Verder lezen?

Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?

ja, ik word nu lid vanaf 6,- per maand

In Zandvoort, te midden van het prachtige groen van de duinen, ligt de opvallend grijze wijk Nieuw Noord – veel asfalt, tegels en gebouwen, weinig bomen, grasvelden en tuinen. Wie een wandeling maakt door Nieuw Noord, valt het grote aantal flatgebouwen op: 67 procent van de bijna 1400 woningen in de wijk is deel van een flat. Bijna 80 procent van alle woningen daar is in handen van huurcorporaties.

De inwoners van Nieuw Noord verdienen gemiddeld het minst van heel Zandvoort en zijn het laagst opgeleid. Een ‘achterstandswijk’, concludeerde het Noordhollands Dagblad begin dit jaar, maar dan wel een ‘waar je wilt wonen’. Want, zo vervolgt de krant: ‘Nieuw Noord moet uit een achterstandspositie worden gehaald en de groenste wijk van Zandvoort worden.’ Eind vorig jaar publiceerde Zandvoort een masterplan dat we als volgt kunnen samenvatten: heel veel meer groen. In het plan zien we foto’s van straten zoals die er nu uitzien (grijs) naast impressies die een ware utopie beloven. Meer groenstroken en bomen, auto’s parkeren voortaan op zogenaamde grastegels en kinderen spelen tussen het lavendel op keien en boomstammen.

De gemeente Zandvoort is niet de eerste die het verband ziet tussen welzijn en kwalitatief groen in de wijk. Onderzoekers aan de Wageningen Universiteit legden in 2020 de Nederlandse wijken langs de groenmeter, en de conclusie was: in de buurten met de laagste socio-economische status had slechts 28 procent van de mensen groen binnen een bereik van 250 meter, in de rijkere buurten was dat al 45 procent.

Grijze buurt, armere buurt

Allereerst de hamvraag: wat betekent dat eigenlijk, kwalitatief groen? Boomonderzoeker Jelle Hiemstra van de Wageningen Universiteit: “In de warme stad is het belangrijk dat je mensen groene ruimtes in de wijk aanbiedt waar ze verkoeling kunnen zoeken. Dat doe je bijvoorbeeld door op loopafstand van de huizen parken aan te bieden. Zogenaamde pocket parks zijn dan al voldoende; een klein parkje met een paar bomen en wat bankjes zodat mensen in de schaduw kunnen zitten.”

Parken zijn voor Hiemstra pas kwalitatief als ze ook toegankelijk zijn, en uitnodigen tot gebruik. “Ze moeten een veilig gevoel uitstralen en er moet iets te doen zijn. Alleen dán helpen wandelpaden, fietspaden en bijvoorbeeld een speeltuintje of een vijver.”

2022_wk20_OneWorld_BomenEnOngelijkheid_DEF_WEB-8

Hittepolitiek: arme wijk, warme wijk

Het maakt nogal uit in welke wijk je woont voor hoe heet je het deze week hebt.

Dat laat zich goed illustreren in de Amsterdamse wijken Bijlmermeer en Nieuw-West – socio-economische status: laag. Hoewel deze wijken bij uitzondering juist over flink wat groen beschikken, klaagden de bewoners tijdens straatinterviews met onderzoekers over de gebrekkige kwaliteit van dat groen. Onder meer het onderhoud aan parken laat volgens hen te wensen over, wat op den duur voor een slechte reputatie en onveilig gevoel zorgt.

Ama Koranteng-Kumi creëerde in Amsterdam-Zuidoost (waar de Bijlmermeer onder valt) stadstuinen. Zij kent het groen daar dus op haar duimpje. “Als je Amsterdam-Zuidoost vergelijkt met bijvoorbeeld het welgestelde Amsterdam-Zuid, dan was het groen in Zuidoost verwaarloosd. Er zat geen visie of doordacht beleid achter.”

De vergroening die de laatste jaren plaatsvond had vooral een ‘ecologisch doel’, zegt Koranteng-Kumi. “Maar de sociale missie bleef achter – hoe zorg je ervoor dat het groen actief gebruikt wordt?” Daar zit voor haar de crux: “In dit stadsdeel wonen veel alleenstaande moeders, of vrouwen in problematische gezinssituaties. Een fijne groene plek kan dan de plaats zijn om even te ademen en tot rust te komen. Tegelijkertijd kunnen goede stadstuinen waar eten wordt verbouwd bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling en het welzijn van de gemeenschap.”

Tekst gaat verder onder de foto.

2022_wk20_OneWorld_BomenEnOngelijkheid_DEF_WEB-6
‘De hoeveelheid bomen op straat bleek invloed te hebben op het gebruik van antidepressiva.’ Beeld door: Thijs de Lange

Gezondheidseffecten

Koranteng-Kumi richtte Bloei & Groei op, een organisatie die stadstuinen verwezenlijkt waar vrouwen uit de buurt ‘tot bloei kunnen komen’. Onder begeleiding van zogenaamde tuincoaches verbouwen ze daar groenten, fruit, kruiden en bloemen. Met de handen in de aarde voor de nodige ontspanning, sociale interactie en healing, is het idee.

De wetenschap onderbouwt haar werk; (kwalitatief) groen kan flink wat gezondheidsvoordelen opleveren. Marian Stuiver, als sociaal wetenschapper en verantwoordelijke voor het programma Green Cities verbonden aan de Wageningen Universiteit, lepelt met de minste moeite onderzoek na onderzoek op waaruit een correlatie blijkt tussen groen en (mentale) gezondheid. Hoewel het nog altijd gissen is naar het precieze hoe en waarom, reageren mensen positief op interactie met een groene omgeving – wandelen in het groen, spelen tussen het groen, met je vingers in het groen.

Eerder bleek al dat groen in de woonomgeving angststoornissen en depressies kan helpen voorkomen. Maar dat zijn dus wel de parken die, in tegenstelling tot die in de Amsterdamse Bijlmermeer en Nieuw-West, uitnodigen tot ontmoeting, beweging en buitenactiviteiten. Stuiver: “Tijdens de coronacrisis ervoeren mensen met toegang tot parken en ander groen minder stress (dan mensen die dat niet konden, red.). Daarnaast hebben we samen met het onderzoeksinstituut Nivel en het UMC aangetoond dat een groene leefomgeving – dat wil zeggen: een groene omgeving binnen 250 meter rondom het huis – ervoor zorgt dat er minder medicatie voor ADHD hoeft te worden voorgeschreven aan kinderen.” En eerder bleek ook de hoeveelheid bomen op straat invloed te hebben op het gebruik van antidepressiva; hoe meer bomen, hoe minder antidepressiva buurtbewoners slikken.

Tekst gaat verder onder de foto.

boompje boom
‘Hoe meer bomen in een buurt staan, hoe minder antidepressiva de bewoners slikken.’ Beeld door: Thijs de Lange

Bezuinigen op onderhoud

Waarom zetten gemeenten dan niet elke wijk vol kwalitatief groen? Vaak is het domweg een kwestie van ruimtegebrek. Een flinke lindeboom neemt behoorlijk wat ruimte in. Hiemstra: “Achtergestelde wijken zijn vaak ook wijken waarin huizen dicht op elkaar gebouwd zijn en er dus niet zo makkelijk bomen tussen geplant kunnen worden.”

Nederland is tot in de puntjes verkaveld: voor elke vierkante centimeter bestaat een bestemmingsplan

Maar dat is niet het hele verhaal. “Ik woon in een heel groene straat in Rotterdam”, zegt rijksbouwmeester Francesco Veenstra, wiens werk het is de overheid gevraagd en ongevraagd advies te geven over de ruimtelijke inrichting. “De gemeente onderhoudt mijn straat veel beter dan een aantal straten een stukje verderop, waar nauwelijks groen is en de bewoners met moeite hier en daar een boom geplant krijgen. Je ziet in de achtergestelde wijken een enorme ‘verstening’ om maar te kunnen bezuinigen op onderhoud: het is makkelijker om af en toe een straatveger over de stoep te sturen dan dat je kilometers aan perkjes moet onderhouden.”

Veenstra legt uit dat besluitvorming over groen in de eerste plaats gebaseerd is op verkaveling en bestemmingsplannen. Nederland is tot in de puntjes verkaveld en voor elke vierkante centimeter bestaat een bestemmingsplan. Barst een stad uit z’n voegen, dan wordt in de omgeving gezocht naar gebieden waarnaar uitgeweken kan worden. “Als een gebied vervolgens is bestemd als woongebied, gaan ontwikkelaars aan de slag om dat gebied in te richten. Dan zul je zien dat de betere plekken worden bestemd voor de duurdere woningen. Op de minder gunstige plekken, vaak bij verkeersknooppunten, komen de goedkoopste woningen – al dan niet huur. Dat is marktmechanisme.”

Veenstra durft er stellig over te zijn: “We betalen met z’n allen de leefkwaliteit van de rijkere bovenlaag van de samenleving.” Maar we moeten ons ook afvragen, vindt hij: wat was er eerder, de mooie groene leefomgeving of de dure woonwijk? En andersom, de sociale huurwoningen die aan dat industrieterrein grenzen, of het industrieterrein zelf? Veenstra: “Als een stad moet uitdijen en daarbij een afvalverwerking in de weg staat, worden daar in de praktijk toch eerder sociale huurwoningen tegenaan gebouwd dan een dure villawijk.” Landerijen en een bosrijke omgeving nodigen juist weer uit tot dure koopwoningen. Want zie die Funda-advertentie maar aan de man te krijgen: ‘Prachtige villa met uitzicht op afvalverwerker’.”

Uiteindelijk zou een stad van de mensen moeten zijn, vindt Koranteng-Kumi. “Voor ons gaat inclusie over eigenaarschap en zeggenschap”, legt ze uit. “Samen met bewoners kijken we wat hun wensen zijn voor de stadstuinen en hoe zo’n tuin iets voor hen kan betekenen. We werken nu toe naar een model waarin de bewoners zelf de tuin runnen. Bijvoorbeeld met onze academie, waar we vrouwen opleiden tot tuincoaches die elders in de wijk en in de rest van Amsterdam hun eigen vergroeningsprojecten opzetten. De eerste vrouwen hebben nu die opleiding afgerond en de vergroeningsprojecten zien we van de grond komen.”

Dit artikel verscheen eerder in een andere vorm in OneWorld Magazine van juni/juli 2022. Dit is deel 2 van een tweeluik over (stads)groen en ongelijkheid.

2022_wk20_OneWorld_BomenEnOngelijkheid_DEF_WEB-8

Hittepolitiek: arme wijk, warme wijk

Het maakt nogal uit in welke wijk je woont voor hoe heet je het deze week hebt.

Airco_C_Beeldbewerking

Een airco thuis? Beter koel bouwen

Koelapparaten spuwen warmte uit die in straten en gebouwen wordt opgenomen.

R1-08572-0018

Over de auteur

Channa Brunt is een maatschappelijk betrokken journalist, in het bijzonder begaan met dier (van insect tot varken) en milieu. Die twee …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief