Eigenlijk vat de eerste NOS-reportage uit 1969 over de werving van Marokkaanse gastarbeiders de moeizame relatie van Nederland met zijn Neder-Marokkanen samen. In het zwart-witfilmpje zien we een lange rij Marokkaanse mannen die op hun beurt wachten. Een knip naar de binnenkant van het kantoor: een Nederlandse meneer, vijftigplus, kalend en met bril zit naast een Marokkaanse man aan tafel. Om beurten lopen de Marokkaanse mannen naar binnen voor een sollicitatiegesprek, of iets wat daarvoor door moet gaan, want tot een echt gesprek komt het niet.

De Nederlandse ambtenaar is in Marokko voor de werving van Marokkaanse gastarbeiders voor Nederlandse bedrijven en gaat daarbij als volgt te werk: ‘Spreekt u Frans? Snel, snel. Ga maar.’ ‘Spreekt u Frans? Niet geaccepteerd, hup’.

De mannelijke Marokkaanse gastarbeiders werden gezien als interessante paradijsvogels

Het is een fascinerend schouwspel; de ongeduldige witte man die als een soort koloniale casting director verveeld mensen ontvangt en hen vol hoorbare irritatie wegstuurt wanneer ze in zijn ogen niet bruikbaar zijn.

Die eerste lichting geworven gastarbeiders bestond volgens historicus Nadia Bouras uit vierduizend mannen en een paar vrouwen en werd welwillend ontvangen. De mannen kregen Nederlandse les van enthousiaste vrijwilligers en werden, getuige vele persoonlijke verhalen, gezien als interessante paradijsvogels die goed in de smaak vielen bij Nederlandse vrouwen.

IMG_0019-1
Beeld door: Chavez van den Born

Abdou Menehbi (69) kwam als gastarbeider naar Nederland en is nu met pensioen.

“In het begin waren we gastarbeiders: nodig voor de economie, en we zouden toch niet blijven. Vanwege de slechte woon- en werkomstandigheden werd ik meteen actief voor arbeidersbewegingen toen ik eind 1974 naar Nederland kwam. Maar het was niet populair om anti-Marokkanen te zijn; er was solidariteit, vooral linkse bewegingen en vakbonden waardeerden ons, en zagen ons gewoon als arbeiders, net als zij. Ik zag mezelf ook in de eerste plaats als arbeider, daarna als migrant, dán als Marokkaan. Vanuit hier konden we samen strijden voor mensenrechten in Marokko – ik was om politieke redenen vertrokken, mijn droom was om de mensenrechtensituatie daar te verbeteren en dan terug te keren.

Maar die verbeterde niet, dus ik moest Nederland als mijn land gaan zien. Maar juist toen, omdat migranten niet terugkeerden en hun rechten opeisten, groeide de propaganda dat migranten de banen en woningen inpikken. Opeens sprak iedereen negatief over ons, en durfden mensen hun racistische meningen te uiten. Ook onze eigen gemeenschap is veranderd. We zijn niet allemaal arbeiders meer, en meer mensen zien zichzelf vooral als moslim. Er is minder betrokkenheid, dat vind ik jammer. Onze gemeenschap is net als heel Nederland: individualistischer geworden.”

Na jaren waarin gastarbeiders door de overheid gestimuleerd werden om te integreren met behoud van eigen taal en cultuur en een schijnbaar tolerant klimaat waarbij zowel politiek als media eenduidig waren in het veroordelen van racisme en de Centrum Democraten die zich met hun ‘vol is vol’ nog gemarginaliseerd zagen, kwam er gestaag een kentering in de bejegening van Marokkaanse Nederlanders.

Hun omschrijving veranderde van ‘vreemdeling’ in ‘allochtoon’ als antoniem voor ‘autochtoon’

In de volksmond veranderde hun omschrijving van ‘vreemdeling’ via ‘gastarbeider’ en ‘buitenlander’, in ‘Turk’ (het algemene scheldwoord voor migranten in de jaren tachtig), ‘uitkeringstrekker’ (na de recessie van de jaren tachtig die tot een grote werkeloosheid leidde onder de migrantengemeenschappen) en uiteindelijk ‘allochtoon’ als antoniem voor ‘autochtoon’. Een onderscheid dat politiek en media nog altijd benadrukken door in debatten en berichtgeving de culturele achtergrond van Nederlanders steevast te benoemen.

De moslim

Een belangrijk keerpunt kwam in 1989. Toen sprak de Iraanse geestelijk leider Ayatollah Khomeini een fatwa uit over de Britse schrijver Salman Rushdie vanwege zijn roman De Duivelsverzen, die godslasterlijk zou zijn. Het leidde tot protesten tegen het boek, ook in Nederland, met als gevolg dat het islamitisch geloof van de Marokkaanse gemeenschap nadrukkelijker voor het voetlicht kwam. Veel Nederlanders beseften toen dat de islamitische normen en waarden van sommige gastarbeiders botsten met de seculiere Nederlandse cultuur.

Met zijn essay Het Multiculturele Drama schreef socioloog Paul Scheffer in 2000 de blauwdruk voor het integratie- en islamdebat dat Nederland de daaropvolgende twintig jaar in steeds heviger vorm zou voeren. Volgens Scheffer bleven de ‘allochtone gemeenschappen’ achter in hun ontwikkeling, wat leidde tot een tweedeling in de samenleving en daardoor tot een ‘multicultureel drama’ dat de ‘maatschappelijke vrede bedreigde’.

Vanaf 9/11 werden Marokkaanse Nederlanders niet meer als Marokkanen, maar als moslims gezien

In de jaren die volgden verklaarde de een na de andere politicus, columnist en journalist, van CDA’er Maxime Verhagen tot presentator Jeroen Pauw, amechtig de multiculturele samenleving mislukt. Premier Rutte zei in 2016 in het programma Zomergasten zelfs de term ‘multiculturele samenleving’ te haten. Daar waar de overheid in de beginjaren inzette op het behoud van de eigen cultuur, werd die in de jaren negentig en na 2000 juist geproblematiseerd. De nieuwe inzet, veel meer dan integratie, werd assimilatie.

Dat idee van wij-zij, de ander als ongewenst en een bedreiging, nam een vlucht na de aanslagen van 11 september 2001. Vanaf dat moment werden Marokkaanse Nederlanders niet meer als Marokkanen, maar als moslims gezien. Integratiedebatten veranderden alras in islamdebatten en, zo luidt het credo in de publieke opinie sinds die tijd, ‘islam is geen ras’, dus ‘kun je ook geen racist zijn’ als je geen islam in Nederland of Europa wilt.

Fatima Elatik
Beeld door: Chavez van den Born

Fatima Elatik (46) werkte jaren als politicus voor de gemeente Amsterdam en heeft nu haar eigen consultancybedrijf.

“Op 11 september 2001 zat ik aan de buis gekluisterd toen een krant belde – ik was toen gemeenteraadslid. ‘Wat vind je ervan, als moslim?’, vroeg die journalist. Tot dat moment dacht ik altijd – noem het naïef – dat ik gewoon een Amsterdams raadslid was. De rest van de avond zag ik mensen op tv die werden gevraagd wat ze ervan vonden, als moslims. Ik moest huilen en een Marokkaanse vriend die naast me zat, zei: arme schat, jij geloofde echt dat je erbij hoorde!

Sindsdien werd ik een soort bezienswaardigheid, want ik pas niet in het beeld van de moslimvrouw: ik draag wel een hoofddoek, maar ik praat plat, kijk je aan, heb een grote mond. Dat zorgde voor zóveel weerstand bij mensen die mij niet persoonlijk kennen. Ik weet nog dat ik stadsdeelvoorzitter van Zeeburg werd, en dat wilde aankondigen aan de pers. Vlak van tevoren realiseerden mijn collega’s en ik ons opeens dat ik de eerste moslim met deze functie zou worden. Daar hadden wij niet bij stilgestaan, maar voor de media was het een big deal. Moest ik het dáár weer over hebben. Terwijl ik er niet alleen voor Marokkanen of voor moslims wilde zijn, maar voor iedereen.”

Samuel Huntington’s boek Clash of Civilizations, over botsende culturen en religies, werd afgestoft en veelvuldig aangehaald in opiniestukken en debatten en de islam als inherente bedreiging van de westerse vrijheid werd een geaccepteerd gespreksonderwerp. Zo werd het normaal om, zoals huidig Forum voor Democratie (FvD)-senator Annabel Nanninga op GeenStijl deed, te pleiten voor een aparte behandeling van moslims en werd in 2017 in het Amsterdamse debatcentrum De Balie door onder andere FvD-senator en Leids hoogleraar Paul Cliteur besproken hoe je Europa moslim-vrij kunt krijgen. Cliteur stelde voor rustig te beginnen, maar hij was dan ook, volgens hem zelf, ‘poezelig’.

De kut-Marokkaan

Parallel hieraan waren er twee ontwikkelingen: enerzijds vanaf 2002 de inburgering van de term kut-Marokkaan, per toeval opgepikt door de microfoon van actualiteitenprogramma 2Vandaag (het huidige 1Vandaag) uit een onderonsje tussen toenmalig Amsterdams wethouder Rob Oudkerk en burgemeester Job Cohen. Het beeld van de jonge Marokkanen (het gros hier geboren en dus Nederlander) als onruststokers die op straat rondhangen en ‘onze dochters’ lastigvallen, werd versterkt door incidenten en onlusten in onder andere Gouda en Amsterdam, de brute moord op cineast Theo van Gogh door Mohammed Bouyeri en ijzingwekkende afrekeningen in het criminele milieu. Geert Wilders politiseerde de ‘Marokkaan’ door hem een straatterrorist te noemen.

De ‘lipstick moslima’s’ deden het ‘wél goed’ – in tegenstelling tot hun broers

Zo afschrikwekkend het beeld van de straatterrorist, zo innemend werd die afgebeeld in feel good-films als Shouf Shouf Habibi (2004) en Het Schnitzelparadijs (2005), die een ‘mocro’ subgenre binnen de Nederlandse filmindustrie inluidden met in hun kielzog films als Rabat, Infiltrant en Broeders. Films als Shouf Shouf Habibi slaagden erin een schalkse versie van de kut-Marokkaan neer te zetten die eigenlijk een hart van goud heeft en het allemaal niet zo kwaad bedoelt.

Tegelijkertijd was er de opkomst van de ‘lipstick moslima’s’ en de bewieroking van Marokkaanse meiden en jonge vrouwen door de publieke opinie omdat zij het ‘wel goed deden’ in tegenstelling tot hun broers. Schrijver Leon de Winter raakte in vervoering toen hij een keer wat Marokkaanse meiden op een station zag en meteen wist dat alles goed zou komen, zo vertelde hij met zijn bekende gevoel voor pathos in een vraaggesprek met actualiteitenprogramma Nova in 2008.

_MG_0234
Beeld door: Chavez van den Born

Mohamed Bouzia (43) kwam op zijn vijftiende naar Nederland en werkte jaren bij de publieke omroep. Hij is nu docent Economie en Burgerschap en freelance journalist.

“Ik weet het nog goed, de avond na de uitspraak over kut-Marokkanen. Ik was 25 en verslaggever bij het Marokkaanse programma binnen de NPS (huidig NTR). Elke woensdagavond konden mensen inbellen – iedereen had het hierover. Er was veel boosheid en pijn in de Marokkaanse gemeenschap, vooral bij eerste generatie-migranten. Zij hadden als arbeiders geholpen Nederland op te bouwen, veel stemden PvdA, en dit was hun dank?

Ik was niet geschokt, omdat op de achtergrond die discussie over Marokkaanse jongeren al langer werd gevoerd. Ik voelde mij nooit aangesproken: ik had altijd keihard gewerkt, en werd eindelijk gezien als journalist, niet als Marokkaan. Ik wilde neutraal blijven, niet laten blijken dat zo’n term ook mij raakte. Bij de koffieautomaat voerde ik weleens gesprekken met collega’s: waarom vertellen jullie alleen negatieve verhalen over Marokkaanse jongeren? Soms namen ze mijn advies aan, maar als enige Marokkaan in Hilversum kon ik niet veel veranderen. Toen Raymzter even later zijn nieuwe single uitbracht, was ik opeens wél van meerwaarde. Wij hadden hem meteen in de uitzending!”

De obsessie met Marokkanen nam geregeld duizelingwekkende vormen aan. Zo werd de van origine Algerijnse rapper Boef, nadat hij jonge vrouwen voor kech (‘hoer’) had uitgescholden, op de grote Marokkaanse stapel gegooid in de stortvloed aan opiniestukken die volgden op zijn uitspraken. Allemaal probeerden die het incident te linken aan de Marokkaanse cultuur. Een culturele duiding die overigens niet nodig bleek toen ‘CDA-kroonprins’ Camiel Eurlings zijn vriendin het ziekenhuis in sloeg, toen Dave Roelvink verwikkeld raakte in een seksschandaal of toen GeenStijl voor de zoveelste keer aan corporate slutshaming deed door seksfilmpjes van vrouwen als Patricia Paay te plaatsen of verkrachtingsfantasieën te publiceren om kritische vrouwen te intimideren.

Mocro maffia

De films en series in het ‘Mocro’-genre bleven niettemin onverminderd populair, laat ook de hitserie Mocro Maffia (sinds 2018) zien. Nóg populairder is het onderwerp van de Marokkaan (en moslim) als probleem en crimineel in de ‘echte wereld’. In antwoord op een tweet van gebruiker De Zaagerd: ‘(Jonge) Marokkanen in het algemeen worden relatief vaker veroordeeld voor een strafbaar feit’, antwoordde Volkskrant-journalist Kustaw Bessems: ‘Ja ik wéét dat Marokkanen vaker crimineel zijn en jíj weet dat omdat mijn collega’s & ik daar al héél lang stukjes over schrijven’.

En plots was de criminaliteit onder jonge Neder-Marokkanen niet meer ‘vermeend’ en een discussieonderwerp met veel haken en ogen waar geen eenduidig antwoord op mogelijk is door naar hun culturele achtergrond te wijzen, maar een voldongen feit. Vier maanden na Bessems tweet, op 4 april 2013, hield de Tweede Kamer, op initiatief van Geert Wilders, een ‘Marokkanendebat’. Een jaar later vroeg Wilders op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen aan zijn gehoor of ze meer of minder Marokkanen wilden. ‘Minder, minder, minder’, klonk het antwoord.

Plots was de criminaliteit onder jonge Neder-Marokkanen niet meer ‘vermeend’ maar een voldongen feit

In reactie hierop ging PvdA-er Hans Spekman – ‘Marokkanen die niet willen deugen moet je vernederen voor de ogen van hun eigen mensen’ – op de foto met een T-shirt met daarop de tekst ‘Ik ben ook Marokkaan’. PvdA-collega Diederik Samsoms uitspraak dat Marokkanen een ‘etnisch monopolie’ zouden hebben op overlast, kwam door het gekrakeel rond Wilders ook weer naar de oppervlakte.

IMG_0042
Beeld door: Chavez van den Born

Fenna Ulichki (50) is Voorzitter Dagelijks Bestuur van Amsterdam-West. Ze is onder andere verantwoordelijk voor de preventie van jeugdcriminaliteit en het antidiscriminatiebeleid.

“‘Marokkaans’ of ‘mocro maffia’ wordt gebruikt als verzamelnaam voor alles wat ons niet bevalt. ‘Marokkaniseren’ van criminaliteit, noem ik het. Het is een van de redenen dat ik dit werk wilde doen: als Marokkaanse vrouw herken ik de subtiele vormen van racisme in ons taalgebruik. Ik spreek vaak mensen die zeggen: maar Marokkanen komen toch ook meer voor in de criminaliteitsstatistieken, dat mogen we toch benoemen? Dat mag, maar het hélpt niet: het probleem ligt bij bepaalde kwetsbare, gefrustreerde jongeren, niet bij Marokkanen.

Ik word er boos van nu datzelfde argument weer terugkomt in de media. Alsof het een collectieve verantwoordelijkheid van mijn groep is; dat vind ik pijnlijk. Niemand zegt: we moeten het over criminaliteit hebben, maar het doet er niet toe of iemand Marokkaans is. Ik zie dat het misgaat met criminaliteit in Amsterdam: er is verharding op straat, wapenbezit. Dat zorgt vooral voor pijn en verlies in de wijken zelf. Toen er vorig jaar een jongen werd doodgeschoten in Amsterdam-Centrum was de hele buurt in rouw; datzelfde geldt als er in Zuidoost iets gebeurt. De families voelen veel verdriet als een kind ontspoort. Maar in plaats van dat gesprek te voeren en het proberen te voorkomen, gaat het alleen maar over ‘Marokkaans zijn’.”

De weerzin tegen biculturele Nederlanders met Marokkaanse wortels maakt inmiddels vast onderdeel uit van het publieke en politieke discours. Tegengeluiden vanuit de politiek zijn zeldzaam of uiterst dubieus; D’66’ers Jan Paternotte en Rob Jetten deden vorig jaar een duit in het opinie-zakje door de integratie van Marokkanen ‘een doorslaand succes’ te noemen. Ze haalden hierbij politici als Aboutaleb en Marcouch en stervoetballers als Ziyech aan als voorbeeld.

De weerzin tegen Marokkaanse Nederlanders maakt vast onderdeel uit van het publieke en politieke discours

En zo waren we opeens weer terug in 1969, met een lofzang op de ‘nuttige’ Marokkaan waar Nederland wel wat aan heeft. Voor eventjes dan. Op 5 mei van dit jaar, op nationale Bevrijdingsdag, 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog en op de ochtend na de jaarlijkse Dodenherdenking, twitterde Wilders weer eens ‘Minder, minder, minder’.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. We hopen dat je dit bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek.

Dit kan je doen door te doneren of je te abonneren op ons magazine. Alvast bedankt!

El_ghouti7

‘De droom om terug te keren is nooit verdwenen’

De verwachtingen van Marokkaanse arbeidsmigranten in Nederland.

PLLRAAK_ZO_MOEDER_ZO_DOCHTER_09

‘Mijn moeder vocht als een leeuwin voor haar gezin’

Pleunie van Raak fotografeerde Nederlands-Marokkaanse moeder- en dochterduo’s.

Hassnae

Over de auteur

Journalist en programmamaker

Hassnae Bouazza (1973, Marokko) is journalist, columnist en programmamaker. Samen met Femke Halsema maakte ze de documentaire reeks ‘Seks …
Bezoek auteurspagina
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Over de auteur

Redacteur

Roxane Soudagar studeerde Politicologie (Internationale betrekkingen) en volgde een master in Conflict Studies & Human Rights.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief