De terrassen zijn inmiddels al twee weken open en langzaam maar zeker tekent zich iets af wat op het ‘oude normaal’ lijkt. Een van de groepen die in die positieve ontwikkelingen niet meegenomen worden zijn de ouderen. Gelukkig werden de bezoekersvoorwaarden voor verpleeghuizen deze week versoepeld: per bewoner mag nu meer dan één vaste bezoeker langskomen, maar nog steeds onder strikte voorwaarden en als een verpleeghuis geheel coronavrij is. Ouderen zijn gefrustreerd door de maatregelen, sommigen zijn in de war, en verplegers weten niet wat ze met de veelheid aan regels en uitzonderingen aan moeten.

Met mijn 57 jaar sta ik aan de rand van de verdorring. Over een paar jaar mag ik afgedankt worden, aldus Jort Kelder – die vindt dat wij in Nederland de 80-jarigen die te dik zijn en gerookt hebben aan het redden zijn – en Marianne Zwagerman, die het in haar column had over “dor hout” waar de zeis vooral doorheen moet.

In Nederland wordt er tegen ouderen aangekeken alsof zij al afgeschreven kunnen worden

Maar hoewel er bij mij hier en daar droge twijgjes afbreken, worden zij voorlopig nog heel snel vervangen door groene blaadjes. Ja: ik heb mijn bijdrage aan de samenleving geleverd, maar daar ben ik ook nog lang niet mee klaar. De uitspraken van Kelder en Zwagerman irriteerden mij en ik word boos als ik zie hoe ouderen in de steek gelaten worden tijdens de crisis. Ik weet waarom dat mij zoveel doet: ik erger mij aan de manier waarop veel mensen die in Nederland zijn opgegroeid en vanuit de Nederlandse cultuur naar leeftijd kijken, met ouderen omgaan.

Klagen over je ouders én je hand ophouden

Vanwege het werk van mijn vader ben ik opgegroeid in vier continenten. Toen ik als 17-jarige eindelijk in mijn eigen Nederland neerstreek, viel mij vooral op dat ik anders aankeek tegen mijn ouders en voorouders dan medestudenten die de wereld buiten Nederland niet kenden. Zij spraken met dedain over hun ouders, maar gingen in het weekend wel naar huis om zich tegoed te doen aan de volle proviandkast daar en om hun was te laten doen. Zelf zat ik vaak midden in de nacht in een wasserette en deed ik mijn boodschappen van de schamele centen die ik toen had. Ik miste mijn ouders heel erg: die waren nog in het buitenland aan het werk.

De coronacrisis legde voor veel mensen bloot wat ik al heel lang zag: in Nederland wordt er tegen ouderen aangekeken alsof zij al afgeschreven kunnen worden. Ik wil hierover praten, maar met wie? Ik wil weten in hoeverre dit een Nederlands fenomeen is en besluit drie ouderen met verschillende achtergronden en invalshoeken te benaderen.

“Dor hout? Ik denk dat de hele Surinaamse bevolking over zo’n kreet zou vallen”

Marilyn Haimé_foto door Chavez van den Born
Marilyn Haimé Beeld door: Chavez van den Born

Marilyn Haimé (65) is onder meer actief bij de Raad van Ouderen, een adviesorgaan voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ze heeft een Surinaamse achtergrond en stichtte haar gezin met een Nederlander zonder migratieachtergrond. Ze zou willen dat we stilstonden bij alles wat ouderen doen, voordat we ze afschrijven.

“Dor hout? Ik denk dat in Suriname de hele bevolking over zo’n kreet zou vallen. Daar geven we kinderen weliswaar liefde en aandacht, maar we brengen ze vooral bij dat ouderen een belangrijke rol in hun leven spelen. Ze moeten netjes, persoonlijk groeten en niet zomaar vanuit de deuropening, een bordje eten voor oma halen op een feestje, dat soort dingen. Ik mag als grootouder mijn kleinkinderen een standje geven en wijzen op hun slechte gedrag. Dat ligt hier vaak moeilijker.

In Nederland zijn we te zeer gericht op onze individuele behoeftes. Maar niet alles hoeft te gaan over consumptie en economische groei. Je moet oog hebben voor de waarde van ieder mens. In Suriname is dat heel anders: daar hebben ouderen een heel andere positie. Wij zien ze als onze sterke bomen die opnieuw opkomen als je ze snoeit. Zij worden geëerd en krijgen het respect dat ze verdienen, want zonder hen bestonden wij niet. Jongeren zijn daar niet de prinsjes en prinsesjes die ze hier zijn en moeten wachten tot zij het voor het zeggen krijgen.

Het is onterecht dat we ouderen in Nederland afschrijven, alsof ze er niet meer toe zouden doen. Ouderen zijn heel actieve vrijwilligers. In musea, in ziekenhuizen, in sportclubs. Ze vangen hun kleinkinderen op en werken in buurten en wijken. Allemaal onbetaald werk. Dat zien we niet omdat we alleen oog hebben voor economische waarde. We zouden schrikken als we de bijdragen van ouderen in geld zouden uitdrukken. Daar mogen we best bij stilstaan voordat wij ze afdanken.”

“Nederlanders hechten een omgekeerde waarde aan de hoogte van je leeftijd”

Bert Keizer_foto door Chavez van den Born
Bert Keizer Beeld door: Chavez van den Born

Bert Keizer (73) is een Nederlandse arts en filosoof zonder migratieachtergrond. Hij ergert zich aan het gebrek aan respect voor ouderen in de Nederlandse samenleving, die alleen maar aan de economie denkt.

“Ik heb lang in verpleeghuizen gewerkt. Daar wordt door de buitenwereld naar gekeken alsof alles en iedereen er toch al bijna dood is. In zuidelijke landen worden ouderen niet langs de weg gezet. Bij ons stoppen we ze weg aan de rand van het bos en kijken ouderen zelfs onderling op elkaar neer vanwege leeftijd. Respect voor de mensen die voor ouderen zórgen is ook ver te zoeken: hoe vaak hebben collega-artsen mij niet gevraagd wanneer ik eens echt ging werken?

Die manier van denken wordt thuis gevormd. In de jaren 50 was het gezin echt een zorginstituut waar de vrouw nog zorgde dat alles op rolletjes liep. Tegenwoordig zijn vrouwen aan het werk en is dat instituut overdag gesloten. Om te eten, plassen en poepen ben je er alleen buiten kantooruren om welkom. Daar hebben we met ons allen voor gekozen. Nou vind ik daar op zich niks kwalijks aan, maar het betekende wel dat we langzaam maar zeker geen ruimte meer voor ouderen wilden maken in onze woningen. We zien het liefst dat alle bewoners ’s morgens met een tas onder de arm de deur uit stappen, naar ‘het echte leven’. Je oude moeder in huis nemen is een schattige gedachte, maar volstrekt irreëel.

Toen ik aan mijn werk in het verpleeghuis begon, had ik natuurlijk mijn eigen vooroordelen vanuit huis meegenomen. Ik dacht dat het suffig zou zijn, zonder humor of verrassing. Niets bleek minder waar. (Lacht.) Ik heb het uitgerekend: het percentage sukkels onder 80-jarigen is precies even hoog als bij 40-jarigen.

Wij hechten een bepaalde waarde aan leeftijd en de waarde van een 35-jarige is hoger dan die van een 85-jarige. Ga maar na: zou jij oud willen zijn? Tuurlijk niet! Tenzij je voor jezelf kunt blijven zorgen, natuurlijk. Maar die andere ouderdom, dat je niet kunt lopen, niet meer goed kunt horen of zien, dat je niet zelf kunt plassen of poepen, dat je de krant of de samenleving niet meer kunt bijbenen, dat je langzaam wegdrijft van de wereld die je kende, dat vinden we geen leven.”

“Respect voor ouderen is onderdeel van de Adat – de Molukse leefregels”

Joop Kols_foto door Chavez van den Born
Joop Kols Beeld door: Chavez van den Born

Joop Kols (69) is onder meer actief als consulent bij Stichting Nationaal Ouderen Fonds en de KNVB. Hij heeft een Molukse achtergrond. Hij ziet met lede ogen toe hoe jonge Molukse Nederlanders steeds minder Molukse tradities bijgebracht krijgen.

“In de Molukse gemeenschap is de manier waarop Nederlanders met ouderen omgaan totaal ondenkbaar. Wij zijn opgevoed met de gedachte dat we ouderen moeten respecteren en steunen waar het nodig en mogelijk is. Bij de derde en vierde generatie Molukse Nederlanders zie ik dat een beetje verdwijnen, maar wij hebben het onze dochter wel bijgebracht. Zij is trouwens grotendeels door mijn ouders en schoonouders grootgebracht, zodat mijn vrouw en ik konden werken. Zo ging dat in onze gemeenschap. Ook wij helpen onze kinderen met de opvoeding van de kleinkinderen.

Voor ons hoort respect voor ouderen en een helpende hand gewoon bij de Adat – dat zijn de Molukse leefregels, omgangsvormen en tradities waar je je aan moet houden om een goed mens te zijn: sta klaar voor elkaar, leef met elkaar en leef met elkaar mee. Dat vinden wij beschaafd gedrag. Vergeet niet: het gaat over je ouders en je grootouders, die mag je niet afdanken. Molukkers leunen graag op de levenservaring van ouderen, omdat die de beste adviseurs zijn voor jongeren op hun levenspad.

Op dat gebied kan de Nederlandse samenleving wel wat leren van andere culturen. Maar dan moet je wel mensen kennen met een andere achtergrond. Dat gaat niet altijd zomaar vanzelf. Zo stonden vroeger veel mensen raar te kijken als wij eten brachten naar een zieke buurman. Nu is mijn omgeving daar wel aan gewend. Sommigen hebben dit gebruik zelfs overgenomen. Zij zijn langzaam maar zeker afgestapt van de koude houding van ‘eerst ik en dan pas de rest’.”

Sterke wortels

Het individu versus de groep, daarin lijken de culturele verschillen te liggen waar het opvattingen over ouderdom betreft. Maar wat heb je er uiteindelijk aan als je zo goed voor jezelf gezorgd hebt dat je niet in de gaten had dat de mensen die je liefhebt in de tussentijd om je heen zijn weggevallen? Met wie vier je dan je successen? Zonder sterke wortels valt toch iedere boom uiteindelijk om?

De tijd die ik nu met mijn moeder doorbreng zou ik voor geen goud willen missen. En om eerlijk te zijn, hoop ik een heel oude boom te worden. Wanneer mijn boomstam over een paar jaar serieuze barsten begint te vertonen, hoop ik dat de kinderen van mijn zussen en broer en hún kinderen in mijn schaduw komen zitten, mij water geven en af en toe mijn takken snoeien, zodat ik nog even door kan.

De meningen van Kelder en Zwagerman hebben uiteindelijk maar een paar dagen aandacht gekregen aan Nederlandse talkshowtafels. Heel netjes werden de voors en tegens gewogen. Heel keurig kwam men steeds ergens in het midden uit. Geheel volgens Nederlands gebruik werd er vooral óver ouderen gesproken maar niet mét. En geheel volgens verwachting ging het al heel snel weer ergens anders over.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
hires-8468 (small)

Over de auteur

Aldith Hunkar is bekend van haar jaren bij het NOS Jeugdjournaal en het NOS Journaal. Sinds 2007 is zij global freestyle multi-media …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief