend met de uitkering zodat wat je ontvangt toch neerkomt op dit bedrag.

Jongeren komen sneller in de bijstand terecht omdat ze vaak nog weinig WW-recht hebben opgebouwd. De WW, ofwel Wet Werkloosheid, is een uitkering die je krijgt als je werkloos wordt na een baan. Deze wordt betaald door je voormalig werkgever en is bedoeld om het gat tussen twee banen op te vangen.

Stijn (achternaam bij de redactie bekend), 27, Arnhem

20200126_152603
Stijn

“Toen ik zes was, kreeg ik de diagnose Asperger. Later kwamen de artsen daarop terug en werd het ADD/PDD NOS. Hoe dan ook, ik heb me voor mijn gevoel iets anders ontwikkeld dan anderen. Ik heb allerlei baantjes gehad en een opleiding Muziek voor Media gedaan, waar ik na vier jaar mee ben gestopt. Toen moest ik werk gaan zoeken; dat lukte niet.

Ik verstuurde sollicitatiebrieven, maar er kwam nooit respons. Toen daar de coronacrisis overheen kwam, stelde mijn moeder voor dat ik in de bijstand zou gaan, terwijl ik verder op zoek ging naar werk. Dankzij mijn diagnose kreeg ik de uitkering vrij gemakkelijk. Twee jaar geleden had ik ook een burn-out. Dit kwam deels door het werk dat ik toen deed, maar ook door een misgelopen relatie.

Sinds ik de uitkering ontvang, nu anderhalve maand, zit ik voornamelijk thuis. Daar zit ik wel mee, het begint saai te worden. Met de band waarin ik speel hebben we door de crisis lang niet kunnen oefenen. Nu wel weer, dat is fijn. Het zou mooi zijn als daar iets uitkomt, maar waarschijnlijk zit er geen toekomst in. En al het werk dat aansluit bij mijn studierichting ligt stil door de coronacrisis, omdat veel mediaproducties zijn uitgesteld en er bijna geen livemuziek wordt geprogrammeerd.

Ik ontvang nu 1006 euro netto, iets meer dan mijn studiefinanciering

Ik ontvang nu 1006 euro netto, iets meer dan mijn studiefinanciering. Ik wacht nog op een jobcoach die ik vanuit de gemeente krijg. Door de drukte duurt dat langer. Die gaat mij helpen met solliciteren, want ik heb natuurlijk een sollicitatieplicht; al hoeft dat door mijn diagnose maar twee keer per week. Door corona lijkt daar niet echt op gecontroleerd te worden.

Mensen die zelf niet in de bijstand zitten kunnen er nogal op neerkijken. Soms krijg ik de opmerking dat anderen wel ‘gewoon’ een baan hebben en energie in die zoektocht hebben gestopt – alsof ik dat niet heb gedaan. Ik reageer daar niet op. Iedereen moet doen wat hij of zij nodig heeft in het leven. De meeste mensen gaan een keer in hun leven door een crisis. Dat hoort erbij.”

Real estate agent showing a young couple a new house.

Hoe de koopwoning een onbereikbare droom werd

Voor veel jongvolwassenen zal het gedroomde koophuis altijd dat blijven: een droom.

IMG_1715

‘De bijstand is geen luilekkerland’

Zonder tegenprestatie is de bijstand al vernederend genoeg, schrijft Robin Meulenberg.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
web01

Over de auteur

Jozien Wijkhuijs is journalist, schrijft fictie en maakt audioverhalen. Ga naar haar website.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief