Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

We staken in Nederland weinig. Het gemiddeld aantal stakingsdagen per jaar per 1000 werknemers was tussen 1991 en 2019 15,4. Dat is vijf keer zo weinig als in België, waar 87 dagen gestaakt werd, en zeven keer zo weinig als in Frankrijk met 110,5 dagen. En áls we in Nederland staken, gaan we naar het Malieveld met fluitjes, vlaggen en muziek. Daar doen we met collega’s rustig een bakje koffie, terwijl de echte waaghalzen een leus roepen of een lied zingen. Waarom staken we zo weinig, zo netjes en zo georganiseerd?

Het zou zo maar kunnen dat 2022 een echt actiejaar wordt, zei Tuur Elzinga, de voorzitter van de vakbond FNV in Trouw. Dat zou betekenen dat we voor het einde van 2022 in elk geval vaker dan 22 keer moeten staken. Zo vaak legden Nederlanders namelijk het werk neer in 2021. Na het bijzonder rustige coronajaar 2020 – met slechts 9 acties – zaten we daarmee weer in de buurt van het gemiddelde van de afgelopen 20 jaar.

Het maakt voor het succes niet uit of bij een staking wel of niet een vakbond betrokken is

Hoe het komt dat Nederlanders minder staken dan werknemers in andere landen? We weten uit verschillende onderzoeken dat zaken als stakingswetgeving en vakbonden invloed hebben op hoeveel er gestaakt wordt. Maar directe verbanden kun je eigenlijk niet leggen. In Frankrijk wordt bijvoorbeeld veel gestaakt, maar zijn weinig mensen lid van de vakbond. In Nederland zijn meer mensen lid van de vakbond, maar wordt weinig gestaakt.

Toch kun je niet zeggen dat in een land met minder vakbondsleden automatisch meer wordt gestaakt. In Denemarken en Noorwegen zijn namelijk wel veel mensen lid en toch staakt men daar twee tot drie keer zoveel als in Nederland. Wel is het zo dat vakbonden in bijvoorbeeld Frankrijk staken zien als een belangrijke manier om leden te werven. Dat verklaart een deel van het grote aantal stakingen.

Ook in Nederland hangt het aantal stakingsdagen samen met hoe vakbonden zich opstellen, al zijn ledenaantallen niet doorslaggevend. Nederlandse bonden overleggen al decennialang met werkgevers en politici over het sociaaleconomisch beleid, het zogenaamde ‘polderen’. Die adviesfunctie geeft bonden het gevoel dat ze ertoe doen. Omdat ze veel belang hechten aan dat overleg, en daar ook proberen resultaten te boeken, zijn ze terughoudender met staken.

Wilde stakingen

Hoewel werkenden meestal staken in samenwerking met een vakbond, gebeurt dat niet altijd. Het maakt voor het succes niet uit of bij een staking wel of niet een vakbond betrokken is: tussen 1945-1995 was er qua resultaat amper een verschil tussen stakingen aangekondigd door de vakbond en de zogenaamde ‘wilde stakingen’, zoals die op Schiphol deze maand. En dus ook niet tussen de nette stakingen met optredens en petjes, en de boze, spontane stakingen. Over de jaren na 1995 is geen vergelijkbaar onderzoek naar het succes beschikbaar.

Het nadeel van staken zónder vakbond is wel dat je als staker geen ‘stakingsuitkering’ krijgt. Die werkt zo: vakbonden stoppen een deel van het lidmaatschapsgeld in een speciaal spaarpotje. Als er gestaakt wordt, gaat deze stakingskas open en ontvangen de deelnemers een ‘stakingsuitkering’. Want wie staakt heeft geen recht op loon, maar moet wel de boodschappen kunnen betalen. Ander voordeel van een vakbondsstaking is dat als de werkgever naar de rechter stapt, de vakbond wordt aangepakt en niet de staker zelf.

Staken is de laatste decennia steeds wijder verbreid geraakt. Hoewel staken bij sommigen vooral herinneringen oproept aan boze, witte, mannelijke fabrieksarbeiders, staken nu steeds vaker vrouwen en mensen met een migratieachtergrond. Denk aan de schoonmakers die tussen 2009 en 2012 actievoerden – met succes, want ze kregen een veel hogere loonsverhoging. Maar ook het lerarencollectief PO in Actie, dat vijf jaar lang samen met vakbonden eiste dat de loonkloof tussen het basis- en voortgezet onderwijs gedicht werd, bereikte veel met staken. De minister van onderwijs kondigde eind april 2022 aan dat leraren op basisscholen – veelal vrouwen – hetzelfde gaan verdienen als die in de onderbouw van de middelbare school.

Braaf staken is efficiënt

Hoe zit het met dat beeld van de brave, feestvierende actievoerders? Je zou kunnen zeggen dat Nederlanders graag efficiënt staken. Bij een klassieke staking stop je simpelweg met werken tot er een akkoord is. Maar dat is niet altijd nodig.

Na 1945 werden in Nederland steeds meer andere soorten stakingen populair. Vooral werkonderbrekingen: je staakt voor korte tijd om te laten zien dat je bereid bent actie te voeren. Zo geef je dus als het ware een voorproefje. Estafettestakingen doen het ook goed: stakers stoppen niet allemaal tegelijk met werken, maar om de beurt. In beide gevallen blijven de kosten voor de vakbond laag, omdat de stakingskas minder lang open hoeft. En de werkgever ervaart toch druk. Wat voor een buitenstaander kleinschalig en braaf lijkt, is soms dus gewoon een strategie.

In de negentiende eeuw liepen stakingen regelmatig uit de hand

Maar we zijn ook netter gaan staken. In de negentiende eeuw liepen stakingen regelmatig uit de hand. Geweld was niet ongebruikelijk, en zowel mensen als machines moesten het regelmatig ontgelden. In 1866 vielen er zelfs doden. Een conflict over de lonen van de gravers van het Noordzeekanaal leidde tot een vuurgevecht met een dode en meerdere gewonden.

Ook bij de afname van geweld spelen vakbonden een rol: toen die eind negentiende eeuw ontstonden, werden de acties georganiseerder, bureaucratischer en minder gewelddadig. Vakbonden zijn soms bang om de relatie met werkgevers en politici te schaden en willen niet graag overkomen alsof ze geen grip hebben op de situatie.

Staken heeft zin

Toch kunnen ook vakbonden niet zonder stakingen. Want ‘staken heeft zin’, zoals de inmiddels gepensioneerde stakingshistoricus Sjaak van der Velden het zegt. Hij onderzocht Nederlandse stakingen en zag dat meer dan de helft voor de actievoerders een positief resultaat opleverde. Midden jaren 80 lag het aantal gehele of gedeeltelijke overwinningen zelfs rond de 80 procent. Dit jaar nog kregen werknemers van Gall & Gall-winkels loonsverhoging en behielden ze hun zaterdagtoeslag. De slijterijketen weigerde eerst aan deze eisen tegemoet te komen, maar na wekenlange acties en zes stakingsdagen van werknemers en vakbond FNV alsnog overstag.

Of 2022 een echt actiejaar wordt, zoals de FNV-voorzitter voorspelde, zal de komende maanden moeten blijken. Qua efficiëntie, toegankelijkheid en creativiteit is de staking al veel veranderd, maar er valt ook nog genoeg te winnen. En dat staken zin heeft, is al meer dan eens bewezen. Veel verworvenheden die wij vandaag de dag heel vanzelfsprekend vinden, zoals vrije weekenden, vakantie of recht op pauze, zouden er zonder stakingen nooit zijn geweest.

iStock-1197184267

Waarom sommige Nederlanders maar een halve AOW krijgen

Zij lopen soms wel 300 tot 400 euro mis.

belasting 3

Wie profiteert van ons belastingparadijs? (Spoiler: jij niet)

Nederland krijgt er een slechte naam door, en gewone burgers hebben er niks aan.

Rosa Kösters 4

Over de auteur

Rosa Kösters is historicus, gespecialiseerd in collectieve acties en de vakbeweging. Ze doet onderzoek aan het Internationaal Instituut …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief