Neem een fictief programma, bedacht door een Afrikaans land met als doel de Nederlandse klaagcultuur te bestrijden. Hoeveel miljoenen euro’s zullen in deze bodemloze put gaan en hoeveel jaren zullen hiermee gepaard gaan? Als je het mij vraagt, een missie gedoemd te mislukken.

In mijn opinie zijn er twee soorten ontwikkelingshulp: bilateraal, via Nederlandse overheid naar de regering in het zuiden, en daarnaast via ontwikkelingsorganisaties naar lokale organisaties. Bilaterale hulp is politiek gemotiveerd of ‘interest driven’, terwijl ontwikkelingsorganisaties daar inspringen waar de regering in het zuiden steken laat vallen.

Expres steekjes laten vallen
En dat is nou precies het punt waar deze discussie (over het al dan niet geven van financiële steun aan ontwikkelingsorganisaties) over moet gaan. Wat betekent het als een regering in het zuiden een begroting maakt en steekjes laat vallen? Ik spreek dan met name over een Afrikaanse overheid die op de boodschappenlijst voor zijn bevolking koffie en kaas schrapt, omdat dit een westerse hobby is. Is het dan de taak van westerse hulporganisaties om direct te in te grijpen door te zeggen dat koffie en kaas onmisbaar zijn voor de bevolking, waarna ze deze producten gaan leveren? Of is het de taak van lokale organisaties om de steekjes die hun regering laat vallen te identificeren, en om vervolgens bij hun eigen overheid te lobbyen voor financiële steun, alvorens de problemen aan westerse ontwikkelingsorganisaties worden voorgeschoteld?  Op deze laatste vraag zeg ik volmondig ‘ja’. Hoewel de praktijk uitwijst dat deze werkwijze nog niet aan populariteit heeft gewonnen, want veel lokale organisaties weten (te) snel de westerse geldstromen te vinden. Ook Afrikaanse regeringen weten dat het Westen graag geld uitgeeft aan de programma’s die zij hebben geschrapt van hun boodschappenlijst. Dus waarom zouden ze niet her en der wat steekjes laten vallen, geeft toch weer wat ruimte op de begroting?

Kaas is een westers product
Kortom, ontwikkelingshulp waarbij westerse ontwikkelingsorganisaties programma’s bedenken voor het zuiden, is gedoemd te mislukken. Zelfs als ze vooraf overleg hebben gehad met lokale hulporganisaties om hen te overtuigen van het nut van hun programma. Geloof me, al zijn koffie en kaas echt lekker, deze programma’s zijn gedoemd te mislukken. Het zijn westerse producten. De programma’s zijn te vaak gericht op het exporteren van westerse ideologieën, normen en waarden. Uiteraard zeggen lokale organisaties geen nee tegen geldschieters en zullen de besproken programma’s uitvoeren. Echter, het geld is al weggegooid voordat het gebruikt wordt. Want als lokale organisaties zelf niet in de ideologie geloven, zullen ze die ook niet kunnen overbrengen op anderen.

Babah Tarawally is journalist, OneWorld-columnist, verhalenverteller en schrijver van het boek De god met de blauwe ogen. Eerder werkte hij voor Free Voice.

8f432940c1a91eae0956fe5f3e1fe29943dce7e1-babah-tarawally-foto

Over de auteur

Babah Tarawally vluchtte uit Sierra Leone en zet zich op dit moment vanuit Nederland in voor onafhankelijke media in ontwikkelingslanden. …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief