Het levenloze lichaam van de negenjarige Esther werd op 5 juli gevonden op een stoep dicht bij haar huis in El Alto, een satellietstad van Bolivia’s administratieve hoofdstad La Paz. Ze was door wurging om het leven gekomen, en sectie wees uit dat ze ook slachtoffer is geweest van seksueel misbruik. Een man die een kamer huurde in de woning die ze met haar moeder en haar zusje (3) en broertje (9 maanden) deelde, is hoofdverdachte.

De krant La Razón meldde dat in 2,5 maand lockdown in Bolivia 108 kinderen seksueel waren misbruikt

Esthers moeder was met de kleinste van huis geweest om fruit te verkopen. Voordat ze terugkwam had de dader kans gezien om Esther, die thuis op haar zusje paste, te misbruiken en te doden. Volgens de plaatselijke krant Página 7 is de verontwaardiging in El Alto enorm. Omwonenden laten weten niet akkoord te gaan met minder dan de doodstraf voor de dader.

Kindermisbruik gaat online

Esthers dood illustreert een probleem dat sinds de coronacrisis extra prangend is geworden voor de vaak arme bevolking van de Boliviaanse bergstad. Ouders worstelen om aan het dagelijkse eten te komen en moeten hun kinderen, die door de lockdown niet naar school kunnen, alleen thuislaten. Ze kunnen daardoor geen toezicht meer houden en de kinderen lopen grotere risico’s aan allerlei narigheid bloot te komen te staan – in huis of op straat. De krant La Razón meldde op 7 juni dat in 2,5 maand lockdown in Bolivia 108 kinderen seksueel waren misbruikt.

De negenjarige Esther was een van die slachtoffers van fysiek seksueel geweld. Maar vooral online lopen kinderen door de lockdownmaatregelen extra risico om slachtoffer te worden van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting. De Boliviaanse tak van ontwikkelings-ngo ICCO, die samen met andere organisaties in de Down to Zero-alliantie is verenigd (zie kader), heeft de indruk – op basis van eigen zoektochten op internet plus gesprekken met jongeren – dat het online aanbod van seksueel beeldmateriaal waarin kinderen voorkwamen, tijdens de lockdown is toegenomen ten opzichte van de eerste twee maanden van het jaar – dus vóór de coronacrisis uitbrak.

Down to Zero

Om seksuele uitbuiting van kinderen in Azië en Latijns-Amerika tegen te gaan, hebben vijf kinderrechtenorganisaties de Down to Zero-alliantie opgezet. De alliantie bestrijdt gedwongen prostitutie, webcamseks en kinderhandel in tien landen. Het samenwerkingsverband bestaat uit Terre des Hommes, Defence for Children-ECPAT, Free a Girl, ICCO en Plan International Nederland. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken is een strategische partner van de alliantie.

De online uitbuiting wordt nauwelijks aangepakt. Doordat daders via het internet contact leggen met hun slachtoffers, is het voor hulpverleners veel moeilijker om slachtoffers en daders van seksueel misbruik en uitbuiting te achterhalen. Bovendien ontbreekt bij de Boliviaanse politie grotendeels de kennis om cybercrime op te sporen, vertelt Ariel Ramírez via Zoom. Ramírez is verbonden aan de organisatie Munasim Kullakita (‘Hou van jezelf, zusje’ in het Aymara, een van de belangrijkste oorspronkelijke talen van Bolivia), een partnerorganisatie van ICCO.

Hoe actiever je bent, hoe groter het aanbod en uiteindelijk kom je in het deep web terecht

Ramírez doet sociaal werk in arme gemeenschappen, waaronder in El Alto. “Tot nu toe hoefde je maar de straat op te gaan om slachtoffers van seksuele uitbuiting te vinden”, vertelt hij. “Dít is een stuk ingewikkelder, doordat het geweld zich vaker thuis afspeelt of doordat de contacten online worden gelegd. Maar soms melden slachtoffers aan wie wij hulp verlenen zich via onze Facebook-pagina.”

In veel gevallen komt het aan op de creativiteit van de hulpverleners zelf. Ramírez gaat bijvoorbeeld op zoek naar websites waar pornomateriaal wordt verhandeld. Hij doet zich daar voor als ‘geïnteresseerde’. “Als je passief bent in zo’n groep, krijgen mensen argwaan en word je geblokkeerd, maar als je geïnteresseerd bent sturen ze via een privébericht links naar andere websites. Hoe actiever je bent, hoe groter het aanbod en uiteindelijk kom je in het deep web terecht. Ik kreeg van iemand zelfs een hele handleiding om te voorkomen dat ik traceerbaar was.”

Nederland spil in het web van kinderporno

De internetwaakhond Internet Watch Foundation kreeg het in 2019 voor elkaar dat 132.700 webpagina’s die seksuele handelingen – sommige zeer gewelddadig – met minderjarigen publiceerden, werden gesloten. In haar jaarverslag van 2019 schreef de stichting dat negen van de tien pagina’s in Europa werden gehost. In 2018 was dat nog acht van de tien, aldus de stichting.

Nederland heeft een belangrijk aandeel: in 2018 werd 47 procent van de pagina’s in Nederland gehost en in 2019 zelfs 71 procent van de pagina’s. De waakhond schrijft dit enorme aandeel en de grote stijging toe aan het feit dat Nederland een betrouwbare internetinfrastructuur aanbiedt. Hosting is in Nederland bovendien relatief goedkoop.

Van de kinderen in het gevonden materiaal in 2019 was 46 procent jonger dan 10; 1 procent was zelfs jonger dan 2.

Van aanbod van werk naar online veilingen

De Boliviaanse economie bestaat voor zo’n 60 procent uit informele handel en diensten, die door de coronacrisis een flinke knauw hebben gekregen. De economische nood is bij veel mensen dus hoog, legt Ramírez uit, en het is vooral met het vooruitzicht van een inkomen dat de daders of tussenpersonen hun slachtoffers aantrekken.

Ramírez legt uit hoe dat in zijn werk gaat: “Bijvoorbeeld via games die populair zijn onder jongeren. De daders doen zich voor als jongeren en proberen zo contact te leggen. Als ze het vertrouwen hebben gewonnen, bieden ze via Facebook Messenger bijvoorbeeld een betaald klusje aan. Dat gaat meestal om het sturen van foto’s en het uitvoeren van seksueel expliciete telefoontjes (hot calls). Betaling gaat via een betaalverzoek in Whatsapp of Tigo Money (vergelijkbaar met het Nederlandse Tikkie, red.).”

Voor 2000 bolivianos kan de klant enkele dagen over een minderjarige beschikken

Als de slachtoffers ermee ophouden foto’s en video’s van zichzelf te sturen, worden ze gechanteerd. Het dreigement is altijd verspreiding van het materiaal via het internet en soms ook gericht naar familieleden van de slachtoffers. Contact met het slachtoffer kan ook via videobellen gaan; daders observeren het slachtoffer via de webcam in pikante poses en maken screenshots. Vaak gaat het beeldmateriaal via tussenpersonen – ‘online pooiers’ – naar de ‘klanten’. Soms vindt er op den duur direct fysiek contact plaats met zo’n ‘klant’.

Ramírez’ organisatie Munasim Kullakita vond in de periode van de lockdown 1200 advertenties waarin hot calls, videobellen en webcamobservaties met minderjarigen werden aangeboden. Deze advertenties was hij nog niet eerder tegengekomen tijdens zijn speurwerk op social media. Het blijft niet altijd bij seksuele handelingen via het scherm, zegt hij. Zo worden er online ook meisjes ‘geveild’ die nog maagd zijn.

Na een ‘succesvol’ bod wordt een ontmoeting geregeld en een bedrag afgesproken. Ramírez: “Ze hebben zelfs het concept van ‘gezelschap in de quarantaine’ bedacht. Voor een bedrag vanaf 2000 bolivianos (een kleine 260 euro, een hoog bedrag omdat het overeenkomt met het wettelijke minimummaandloon, red.) kan de klant enkele dagen over een minderjarige beschikken.”

Geen prioriteit

In 2019 bereikten slechts vijf gevallen van seksuele exploitatie, zowel online als offline, van minderjarigen de politie in Bolivia, zegt Ramírez. “Het probleem is dat de Boliviaanse politie niet over de specifieke kennis over dit type misdaad beschikt”, verzucht hij. Tijdens de laatste jaren onder de linkse president Evo Morales werd een begin gemaakt met het trainen van politiemensen in het opsporen van deze vorm van seksuele exploitatie. “Maar onder de huidige rechts-conservatieve regering zijn die mensen weer ontslagen.” Sinds november 2019 is de streng katholieke Jeanine Áñez interim-president; tegengaan van seksuele exploitatie is niet een van haar prioriteiten.

Eduardo Huallpara is een van de politiemensen die onder Morales getraind werden op dit deelgebied. In 2019, aan het eind van zijn opleiding, beschreef hij in een rapport de daders als goed georganiseerde, internationaal opererende bendes met een hoog technologisch profiel. Ze weten dus heel goed hoe ze uit het zicht van de politie moeten blijven en voor de politie is het zaak bij te blijven met de technologische ontwikkelingen die de cyberseks-business doormaakt. Omdat opsporing zo moeilijk is, pleit de politieman voor meer aandacht voor preventie: de bevolking moet bewust worden gemaakt van de risico’s die kinderen en adolescenten lopen, op het internet en op straat.

Soledad Ardaya van ICCO gelooft hetzelfde: “Onze zusterorganisatie Munasim Kullakita heeft een opvanghuis in El Alto en heeft in de stad beschermingscomités opgericht. Dat zijn burgers die een oogje in het zeil houden, zoals straatverkoopsters die aanvankelijk negatief dachten over meisjes die in de prostitutie zaten, maar er in gesprekken met Munasim achter kwamen dat die ‘slechte meisjes’ eigenlijk slachtoffers waren. In plaats van daarover te zwijgen en het te veroordelen, waarschuwen ze ons nu als ze denken dat minderjarigen aan sekswerk doen.”

bernard-hermant-5zu86kyV_UY-unsplash-(1)

‘Mijn blauwe plekken waren niet genoeg bewijs’

Hoe kindermishandeling al voor de coronacrisis een blinde vlek was.

instaMiddel 2

Hoe PornHub verdient aan verboden porno

Illegale video's van verkrachtingen of kinderporno leveren ook inkomsten op.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
gbjMl0dV_400x400

Over de auteur

Wies Ubags is een Nederlandse journalist die vanuit Brazilië verslag doet voor onder andere ANP, OneWorld, Wordt Vervolgd en FNV …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief