Ieder jaar laat Zomergasten weer zien hoe beperkt de leefwereld van wit, hoogopgeleid, intellectueel Nederland eigenlijk is, schrijft Sander Philipse. ‘Niets James Baldwin, Gloria Wekker of Kimberlé Crenshaw, niets postkolonialisme, niets theoretische kennis van antiracisme, niets begrip van machtsverhoudingen en onderdrukking’.

In de laatste Zomergastenaflevering van 2017 liet Claudia de Breij een clipje zien van PowNed, dat op bezoek ging bij iemand die heel wat misogyne en racistische leuzen schreeuwde naar vrouwen die tegen Geert Wilders demonstreerden. De Breij betoonde zich nogal verbaasd over het feit dat een man die ze het ene moment zo verachtelijk vond, het volgende moment sympathiek en vriendelijk overkwam. Racisten die lief zijn voor hun zoontjes? Het leek een openbaring voor haar.

Ik vond het moment typerend voor veel zichzelf progressief achtende witte Nederlanders: racisme, dat is iets voor die engerds daar, die laagopgeleiden die op Wilders stemmen, voor mensen die we nooit tegenkomen en die blijkbaar niet echt menselijk kunnen zijn. Wijzelf daarentegen zijn goed, menselijk, lief – en dus niet racistisch. Ietwat diepgaander kennis van racisme had haar deze verrassing kunnen besparen. Maar dat ontbreekt vaak in de bubbel van hoogopgeleid, wit Nederland.

De leefomgeving en de intellectuele achtergrond blijft heel wit, mannelijk, en monotoon, waardoor kennis ontbreekt van andere bevolkingsgroepen en van denkramen die de heersende structuren bevragen.

Avonden vol met persoonlijke gesprekken, maar zonder enige reflectie op de eenheidsworst van de eigen leefwereld

Zomergasten, het jaarlijkse zomerprogramma van zichzelf-intellectueel-vindend Nederland, is daar een perfect voorbeeld van. Zes zondagen achter elkaar krijgt een gast drie uur de tijd om tv-fragmenten te tonen en die te becommentariëren. Het resultaat: heel veel witte mannen, een overdaad waar noch de interviewer, noch de gast iets over zegt. Avonden vol met persoonlijke gesprekken, maar zonder enige reflectie op de eenheidsworst van de eigen leefwereld.

Even wat cijfers, want als je ongelijkheid in kaart wil brengen, dan tel je gewoon, zoals Lezeres des Vaderlands zo mooi liet zien. De vijf witte gasten dit jaar lieten in 62 clipjes 50 keer een witte man de (al dan niet gedeelde) hoofdrol spelen, en 14 keer een witte vrouw. Voeg nog wat dieren toe, want Frans de Waal was een van de gasten, en er blijft een ontzettend monochroom wereldbeeld over.

Acteur Wim Opbrouck maakte het ’t bontst, met twaalf witte mannen en een liedje van Nina Simone. Eberhard van der Laan deed het niet veel beter, en kwam als burgemeester van het zo diverse Amsterdam niet verder dan één clip over Abdelhak Nouri tegenover een zee aan witheid – al liet hij in ieder geval meer vrouwen zien dan Opbrouck. De paar mensen van kleur die werden opgerakeld door deze vijf gasten vielen ook nog eens in de bekende hokjes: ze mochten de muziek verzorgen, de Nederlandse diversiteit onderstrepen of Amerikaans racisme illustreren. Nooit werden mensen van kleur opgevoerd als expert in een willekeurig vakgebied, als inspiratie waar menzelf op doorbouwt, of simpelweg als mens met een eigen verhaal. En dat van zomergasten die waarschijnlijk van zichzelf zouden zeggen dat ze sympathiek tegenover diversiteit staan.

Net als in het bedrijfsleven en bij overheidsinstellingen zijn de mooie praatjes een stuk makkelijker dan de gaatjes. Dat het ook anders kan liet de zesde gast zien: de zwarte psychiater Glenn Helberg toonde ons mensen van allerlei achtergronden die zijn intellectuele wereld op verschillende manieren hadden gevormd. Een brede leefwereld, waarin iedereen simpelweg mens mag zijn.

We mogen al blij zijn als iemand drie zinnetjes uit de laatste populaire documentaire over een zwarte Amerikaan heeft onthouden

Zo’n brede vorming ontbreekt bij een groot deel van hoogopgeleid wit Nederland. Niets James Baldwin, Gloria Wekker of Kimberlé Crenshaw, niets postkolonialisme, niets theoretische kennis van antiracisme, niets begrip van machtsverhoudingen en onderdrukking. We mogen al blij zijn als iemand drie zinnetjes uit de laatste populaire documentaire over een zwarte Amerikaan heeft onthouden.

Wil wit, progressief Nederland die diversiteit ooit meer dan een abstract, theoretisch, feelgood ideetje laten zijn, dan moet dat beginnen bij het integreren van de eigen leefwereld, de eigen denkramen, de eigen intellectuele achtergrond, en niet slechts neerkijken op racistische Wilders-stemmers. Dan moet het vanzelfsprekend zijn dat je vriendenkring niet spierwit is, dat je werkt met een divers team, dat je mediaconsumptie enige kleur bevat, dat je intellectuele achtergrond niet slechts uit teksten van witte mensen bestaat, dat je je kennis niet alleen van mannen haalt. Dan moet het vanzelfsprekend zijn dat je reflecteert op wat je presenteert, op wat je weet, en op waar je dat vandaan haalt. Dan moet je doorhebben dat deze zomergastenavonden zo ontzettend wit zijn.

Presentator Janine Abbring merkte het gebrek aan diversiteit in ieder geval een keer op: bij een documentaire over het schrijversteam van South Park noteerde ze dat ze daar maar één vrouw hadden, die geen woord zei en geen grap maakte. De Breij: “Oh viel jou dat zo op? Nee, dat is mij niet opgevallen.”

Hoofdfoto: printscreen VPRO Zomergasten 

Sander-Philipse

Over de auteur

Sander Philipse schrijft normaal gesproken over American Football maar vindt progressieve zaken ook belangrijk.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief